De eerste Arabische marine

De Slag der Masten

In 640 veroverden de Arabieren de Byzantijnse provincie Egypte, maar in 646 werd Alexandrië alweer terugveroverd door een Byzantijnse vloot. Die bleef niet zo lang, maar het was een schok te beseffen hoe gemakkelijk het nieuwe Arabische rijk vanuit zee was aan te vallen. De capabele gouverneur van Syrië, Mu‘āwiya, die later kalief zou worden, overtuigde zijn wat passieve oudoom kalief ‘Uthmān van de noodzaak, een marine op te bouwen. Hij kreeg toestemming en dwong talloze scheepsbouwers in Egypte en Syrië schepen te bouwen. Na drie jaar lag er een vloot van maar liefst zeventienhonderd schepen voor de Syrische kust: “de zee was niet meer te zien van de masten”.

Eerste operaties van de vloot

Nu moest die vloot natuurlijk uitgeprobeerd worden. Men bracht soldaten aan boord, 12.000 naar men zegt, en voerde in het voorjaar van 649 een overval uit op het nog Byzantijnse eiland Cyprus. De bewoners daar lieten de soldaten ongehinderd aan land gaan omdat zij dachten dat het Byzantijnen waren. Ze konden zich blijkbaar niet voorstellen dat er zoiets als een Arabische vloot bestond. De troepen konden gewoon doorlopen naar de hoofdstad Constantia, niet ver van het huidige Famagusta, die zij bezetten en plunderden. Zeer grote hoeveelheden goud en zilver en talloze slaven en slavinnen werden buitgemaakt. Zo werden de kosten van de vlootbouw er aardig uitgehaald.

Lees verder “De eerste Arabische marine”

Wat is een nahiru?

Nijlpaard in de dierentuin van Antwerpen: een nahiru?

De Assyrische koning Tiglat-Pileser I regeerde veertig jaar, van 1115 tot 1076 v.Chr. Zijn koninkrijk had de chaotische overgang van de Bronstijd naar de IJzertijd, traditioneel geassocieerd met de Zeevolken, vrij goed doorstaan, maar in het westen was het rijk van de Hittieten gedesintegreerd. Nieuwe, kleinere politieke eenheden namen de macht over. Historici noemen het de Neo-Hittitische koninkrijkjes, of ook wel de Arameeërs. De onrust in het westen dwong Tiglat-Pileser tot interventie, niet minder dan veertien keer.

Veldtocht naar zee

De campagnes waren meestal extreem gewelddadig, maar niet altijd. Een expeditie rond het jaar 1000 v.Chr. vermeldt in elk geval niet de wreedheden die voor andere jaren wel worden genoemd. Hij rukte eerst op naar Homs in het huidige Syrië en reisde daarvandaan naar de Middellandse Zee, door de vallei die nu de grens is tussen Libanon en Syrië. Zo bereikte hij Amurru, de kuststrook. Tiglat-pileser was de eerste Assyrische vorst die de zee bereikte en daar was hij overduidelijk trots op. De boottocht was het hoogtepunt van zijn reis.

Lees verder “Wat is een nahiru?”

In Libanon (1)

In de de bergen van de Libanon, boven de wolken

Het was een cadeautje van V-Incentive, de aardige en competente reisagent met wie ik regelmatig zaken doe: een ticket naar Beiroet om een Libanese bruiloft bij te wonen. De datum van de ceremonie bepaalde dus mijn reisdata, maar platvloers werk bepaalde het eigenlijke programma, want ik zou op verkenning gaan voor enkele reizen die ik in het voorjaar organiseer. Ik combineerde het nuttige dus met het aangename.

De heenvlucht verliep moeiteloos, al liep ik wat vertraging op bij de douane, omdat de douanier had gezien dat ik de tijd in de rij had gedood door een boek te lezen, en hij wilde nu alles weten over hoeveel en wat ik nog meer las. Je zult je nooit niet welkom voelen in het Midden-Oosten. De taxichauffeur die me afhaalde hoorde me ook al uit – waar kwam ik vandaan? was ik voor het eerst in Libanon? – en ik was blij dat ik om half één op bed lag in een kamer waar ik door het open raam goed kon luisteren naar het verkeer op de grote uitvalsweg richting Tripoli en mijn longen kon volzuigen met de inheemse koolmonoxide. Ik sliep als een roos.

Lees verder “In Libanon (1)”

Nahr al-Kalb

Twee reliëfs aan de Nahr al-Kalb: Ramses II (links) en Esarhaddon (rechts)

Even ten noorden van Beiroet stroomt de Nahr al-Kalb (“hondenrivier”) uit in de Middellandse Zee. Het is een lieflijke vallei, waarin een mooie middeleeuwse brug een opvallend punt vormt, maar de monding is een wat rommelig geheel: een brug voor een autosnelweg, een hoop afval, een tunnel door een vooruitspringende rots, een tweede brug, een jachthaven, een flatgebouw.

Het is echter een leuk (zij het gevaarlijk) punt om, op weg van Beroet naar Byblos of Tripoli even uit te stappen, want zo’n beetje elk leger dat hier langs is gekomen, heeft er zijn naam in de rotswand achtergelaten. Als ik het goed heb geteld zijn er twee monumenten, één lege sokkel en tweeëntwintig inscripties in zeven verschillende talen. Interessant vond ik vooral de inschriften uit de tijd van de twee wereldoorlogen: de Arabische en Britse legers die in 1918 Damascus, Homs en Aleppo innamen; de Fransen en Britten die Beiroet bezetten; de Franse interventie in Arabisch Syrië; een monument voor het Franse garnizoen; een inscriptie om te gedenken dat in 1941 de Vrije Fransen de Vichy-Fransen verdreven; het begin van de Libanese onafhankelijkheid.

Lees verder “Nahr al-Kalb”

Ivoor uit Megiddo

Ivoor uit Megiddo (Israel Museum, Jeruzalem)

Het Israel Museum in Jeruzalem documenteert de geschiedenis van het Joodse volk. Een volk dat, zoals u weet, over de wereld verspreid is geraakt en – enkele uitzonderingen daargelaten – overal bestond als minderheid, wat betekent dat het Israel Museum in feite een wereldmuseum is waarin vrijwel alle delen van de wereld aan bod komen. Ik herinner me een zaal waar de diverse zwarte hoeden werden geëxposeerd die de Russische Joden plegen te dragen.

Het verband met het zionisme, het idee om de verstrooide Joden te herenigen in het land van Israël, is in dit museum nooit ver weg en daardoor zijn er onderdelen in de expositie die minder behoren bij het Joodse volk dan bij het land. Zoals het bovenstaande ivoortje, dat is gevonden in Megiddo, de stad waar je, van het zuiden komend, Galilea binnen reist. Ik heb daar wel eens eerder over geblogd. Het ivoortje is alleen Joods te noemen in de zin dat het de cultuur van de Kanaänieten documenteert vóór het volk van Israël zich vestigde in het Land van Melk en Honing.

Lees verder “Ivoor uit Megiddo”

Essaouira

Essaouira
Essaouira

In de eerste helft van de zesde eeuw v.Chr. maakte een Karthaagse zeeman, Hanno de Zeevaarder, een spectaculaire tocht langs de westkust van Afrika. De drie webpagina’s die ik er ooit aan wijdde, behoren tot mijn favorieten. Het verhaal is nou eenmaal te mooi: hoe Hanno met enkele schepen voorbij de Zuilen van Herakles voer, hoe hij enkele steden stichtte, hoe hij de Bocht van Benin bereikte, hoe hij een uitbarsting zag van Mount Cameroon en – tot slot – hoe hij streed tegen een vervaarlijke inheemse stam, de Gorilla’s.

Gave lectuur en niet zonder reden hebben we, toen we eenmaal hadden besloten het eerste nummer van uw favoriete oudheidkundige tijdschrift te wijden aan ontdekkingsreizen, ook aandacht besteed aan Hanno. Johnny Shumate’s centerfold roept perfect het The Land That Time Forgot-gevoel op dat we wilden hebben, want de Oudheid is méér dan marmeren standbeelden, piramiden, legionairs en elegante poëzie. Het verhaal van Hanno is het ultieme jongensboekverhaal en ik was blij te horen dat een van onze lezers, een leraar klassieke talen, na het lezen van ons Hanno-artikel heeft besloten Hanno te gaan lezen in de klas. Het heeft alles voor een zeer geslaagde les.

Lees verder “Essaouira”

Renan, Renan, steeds Renan (4)

Ernest Renan, de ontdekker van het oude Fenicië

[Dit is het laatste van vier stukjes over een Franse geleerde die ik werkelijk overal lijk tegen te komen. Het eerste was hier.]

Ik heb nu driemaal geblogd over de Franse geleerde Ernest Renan, die, zoals zoveel van zijn tijdgenoten, dacht vanuit een sjabloon over oostelijke, Semitisch-sprekende, nomadische, religieuze volken en westelijke, Indo-Europees-sprekende, in steden wonende, meer filosofisch ingestelde volken. De sjabloon is onhoudbaar, maar Renan was niet de enige die meende dat er een karakterverschil bestond tussen Oost en West. Nog altijd zijn er kwakhistorici die denken dat de Griekse overwinning in de Perzische Oorlogen verhinderde dat het ontluikende, verondersteld vrije westen zou zijn gesmoord door het tirannieke, verondersteld mystieke oosten.

Wat Renans ideeën in positieve zin onderscheidde van deze in feite pre-wetenschappelijke opvattingen, was dat hij de sjabloon niet voor vanzelfsprekend aannam, maar kritisch doorlichtte. Ibn Rushd behoorde, als Arabischsprekende, tot de oosterse wereld, maar was toch een filosoof die de westerse wereld had helpen vormen. Omgekeerd kon Renan van Jezus van Nazaret stellen dat deze altijd in zijn joodse (Semitische) wereld was gebleven: daar paste de sjabloon volgens hem dus wel.

Lees verder “Renan, Renan, steeds Renan (4)”