Wee de overwonnenen (1)

Het vorige week verschenen boek van Alexander van de Bunt over de vestiging van het Romeinse gezag in de Lage Landen, Wee de overwonnenen, begint met Tacitus. Alexander legt uit dat zijn Romeinse voorganger veel heeft geschreven over onze contreien – Tacitus zal regelmatig terugkeren in het boek – en dat die teksten de beeldvorming over Romeins Nederland sterk hebben bepaald. Terecht wijst Alexander er vervolgens op dat we Tacitus niet al te serieus moeten nemen. Hij was een man van zijn tijd. Hij had een agenda. En vooral: hij schreef niet om onze vragen te beantwoorden.

Omdat Tacitus geen wetenschapper is en ook geen historicus in de normale betekenis van dat woord, moeten we zijn informatie – vertekend, verdraaid – vergelijken met andere gegevens en Van de Bunt wijst terecht op de archeologie. Dat geldt vanzelfsprekend voor alle antieke auteurs. We moeten ze toetsen. Als het gaat om Strabons beschrijving van de rauwe rituelen van de Germaanse Kimbren wijst Van de Bunt bijvoorbeeld op de Man van Grauballe, een Deens veenlijk waarvan de keel is doorgesneden. Van Plinius’ beroemde beschrijving van de terpenbewoners uit het Waddenzeegebied vertelt Van de Bunt dat ze hun woonplaatsen niet hadden gebouwd uit armoede, maar als reactie op de getijden. Soms klopt antieke informatie, soms niet, en je moet kritisch blijven.

Lees verder “Wee de overwonnenen (1)”

Francisca

Twee francisca's
Twee francisca’s (British Museum, Londen)

Laat ik het mezelf vandaag niet al te moeilijk maken. Ik begin met een alinea die ik al eens eerder heb geschreven:

De Franken stonden bekend om hun bedrevenheid met de werpbijl, de “francisca”. Anders dan het Romeinse zwaard, waarmee ook een leek een moord kon begaan, vergde het hanteren van de werpbijl een professionele training, die de bezitter in staat stelde iemand van grote afstand te doden. De Romeinen mochten deze wapens dan als barbaars afdoen, ze waren niet primitief.

Lees verder “Francisca”

Frankische monsters

Hoe de Franken er wél uitzagen: de Heer van Morken (Johnny Shumate)
Hoe de Franken er wél uitzagen: de Heer van Morken (Johnny Shumate)

Ik heb zondag en maandag stukjes online geplaatst over de Romeinse visie op de Lage Landen en hun bewoners. Dat was tot op een bepaalde hoogte een omgekeerde wereld. Ook toen de Romeinen hier eenmaal waren, slaagden ze erin informatie die hun beeld kon corrigeren, niet waar te nemen, zoals we gisteren zagen in het citaat van Plinius de Oudere, een doorgaans kritische geest, die een vertekend beeld gaf van de bewoners van de terpen. (Of eigenlijk: wierden, want Plinius heeft het over de Chauken, die woonden in Groningen en Ostfriesland.)

Het wonderlijke is dat de vooroordelen bleven bestaan. De bewoners van de Lage Landen romaniseerden, dienden in de legioenen, dreven handel met Italië, verwierven het burgerrecht, leverden wat senatoren af en waren niet minder Romeins dan Libiërs, Illyriërs of Syriërs, maar de Romeinen in Italië zagen het niet. Het volgende citaat, afkomstig uit een lofrede op keizer Maiorianus, gaat over de Franken en dateert uit ongeveer 457. Kapsel, ogen, snorren, kleding: in alles zijn deze mensen de anti-Romein, en dat nadat de Romeinen al een half millennium de tijd hadden gehad om de feiten te leren kennen.

Lees verder “Frankische monsters”

Beschaving en barbarij (2)

Romeins masker: een Germaan
Romeins masker: een Germaan

Gisteren blogde ik over de Romeinse visie op de Lage Landen, die was beïnvloed door het oeroude idee dat aan de randen van de aarde, ver van de beschaving, alleen maar barbaren woonden. Noordwest-Europa was voor Romeinen en Grieken een soort omgekeerde wereld. Waar beschaafde mensen woonden op riviervlakten, beschreef ik, woonden de barbaren in een rotsachtig woud aan de kust.

Economie en levenswijze

De verschillende geografie vertaalde zich in tegengestelde productiewijzen: terwijl de beschaafde gebieden een vruchtbare bodem hadden waarop akkerbouw mogelijk was, stond het arme barbaarse land alleen veeteelt toe. Tegenover de beschaafde, “broodetende mensheid” (zoals dichters het noemden), stonden nomadische barbaren, die een dieet hadden van vlees en zuivel.

Lees verder “Beschaving en barbarij (2)”

Beschaving en barbarij (1)

Caesar (Museum van Sparta)

De Romeinen die in de eerste eeuw v.Chr. aankwamen in de Lage Landen, wisten weinig over dat gebied. Het was, iets overdreven geformuleerd, al veroverd voor het was verkend. Wat de nieuwe heersers meenden te weten, was gebaseerd op teksten van eerdere auteurs, die evenmin in Noordwest-Europa waren geweest. Hier is een fragment van de Griekse auteur Xenofon van Lampsakos, die omstreeks 100 v.Chr. de eerste etnografische beschrijving gaf van de mensen in het hoge noorden. Hij vertelt

dat drie dagen uit de noordelijke kust een eiland van enorme afmetingen ligt, Balcia geheten. [De Griekse zeeman] Pytheas noemt het “het koninklijke”. Ook de Vogeleilanden worden vermeld – daar leven de bewoners van vogeleieren en haver – en nog andere eilanden, waar mensen met de hoeven van paarden ter wereld komen (zodat ze “Paardenvoeters” worden genoemd). Op weer andere eilanden, die van de Eenenaloorders, bedekken gigantische oren de verder naakte lichamen van de bewoners. (Geciteerd door Plinius de Oudere 4.9.)

Lees verder “Beschaving en barbarij (1)”

Twaalf Olympische goden

De Aufanische Matres (Nettersheim)
De Aufanische Matres (Nettersheim)

De oude Grieken en Romeinen vereerden de twaalf Olympische goden, heet het. Ze worden inderdaad genoemd door de dichter Hesiodos en zijn ook niet helemáál zonder betekenis, maar het is in feite maar een beetje theorie.

Vergelijk het met het rooms-katholicisme. Katholieken vereren officieel God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest, maar wie Rome bezoekt zal vaststellen dat van de ruim 280 kerken binnen de stadsmuren er twee zijn voor de heilige Drie-eenheid, één voor Jezus en een kleine vijftig voor Maria. Wie kijkt naar de bidprentjes herkent Padre Pio en de huilende Madonnina van Civitavecchia, maar geen God de Vader, Zoon of Heilige Geest. De geloofspraktijk wijkt af van de theorie.

Lees verder “Twaalf Olympische goden”

Drijvend veen

Buitendijks hoogveen
Buitendijk, drijvend veen

In 1999 schreef ik De randen van de aarde: een overzicht van de geschiedenis van de Lage Landen in de Romeinse tijd. Later actualiseerden mijn collega Arjen Bosman en ik de tekst, maar De rand van het Rijk (2010) is inmiddels uitverkocht. De verbeterde Engelse versie, Edge of Empire (2012), is nog wel leverbaar: hier. Zonder valse bescheidenheid: dit is een echt fijn boek, vol boeiende informatie, stoere verhalen, grappige details en interessante vondsten.

Een van de leukste teksten die ik voor de Nederlandse versies vertaalde, was de beschrijving die de Romeinse officier Plinius de Oudere gaf van het door hoogveen omringde Flevomeer, de voorganger van de Zuiderzee. Voor de Romeinen was dit een rare plek. Even verderop was het einde van de aardschijf, waar mensen woonden op terpen.

Lees verder “Drijvend veen”

Opgelicht

De dans om het gouden kalf

Op het adres waar ik woon, stond vroeger een bedrijfje ingeschreven. De medewerkers ontvangen nog wel eens post. Ik schrijf hun nieuwe adres dan op de envelop en stuur het door. Soms zit er een in cellofaan verpakt tijdschrift tussen, waarop ik geen adres kan schrijven. Ik doe het dan in een A4-envelop en plak er wat postzegels op. Eigenlijk verbaasde het me dat de geadresseerde haar nieuwe adres nooit had doorgegeven, maar ik heb het te druk om haar een brief te schrijven met het verzoek de redactie een adreswijziging te sturen.

Dat had ik beter wel kunnen doen, want onlangs stond De rand van het Rijk besproken in het tijdschrift en mijn co-auteur Arjen Bosman stuurde me het blad toe. Het bleek geheel vol te staan met advertenties en verkochte kopij. De redactionele inhoud was nul, of vrijwel nul. Langzaam werd het duidelijk wat er aan de hand was.

Lees verder “Opgelicht”