Vanaf de zijlijn is het makkelijk kritiek hebben; ik wil, na mijn vorige blogje, ook een manier noemen waarmee het museum én op de Odyssee-film kan inhaken én kan tonen waarom de Oudheid belangrijk is. We hoeven er zelfs niet voor weg van Penelopes Ithaka.
Opgehangen slavinnen
Kijk eens naar het einde van boek 22 van de Odyssee, waar Odysseus’ zoon Telemachos de slavinnen executeert die hebben geslapen met de mannen die dongen naar Penelopes hand (de “vrijers”). Hier is de (iets aangepaste) vertaling van M.A. Schwartz:
Het is al bijna een week juni, en u vraagt zich af of er deze maand wel ergens een oudheidkundig instituut wordt bedreigd. En jawel. Er zal nog wel een machteloze petitie komen. Ik ga binnenkort maar eens een pagina maar maken waar al die sluitingen bij elkaar staan.
***
Ter zake nu. Zoals iedereen weet verzamelde de Gallische krijger Obelix, tevens de bekendste menhirhouwer van zijn eeuw, na afloop van een gevecht de helmen van zijn verslagen Romeinse tegenstanders. En zoals iedereen eveneens weet, zijn de avonturen van Asterix de Galliër bedoeld om mensen aan het lachen te krijgen – en dus geen accurate weergave van het Keltische leven in de eerste eeuw v.Chr. Was het stripverhaal dat wel, dan zouden Uderzo en Goscinny hebben getoond dat zegevierende Galliërs niet de helmen van de verslagenen verzamelden, maar de hoofden.
De resten van de zuidelijke poort van Thebe, waardoor de Macedoniërs binnendrongen
In het vorige blogje vertelde ik dat de Griekse stadstaten in de zomer van 335 v.Chr. tegen Macedonië in opstand waren gekomen. De pas aangetreden koning Alexander greep bliksemsnel in en sloeg het beleg op voor Thebe. Op 12 september begon de bestorming. Onze beste bron, Arrianus, meldt Alexanders kolonel Perdikkas
niet wachtte op orders van Alexander om de strijd te beginnen, maar op eigen initiatief de palissade aanviel en doorbrak, en de voorposten van de Thebanen overviel. Toen Alexander dat zag, voerde hij ook de rest van het leger erheen, om te voorkomen dat de Thebanen de soldaten van Perdikkas zouden bedreigen. In die situatie werd Perdikkas zelf, terwijl hij met alle geweld probeerde door de tweede palissade heen te komen, getroffen en kwam hij ten val. In kritieke toestand werd hij weggedragen naar het kamp en ten gevolge van zijn verwonding bracht hij het er maar nauwelijks levend van af. De soldaten die met hem doorgebroken waren, dreven echter samen met Alexanders boogschutters de Thebanen op, in de holle weg die langs het heiligdom van Herakles loopt.nootArrianus, Anabasis 1.8.1-3.
Het zwaard van Jutphaas: teken van sociale stratificatie (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
Dit najaar begint in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een expositie over de Bronstijd. Om die tijd te begrijpen, benutten oudheidkundigen vanouds drie soorten bewijsmateriaal. Om te beginnen waren er de antiquariërs van de zeventiende en achttiende eeuw, die materiële overblijfselen combineerden met etnografische informatie. Voortaan was die vreemd gevormde steen geen uit de hemel gevallen dondersteen maar een projectiel, want op Vuurland gebruikten mensen stenen pijlpunten. In de late achttiende eeuw plaatsten geleerden als Turgot en De Condorcet de gecombineerde informatie in één grote theorie over de menselijke ontwikkeling. Twee soorten bewijsmateriaal waren verenigd en de Prehistorie was ontdekt.
Tegelijkertijd ontsloten taalkundigen de derde bewijscategorie: ze begrepen dat de reconstrueerde Proto-Indo-Europese taal eveneens zicht bood op wat toen nog een vaag gedefinieerde oertijd was. Inmiddels weten we dat de Yamnaya-cultuur (ca.3300-ca.2600 v.Chr.) de drager was van de Proto-Indo-Europese talen en dat zaken die aanwezig waren in én het vierde millennium v.Chr. én de samenlevingen waarin de Indo-Europese talen zijn gesproken, ook aanwezig moeten zijn geweest in de tussenliggende periode. De Bronstijd dus. Ik blogde al eens over de structuur van de eigennamen, over religie en over bezit.
Ik kondigde een tijdje geleden aan dat ik het zou hebben over het Colosseum, het enorme amfitheater in het midden van Rome. Zo’n gebouw – ik bedoel een amfitheater – diende voor jachtpartijen, executies en gladiatorengevechten en had, zoals de naam eigenlijk al aangeeft, het uiterlijk van een dubbel theater. Deze bouwvorm is ontstaan in Campanië, waar in de tweede eeuw v.Chr. op verschillende plaatsen zulke houten executieschouwburgen verrezen. Vanaf de tijd van Sulla werden ze opgetrokken uit steen, zoals dat van Pompeii. Rome deed vooralsnog niet mee aan deze mode, want daar bleef het Circus Maximus in gebruik voor gladiatorengevechten. Ook het Forum bleef ruimte bieden aan deze vorm van vermaak en nog ten tijde van Julius Caesar zijn daar onderaardse gangen aangelegd om wilde dieren naar hun dood te laten lopen.
In 34 v.Chr. begon een generaal van Octavianus, Titus Statilius Taurus, met de constructie van het eerste Romeinse amfitheater. Het moet op het Marsveld (Campus Martius) hebben gestaan en was waarschijnlijk niet zo groot, want onze bronnen vermelden dat Augustus zijn gladiatorenshows bleef organiseren in het Circus Maximus. Pas met de bouw van het Colosseum, waarmee in 71 na Chr. werd begonnen, kreeg deze vorm van amusement een eigen plaats.
Een nieuwe donderdag, een nieuw blogje over het handboek waaruit ik ooit oude geschiedenis leerde: Een kennismaking met de oude wereld van Luuk de Blois en Bert van der Spek, emeriti te Nijmegen en Amsterdam. De afgelopen weken ben ik vooral bezig hun relaas in eigen woorden, uitgebreider, na te vertellen. De Romeinse Revolutie is een interessante periode – al zal iedereen blij zijn al dat interessants niet aan den lijve te hebben hoeven ondervinden – en er zijn boeiende bronnen.
Vandaag de beste jaren van Gnaeus Pompeius Magnus: zijn oorlog tegen de Cilicische Piraten en zijn oostelijke campagnes. Zoals we vorige week zagen, had hij, door veel te jong zelfstandige commando’s te krijgen, de bijl gezet in de door Sulla gereconstrueerde Romeinse Republiek. Eenmaal consul, in 70 v.Chr., rondde hij de sloop af.
Veel afbeeldingen van heloten zijn er niet en dat zegt wel iets. Dit zijn Spartaanse krijgers uit de archaïsche periode uit het museum van Sparta.
In de Oudheid waren alle mensen ongelijk. In elke stadstaat was burgerschap een voorrecht; ambten waren meestal voorbehouden aan rijke mannen; niet iedereen mocht dienen in het leger; niet iedereen mocht land bezitten; en vrijwel elke samenleving kende minstens één klasse van mensen die niet zichzelf bezaten. Zij waren onvrij. Dat alle leden van een samenleving voor de wet gelijk zouden zijn, dezelfde rechten hadden en vrij zouden zijn, bestond eenvoudigweg niet.
Heloten
De Spartaanse samenleving was op deze regel geen uitzondering. Ook hier waren de mensen verdeeld in verschillende standen, rangen en klassen. En ook hier bestonden onvrije arbeiders: de heloten. Doorgaans waren dit boeren, maar er zijn ook bedienden, bewakers en stalknechten bekend. Volgens de traditie was helotage ontstaan toen de Spartanen het aangrenzende Messenië onderwierpen en de bewoners, een ander volk dus, hun vrijheid ontnamen.
[Dit is het tweede deel van een zesdelige reeks over de geschiedenis van de voornaamste stad van het antieke Sicilië, Syracuse. Het eerste stukje was hier en een landkaartje is daar.]
De Archidamische Oorlog
In het zevende boek van de Historiën last Herodotos een lange uitweiding in over de macht van Syracuse. Hij kan die hebben geschreven voor een publiek in Athene, dat rond het midden van de vijfde eeuw belangstelling begon te krijgen voor Sicilië. Zuidelijk Italië lag vanouds in de invloedssfeer van Korinthe en Sparta, maar in 444 v.Chr. stichtte Athene er een nieuwe stad: Thourioi. Herodotos zelf verhuisde er misschien ook naartoe.
Het bleef daar niet bij. Ik beschreef al eens hoe Athene zich in 433 verbond met Korkyra (Korfu) en begon te kijken naar de steden rond de Ionische Zee. Dat vormde een aanleiding tot de Archidamische Oorlog (431-421), waarin Sparta, Korinthe, Thebe en enkele Zuid-Italische steden het opnamen tegen Athenes Delische Zeebond. Tussen 427 en 424 opereerde een vloot uit Athene in het verre westen. Sommige steden sloten zich daarbij aan.
De Romeinse economie was gebaseerd op landbouw en op oorlog. En dus was een Romeins burger eeuwenlang boer en soldaat geweest. Tijdens de Tweede Punische Oorlog – u weet wel, die tegen Hannibal – was beginnen te veranderen. De Romeinen moesten voor hun oorlogen vaak vér naar het buitenland: naar Hispania en Africa bijvoorbeeld, maar ook naar de gebieden ten oosten van de Adriatische Zee. Na 200 v.Chr. waren Griekenland en Macedonië belangrijke strijdtonelen. Vaak bleven de soldaten lange tijd in het buitenland en het gebeurde niet zelden dat ze bij terugkomst vaststelden dat hun boerderijen failliet waren. Dan was er maar één oplossing: de boerderij verkopen en verhuizen naar de stad.
Appianus’ analyse
De Italische steden groeiden snel en het platteland veranderde van karakter. Een voor een gingen de kleine boerderijen op in grote plantages, die historici wel aanduiden als latifundia. Daar deden slaven het werk, mensen die niet in militaire dienst hoefden. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Appianus van Alexandrië (c.95-c.165) analyseert het ontstaan van de massale slavernij op het Italiaanse platteland:
Grafmonument van een hopliet (Archeologisch Museum, Peiraieus)
[Dit is het voorlaatste deel van een zesdelige reeks over de Siciliaanse Expeditie waarmee Athene probeerde Syracuse te onderwerpen. Het eerste deel is hier.]
Nu de verslagen Atheners hun vertrek uitstelden, konden de Syracusanen hun geluk niet op. Onmiddellijk blokkeerden ze de ingang van de Grote Haven. Hun tegenstanders deden een wanhopige poging uit te breken, maar in de zeeslag bleken de Atheense triëren geen partij meer te zijn voor die van Syracuse. Voor de Atheners was nu bijna alles verloren, want ze hadden zelfs geen schepen meer om naar huis te varen. Het enige wat erop zat was proberen hun basis in Katana te bereiken. En dus marcheerden ze langs de rivier de Anapos landinwaarts, in de hoop zich een weg door het laaggebergte te kunnen banen. De afwezigheid van cavalerie bleek nu fataal. Thoukydides heeft een huiveringwekkende beschrijving van de ondergang van de Atheners, hier geboden in de vertaling van M.A. Schwartz.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.