Financieel wanbeleid (uiteraard papyrologie)

Dans om het gouden kalf (Lange Niezel 25, Amsterdam)

Wat kost een papyrus? Dat is niet zo een-twee-drie te zeggen omdat ze vaak onderhands worden geveild. De Sapfo-papyri zijn bijvoorbeeld door een onbekende eigenaar via een in zeer beperkte oplage verspreide catalogus aangeboden aan een zeer beperkt aantal onbekende geïnteresseerden. Welke prijzen gevraagd en geboden zijn, is onbekend en of ze bij die gelegenheid ook werkelijk zijn verkocht, is bij mijn weten eveneens onbekend. Uiteraard is een besloten veiling, buiten de openbaarheid, de koninklijke weg voor wie een vervalsing heeft aan te bieden.

Ondanks het schimmige karakter van deze handel, zijn er wel een paar dingen te zeggen. Grote snippers leveren meer op dan kleine. Helder geschreven fragmenten zijn geliefder dan fragmenten die speciale belichting vergen. Literaire teksten schuiven meer dan administratieve – en dat is natuurlijk zeer tot genoegen van vervalsers, want administratieve teksten zijn vaak opgesteld in lastig te imiteren cursiefsschriften terwijl literaire teksten in eenvoudiger te vervalsen blokletters zijn geschreven (“uncialen”). De hoogste tarieven zijn voor Bijbelteksten. Een snipper van de Dode Zee-rollen kost al snel een miljoen dollar.

Lees verder “Financieel wanbeleid (uiteraard papyrologie)”

Misverstand: Verdwenen boeken

Replica van het Evangelie van Thomas

Misverstand: Christenen vernietigden de gnostische evangeliën

De christenen vergrootten in de loop van de vierde eeuw hun invloed, maar waren het zelden eens over de rechte leer. Daarover voerden ze stevige discussies en sommige groepen gelovigen, die het pleit hadden verloren, verlieten zelfs het Romeinse Rijk. Veel van hun teksten zijn verloren gegaan, maar een enkele keer duikt een oude tekst op, die licht werpt op de opvattingen van de andersdenkenden, zoals de gnostici.

Steeds als deze manuscripten ter sprake komen, wordt de beschuldiging geuit dat de aanhangers van de officiële kerk zulke teksten, met hun afwijkende theologieën, zouden hebben laten vernietigen. Ook de erotische poëzie van Sapfo zou ten prooi zijn gevallen aan deze daadkrachtige vorm van literaire kritiek. Waarom de christenen al die moeite zouden hebben willen nemen, wordt er nooit bij gezegd. De vraag is niettemin pertinent, want het was totaal niet nodig teksten op te sporen en te verbranden. Ze verdwenen wel uit zichzelf.

Lees verder “Misverstand: Verdwenen boeken”

Brownwashing

Ik had mijn blogje voor zaterdag al geschreven toen het nieuws kwam dat Steve Green ruim 10.000 voorwerpen uit zijn verzameling – die ooit werd geschat op 40.000 – zou gaan teruggeven. Dat is netjes en de manier waarop hij het formuleerde, dat hij zélf verantwoordelijk was, trof me als verantwoordelijk. Hij erkende de verkeerde wetenschappelijke adviseurs te hebben genomen, die hij niet bij naam en toenaam noemde, al weten we dat het gaat om Scott Caroll en Dirk Obbink. Minimaal kan gezegd worden dat hun excuus nogal opvallend achterwege blijft; voor het overige komt de vraag op welk cijfer de olijke tweeling heeft gehad voor het eerstejaarscollege wetenschapsethiek.

Aan Greens verklaring was het een en ander voorafgegaan. We vernamen vorige week dat alle Dode Zee-rol-fragmenten in het Museum van de Bijbel (een spin-off van de Greencollectie) vals waren. Dat kwam niet als een schok, want we wisten al dat Green vervalsingen had aangekocht. Daarbij bleef het niet: op Twitter constateerde archeoloog Michael Press dat van de duizenden voorwerpen in het museum slechts van 150 de herkomst was opgegeven. Zoals elke student weet kunnen voorwerpen zonder gedocumenteerde provenance vals zijn. (In het geval van papyri is authenticiteit bovendien niet in een laboratorium vast te stellen.) Het zal niet zo zijn dat de voorwerpen in bezit van de Greencollectie en het museum allemáál onecht zijn, maar de publiciteit kan Green hebben doen besluiten het zinkende schip te verlaten. Het probleem is dat hij zelfs dat verkeerd doet.

Lees verder “Brownwashing”

Papyrologie: update (2)

Soms maakt een diepe verslagenheid zich van je meester

Eigenlijk had gisteravond mijn boek Bedrieglijk echt gepresenteerd zullen zijn in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Er zouden leuke antieke teksten zijn voorgelezen, we wilden ramanspectroscopie demonstreren en ik wilde het filmpje vertonen dat u hier kunt bekijken. Tot slot wilde ik gistermorgen op deze blog een update geven bij het boek. Want die was nodig, aangezien Bedrieglijk echt een verhaal bevat waarover nog steeds dingen bekend worden.

Ik raakte geboeid door de materie door het schandaal van het Evangelie van de Vrouw van Jezus. De betrokken onderzoekster zei dingen waarvan ze weten moest dat ze onwaar waren. In het onwaarschijnlijke geval dat ze het echt niet wist, had haar geheugen opgefrist behoren te zijn door de rel rond de Artemidorospapyrus. Terwijl ik het boek schreef, ontvouwden zich echter nog meer schandalen, zoals dat rond Eerste-eeuwse Marcus, de Sapfo-papyri en de diverse valse fragmenten van de Dode Zee-rollen. Ik heb bepaalde delen van mijn boek drie, vier, vijf keer moeten herschrijven. De laatste weken bleef het rustig maar een update is nog steeds zinvol.

Lees verder “Papyrologie: update (2)”

Bedrieglijk echt

Ze zijn als Dr Jekyll en Mr Hyde, als zon en schaduw, als de noord- en de zuidpool van een magneet: het een impliceert automatisch het ander. Roep “oudheidkunde” en de echo is “vervalsing”. De discipline dankt er haar bestaan zelfs aan, min of meer. De teksten van Renaissance-fraudeur Giovanni Nanni (1432-1502) vormden ooit de aanleiding om te onderzoeken hoe echt en onecht waren te herkennen en zo werd een wetenschappelijk vakgebied geboren.

Vervalsingen waren dus ooit de prikkel tot de verwetenschappelijking van de oudheidkunde en sindsdien zijn vakgebied en antivakgebied verstrengeld. Als wetenschappers ontdekken waarop ze moeten letten om een vervalsing te herkennen, weten hun tegenstanders het immers ook. Toen oudheidkundigen in de negentiende eeuw door kregen hoe ze modern van antiek schrijfmateriaal konden onderscheiden, schakelden vervalsers over op antiek perkament. We weten zelfs wie op dat idee kwam: Konstantinos Simonides (1820-1890).

Lees verder “Bedrieglijk echt”

Corona & papyri

Ook in Tunesië is corona nieuws. Vrijdag werd ik door een kind nageroepen dat toeristen de ziekte naar Afrika hadden gebracht. Stomtoevallig weet ik dat de gevallen alhier in feite zijn te herleiden tot een remigrant uit de Provence, maar het trof me. Al eerder had ik over corona moeten nadenken, want de berichten uit de Lage Landen waren niet goed. Ik zou binnenkort voor een groep wat oudere cursisten spreken over de geschiedenis van Perzië en dat begon problematisch te ogen. Afgelopen dinsdag heb ik met mijn vennoot en een tropenarts overlegd, woensdag de knoop doorgehakt: die cursus gaat niet door. Een rib uit het lijf.

Donderdag kondigde het Rijksmuseum van Oudheden aan tot eind maart op slot te gaan. Dat betekent dat Oog op de Oudheid wordt uitgesteld tot dit najaar. Dat gaat me echt heel erg aan het hart, want het is een van de weinige evenementen waar oudheidkunde wordt uitgelegd als de wetenschap die ze is. Maar het is zoals het is.

Lees verder “Corona & papyri”

Nog eens Trismegistos

Je bezoekt een voor jou belangrijke website en ziet dat die op zwart is. Een boodschap herinnert aan de financiële problemen van de webmaster. Je leest dat er geld gevraagd zal worden en bereikt het beginscherm. De zoekfunctie die je wil activeren doet niet wat je wil. Je wil betalen en ziet dat voor jou een hoger tarief geldt dan voor onderzoekers. En je weet weer: universiteiten zullen nooit nalaten je in te peperen dat ze vinden dat wetenschap er niet is voor de burger. Je herinnert je de onderzoekster met wie je ooit dineerde in Delfi: “De burger moet betalen,” zei ze, “niet méér.” Je blogt je boosheid van je af.

Zo verging het mij anderhalve maand geleden, toen ik Trismegistos wilde raadplegen, een belangrijke website over papyrologie. Ik was mijn boek Bedrieglijk echt aan het afronden en wilde nog wat dingen verifiëren. Het kwaaie blogstukje vindt u hier. Al vrij snel kreeg ik opnieuw reden om boos te zijn, maar nu op mezelf. Wat ik had geschreven klopte namelijk maar ten dele, zoals de mensen van Trismegistos me in de comments al vrij snel uitlegden (hier). Ik nam contact op en er volgde wat correspondentie.

Lees verder “Nog eens Trismegistos”

De Artemidorospapyrus (3)

Het evangelie van de Vrouw van Jezus

[In het eerste en tweede deel van dit stuk heb ik uitgelegd wat de Artemidorospapyrus was en hoe ze werd ontmaskerd. Nu: wat betekent dit?]

Conclusie

Wat we in de eerste twee delen zagen, was een schoolvoorbeeld van hoe een vervalser de kluit belazert. In dit geval werd een nieuwe, literaire tekst vervaardigd, maar eigenlijk is dat al teveel werk. Ik zal nog uitleggen dat dat eigenlijk niet eens nodig is. Waar het om gaat is dat je iets componeert dat wetenschappers of verzamelaars graag willen hebben en hun hun kritische zin doet verliezen.

Heb je eenmaal een tekst, dan breng je die aan op oud schrijfmateriaal, dat voor een habbekrats te koop is en zelfs, zoals we zagen, legaal uit Egypte wordt geëxporteerd. Geen problemen dus met de koolstofdatering. Hoe je inkt maakt die spectrometrisch niet is te vervalsen, las u hier.

Lees verder “De Artemidorospapyrus (3)”

De Artemidorospapyrus (2)

De ouderdom van de papyrus waarop de Artemidorospapyrus is geschreven

[In het vorige deel van dit stuk heb ik uitgelegd wat de Artemidorospapyrus was. In dit tweede deel: twijfels.] 

Helaas geldt dat als iets te mooi is om waar te zijn, het vaak ook niet waar is. Na een expositie in 2006 zwol de kritiek aan. Sommige tekeningen leken wel op de afbeeldingen op vroegmoderne sterrenkaarten. Die anatomische schetsen, waren dat niet gewoon kopieën van Renaissancetekeningen? Was het niet wat vreemd dat een geografische tekst was geschreven in kanselarijschrift? Tot slot was verontrustend dat de provenance zo slecht was gedocumenteerd.

Discussie

De directrice van het Egyptisch Museum in Turijn, Eleni Vassilika, weigerde daarom de schenking aan te nemen. Ze kreeg in 2007 bijval van de Italiaanse oudheidkundige Luciano Canfora, die meende te weten wie de papyrusrol had gemaakt: de Ottomaanse Griek Konstantinos Simonides, de negentiende-eeuwse vervalser die als eerste had begrepen dat hij teksten moest aanbrengen op antiek schrijfmateriaal. Canfora’s identificatie werd weer tegengesproken. Aangezien hij de papyrus nooit met eigen ogen had gezien, had hij de schijn wel tegen.

Lees verder “De Artemidorospapyrus (2)”

De Artemidorospapyrus (1)

Detail van de Artemidorospapyrus

De papyrusrol die bekend is komen staan als de Artemidorospapyrus is zo’n twee-en-een-halve meter lang en ruim tweeëndertig centimeter hoog, wat suggereert dat deze tekst komt uit de Romeinse tijd. Heel misschien is ’ie iets ouder. Ze is beschreven met een nog onbekende aardrijkskundige tekst maar het opvallendst zijn allerlei tekeningen van dieren en de menselijke anatomie. Zo’n papyrus was nog nooit gezien en het verhaal dat zich in de eerste jaren van de eenentwintigste eeuw ontvouwde was spectaculair.

Drie levens

Het leek ooit de opzet geweest deze rol te voorzien van de tekst van het werk van Artemidoros van Efese, een Griekse geograaf die rond 100 v.Chr. leefde en vaak wordt geciteerd door auteurs, zoals Strabon van Amasia. De kopiist was bezig met een beschrijving van het Iberische Schiereiland toen hij zijn werk onderbrak om een tekenaar de kans te geven de landkaarten in te voegen. Het resultaat was echter desastreus. De kaartenmaker gebruikte een verkeerd voorbeeld, realiseerde zich zijn fout en maakte de tekening niet meer af. Hij had de bergen, rivieren en wegen al ingetekend maar verspilde geen tijd meer aan de belettering. De kopiist zal op een andere rol opnieuw zijn begonnen en de verprutste papyrus kreeg een tweede leven als kladpapier.

Lees verder “De Artemidorospapyrus (1)”