Romeins kannibalisme

Het slachten van varkens in de winter was in elke voorindustriële samenleving belangrijk: dit detail van Breughels “Volkstelling in Betlehem” kan zó worden toegepast op de situatie in het antieke Rome.

Het is al heel lang bekend: als de mensheid nog toekomst wil hebben, zullen we in het rijke noorden een stap terug moeten doen. Vleesconsumptie zal zeldzaam worden. (Ironie: ik schrijf deze woorden net nadat ik een stuk kip in de oven heb gezet.) Minder vlees is ook niet zó heel erg, want het is eigenlijk een nogal inefficiënt voedingsmiddel. Als iemand van alleen vlees en zuivel zou moeten leven, is twee-en-een-half voetbalveld nodig om hem te voeden, terwijl een even grote akker met graan twaalf mensen kan voeden.

In het Romeinse Rijk, met zijn onderontwikkelde economie, was vlees dus zeldzaam. Mensen aten vooral graanproducten, met als gezonde aanvullingen de vruchten van de wijnrank en de olijfboom. Plus natuurlijk nog wat fruit. Als een gewone Romein al vlees at, zal het zijn gegaan om spek, lever, haas, ham en andere delen van de varkens die in de wintermaanden werden geslacht. Als je bedenkt dat deze dieren afval eten, is het niet zo vreemd dat bijna de helft van alle bekende amuletten betrekking heeft op maagkramp. De Romeinen legden dit verband overigens niet.

Lees verder “Romeins kannibalisme” →

Huislook, een oude makelaar

Huislook

[Omdat ik op het punt sta af te reizen naar Libanon, vandaag een gastbijdrage over een onderwerp dat de trouwe lezers hier niet zullen verwachten. Ik geef het woord aan Rob Duijf.]

Al sinds voorchristelijke tijden zoekt de mens verbinding tussen het aardse en het hogere, om onheil af te weren of om goddelijke bijstand te vragen. Men deed dat bijvoorbeeld door bij huizen op de uiteinden van een rieten dak en later op het punt waar de houten planken van de daklijsten bij elkaar komen, een ‘makelaar’, te plaatsen.

Het woord ‘makelen’ betekent ‘verbinden’ en dat is precies wat een makelaar doet. Wie door dorpjes rijdt in Zeeland, Holland (bijvoorbeeld in Zaanstreek-Waterland en West-Friesland), Friesland en Twente kan ze nog op oude huizen en boerderijen zien staan. Vaak kunstig gesneden of gedraaid uit hout en voorzien van symbolen uit oude Germaanse en Keltische tijden, tegenwoordig vaak witgeschilderd, vroeger eenvoudig zwart gepekt. Ik zal daar in een later blog dieper op ingaan.

Lees verder “Huislook, een oude makelaar” →

Palimpsesten en verkoolde boekrollen

Fragmenten van de Derveni-papyrus (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

Een oudheidkundige beschikt over ruwweg drie soorten data: teksten, archeologische vondsten en etnografische vergelijkingen. Je kunt het DNA daar als vierde aan toevoegen en er is informatie die in beide groepen valt – een opgegraven inscriptie, papyrus, munt of kleitablet is zowel tekst als vondst – maar dit is het wel zo ongeveer. Sommige databestanden groeien snel, zoals de verzameling archeologische vondsten; andere groeien wat langzamer, zoals het aantal kleitabletten; en weer andere data-categorieën zijn stabiel. Er zit althans nauwelijks groei in het aantal Griekse en Latijnse literaire teksten.

Maar toch, er zijn palimpsesten: stukken perkament waar de oorspronkelijke tekst van is afgeschraapt om het opnieuw te kunnen beschrijven, zodat er onder een goed leesbare tekst nog een oudere, minder goed leesbare tekst zit. De beroemdste recente palimpsest is de Archimedes-codex: een dertiende-eeuws gebedsboek, geschreven op bladzijden waarop twee onbekende traktaten van de Griekse geleerde Archimedes te lezen waren.

Lees verder “Palimpsesten en verkoolde boekrollen” →

NWA: Receptiegeschiedenis

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

In mijn reeks rond de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) behandel ik vandaag twee vragen tegelijk. De tweede is namelijk een deel van het antwoord op de eerste. De eerste vraag is deze:

Waarom is middeleeuws Europa cultureel zo homogeen?

Ik vind dit een ontzettend leuke vraag omdat, zoals de vragensteller ook aangeeft, de Middeleeuwen op het eerste gezicht helemaal zo homogeen niet zijn. Er is nogal wat verschil tussen Castilië en Brandenburg, tussen Schotland en Beieren, tussen Sicilië en de Lage Landen. Desondanks was er – althans dat denk ik – tegelijk wél een culturele eenheid: in een abdij, aan een universiteit of aan het hof van een koning konden mensen uit Engeland, Zweden, Aragón en Italië met elkaar converseren.

Hoe kwam dat? Is dat de erfenis van de Romeinen, is dat de rol van de Kerk, komt dat door handelscontacten, of door migratie? In hoeverre werkten dat soort zaken samen en welke dynamiek stond hieraan ten grondslag?

Lees verder “NWA: Receptiegeschiedenis” →

Onverstoorbaar filosofisch

Marcus Aurelius (British Museum, Londen)

Er is iets wonderlijks met het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius op het Capitoolplein. Ik beken dat ik het pas de tweede keer herkende, wat ermee te maken zal hebben dat ik het voor het eerst zag toen het werd gerestaureerd. Eigenlijk kon ik toen niet goed zien dat het beeld vol contrasten zit. Het eerste: we zien een keizer in militair tenue, maar hij draagt geen wapens en heeft de hand opgeheven in een gebaar dat vrede beduidt. Het is dat je beter weet, want anders zou je denken dat hier iemand capituleerde.

Lees verder “Onverstoorbaar filosofisch” →

Valse “eerstes”

galen_sign

Ik rond deze dagen het derde nummer af van uw favoriete oudheidkundige tijdschrift, dat is gewijd aan Pergamon. Ik bezocht de ruïnes van die stad een paar jaar geleden en vond het er adembenemend mooi. Het hoogtepunt was toen ik wandelde door het heiligdom van Asklepios en hoorde hoe een Japanner in het theater begon te zingen. Ik houd niet van mensen die zingen in Griekse theaters, aangezien de akoestiek er goed is. Je verstaat elke valse noot. Maar deze man zong prachtig.

Het reclamebord hierboven fotografeerde ik op dezelfde dag. Daar werd ik minder blij van, en dan bedoel ik niet dat kruidengeneeskunde aan kwakzalverij grenst. (Er zijn wel geneeskrachtige stoffen in planten, maar uw apotheker betrekt die liever van een laboratorium, zodat hij de werkzame bestanddelen tot op de milligram nauwkeurig kan doseren.) Ik ben echter geen farmaceut maar historicus, en mijn ergernis betreft dat het totale onzin is dat Galenus, een arts uit de tweede eeuw na Christus, de eerste kruidenarts zou zijn geweest. De oude Egyptenaren kenden de heilzame werking van kruiden al.

Lees verder “Valse “eerstes”” →

Ibn al-Haytham

Reconstructie van het laboratorium van Ibn al-Haytham (Deutsches Museum, München)

Zo’n duizend jaar geleden publiceerde de Iraakse onderzoeker Abu Ali al-Hasan Ibn al-Hasan Ibn al-Haytham (965-1039) een boek over het licht. Toen het in het Latijn werd vertaald, werd de naam van de schrijver omgezet in iets handzamers: misschien kent u de auteur als Alhazen.

Ik ga even een stapje terug en nodig u uit in gedachten even een Suske en Wiske-album erbij te nemen. Willy Vandersteen wilde nog wel eens, om aan te geven dat een Lambik of een Jerom ergens naar keek, een pijltje tekenen dat vanuit het oog naar het object liep. Dat is in feite hoe de oude Grieken meenden dat we keken. Zo had de Griekse arts Galenus beweerd dat het menselijk oog een straal uitzond die werd teruggekaatst door het bekeken object. U kent het trouwens ook uit het kerstliedje: “Toen vlamd’ er een straal uit hun ogen en viel op het kindeke teer”.

Dat ons oog stralen uitzendt, is dus hoe de oude Grieken en Romeinen meenden dat we keken. Al-Haytham bewees dat dit onmogelijk waar kon zijn. Als het zo zou zijn, hoe kon het dan immers dat de maan schijngestalten vertoonde? Als de maan alleen lichtstralen uit onze ogen weerkaatste, zou ze altijd rond moeten zijn en zou niet steeds dat deel verlicht zijn dat naar de zon was gericht.

Lees verder “Ibn al-Haytham” →

Kwakgeschiedenis: het Griekse erfgoed

Echt niet. De Egyptenaren en Mesopotamiërs waren, voor zover we weten, Galenus een millennium of twee voor.

De wetenschappelijke methode, onze vrijheid, de experimentele wetenschap, de democratie, rationaliteit, wiskunde, wijsbegeerte… het wordt allemaal maar toegeschreven aan de oude Grieken en het is bijna allemaal niet waar.

Over het algemeen gaat de drogredenering als volgt: wij hebben X, de Grieken hadden ook X, dus wij hebben het van de Grieken. Dat X ook bij andere volken kan zijn voorgekomen wordt vaak genegeerd (wiskunde is hier een voorbeeld), zoals men ook vaak over het hoofd ziet dat X vergeten kan zijn geraakt en herleefd kan zijn, zonder dat er een direct verband is (democratie).

Lees verder “Kwakgeschiedenis: het Griekse erfgoed” →