Hesiodos en het Lied van Kumarbi

Zeus (Nationaal museum, Athene)

Op naam van de archaïsche Griekse dichter Hesiodos, die u zo rond 700 v.Chr. moet plaatsen, zijn twee grote leerdichten overgeleverd: om te beginnen Werken en dagen, een schitterend gedicht over het dagelijkse management van een boerderij (en ja, dat onderwerp sluit allerminst uit dat iemand er mooi over schrijft), en daarnaast de Theogonie (“geboorte der goden”), een overzicht van alle goden en hun onderlinge conflicten, in het Nederlands vertaald door Ronald Blankenborg.

De Theogonie

We horen over hoe uit de oorspronkelijke chaos twee goden zijn voortgekomen, namelijk Ouranos en Gaia ofwel Vader Hemel en Moeder Aarde. Dit kosmische paar krijgt verschillende kinderen, waaronder de graangod Kronos, die jaloers is op de macht van zijn vader. Gaia heeft zo haar eigen redenen om een afkeer te hebben van Ouranos, en zij zet haar kinderen op tegen hun vader. Kronos neemt het voortouw bij de aanslag en overmeestert Ouranos, die hij met zijn graansikkel castreert.

Lees verder “Hesiodos en het Lied van Kumarbi”

De wereldondergang volgens Johannes

Alexander als kosmokrator: maansikkel, sterren, en hijzelf als zon (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Om mijn wekelijkse stukje over het Nieuwe Testament maar met een gemeenplaats te beginnen: een boodschap bestaat uit een kern en een omhulsel. Als ik zeg “de zon komt op”, weet u perfect wat de boodschap is: het is licht aan het worden. Dat is de kern. Tijdens onze conversatie delen we daarnaast een omhulsel van culturele noties. U en ik weten bijvoorbeeld allebei dat het niet letterlijk de zon is die opkomt, maar de aarde die roteert onder een statische zon. Het omhulsel bevat dus de notie dat we de woorden “de zon komt op” niet letterlijk mogen nemen, ja dat het tegengestelde wordt bedoeld van wat feitelijk is gezegd.

Een van de problemen van de oudheidkunde is dat we het omhulsel niet goed kennen. Daarom is een antieke tekst nooit zomaar een antieke tekst. Daarom ook kun je nooit zomaar woord-voor-woord vertalen.

Lees verder “De wereldondergang volgens Johannes”

Een Fenicisch scheppingsverhaal

Mot, de antiheld uit het Fenicische scheppingsverhaal (relief uit Ugarit; Archeologisch museum van Aleppo).

U heeft nog ongeveer een week om naar de Byblos-tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden te gaan. Misschien is het leuk nog één keer over Byblos te bloggen en daarvoor neem ik nog een citaat uit de Fenicische Geschiedenis van Filon van Byblos. De expositie legt de nadruk vooral op de Bronstijd, wat een perfect te verantwoorden keuze is, maar bij elke keuze vallen dingen overboord. Zoals de aanwijzingen die we hebben voor de godenverhalen die circuleerden.

Aanwijzingen. Méér is het niet. Over Filon heb ik al verteld dat hij een Griekstalige Romein was die schreef over het oude Fenicië. Zijn geschiedwerk bevatte euhemeristische delen, dat wil zeggen dat Filon – op gezag van een eerdere auteur Sanchouniathon? – de goden presenteerde als verdienstelijke stervelingen. Dit is een hellenistische interpretatie van de aloude mythen, maar dat laat onverlet dat die mythen dus wel ouder zijn en kunnen teruggaan op de IJzer- of Bronstijd.

Lees verder “Een Fenicisch scheppingsverhaal”

De eerste filosofen (4): Anaximandros

Anaximandros (Capitolijnse Musea, Rome)

[Omdat ik het in april redelijk druk heb, geef ik het woord aan Kees Alders, webdesigner en tevens auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid. Vandaag gaan we verder met zijn reeks over de eerste filosofen, de zogenaamde voorsocratici. Het eerste deel was hier.]

Zijn naam viel gisteren al: Anaximandros. Ook hij leefde in de zesde eeuw voor onze jaartelling en ook hij leefde in Milete, aan de westkust van het huidige Turkije. Hij was de belangrijkste leerling van Thales, en de leraar van Anaximenes.

Wereldkaart

Anaximandros is de eerste denker van wie bekend is dat hij heeft getracht een wereldkaart te tekenen. Deze ziet er voor ons uit als een nogal koddig geval: een ronde schijf waarop we de kusten van Zuid-Europa, West-Azië en Noord-Afrika herkennen. Deze werelddelen eindigen in een keurige ronding, waar een gezellige slotgracht omheen ligt. Er mankeert dus wel iets aan de realiteitswaarde, maar voor die tijd was het een baanbrekend werk.

Lees verder “De eerste filosofen (4): Anaximandros”

De oud-oosterse godsdiensten

De koning, als vertegenwoordiger van de mensheid, tegenover Horus, beschermgod van het koningschap (Abydos)

Zoals ik al aankondigde in mijn vorige stuk over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wil ik het vandaag hebben over het hoofdstuk over de godsdiensten van het oude Nabije Oosten. Dat zou onder te verdelen zijn geweest in paragrafen over de diverse volken. De auteurs doen dat niet. In plaats daarvan benadrukken ze wat die volken gemeenschappelijk hadden. Ik denk dat er 85% zekerheid is dat ze dit doen omdat de Bronstijdgodsdiensten niet hun favoriete thema zijn. Ze herhalen daarom algemene inzichten en wagen zich niet aan een eigen verhaal. Dat pakt echter goed uit.

Polytheïsme

In de Bronstijd geloofden de mensen in het Nabije Oosten in talloze goden, die afstamden van oergoden.

Lees verder “De oud-oosterse godsdiensten”

Ugarit

Ugarit, Ontvangsthal van het Koninklijk Paleis

Het is tijd om het over Ugarit te gaan hebben, maar eerst wat context. Als De Blois en Van der Spek in het handboek waarover ik regelmatig schrijf, Een kennismaking met de oude wereld, de Late Bronstijd bereiken, typeren ze die periode mooi als een “concert der mogendheden”. Dat is normaliter de aanduiding voor de supermachten van de negentiende eeuw: Pruisen/Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Frankrijk, Rusland en Groot-Brittannië.

Uiteraard bestonden congresdiplomatie en theorieën over machtsevenwicht in de Oudheid niet. Ze zijn althans niet gedocumenteerd. Toch valt zoiets zinvol te projecteren op de situatie in de Late Bronstijd. Toen adresseerden de vorsten van Egypte, de Hittieten, Babylonië en Mitanni elkaar als “mijn broer” en beschouwden ze elkaar als gelijkwaardig, minimaal in theorie. Een brief van de koning van Mitanni aan een spuit-elf als de koning van Ahhiyawa, door de klerk per ongeluk begonnen met “mijn broer”, werd onverwijld verbeterd en voorzien van de juiste, lagere aanhef.

Lees verder “Ugarit”

Filon van Byblos

De mythe van Baäl en Mut uit Ugarit (Louvre, Parijs)

In de eerste helft van de tweede eeuw na Chr. publiceerde een zekere Filon van Byblos een Geschiedenis van Fenicië. Het werk, dat gebaseerd zou zijn op een ouder overzicht van de oosterse mythologie van een zekere Sanchouniathon, is vrijwel geheel verloren gegaan, maar was bekend aan auteurs als Porfyrios en Eusebius. Als Filon werkelijk toegang heeft gehad tot een overzicht van Fenicische mythen, bieden die fragmenten waardevolle informatie over de Kanaänitische religie. Hier hebben we de verhalen van de priesters van Baäl waartegen de bijbelse profeten het opnamen.

Gruppe versus Albright

Het probleem met Filons Geschiedenis van Fenicië is al lang geleden door de Berlijnse godsdiensthistoricus Otto Gruppe herkend: sommig materiaal oogt eerder Grieks dan oosters en Sanchouniathon zou een verzinsel zijn. Omgekeerd hechtte de Amerikaan William Albright onverkort geloof aan Filons betrouwbaarheid. Daarvoor pleit bijvoorbeeld dat de naam Sanchouniathon ofwel Sknytn, “de god Sakan heeft geschonken”, is gedocumenteerd in de Punische stad Hadrumetum. Veel belangrijker is dat er parallellen zijn met de Kanaänitische mythologie die bekend is geworden met de ontdekking van de kleitabletten uit Ugarit.

Lees verder “Filon van Byblos”

Enuma elisj

Soms ontdek je een boek dat je al jaren had moeten kennen maar om een of andere reden niet bent tegengekomen. De Nederlandse vertaling van het Babylonische Scheppingsverhaal Enuma elisj is zo’n boek: terwijl ik het gedicht ken en tegelijk met vertaalster Selma Schepel gestudeerd moet hebben, kende ik dit in 2002 verschenen boek niet tot ik het aantrof in een antiquariaat.

Het verdiende beter dan de ramsj, want dit is een fijn boek. Deels doordat de antieke tekst interessant en belangrijk is, deels doordat Schepel verstandige redactionele keuzes heeft gemaakt. De enige keuze die, met de kennis van nu, verkeerd uitpakt, is dat ze de slisklank die bekendstaat als sjin, weergeeft als /sj/, zoals in de titel. Daarmee is een woord online, waar de internationale transcriptiesystemen overheersen, niet makkelijk terug te vinden, maar ik weet niet of dat in 2002 al voldoende duidelijk was. Maar verder is Schepels boek echt de moeite waard.

Lees verder “Enuma elisj”