De colossus van Nero

Hoewel hij meer lijkt op Sylvester Stallone, is dit toch echt Constantijn de Grote (Capitolijnse Musea, Rome)

Na de brand van Rome van het jaar 64 n.Chr. – berucht van een door Tacitus beschreven christenvervolging – liet keizer Nero zijn hoofdstad herbouwen. In het oosten kwam een kolossale villa, het Gouden Huis, waarin hij zelf zijn intrek nam. In de vestibule stond de “colossus van Nero”: een gigantisch beeld van wel dertig meter hoog. Het verrees achter de tempel voor Caesar, die de oostelijke afsluiting vormde van het Forum Romanum. Wie vanaf dit plein naar die tempel keek, zag altijd het portret van Caesars afstammeling boven het heiligdom van zijn voorvader uitsteken. (Dat Nero alleen via adoptie afstamde van Caesar, deed voor de Romeinen niet ter zake.)

Nadat Nero in 68 zelfmoord had gepleegd en toen met keizer Vespasianus een nieuwe dynastie was aangetreden, werd het beeld aangepast: voortaan stelde het de zon voor. Ook werd het voorzien van een nieuw portret: dat van Titus, de beoogde troonopvolger. Een halve eeuw verplaatste keizer Hadrianus het beeld van de zonnegod over de achterliggende heuvel naar het amfitheater. De auteur van de Historia Augusta schrijft:

Met hulp van de architect Decrianus verplaatste Hadrianus de colossus – rechtopstaand! – vanaf de plaats waar nu de tempel van Roma staat, ook al was het gevaarte zo zwaar dat hij voor het karwei vierentwintig olifanten moest inzetten.

Lees verder “De colossus van Nero”