Partizanen, communisten en bunkers

Standbeeld voor Mujo Ulqinaku, Durrës

Ik houd niet van de monumenten waarmee de gevallen helden doorgaans worden geëerd. Strijdbare opschriften roepen van alles, terwijl je weet dat geen enkele sneuvelende soldaat ooit heeft gedacht aan koning of vaderland. Zo’n arme drommel verging van de pijn, zal zijn commandanten hebben vervloekt en aan zijn gezin hebben gedacht. Wat het “veld van eer” heet is een stinkende poel van zand, schroot en bloed. Dáárvoor een monument oprichten – ik begrijp waarom het gebeurt maar ken slechts een paar geslaagde kunstwerken.

Dit is er een. Het staat in Durrës en stelt Mujo Ulqinaku voor, de Albanese majoor Landzaat. Hij is gesneuveld toen de Italianen op 7 april 1939 Albanië binnenvielen.

De Italianen hadden al eens eerder geprobeerd het land te veroveren. In de zomer van 1920 waren ze echter verjaagd en Mussolini had het getypeerd als een regelrechte nederlaag. Negentien jaar later, kort nadat de Duitsers Tsjechoslowakije hadden bezet, meende de Duce dat de tijd was gekomen om de smaad uit te wissen en hij zorgde ervoor dat hij kon beschikken over 400 vliegtuigen, 22.000 soldaten en een reserve van nog eens 78.000 man. Dat is nogal veel om een land te bezetten waar op dat moment een miljoen mensen woonden en dat een leger had van 8.000 man.

Lees verder “Partizanen, communisten en bunkers”

De veertig kerken van Berat

Kerk van de Drie-eenheid, Berat

Schreef ik in mijn vorige stukje dat er veertig kerken stonden op de citadel van Berat? Ja, dat schreef ik. Hierboven ziet u de grootste van die kerken, gewijd aan de Drie-eenheid. Welbeschouwd is de kerkenrijkdom van Berat echter wat vreemd. Weliswaar ligt er een compleet dorp binnen de muren van de citadel, maar veertig kerken is nogal veel om de spirituele behoeften te lenigen van zelfs het meest religieuze dorp. Er is dus iets anders aan de hand.

Het grappige is nu dat behalve Berat ook Butrint, Voskopoja en Peč (in Kosovo) een stuk of veertig kerken hebben. Begrijp ik het goed, dan is de grootste daarvan steeds gewijd aan de Drie-eenheid, volgen er achtendertig steeds kleinere kerken, en is de allerkleinste kerk gewijd aan Shen Mihili ofwel de aartsengel Michaël.

Lees verder “De veertig kerken van Berat”

Voor tevredenen en legen

Antigoneia

Toegegeven, de natuur (u weet wel, dat stuk waar je doorheen gaat als je van de ene naar de andere stad reist) is een soort Chagall: vooral iets voor de middenklasse. Er is echter ook een belangrijk verschil, namelijk dat de natuur soms de kunst evenaart, hoewel natuurlijk nooit blijvend.

Eén zo’n kort moment was gisteren en ziet hierboven. Ik zag het bij Antigoneia, een hellenistische stad in Albanië, en heb het op het juiste moment gefotografeerd: even later ging de zon namelijk onder. Al dat oranje en paars, dat vloekt natuurlijk verschrikkelijk.

Ikoon

Ikoon met de bron des levens

Berat mag dan het antieke Antipatreia zijn, de Oudheid is niet waarom je in deze mooie stad bent, al denk ik dat ik op de citadel wat hellenistisch muurwerk heb gezien. Die citadel, dát is waarom je hier komt, en het moet gezegd: die is buitengewoon de moeite waard. Er ligt daar een compleet dorp, hoog boven de witte huizen van de stad, met een stuk of veertig kerken (om twaalf uur vandaag meer over dit duizelingwekkende aantal), kasseienstraten, twee moskeeën, torens, een indrukwekkende toegangspoort en natuurlijk een brede en hoge muur. Er is trouwens ook een modern beeld van Constantijn de Grote omdat de Albanezen denken dat deze keizer in hun land is geboren.

Eén van de kerken is gewijd aan Maria Hemelvaart en in het eraan grenzende Onufri-museum fotografeerde ik deze icoon. U ziet Maria en de “bron des levens”, maar het gaat me om de achtergrond: twee moskeeën. Je kunt dat interpreteren alsof Gods liefde zich uitstrekt naar niet-christenen. Ik vermoed dat dat ook is wat de onbekende kunstenaar uit de achttiende eeuw heeft willen zeggen: wij Albanezen horen bij elkaar. Zie ik het (vanuit mijn toeristische ivoren toren) goed, dan spelen er in elk geval momenteel weinig religieuze spanningen. Na de Culturele Revolutie van Hoxha, die in de jaren zestig alle uitingen van religiositeit verbood, is dat misschien ook niet zo vreemd: moslim of christen, ze delen allemaal dezelfde nare ervaringen en hebben allemaal op gelijke wijze hun religie aan de nieuwe tijd aangepast.

Lees verder “Ikoon”

Never Enver

Bij Berat

Zoals u misschien vermoedde na mijn drie stukjes over Alexanders veldslag bij Pellion, over Eleni Karinte en over de Albanese grootheden Hoxha en Kadare, zwerf ik momenteel over het zuidelijke deel van het Balkanschiereiland. We zijn begonnen in Thessaloniki, mijn favoriete stad in Griekenland, en doorgereisd naar Pella en Kastoria. Hiervandaan reden we Albanië binnen en bekeken de Bronstijd-grafheuvel Kamenica en het stadje Korça (iedereen drinkt hier Korça-bier). We zijn verder gegaan naar de Macedonische steden Ohrid en Bitola, die ooit Lychnidos en Herakleia hebben geheten. De opgraving van de laatste stad is de moeite waard en de kerken van de eerste zijn dat nog meer.

We reden opnieuw naar Albanië en kwamen aan in Tirana, met een mooi museum. De Albanese hoofdstad was minder saai dan me was voorgehouden. Sowieso bevalt dit land me wel: rijk is het niet, maar de voorzieningen zijn alleszins redelijk en de mensen nemen voor alles rustig de tijd. Ik ben er ondertussen niet blind voor dat een deel van de bevolking erg arm is. In de stadscentra merk je het niet zo, maar in een dorp als Kamenica wel.

Lees verder “Never Enver”

Kadare en Hoxha

De piramide van Tirana

Alleen het Gekkensteegje scheidde de woonblokken in de Albanese stad Gjirokaster waarin de politicus Enver Hoxha en de schrijver Ismail Kadare zijn geboren. De een schopte het tot  secretaris-generaal van de Albanese Partij van de Arbeid, de ander werd de bekendste auteur van het land. Niet doordat de een de ander hielp: ze hebben elkaar maar één keer ontmoet en Kadare’s werk was te lezen als kritiek op de corrumperende werking van het communisme.

Eén van zijn boeken is De piramide, dat in 1995 verscheen, zo’n tien jaar na de dood van Hoxha. Simpel samengevat gaat het over de bouw van de piramide van Cheops, een volkomen nutteloos bouwwerk dat alleen is bedoeld om alle energie uit het land weg te zuigen, zodat mensen niet eens meer aan opstand dénken. Een subplot over de paranoia rond vermeende sabotage maakt duidelijk dat enige overeenkomst met de megalomane projecten van de communistische leiders uit Oost-Europa niet berust op louter toeval.

Lees verder “Kadare en Hoxha”

Alexander in Albanië

De vallei van de Devoll (Eordaikos)

In 2004 publiceerde ik een boek over Alexander de Grote met de verrassende titel Alexander de Grote. In de voorafgaande tijd waren mijn zakenpartner en ik de Macedonische koning tot in Pakistan achterna gereisd. Een paar delen van zijn route hebben we destijds om voor de hand liggende redenen niet kunnen zien, zoals Irak en Afghanistan. Wat we wél zouden hebben kunnen zien maar nét niet bereikten, was het slagveld bij Pellion. (We zijn destijds gestrand in Kastoria, waar alle hotels waren volgeboekt voor een pelsdierhandelarencongres, zodat we moesten terugkeren.)

In het najaar van 336 v.Chr. was Alexanders vader Filippos II vermoord en was zijn zoon koning geworden. Hij gebruikte het volgende jaar om overal te laten zien dat alleen de naam van de koning en niet het Macedonische beleid was veranderd. In drie bliksemcampagnes trok hij door het land van de Thraciërs en van de Illyriërs en verwoestte hij de Griekse stad Thebe. Het jaar erop zou hij Azië binnenvallen.

Voor de aanval op de Illyriërs had Alexander een voorwendsel nodig, maar hij had in zoverre geluk dat een van de Illyrische stammen, de Dardaniërs (ergens in het noorden van Albanië), Macedonië wilde binnenvallen en alvast het grensfort Pellion bezette. Daar wachtte de Dardanische vorst Kleitos op versterkingen van een andere stam, de Taulantiërs. Volgens N.G.L. Hammond, die veel studie heeft gedaan naar de topografie van Macedonië en Illyrië, moet dat worden gezocht in de omgeving van Korçë, in oostelijk Albanië.

Lees verder “Alexander in Albanië”