De rand van de oude wereld: Al-‘Ula

De omgeving van Al-‘Ula

Zoals u wellicht weet, proberen de Arabische oliestaten zich aan te passen aan een wereld waarin de petroleumdollars niet langer als vanzelf binnenstromen. Men investeert in groene technologieën, zet in op scholing, ontwikkelt filmstudio’s en haalt toeristen binnen. Saoedi-Arabië heeft het noordwesten, dat grenst aan Jordanië en de Rode Zee, aangewezen als ontwikkelingszone. Daar strekt de Al-‘Ula-oase zich uit over een lengte van ongeveer veertig kilometer. Althans, dat heb ik gelezen; ik ben nog nooit in Saoedi-Arabië geweest. In elk geval is het gebied weliswaar droog, maar zijn er flashfloods; wie dammen, qanats (ondergrondse waterleidingen) en cisternen bouwt, kan het water goed beheren en boomgaarden aanleggen. Denk aan palmbomen.

Dedan / Lihyan

Binnen de oase zijn diverse nederzettingen, die zich in de Vroege IJzertijd ontwikkelden tot het vroege koninkrijkje Dedan. De voornaamste nederzetting is geïdentificeerd bij Al-Khuraybah. Het is hetzelfde proces als waarmee in het noorden Edom, Moab, Ammon, Juda en Israël ontstonden. Hoewel onze informatie beperkt is, zijn diverse monumenten geïdentificeerd, zoals de tempel voor Dhu Ghaybah, de god van het water en de landbouw. De inscripties zijn geschreven in een alfabet en een taal die we Dedanitisch noemen. De Arabische taal arriveerde pas later.

Lees verder “De rand van de oude wereld: Al-‘Ula”

De Nabateeërs van Petra

Een Nabatees portret uit Mada’in Salih (Archeologische Musea, Istanbul)

Voor ik het met u kan hebben over de Nabateeërs, een Arabische stam in zuidelijk Jordanië en het noordwesten van Saoedi-Arabië, moeten we het eerst hebben over de Assyriërs. In de loop van de negende en achtste eeuw v.Chr. onderwierpen die grote delen van de Levant. Na 612 v.Chr. namen de Babyloniërs de macht over in het Nabije Oosten. Zij annexeerden de koninkrijkjes die nog ontbraken aan het oosterse wereldrijk: Juda in 587, Ammon en Moab in 582, Edom in 553. Koning Nabonidus trok daarna verder naar de oase Tayma en bereikte uiteindelijk Yatrib, het huidige Medina.

Daarmee kwam een einde aan een reeks kleine IJzertijdstaten, zonder dat er duidelijk nieuw gezag was. De bewoners hergroepeerden en verplaatsten zich. De bewoners van Edom lijken naar het noordwesten getrokken en in het gebied dat ze achterlieten treffen we de Nabateeërs aan. In een jong deel van het boek Jesaja lezen we dat “Nebajoth” kwamen offeren in Jeruzalem (60.7). We weten niet zeker of dat Nabateeërs zijn, maar het zou kunnen.

Lees verder “De Nabateeërs van Petra”

Domitianus (31): Een brug in Egypte

Inscriptie uit Kift (British Museum, Londen)

Inscriptie EDCS-17100167 uit Egypte, wie kent haar niet?! De inscriptie is gevonden in Koptos aan de Nijl en documenteert hoe de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) een brug liet bouwen. Doorgaans zou u de Noordzee moeten oversteken om EDCS-17100167 te bewonderen in het British Museum in Londen, maar momenteel hoeft u niet verder dan Leiden te gaan, waar EDCS-17100167 staat opgesteld in de Domitianus-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden.

Bruggenbouwer

Imp(erator) Caesar Domitianus Aug(ustus)
Germanicus pontif(ex) maximus trib(unicia)
potest(ate) co(n)s(ul) XV censor perpetuus p(ater) p(atriae)
pontem a solo fecit
M(arco) Mettio Rufo (praef)ecto Aeg(ypti)
Q(uinto) Licinio Ancotio Proculo praef(ecto) cast(rorum)
L(ucio) Antistio Asiatico praef(ecto) Beren(ices)
cura C(ai) Iuli Magni |(centurionis) leg(ionis) III Cyr(enaicae)

Wat vertaalbaar is als:

Lees verder “Domitianus (31): Een brug in Egypte”

Bar Kochba, het sterrenkind (4)

Graf van Lollius Urbicus, een van de generaals die streed tegen Bar Kochba, in Tiddis (Algerije)

[Vierde deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

De keizer had besloten de beste generaal naar Judea te sturen en die kreeg ook de beste troepen. Om te beginnen was er het Tiende Legioen Fretensis, dat zijn basis had in Jeruzalem en na aanvankelijke verliezen werd versterkt met mariniers uit Italië. Uit het huidige Jordanië kwam het Zesde Ferrata. Het Tweeëntwintigste Deiotariana arriveerde vanuit Alexandrië en werd door de opstandelingen vernietigd (al kan het ook zijn gegaan om VIIII Hispana. Er werden versterkingen gezonden: het Tweede Traiana, dat eveneens in Alexandrië was gestationeerd. Verder waren er cohorten actief van III Cyrenaica, III Gallica en IIII Scythica; van zeventien eenheden hulptroepen zijn de namen bekend; en voor het eerst sinds de slag in het Teutoburger Woud werden in Italië weer jongemannen opgeroepen om dienst te doen. Cassius Dio schrijft:

Het risico van een regulier gevecht met de Romeinen durfden de Joden niet aan, maar ze bezetten de strategische plaatsen in het land en beveiligden die met muren en ondergrondse gangen, zodat ze schuilplaatsen zouden hebben als ze in het nauw kwamen, en ze onder de grond ongemerkt naar elkaar toe konden gaan. Hier en daar maakten ze van bovenaf openingen in de ondergrondse passages om licht en lucht binnen te laten. … Een rechtstreekse aanval op zijn tegenstanders vanuit één bepaald punt waagde Julius Severus niet, gezien hun numerieke overwicht en doodsverachting. Maar door hen groepje voor groepje aan te pakken … door ze uit te hongeren en in te sluiten, slaagde hij er langzaam maar zeker in hun verzet te breken, hen uit te putten en te vernietigen. Het staat in elk geval vast dat maar weinigen het overleefden. Vijftig van hun belangrijkste versterkingen en 985 van de bekendste dorpen werden met de grond gelijk gemaakt, en 580 000 mannen werden gedood bij bestormingen en gevechten. Het aantal doden ten gevolge van honger, ziekte en vuur was niet te tellen.

Lees verder “Bar Kochba, het sterrenkind (4)”

Vihansa

Wijding aan Vihansa (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
Wijding aan Vihansa (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Het bronzen plaatje hierboven fotografeerde ik in de (zwaar onderschatte) Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel. Het is gevonden in Sint-Huibrechts-Hern, dat even ten noorden van Tongeren ligt. De tekst veronderstelt geen noemenswaardige kennis van het Latijn:

Vihansae Q(uintus) Catius Libo Nepos centurio leg(ionis) III Cyrenaicae scu- tum et lanceam d(onum) d(edit)

Lees verder “Vihansa”

Romeinse inscripties

Grafsteen van een soldaat van het Derde Legioen Cyrenaica (Mausoleum van Caecilia Metella, Rome)

Je hoeft de Tiberstad niet bezocht te hebben om tenminste één standaardfrase uit de Romeinse inscripties te kennen: SPQR, Senatus PopulusQue Romanus, ‘Romeinse Senaat en Volksvergadering’. Een andere uitdrukking met meer dan lokale bekendheid is Pontifex Maximus: de aanduiding van de hogepriester, later van de paus. Er zijn in Rome nog tienduizenden Latijnse inscripties, variërend van de vloekformule uit de zesde eeuw v.Chr. tot een triomfantelijke gedenksteen voor de ondertekening van de Europese Grondwet in 2004.

Dit laatste voorbeeld maakt wel duidelijk dat je niet alles moet geloven wat inscripties zeggen. Het bedoelde verdrag is immers verworpen, uitgekleed, onconstitutioneel bevonden en in referenda voorgelegd aan een mokkende bevolking. De betrouwbaarheid van inscripties is een belangrijke kwestie, maar de Amerikaanse classicus Tyler Lansford stipt haar in The Latin Inscriptions of Rome niet aan. Evenmin gaat hij in op het feit dat inscripties betrekkelijk goedkoop waren en dus informatie kunnen bieden over het leven van de gewone man. Zijn collectie is beperkt tot de monumentale inscripties van consuls en keizers, pausen en prelaten, burgemeesters en bisschoppen.

Lees verder “Romeinse inscripties”