De familie As-Sadr

De familie As-Sadr: links Musa, rechts Moqtada

In het zuiden van Nederland en in België staan kruisbeelden op de plattelandskruisingen. Ga je naar steden als Maastricht, Luik of Antwerpen, dan zijn er Mariabeelden. Het landschap is gekerstend. Het Midden-Oosten is niet anders. Waar christenen wonen, zie je afbeeldingen van de heiligen, en waar moslims wonen, zie je de afbeeldingen van inspirerende geestelijken. De grens tussen heiligen, geestelijken en politiek leiders is overigens vloeiend.

In Libanon zie je bijvoorbeeld vaak het portret van Musa as-Sadr, die in de jaren zeventig de sji’itische bevolkingsgroep organiseerde. Dat was nodig. Het bestel werd beheerst door soennieten en christenen, terwijl de sji’ieten in het zuiden van het land klem zaten tussen Israël en de Palestijnen, die in Libanon bases hadden. Israël en de Palestijnen beschoten elkaar, de sji’ieten zaten er tussenin en Musa as-Sadr overtuigde ze ervan niet te zwelgen in zelfmedelijden. Later meer over hem. Nu eerst zijn familie.

Lees verder “De familie As-Sadr”

De sji’ieten van Irak (slot)

Vlag van de Vredesbrigade, een van de milities van de sji’ieten van Irak

[Dit is het laatste stuk over de geschiedenis van de sji’ieten. Het eerste is hier.]

Wie nu door Irak reist, merkt overal dat de sji’a bestaat en het politieke leven domineert. Een simpel voorbeeld: in de kopermarkt in Bagdad hangen overal vlaggen met de portretten van de imams. Dit is opvallend, want Bagdad is traditioneel een gemengde stad, waar alle gezindten wonen. De soennitische koperwerkers zijn echter tijdens de Surge vertrokken. Pas nu keren ze terug.

De Surge was de naam die president Bush Jr in 2007 gaf aan de versterking van de Amerikaanse troepenmacht die in 2003 Saddam Hussein had verdreven en een steeds chaotischer land had geërfd. Het werd inderdaad rustiger, maar dat was niet doordat de Amerikanen het gebied nu pacificeerden maar doordat de sji’ieten hun politieke doelen bereikten: meer gezag in hun woongebied. Hun milities wisten grote gebieden in hun macht te krijgen en breidden hun invloedssfeer ook uit, terwijl sji’itische politici meer macht kregen.

Lees verder “De sji’ieten van Irak (slot)”

Verkeerd geleerde historische lessen

Vorige week overleed Donald Kagan. De in Litouwen geboren Amerikaanse classicus is de auteur van een van de aardigste inleidingen tot de reeks conflicten waarin Athene, Sparta, Korinthe, Thebe, Argos, Syracuse en Macedonië in het laatste derde van de vijfde eeuw v.Chr. verwikkeld raakten. Daarover eerst iets, daarna over Kagan zelf.

Griekse oorlogen

Die conflicten begonnen bij Sybota (433), escaleerden tot de tienjarige Archidamische Oorlog (431-421), kregen een kort intermezzo dat bekendstaat als de Vrede van Nikias, werden vervolgd met een conflict op de Peloponnesos en vervolgens de Siciliaanse Expeditie (waarover ik toevallig volgende week blog), gingen over in de Ionische of Dekeleïsche Oorlog (413-404), die eindigde met de val  vanAthene (404), dat zich herstelde, waarop de Korinthische Oorlog begon (395-387).

We hebben drie bronnen. De eerste is Thoukydides’ indrukwekkende maar onvoltooide geschiedwerk. Omdat deze auteur vóór de Korinthische Oorlog overleed beschouwde hij de gebeurtenissen van 431 tot en met 404 als één geheel, en daarmee maakte hij school. Historici duiden het vaak aan als de Peloponnesische Oorlog. Xenofon beschreef het vervolg, de Hellenika (“Griekse oorlogen” in de vertaling van Gerard Koolschijn). Tot slot is er Diodoros van Sicilië, de auteur van een samenvatting van eerdere geschiedwerken. Hij biedt een overzicht van de gehele vijfde en vierde eeuw, inclusief het heel relevante detail dat Sparta al in 431 v.Chr. Perzië om hulp vroeg.

Lees verder “Verkeerd geleerde historische lessen”

Maliki’s gok

Een beroemd schilderij van Mahmood Farshchian, toont het paard van imam Huseyn, dat na de slag bij Kerbala zonder zijn meester terugkeert bij de totaal verslagen vrouwen.

Het verhaal is in de islamitische wereld overbekend. De profeet Mohammed had gezegd dat als hij moest worden opgevolgd, zijn opvolger vooral een goede moslim moest zijn en presenteerde tijdens zijn afscheidsbedevaart zijn schoonzoon Ali als opvolger. Hierover zijn, als ik het wel heb, alle moslims het eens. Na de dood van de profeet (in 632) werd echter Abu Bakr aangewezen als eerste kalief, “plaatsbekleder”. Hij werd opgevolgd door Omar en die werd weer opgevolgd door Othman, tot uiteindelijk Ali kalief werd.

Zijn regering werd geteisterd door interne problemen en Ali stemde ermee in dat een daarvan werd opgelost door arbitrage. Sommige moslims vonden het echter schandalig dat hij een Godgegeven ambt ondergeschikt maakte aan een menselijk oordeel. Ali werd tijdens het gebed vermoord en sindsdien zijn er, om het simpel samen te vatten, twee soorten moslims.

Lees verder “Maliki’s gok”