Een Griekse Eerste Openbaring van Jakobus

Een christelijke vrouw op een vierde-eeuwse Koptische grafsteen (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Na de dood van Jezus beriepen diverse groepen zich op zijn leer. Ze legden verschillende accenten. Eén groep concentreerde zich op Jezus’ uitleg van de Wet van Mozes. In deze joods gebleven groep christenen lijkt de tekst ontstaan die bekendstaat als de Didache; hier circuleerden ook eigen evangeliën, waarvan wat zinnetjes over zijn. Deze groep lijkt Jakobus de Rechtvaardige in ere te hebben gehouden, Jezus’ in 62 geëxecuteerde broer. Zijn executie leidde tot een storm van protest onder de joodse leiders en de afzetting van de hogepriester. Dat bewijst dat Jakobus en zijn volgelingen golden als gewone joden.

Er waren meer groepen. Paulus haalde niet-joden bij het Verbondsvolk. Hier lag het accent op aanvaarding van Jezus als verlosser. De groep rond “de leerling die Jezus lief had” lijkt een vrij traumatische breuk te hebben gehad met andere joodse groepen. Hier was het accent gelegd op een platoonse uitleg van de relatie tussen hemel en aarde. We lezen over een Apollos, die ook aanhangers had. Weer iemand anders (we weten niet wie) vond leerlingen in Egypte, waar al snel een wonderlijke rijkdom aan nieuwe ideeën ontstond. Al deze groepen communiceerden met elkaar – om niet te zeggen dat ze ruzieden. Petrus zou op een of andere manier erkend zijn geweest als leider, maar ik verraad geen geloofsgeheim als ik zeg dat de brieven Paulus ruzie met Petrus documenteren.

Lees verder “Een Griekse Eerste Openbaring van Jakobus”

Gestolen papyri, een samenvatting (2)

De nachtwacht van Oxyrhynchos heeft een verzoek aan de politie. Grenfell en Hunt zorgden ervoor dat ook musea buiten Oxford beschikking kregen over delen van hun materiaal. Daarom is dit verzoekschrift te zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel

[Dit is het tweede deel van een overzicht van wat bekend is over de handel en handelingen van papyroloog Dirk Obbink. Het eerste deel is hier.]

Prijsopdrijving

Over de gang van zaken rond het Marcusfragment begrijpen we iets meer dankzij de zojuist genoemde verklaring van Daniel Wallace. Obbink wilde deze tekst verkopen aan een van de instellingen rond de Amerikaanse verzamelaar Steve Green, die een eigen collectie heeft waarvandaan hij vondsten doneerde aan een eigen bijbels museum om te profiteren van de belastingaftrek. Door Wallace te laten verklaren dat het fragment stamde uit de eerste eeuw, dreef Obbink de prijs op.

Lees verder “Gestolen papyri, een samenvatting (2)”

Gestolen papyri, een samenvatting (1)

Een mummie-kartonnage (Archeologisch Museum, Zagreb)

Je verwacht het niet: opnieuw blijken uit Oxford verdwenen papyri in New York te zijn. U leest er hier meer over. Hieronder is een overzicht van de stand van zaken waar de dagelijkse lezers van deze blog weinig nieuws in zullen vinden.

Achtergrond

In 1896 begonnen de Britse oudheidkundigen Bernard Grenfell (1870-1926) en Arthur Hunt (1871-1934) met de opgraving van Oxyrhynchos, een antiek stadje aan een wetering langs de Nijl. Ze deden dit met het expliciete doel antieke teksten in situ te vinden. Zolang oudheidkundigen niet wisten waar een tekst vandaan kwam, konden ze namelijk ook niet weten of die echt was. Dat is sindsdien niet veranderd; papyri zijn simpel te vervalsen en ook met koolstofdateringen en spectrometrie is niet vast te stellen dat zo’n snipper een authentieke tekst bevat. Na een jaar of tien hadden Grenfell en Hunt ongeveer een half miljoen snippers, die worden beheerd door de Egypt Exploration Society (EES) in Oxford. In de afgelopen eeuw zijn ruim 5000 fragmenten uitgegeven.

Lees verder “Gestolen papyri, een samenvatting (1)”

MoM| Brownwashing

Ik had mijn blogje voor zaterdag al geschreven toen het nieuws kwam dat Steve Green ruim 10.000 voorwerpen uit zijn verzameling – die ooit werd geschat op 40.000 – zou gaan teruggeven. Dat is netjes en de manier waarop hij het formuleerde, dat hij zélf verantwoordelijk was, trof me als verantwoordelijk. Hij erkende de verkeerde wetenschappelijke adviseurs te hebben genomen, die hij niet bij naam en toenaam noemde, al weten we dat het gaat om Scott Caroll en Dirk Obbink. Minimaal kan gezegd worden dat hun excuus nogal opvallend achterwege blijft; voor het overige komt de vraag op welk cijfer de olijke tweeling heeft gehad voor het eerstejaarscollege wetenschapsethiek.

Aan Greens verklaring was het een en ander voorafgegaan. We vernamen vorige week dat alle Dode Zee-rol-fragmenten in het Museum van de Bijbel (een spin-off van de Greencollectie) vals waren. Dat kwam niet als een schok, want we wisten al dat Green vervalsingen had aangekocht. Daarbij bleef het niet: op Twitter constateerde archeoloog Michael Press dat van de duizenden voorwerpen in het museum slechts van 150 de herkomst was opgegeven. Zoals elke student weet kunnen voorwerpen zonder gedocumenteerde provenance vals zijn. (In het geval van papyri is authenticiteit bovendien niet in een laboratorium vast te stellen.) Het zal niet zo zijn dat de voorwerpen in bezit van de Greencollectie en het museum allemáál onecht zijn, maar de publiciteit kan Green hebben doen besluiten het zinkende schip te verlaten. Het probleem is dat hij zelfs dat verkeerd doet.

Lees verder “MoM| Brownwashing”

Boos kind

Kind op weg naar school (reliëf uit Neumagen, nu in het Rheinisches Landesmuseum, Trier)

Op een dag in januari in een onbekend jaar in de tweede of derde eeuw n.Chr. ging een man uit het Egyptische Oxyrhynchos, Theon, op reis naar Alexandrië. Hij zal de boot hebben genomen want het was een reis van ruim 350 kilometer. Eenmaal in de grote stad ontving hij een briefje van zijn zoon, Theon Junior. “Dat heb je fraai gedaan,” liet hij zijn vader weten en hij kondigde aan dat als Senior het nog ’ns zou doen, hij hem nooit meer zou aanspreken, geen hand meer zou geven en niet langer zou groeten. Verder eiste het kind een cadeau en het moest ook werkelijk echt iets wezen, dus vader moest maar een lier sturen. Als ’ie het niet zou doen, zou de zoon stoppen met eten en drinken. Zo, nu wist vader het.

Hieruit valt veel af te leiden. Een handvol fouten maakt duidelijk tegen welke problemen een kind aanliep dat nog schrijven aan het leren was. We ontdekken dat een reis naar Alexandrië een stevige onderneming was, geen kinderspel. We zien dat een kind zijn vader kwaad kon toespreken zonder bang voor straf te hoeven zijn. We leren dat de ouders, die het briefje bewaarden, de charme ervan herkenden. Na een eeuw of achttien herkennen we achter een boos briefje nog steeds de liefde die mensen toen voor elkaar voelden.

Lees verder “Boos kind”