Domitianus (40): Verzonnen informatie

Nerva (Getty-villa, Malibu)

De voorname senator Nerva volgde Domitianus in september 96 op. Een van zijn eerste maatregelen was het aanpassen van de gehate Fiscus Judaicus. In het volgende jaar – Tacitus was toen een van de consuls – wees de nieuwe vorst Trajanus aan als opvolger. Deze verbleef in de nog altijd zichtbare gouverneurswoning in Keulen toen hij begin 98 vernam dat Nerva was overleden en dat hij zodoende de macht had. Naar verluidt nam hij zijn zwaard, gaf het aan een van zijn lijfwachten, en zei dat die het vóór hem moest gebruiken zolang hij een goede keizer was, en tegen hem als hij een slechte keizer werd.

Nerva en Trajanus zetten Domitianus’ bouwbeleid voort. De pleinen die nu Forum van Nerva en Forum van Trajanus heten, zijn in feite ontworpen voor de vermoorde keizer. De expositie in Leiden, de catalogus (hier of daar bestelbaar) en het PALMA-boek leggen het duidelijk uit. Trajanus inspecteerde de Rijngrens en voerde tegen de Daciërs en de Parthen de oorlogen die Domitianus had voorbereid. De voornaamste protegés van de vermoorde vorst, zoals Plinius de Jongere, zagen een pauze in hun carrière maar konden die na enige tijd weer voortzetten.

Het portret hierboven, afkomstig uit het Getty-museum, is eigenlijk symbolisch voor de continuïteit. Het is feitelijk een kop van Domitianus, maar hij is bewerkt om te lijken op Nerva.

Moddergooien

Doordat er geen echte breuk was, kon wanbeleid niet gelden als motivatie van de coup. Het was daarom noodzakelijk Domitianus als mens zwart te maken. We hebben in de voorgaande stukjes allerlei roddels gezien: verdachtmakingen van overspel, de beschuldiging dat hij zijn broer Titus had vergiftigd, insinuaties over incest, opmerkingen over excessieve wreedheid. Zelfs aan de blos op zijn wangen wist men een negatieve interpretatie te geven.

Moddergooien als overheidsbeleid. Over de damnatio memoriae heb ik zes jaar terug al eens geblogd. U leest de beroemde passage van Plinius hier nog een keer.

Verzonnen feiten

Ik wil mijn reeks afronden met een anekdote uit het Leven van Apollonios van Filostratos. De titelheld was een charismatische wonderdoener-filosoof over wie allerlei verhalen de ronde deden. Waar het volgende vandaan komt, we weten het niet.

De  moord was in Rome, maar Apollonios nam het waar in Efese. Hij hield tegen het middaguur een voordracht onder de bomen bij de zuilengalerij … Eerst begon hij zachter te spreken, alsof hij bang was, daarna drukte hij zich onsamenhangender uit dan zijn gewoonte was, als iemand die terwijl hij spreekt aan iets anders denkt, en ten slotte zei hij niets meer, als iemand die de draad van zijn betoog kwijt is. Met een dreigende blik naar de grond kwam hij drie of vier stappen naar voren en riep: “Sla de tiran neer, sla hem neer!” – niet als iemand die in een spiegel een afbeelding van de werkelijkheid ziet, maar alsof hij het gebeuren met eigen ogen zag en eraan deelnam.

De Efesiërs waren verbijsterd (heel de stad was immers bij zijn voordracht aanwezig), maar nadat hij even had gewacht als iemand die toeziet totdat iets dat twee kanten op kan, is afgelopen, zei hij: “Vat moed, mannen, want vandaag is de tiran afgeslacht. Wat zeg ik? Vandaag? Zo net, ja, bij Athena, op het ogenblik in mijn voordracht toen ik zweeg.”

De Efesiërs dachten dat hij gek was geworden, en hoewel ze graag wilden dat hij de waarheid sprak, vreesden ze dat het gevaarlijk was ernaar te luisteren. (Filostratos, Leven van Apollonios 8.26; vert. Simone Mooij)

Ook Cassius Dio vertelt dit verhaal. De twee bronnen illustreren daarmee hoe in de Oudheid volkomen fictieve informatie kon ontstaan. We moeten onze bronnen lezen met alle denkbare wantrouwen.

7 gedachtes over “Domitianus (40): Verzonnen informatie

  1. Michel Gastkemper

    Ik zou er niet zo zeker van zijn dat dat verhaal van Apollonius geheel verzonnen is. Bovendien, volgens jouw eigen argumentatiemethode, als heel Efeze erbij aanwezig was, dan zijn er getuigen genoeg geweest om de twee berichten te ontzenuwen.

      1. Michel Gastkemper

        Nu lijkt Jona’s aanname te zijn dat het beschrevene principieel niet kan plaatsvinden. Dat wil ik graag weerspreken.

        1. Jacob Krekel

          Jona heeft een ijzersterke aanname. Is er ook maar één voorbeeld hiervan, dat voldoende geverifieerd is??

          1. Michel Gastkemper

            Ik heb op dit moment geen concreet voorbeeld. Maar ik heb wel oorlogservaringen gelezen die soortgelijk zijn. Of die dan voldoende geverifieerd zijn, is een volgende vraag.

  2. A. den Teuling

    Toch zijn er wel moderne parallellen aan te wijzen voor het vernielen van standbeelden als nieuwe vorm van damnatio memoriae. Bijvoorbeeld het verwijderen van Leninbeelden in de voormalige oostbloklanden, en onlangs in de Verenigde Staten dat van generaal Lee. In 1945 voorkwam men bewust dat Hitlers graf een bedevaartplaats zou kunnen worden.

Reacties zijn gesloten.