De opstand van Hermenegild (1)

Munt van Leovigild (Visigotisch Museum, Toledo)

U vreest wellicht een nieuwe aflevering in mijn narcistische winterfeuilleton, maar wees gerust: op maandag zijn musea en opgravingen gesloten, dus we deden het rustig aan, en ik vertel u over de opstand van Hermenegild. Dat was, alles bij elkaar, weinig anders dan een rimpeling in de grotendeels vergeten geschiedenis van het Rijk van Toledo, maar er was een interessant gevolg, dat ik aan het einde van het volgende blogje zal noemen. Los daarvan hebben we een Nibelungenachtig drama met twee ruziënde koninginnen en een gedoemde held.

Eerste bedrijf: ruziënde koninginnen

In 569 kwam in het Rijk van Toledo koning Leovigild aan de macht. Zijn doel was het verenigen van heel Iberië, wat betekende dat hij ambities had in het noordwesten, waar het Suebische koninkrijk lag, en in het zuidoosten, waar de Byzantijnen nog niet zo heel veel eerder enkele steden hadden ingenomen. Inderdaad zou Leovigild Córdoba heroveren. Er was hem verder veel gelegen aan vrede met de Franken in het noordoosten, waar de Merovingische koningen gelukkig verdeeld waren.

Lees verder “De opstand van Hermenegild (1)”

Het Rijk van Toledo (1)

Decoratie uit Mérida

Als we zouden afgaan op de bronnen, was de opvolgerstaat van het Rijk van Toulouse, het Rijk van Toledo, verdeeld over de vraag welk christendom het ware was: het ariaanse of dat van de keizer, zoals vastgelegd tijdens het Concilie van Chalkedon. Ik heb al verteld dat dit meer zegt over de aard van onze bronnen dan over wat er werkelijk speelde.

Voor zover de kwestie betekenis heeft, is het omdat vroegere onderzoekers meenden dat de Hispano-Romeinse bevolking het keizerlijke christendom volgde, terwijl de Visigoten ariaans zouden zijn geweest. Als dit waar was, zou het inderdaad een belangrijk thema zijn, maar er zijn voldoende uitzonderingen bekend om te concluderen dat de religieuze en etnische grenzen niet parallel liepen. Waarbij ik in dan nog maar in het midden laat wat met “etnisch” bedoeld kan zijn, want lang niet alle mensen die op last van de Visigotische koningen naar Iberië trokken, hadden Germaanse voorouders. Waarbij we óók in het midden moeten laten wat Germanen dan eigenlijk zijn.

Lees verder “Het Rijk van Toledo (1)”

De Renaissance van de Twaalfde Eeuw (2)

De gotische bouwstijl is het meest zichtbare aspect van de Renaissance van de Twaalfde Eeuw. Dit gotische portaal naast een romaanse kerk is in Worms; het is ook de locatie van de ruzie tussen Brunhilde en Kriemhilde in het Nibelungenlied.

Was de elfde eeuw, zoals ik hierboven schreef, een overgangstijd? Tja. Alles is altijd een overgangstijd. Je kunt altijd wel iets aanwijzen dat verandert. En je kunt ook altijd continuïteiten aanwijzen. Wat zéker veranderde, was de implosie van het Kalifaat van Córdoba op het Iberische schiereiland. De instorting bood de Normandiërs de gelegenheid de Straat van Gibraltar te passeren, waarna de paus hun, zoals gezegd, zuidelijk Italië in leen gaf. Van daaruit veroverden ze Sicilië, dat tot dat moment bestuurd was geweest door een Arabische vorst. Ook de koningen van Castilië profiteerden van de crisis in het Kalifaat van Córdoba: ze rukten op naar het zuiden en veroverden in 1085 Toledo. Veertien jaar later braken de christelijke legers op nog een derde plaats de wereld van de islam binnen: de kruisvaarders veroverden Jeruzalem.

Vertalingen

Spanje, Sicilië en de “Landen van Overzee” waren de drie plaatsen waar informatie uit de Arabische cultuur eenvoudig kon overspringen naar de westerse wereld. Neem de vertaalscholen die vanaf 1125 bestonden op het Iberische schiereiland: Toledo, Barcelona en Zaragoza. In de laatste werden onder meer de Koran en de dialogen van Plato uit het Arabisch in het Latijn vertaald. De vertaalschool te Barcelona richtte zich vooral op de teksten van de Arabieren zelf. In Toledo vertaalde men de werken van Aristoteles uit het Arabisch. Ook elders waren vertaalinstituten.

Lees verder “De Renaissance van de Twaalfde Eeuw (2)”

Het Nibelungenlied aan de IJssel

De IJssel bij Werth

Ik blog nog even over de IJssel, al is het dit keer de Oude IJssel. Dat is het deel van de rivier dat begint in Duitsland en langs Doetinchem stroomt naar Doesburg. Daar verenigt ze zich met de Gelderse IJssel, die begint in Arnhem en een zijtak is van de Rijn. Vanaf Doesburg stromen de twee rivieren gezamenlijk noordwaarts, langs Zutphen, richting IJsselmeer. De Gelderse IJssel is een kanaal, gegraven in de Vroege Middeleeuwen; Wageningse onderzoekers hebben in 2008 de ooit gangbare theorie weerlegd dat deze waterloop een van de door de Romeinen gegraven Drususgrachten zou zijn.

De Oude IJssel dus. Het gebied waar eeuwenlang ijzererts is gewonnen. De molen hierboven staat in Werth, net over de grens tussen Nederland en Duitsland, en het water is dus de bovenloop van de IJssel. We zijn hier in het gebied waar ooit de Chamaven woonden, wier naam voortleeft in het middeleeuwse graafschap Hamaland. Ook Nebisgast, een van de weinige Germaanse leiders die we bij naam kennen, kwam hier vandaan.

Lees verder “Het Nibelungenlied aan de IJssel”

Romeinenweek: Thermenmuseum

badhuis
In het Thermenmuseum ligt de grootste Romeinse ruïne in Nederland

Ik ben eens een kijkje wezen nemen in het Thermenmuseum in Heerlen, waar ik een jaar of vijf geleden voor het laatst was geweest. Het bestaat uit drie delen: een ruimte voor tijdelijke exposities, de enorme hal waarin je vanaf een loopbrug ’s lands grootste ruïne kunt zien, en daar achter de vernieuwde permanente tentoonstelling.

Was dat vroeger een algemene introductie tot de Romeinse cultuur, tegenwoordig staat vooral Romeins Zuid-Limburg centraal. Ik zag heel andere voorwerpen dan ik me van eerdere bezoeken herinnerde en de pronkstukken komen nu heel goed tot hun recht. Het voornaamste verschil is echter dat het allemaal wat ruimtelijker is opgesteld. Op de loopbrug over de ruïne zijn bovendien mooie animaties te zien van hoe het gebouw in elkaar heeft gestoken. Het museum is duidelijk verbeterd.

Lees verder “Romeinenweek: Thermenmuseum”