De moord op Julius Caesar (6): de aanval

Herdenkingsmunt van de moord op Julius Caesar (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Verschillende bronnen documenteren de moord op Julius Caesar. Te beginnen met de correspondentie van de politicus Cicero, die voldoende van het complot wist om te weten dat hij niet méér wilde weten. Hij bleef die dag weg, maar zou er later naar verwijzen in zijn toespraken. Dat levert niet zo heel veel informatie op, maar het is het oudste bewijs dát er iets is gebeurd. Een echt verslag krijgen we pas na een halve eeuw: de beschrijving door Nikolaos van Damascus. Het relaas van Titus Livius is verloren gegaan en Velleius Paterculus maakt vooral duidelijk dat de moordenaars wel iets dankbaarder hadden mogen reageren op Caesars clementie. We moeten tot de vroege tweede eeuw wachten tot we opnieuw een bron hebben: Suetonius. Daarop volgt Ploutarchos, die verschillende keren over de moord heeft geschreven, het meest uitgebreid in zijn biografieën van Caesar en van Brutus. Tot slot is er de beschrijving door Appianus.

Het ergerlijke is dat achter al die bronnen feitelijk slechts twee verslagen schuil gaan: enerzijds Nikolaos van Damascus, anderzijds de gedeelde bron van Suetonius, Ploutarchos en Appianus. De voornaamste verschillen tussen die drie zijn dat Ploutarchos de reactie noemt van de geschokte senatoren – de meeste aanwezigen zaten immers niet in het complot – en dat Suetonius verschillende tradities kent over Caesars laatste woorden. Omdat de overeenkomsten zo groot zijn, is er evident een gemeenschappelijke bron, wellicht Titus Livius. En als je de vier verslagen leest, vraag je je af ze feitelijk niet allemaal teruggaan op één bron.

Lees verder “De moord op Julius Caesar (6): de aanval”

Faits divers (34)

Meisje in toga (© Museo de Navarra)

Een nieuwe lente, een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: allerlei kleine, onsamenhangende berichtjes. Daarom heet de rubriek ook faits divers.

***

Toga

De toga geldt als een Romeins mannenkledingstuk. Meer precies, een kledingstuk voor heren die op chique wilden gaan. De dichter Vergilius typeerde de Romeinen als gens togata, getogeerd volk, en keizer Augustus citeerde die woorden toen hij decreteerde dat heren op het Forum Romanum goed gekleed dienden te gaan. Voor mij kwam het vrij onverwacht dat in het noorden van Spanje een standbeeld van iemand, gehuld in een toga, blijkt te hebben toebehoord aan een jonge vrouw. Was het iemand die tot man was “gepromoveerd”? Vergiste de bronsgieter zich? Begrijpen we Romeinse gender-rollen niet goed?

Lees verder “Faits divers (34)”

Het Colosseum (2): bezoekers

Het Colosseum

[Dit is het tweede van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

De bouw van het Colosseum (de naam is niet authentiek) was vooral een politieke daad. Door het te bouwen op de plaats waar ooit het Gouden Huis van Nero had gestaan, begon Vespasianus de herinnering aan zijn voorganger uit te wissen. Maar al wilden Vespasianus’ bouwkundigen breken met Nero’s projecten, het lukte niet helemaal. De hoofdas van het amfitheater viel samen met de door Nero aangelegde Heilige Weg. Maar wellicht was dat tóch de bedoeling, want het Colosseum stond nu precies achter de tempel van de vergoddelijkte Julius Caesar. De nieuwe dynastie leek zo als het ware de vorige te overtreffen: een duidelijk signaal.

Dat werd opgepikt door de dichter Martialis, die debuteerde met een boek vol puntdichten over het amfitheater:

Waar nu de Colossus naar de sterren blikt,
daar stond ooit het huis van een boosaardig heer.
Rome was destijds door één huis ingepikt.
Middenin was toen het keizerlijke meer;
tegenwoordig staat het Colosseum daar.
Op de plaats waar nu de nieuwe Thermen staan
lagen de vertrekken van die moordenaar.
Iedereen kan nu naar bad en spelen gaan,
Rome is de stad van de Romeinen weer
en niet alleen van Romes heer.noot Martialis, De schouwspelen 2.

Lees verder “Het Colosseum (2): bezoekers”

Een echte Romein

Togatus Barberini (Capitolijnse Musea, Rome)
Togatus Barberini (Capitolijnse Musea, Rome)

Het bovenstaande standbeeld behoort tot de collectie van de Capitolijnse Musea in Rome, al heb ik het beeld nooit daar gezien. De foto is gemaakt toen het was uitgeleend aan een expositie in Haltern, en ik heb het beeld ook wel eens gezien in de Centrale Montemartini, een tentoonstellingsruimte in een oude elektriciteitsfabriek ten zuiden van het historische centrum van Rome, aan de weg naar de Sint-Paulus buiten de Vesten.

Omdat afgebeeld heerschap een toga draagt en ooit deel uitmaakte van de verzameling van de Barberini-familie, wordt het beeld gewoonlijk de “Togatus Barberini” genoemd, want veel meer valt er niet van te maken: de portretten lijken althans niet op die van ons bekende Romeinen. Desondanks valt er wel iets meer over te zeggen.

Lees verder “Een echte Romein”

Toga-party in Leiden

(©Hielco Kuipers)

Hoewel ik als historicus altijd heb geweigerd me te specialiseren, kan ik toch niet ontkennen dat ik de Oudheid het interessantst vind: Babylon, Egypte, Judea, Griekenland, Rome, de Kelten. Elke maand geef ik daarover een elektronische nieuwsbrief uit waarin ik links opneem naar het oudheidkundig nieuws van de voorgaande weken. Wat me elke maand weer opvalt, is dat met name archeologische persberichten erg inaccuraat zijn. Zo’n 40 procent ervan bevat serieuze onjuistheden, meestal overdrijvingen waarvan je vrij makkelijk kunt zien dat er wordt geprobeerd een financier te behagen.

Als ik hierover vertel aan collega’s, kijken ze me meestal wat meewarig aan. “Dat wisten we allang,” zeggen ze dan, verbaasd over mijn naïviteit. Ze weten dan meestal nog andere voorbeelden te geven, bewijzend dat ze het inderdaad allang wisten en dat ze niet de vermoeid-cynische pose aannemen van de wereldwijze geleerde die het allemaal al heeft gezien en niets meer gelooft. De archeologie heeft een serieus imagoprobleem.

Lees verder “Toga-party in Leiden”