De oud-oosterse godsdiensten

De koning, als vertegenwoordiger van de mensheid, tegenover Horus, beschermgod van het koningschap (Abydos)

Zoals ik al aankondigde in mijn vorige stuk over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wil ik het vandaag hebben over het hoofdstuk over de godsdiensten van het oude Nabije Oosten. Dat zou onder te verdelen zijn geweest in paragrafen over de diverse volken. De auteurs doen dat niet. In plaats daarvan benadrukken ze wat die volken gemeenschappelijk hadden. Ik denk dat er 85% zekerheid is dat ze dit doen omdat de Bronstijdgodsdiensten niet hun favoriete thema zijn. Ze herhalen daarom algemene inzichten en wagen zich niet aan een eigen verhaal. Dat pakt echter goed uit.

Polytheïsme

In de Bronstijd geloofden de mensen in het Nabije Oosten in talloze goden, die afstamden van oergoden.

Monsterlijke machten probeerden de goden te verdelgen. Een jonge sterke god moest deze machten verslaan en kreeg in ruil daarvoor de opperheerschappij over goden en mensen. Dit thema komen we onder andere tegen in het Babylonische scheppingsverhaal rond Marduk en in het Choerritische scheppingsverhaal rond de dondergod Tešup. In Egypte most de zonnegod Ra de machten van de chaos elke dag opnieuw verslaan.

De auteurs weiden uit over mythen die de seizoenwisseling moesten verklaren, over de pantheons van de diverse steden, over het ontbreken van heilige teksten. Ook schrijven ze over antropomorfie, d.w.z. dat de mensen de goden voorstelden als mensen.

Natuurgoden en godenkoningen

Het is te merken dat het handboek stamt uit de tijd vóór het internet. De Blois en Van der Spek benadrukken namelijk – terecht! – de grote rol van de koning. De voornaamste hemelse machten waren in de oudste tijden immers de beschermgoden van de vorst. Zouden ze het handboek nu schrijven, ze zouden ongetwijfeld expliciet hebben tegengesproken dat de belangrijkste goden stonden voor natuurkrachten.

Dat denkbeeld stamt uit de achttiende eeuw, toen geleerden als Giambattista Vico opperden dat religiositeit was ontstaan om natuurverschijnselen te verklaren. In de negentiende eeuw won dit denkbeeld aan populariteit, maar sindsdien leerden we meer over de Bronstijd. Toen de Blois en Van der Spek het handboek schreven,  was het idee dan ook vergeten. Het is sindsdien echter bezig met een comeback. Alle negentiende-eeuwse literatuur wordt immers gedigitaliseerd en valt online te raadplegen. Wetenschappers daarentegen verbergen hun inzichten achter betaalmuren, zodat verouderde meningen zich ongestoord verspreiden (bad information drives out good).

Ik vrees dat De Blois en van der Spek denken dat het wel overwaait. Er is 100% zekerheid dat dit ten onrechte is.

Monolatrie

De oud-oosterse wereld kende duizenden goden en dat vond men ook destijds wat veel. Men ging goden aan elkaar gelijkstellen. De Sumerische god Iškur gold bijvoorbeeld als dezelfde als de Adad van de Babyloniërs en Assyriërs, en was ook gelijk aan de Kanaänitische Ba’al, de Hittitische Tešup en de Egyptische Set. De Romeinen zouden hem later vereren als Jupiter Dolichenus. De Blois en Van der Spek bieden een handige tabel met syncretismes, zoals oudheidkundigen zulke gelijkstellingen noemen.

De goden leken weliswaar voldoende op elkaar om te worden gelijkgesteld, maar ze waren niet precies hetzelfde. Als de bewoners van land A een god met takenpakket KLMN gelijkstelden aan een god uit land B met takenpakket KLNOP, kreeg de eerste god er twee taken bij. De mensen konden nu in meer situaties een beroep op hem doen. Hierdoor won deze god aan populariteit in het pantheon van land A. Als dit maar vaak genoeg gebeurde, vonden de gelovigen het op een gegeven moment aantrekkelijk nog maar één van de goden te vereren. Dit staat bekend als monolatrie.

Terecht wijzen De Blois en Van der Spek erop dat het niet hetzelfde is als monotheïsme, d.w.z. dat de gelovigen het bestaan van andere goden ontkenden. “Monotheïsme kwam in de oudheid zeer zelden voor,” lezen we. Als ik het goed zie, is er vóór de tweede eeuw na Chr. zelfs geen enkel onomstreden voorbeeld. (Wie wijst op het jodendom moet deze vier stukjes eens lezen. Ik claim niet het laatste woord te spreken, maar denk wel dat ik heb weten te vermijden dat ik een rabbijnse norm terugprojecteerde op de voor-rabbijnse praktijk.)

Theorie en praktijk

“Particulieren”, zo schrijven De Blois en Van der Spek, “baden ook wel tot de goden, maar daarover is veel minder bekend.” Wat de auteurs bedoelen is: we beschikken over minder teksten. Daarmee doen ze hun vak tekort. De cognitieve archeologie heeft immers de ambitie precies hier licht te laten schijnen.

Het eigenlijke probleem is echter een ander. De Duitse godsdiensthistoricus Michael Strausberg verwoordt het goed in Zarathustra und seine Religion (2005):

Wer erstmals etwas über fremde Religionen hört, möchte in der Regel gerne wissen, was deren Anhänger eigentlich glauben. Diese Frage ist völlig legitim. Aber sie ist nicht ganz so unschuldig, wie sie zunächst klingt. Sie setzt nämlich ein protestantisches Verständnis von Religion als einer Sache des Glaubens voraus – eine für die meisten Religionen wohl unangemessene Herangehensweise.

De nadruk die De Blois en Van der Spek leggen op de goden, op de mythen en op de daaruit af te leiden doctrine, plaatst de oosterse religies in een procrustesbed. Ze zouden, naar mijn idee, meer recht hebben gedaan aan de toenmalige godsdiensten als ze de rituelen centraal hadden gesteld. Nu vermelden ze die terloops, als de gelegenheid om mythische verhalen te reciteren. Dat de rituelen voorafgaan aan de betekenistoekenningen, blijft zo onvermeld. Omdat rituelen regels en gebruiken zijn zonder betekenis, konden ze eindeloos bestaan. Voor vrijwel alle mensen waren de rituelen datgene wat godsdienst was; de mythen en de doctrine waren meer iets voor de minuscule minderheid die én kon schrijven én behoefte had aan systematiek.

Het handboek volgt deze minderheid. Het biedt dus vooral systematiek. Dat maakt het tot een prima inleiding, maar het is een ladder die we na gebruik moeten wegwerpen. Zoals een handboek betaamt.

30 gedachtes over “De oud-oosterse godsdiensten

    1. Dat is de pointe van een handboek: dat je verder gaat denken.

      Misschien zou elke paragraaf moeten eindigen met een handvol stellingen die bediscussieerd kunnen worden. Als daarin een opbouw zit van Sumerië naar de Franken, bereik je langs twee lijnen meer lesdoelen.

  1. Jacob Krekel

    Eens met Karel van Nimwegen. Eén verdere gedachte: rituelen hebben veel meer overlevingskracht dan dogma’s. Maar rituelen hebben wel een betekenis, en als je een religie wilt leren doorgronden moet je die betekenis doorgronden, en het is de vraag of dat cognitief ten volle kan, zonder het ritueel zelf te beleven.

    1. FrankB

      Het is zelfs de vraag of dat cognitief ten volle kan ook al beleven wij het ritueel zelf. Dit is anekdotisch “bewijs”, want ik spreek slechts uit eigen ervaring. Best mogelijk dat ik het cognitief bij lange na niet ten volle kan omdat ik een botte kop heb.

  2. FrankB

    “dat het wel overwaait”
    Hangt er vanaf welke termijn we in gedachten nemen. Ik acht de kans klein dat jij en ik het nog zullen meemaken.

    “Wie wijst op het jodendom”
    Is farao Echnathon geen onomstreden monotheïst?

    1. Frans Buijs

      Volgens het handboek niet. “Of Achnaton van mening was dat andere goden niet bestonden, weten we niet” staat er op pagina 57. De mogelijkheid dat hij de Atoncultus in het leven riep om de macht van de tempels te breken, dat het dus misschien wel meer politiek dan geloof was, noemt het boek niet.

  3. Saskia Sluiter

    Interessant, dat protestantse filter waar Strausberg het over heeft. Ik sta zelden stil bij de mate waarin dat mijn oordeelsvermogen kleurt, maar ook deze ongelovige bekijkt religie vaak met een protestantse bril, blijkt.
    En die ladder is een mooie metafoor.

    1. Huibert Schijf

      Wat jammer. Nu ontgaat u een grapje van JonaB. De metafoor van de ladder is een van de meest aangehaalde zinnen van de de filofoof Wittgenstein. Het staat in zijn Tractatus. Umberto Eco gebruikt die metafoor van Wittgenstein ook in zijn Naam of de Roos, als ik me goed herinner.

  4. Adriaan Gaastra

    Over rituelen en de definities van functies en definities daarvan zijn boekenkasten vol geschreven door oa. Victor Turner, Frits Staal, Van Gennep (“Rites de passage”). Dan vind ik de hierboven, vlakaf gegeven definitie dat rituelen “regels en gebruiken… zonder betekenis” zijn (lijkt op die van Staal), wel heel erg stellig.

  5. Martin van Staveren

    Dat “85% zekerheid” is een misverstand. Het moet zijn “een geloofwaardigheid van 0,85”. Die % is iets van frequentistische statistiek: in hoeveel procent van de worpen krijg je een zes als je zeshonderd keer gooit met een zuivere dobbelsteen, etc. Verdere uitleg: https://www.boomhogeronderwijs.nl/media/8/9789039527030_20070845_9789039527030_inkijkexemplaar.pdf

    Voor de waarschijnlijkheid van een enkele gebeurtenis (zal het vandaag nog gaan sneeuwen in Amsterdam?) is er geen relatieve frequentie.

    NRC heeft er een tweede artikel over gepubliceerd, waarin Bayesiaanse statistiek wordt genoemd: https://www.nrc.nl/nieuws/2022/01/28/verraad-anne-frank-schuldpercentage-is-geen-hard-bewijs-zegt-de-man-die-het-berekende-a4083611

  6. Bert van der Spek

    Dank, Jona, voor deze positieve kritiek. Een paar opmerkingen.
    1. Ik ben wat betreft “natuurkrachten” niet in de 19e eeuw blijven hangen, maar ik vind de mode van later ervan af te wijken niet erg overtuigend. Vrijwel alle goden hebben een naam die gerelateerd is aan natuurverschijnselen (hemel, aarde, zon, maan, wind, graankorrel, moeder aarde, etc etc) en ook veel mythen zijn erop terug te voren. Dat laat onverlet dat het niet het hele verhaal is. Asshur en Marduk zijn vooral stadsgoden.
    2. de discussie: ‘wat was eerder: de rite of de mythe?’ heb ik inderdaad laten rusten. Een onoplosbaar probleem. Kip en ei.
    3. Ik heb ook laten rusten (hoewel toch wel een beetje aangestipt): wat is een god eigenlijk. We moeten ons inderdaad hoeden voor een christelijke interpretatie. Goden in Mesopotamië zijn niet almachtig en niet goed. Het zijn rotzakken die je tevreden moet houden met het bouwen van temples en door ze dagelijks eten te geven. Ethiek speelt nauwelijks een rol. Verder is de hele natuur goddelijk: rivieren, bergen, stormen zijn allemaal goddelijk (zie punt 1). Een belangrijke stap in het jodendom is de ontgoddelijking van de natuur: zie Genesis 1: zon, maan, hemel en aarde zijn ineens dingen geworden. Een belangrijke stap op weg naar (te teleologisch gedacht?) de secularisatie van ons wereldbeeld. Overigens is ook JHWH geen almachtige god. Het woord almachtig komt in de Bijbel niet voor (wel in Bijbelvertalingen). De Bijbel is het verhaal van Gods mislukkingen omdat de mens (kennende goed en kwaad) steeds weer de voor God ongewenste beslissingen neemt.
    4. Schoolmeester Bert: let op de spelling “uitweiden”. Het woord heeft niets met wijd te maken, wel met het uitweiden van vee. Jouw en mijn gewaardeerde leermeester Pieter Wim de Neeve (specialist in agrarische geschiedenis) wees mij daarop.

    1. FrankB

      Ja.

      “Een onoplosbaar probleem. Kip en ei.”
      Voorzichtig – dankzij biologie weten we dat het ei er eerder was de kip – hetzelfde DNA.

      “et zijn rotzakken die …..”
      Dat snapte ik als kind op de lagere school al, toen ik de Antiek Griekse verhalen las.

      “(te teleologisch gedacht?)”
      Nee. De joden hadden zich destijds niet ons 21e wereldbeeld ten doel gesteld. Het huidige secularisme speelde geen enkele rol bij hun ontgoddelijking van de natuur. Daarom kan dit nog wel een eerste stap op weg daar naartoe zijn geweest.
      Vergelijk de evolutietheorie. Onze taal zit zo in elkaar dat functies van menselijke onderdelen nauwelijks anders dan in termen van doel beschreven kunnen worden (bv. het oog dient om te zien). Daarmee denken (evolutie)biologen nog niet teleologisch. Dan heb ik het nog niet eens over de slordige formuleringen die wetenschappers nog wel eens gebruiken omdat ze elkaar toch wel begrijpen. Daar maken pseudoskeptici graag misbruik van. Zij zijn fout, niet u.

  7. FrankB

    Even geheel iets anders (geen voetbal).

    Pas nu valt me het Berlijnse straatnaambordje op de voorpagina op: Straat 17 Juni. Dat heb ik even opgezocht. We zullen allemaal wel bekend zijn met de Hongaarse en de Tsjechoslowaakse Lente. Minder bekend is dat zij niet de eersten waren. De Oost-Duitsers deden het al op 17 juni 1953. Daar mogen we best af en toe even aan denken.

    1. Huibert Schijf

      17 juni 1953. Minder bekend? Daar denken ze in Berlijn toch anders over. Weet ik toevallig.

    1. FrankB

      Och och, ja, natuurlijk, nee, zonder de volstrekt correcte naam valt het hele punt dat ik maak volledig in duigen.

  8. Dirk Zwysen

    Wat een leuk stuk en reacties. Ik denk dat de vraag rituelen of betekenis eerst niet op te lossen valt omdat de beide volgordes naast elkaar bestaan.

    Sommige verhalen zullen tot een ritueel geleid hebben, andere rituelen zullen ingevuld zijn met mythen. Wellicht omdat we niet houden van betekenisloze rituelen en onze verhalen willen beleven in rituelen.

    Dat maakt het ook zo moeilijk om rituelen te verklaren. Verloren Maandag en de Antwerpse traditie om dan worstenbrood en appelbollen te eten is daar een voorbeeld van.

    1. Huibert Schijf

      Je zou kunnen zeggen dat rituelen mensen met elkaar binden. Bij verdriet en rouw, bij vreugde en opwinding, maar ook bij geweld. Bij deelname van sommigen aan rituelen, bestaat ook uitsluiting voor anderen. Sociologisch gezien heb je daarmee de betekenis van rituelen wel te pakken.

      1. René Ariens

        Wat ik eigenlijk mis, om deze stof beter te verteren, is een duidelijk onderscheid tussen geloofsleer en religie. Weleens in een college gehad, maar ook daar bleef het dusdanig vaag dat alles toch weer op één hoop komt. Misschien is dit een oplossing voor het beter kunnen doorgronden van geloof en riten.

        Klein beetje offtopic maar ter aansluiting op de protestantse bril. Het laatste boek van Beatrice de Graaff ‘radicale verlossing’ waarin de motieven van moslimterroristen worden onderzocht, nouja de titel zegt het al.

Reacties zijn gesloten.