Diogenes van Oinoanda

Niet-opgegraven inscriptie (Oinoanda)

Een van de sympathieke trekken van de Romeinse cultuur is dat rijke mensen zich aan hun stand verplicht voelden iets te doen voor hun stadsgenoten. Dat kon de vorm aannemen van patronage – een miljonair bemiddelde bijvoorbeeld tussen de gemeente en de provinciale bestuurders – maar het kon ook betekenen dat zo iemand per testament iets naliet aan zijn stad. Van Plinius de Jongere is bekend dat hij Como een bibliotheek schonk, maar ook een badhuis was een mogelijkheid, of een portico, of een uitkering voor de wezen of een jaarlijkse vleesmaaltijd op de overlijdensdag van de weldoener.

De oudheidkundige jargonterm, bij mijn weten voor het eerst vermeld door Henri Pirenne en later verbreid door Paul Veyne, is évergetisme, wat is afgeleid van het oud-Griekse euergetes, “weldoener”. Natuurlijk mogen we cynisch denken dat deze liefdadigheid alleen maar mogelijk was door het uitbuiten van slaven, want ook het Romeinse Rijk was het paradijs niet, maar toch: onsympathiek is het idee van noblesse oblige nou ook weer niet.

Lees verder “Diogenes van Oinoanda” →

Diocletianus en Maximianus

Diocletianus en Maximianus (Çukurbağ Archeologisch Project / Kocaeli Museum, İzmit)

Een wetenschap – en oudheidkunde is een wetenschap – schrijdt verder langs twee wegen. Aan de ene kant is er de gestage accumulatie van data, aan de andere kant is er de aanpassing van methoden en denkwijzen. Door het eerste kan het tweede leiden tot verfijning en zelfs tot verbetering en dáár wordt het boeiend. De eigenlijke accumulatie van data is in de oudheidkunde echter net zo oninteressant als in andere vakken en ik schrijf liever een stukje zoals dat van gisteren, waarin ik kan tonen hoe er muziek kan zitten in mijn vak en dat dat de moeite waard is.

Vandaag desondanks toch een stukje uit de vermaledijde categorie “gestage accumulatie van data”, want het bovenstaande reliëf is gewoon mooi. Het is gevonden in het Turkse İzmit, dat ooit Nikomedeia heette en de residentie was van keizer Diocletianus, en het moet dateren van ergens rond het jaar 290. De vondst is echter niet alleen mooi. Ze is ook interessant.

Lees verder “Diocletianus en Maximianus” →

Een tekst over Troje? (vervolg)

Het steile Troje

Een paar dagen geleden schreef ik over de mogelijkheid dat een tekst was ontdekt waarin Wiluša (ofwel Wilios, ofwel Ilios, ofwel Troje) zou zijn genoemd. Ik was niet de enige scepticus. Eric Cline, wiens boeken weleens zijn besproken (1, 2, 3) plaatste op Facebook ook wat vraagtekens, die ik hier met u deel.

While on an airplane home from a conference last night, I had come up with a list of my own questions … about this inscription and its recent biographical history, to whit:

Lees verder “Een tekst over Troje? (vervolg)” →

Een tekst over Troje?

De oostelijke poort van Troje VI/VIIa

Zo op het eerste gezicht lijkt het nieuws behoorlijk belangrijk. En na deze eerste zin weet u al dat er een tweede gezicht is en dat het nieuws wellicht anders moet worden geduid. En u weet dan ook dat er een conclusie komt over de aard van het nieuws. Met andere woorden: op deze vroege zondagochtend kan ik, op een hotelkamer in het Kroatische Zadar, voor het volgende nieuws geen adequatere vorm bedenken dan een stomvervelend frame dat al veel te vaak is gebruikt. Niettemin is het bericht de moeite waard, dus lees even verder.

Een tekst over Troje

De claim: onderzoekers hebben een 3200 jaar oude inscriptie vertaald waar informatie in blijkt te staan over de gebeurtenissen in westelijk Klein-Azië. Het interessante is dat daarin Troje wordt genoemd. De tekst, zo lezen we hier, is geschreven in het Luwisch (een Indo-Europese taal uit het westen van Klein-Azië) en beschrijft enkele gebeurtenissen uit het koninkrijk Mira. Als ik het goed samenvat nam een koning Mashuittas van Mira de macht over van koning Walmu van Wilusa (de oude naam van Troje). Deze Walmu was uit zijn stad verdreven maar Mashuittas gaf hem die stad terug in ruil voor beloftes een trouwe vazal te zullen zijn.

Lees verder “Een tekst over Troje?” →

Liegen over Nikolaas van Myra

Het graf in de Byzantijnse basiliek in Myra dat meestal wordt aangewezen als dat van bisschop Nikolaas

En hop, daar gaan we weer. Als het niet Trouw is die nonsens publiceert over Mithras, zijn het de andere media wel die kwakgeschiedenis publiceren over de Oudheid. Zoals een bizar verhaal over het gebeente van Nikolaas van Myra: de Standaard, het Algemeen Dagblad, het Reformatorisch Dagblad, Scientias. De simpele samenvatting: het gebeente dat in 1087, kort na de Turkse verovering van het gebied dat nu Turkije heet, vanuit Myra naar Bari is overgebracht, is niet het echte gebeente van de beroemde Romeinse bisschop. Dat ligt – op dit punt maken de acht academici die momenteel in Myra onderzoek doen een gratuit voorbehoud – wellicht nog in een graf dat niet eerder is onderzocht en er gaaf uitziet. Dat voorbehoud is echter zó onbelangrijk voor ze dat ze het persbericht de deur al uit hebben gedaan.

Tja. In die Byzantijnse basiliek liggen wel meer mensen begraven. Er zal best een graf zijn dat niet eerder is onderzocht. Maar het is extreem onwaarschijnlijk dat dat het graf is van Nikolaas.

Lees verder “Liegen over Nikolaas van Myra” →

Een staatsverdrag uit Assyrië

Stele met een verdrag tussen twee vazalvorsten van Assyrië (Archeologisch Museum van Antakya, Turkije)

De zwarte stenen stele hierboven is te zien in het Archeologisch Museum van Antiochië. Ze is ontdekt in wat nu een buitenwijk van die stad is. De stele is opgericht door de Assyrische koning Adad-Nirari III, die u moet plaatsen rond het jaar 800 v.Chr. Het monument diende om de grens aan te geven tussen het gebied van twee van zijn vazalvorsten, Ataršumki van Arpad en Zakkur van Hamath. De laatste lijkt wat land te hebben moeten afstaan in de vallei van de Orontes.

Dat de Assyrische koning bemiddelde, is niet zo vreemd, want hij was nu eenmaal de machtigste heerser van die tijd. Hij kon zich geloofwaardig garant stellen voor de naleving. Het is echter wél opvallend dat ook Aššur en andere goden uit Assyrië worden genoemd in wat een lokaal dispuut was. Blijkbaar ervoeren Ataršumki en Zakkur de macht van de Assyrische goden als reëel in Syrië.

Lees verder “Een staatsverdrag uit Assyrië” →

Sinterklaas is jarig

Baptisterium van de kerk in Patara

Er is een mooie legende over het overlijden van bisschop Nikolaas van Myra. Terwijl hij opsteeg ten hemel, kreeg hij gezelschap van iemand anders, ook heel erg heilig, die eveneens op die zesde december was gestorven. Ze waren al een eind op weg naar de hemelse glorie toen Nikolaas ergens beneden op aarde enkele drenkelingen hoorde. Hij bedacht zich geen moment, dook terug naar de aarde en redde de zeelieden. In een drijfnatte tabberd kwam hij uiteindelijk aan bij de Hemelpoort.

“Hoe is dat zo gekomen?” zal Petrus hebben gevraagd.

“Sorry,” antwoordde Nikolaas, “Drenkelingen.” Hij aarzelde even, maar toen Petrus hem niet-begrijpend aankeek, lichtte hij het toe. “Als patroon van de zeevaart heb ik soms dringender zaken aan mijn hoofd.”

Petrus knikte. “En jij?” vroeg hij aan de andere heilige in spe, “Hoorde jij die drenkelingen niet?”

“Jazeker, maar zoals een hert verlangt naar water, zo verlangt mijn ziel naar God.”

Lees verder “Sinterklaas is jarig” →

Zonnegod

Helios (Neues Museum, Berlijn)

Nog even museumvoorwerp: een reliëf uit Troje VIII, gemaakt rond 390 v.Chr., dat de zonnegod Helios voorstelt. Het is nu te zien in het Neues Museum in Berlijn. Het leuke is dat dit een van de allereerste voorwerpen is die Heinrich Schliemann opgroef.

[Dit was de 224e aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

Van Smyrna naar Athene

Portret van keizer Titus (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Dit is een leuk portret van Titus, die in 79 na Chr. zijn vader Vespasianus opvolgde als keizer van het Romeinse Rijk. Het voorwerp komt uit de Griekse stad Smyrna, het huidige Izmir in West-Turkije, en is nu te zien in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene.

En er is iets grappigs mee aan de hand. Het kapsel was in 79 uit de mode en de onderkaak is te smal. De verklaring is dat het eigenlijk helemaal geen portret is van Titus, maar van Caligula, die van 37 tot 41 keizer was. Ik stel me zo voor dat de mensen in Smyrna in 79 snel een portret van de nieuwe keizer nodig hadden en een oude buste die nog ergens op een zolder slingerde, hebben omgewerkt toen het model van de nieuwe vorst was ontvangen. Stevige lik verf erover en niemand die het ziet. Later zou er nog wel tijd zijn voor een beter portret. (Dit vertelt iets over het belang van de keizercultus en de ernst waarmee de Romeinen ermee omgingen.) Het “later” is er niet meer gekomen omdat Titus al na twee jaar overleed.

Lees verder “Van Smyrna naar Athene” →

De eerste landbouwers

Stamboom van het Aziatisch en Europees DNA (klik = groot; ©Archaeogenetics Research Group, universiteit van Huddersfield)

Oudheidkundigen maken sinds de zeventiende, achttiende eeuw gebruik van drie soorten bewijsmateriaal: geschreven bronnen, materiële resten en parallellen in andere samenlevingen. Drie vensters op het verre verleden. Met het DNA-onderzoek, waar ik het gisteren al over had, gaat nu een vierde venster open. Ik rondde mijn vorige stukje af met een verwijzing naar de stamboom van DNA-groepen (hierboven) en vroeg uw aandacht voor de ongebruikelijke vertakking onder H. De verspreiding daarvan lijkt samen te hangen met de verspreiding van de landbouw.

Het ontstaan daarvan is een beetje een puzzel, die steeds verandert als er ergens oudere vondsten worden gedaan. De laatste keer dat ik het opzocht leek het erop dat ergens rond 9500 v.Chr. mensen aan de bovenloop van de Eufraat begonnen met de teelt van tarwe, meer precies eenkoorn en emmer. Na een eeuw of vijf werden de eerste schapen en geiten getemd in de Zagros– en Taurusbergen. Veeteelt is dus een latere ontwikkeling dan akkerbouw. Ruwweg tegelijk ontstond de eerste monumentale architectuur: ik blogde al eens over de fenomenale monumenten die zijn aangetroffen in Göbekli Tepe en Sanli Urfa. Vee en varkens volgden en het eerste aardewerk in het Nabije Oosten dateert van ruwweg 7000 v.Chr. In vijfentwintig eeuwen was de samenleving ingrijpend veranderd – archeologen noemen dat een revolutie.

Lees verder “De eerste landbouwers” →