Het joodse tweegodendom

Als een Perzische koning een vizier had en als een Romeinse keizer een praetoriaanse prefect had, dan was het alleen maar logisch dat God zelf eveneens beschikte over een rechterhand. Het antieke jodendom kende dus een tweede, jongere of lagere godheid. Dat denkbeeld past niet goed bij het moderne idee dat de joden monotheïsten waren, maar het tweegodendom is goed gedocumenteerd: in het land van Israël en daarbuiten, bij diverse joodse stromingen, vanaf de tweede eeuw v.Chr. tot in de Vroege Middeleeuwen. Tweegodendom was destijds zeker niet verwaarloosbaar.

Over dit onderwerp publiceerde de Duitse godsdiensthistoricus Peter Schäfer in 2017 Zwei Götter im Himmel. Ik las vorige maand de drie jaar later verschenen Engelse vertaling, Two Gods in Heaven, waarin hij ook ingaat op kritiek op het oorspronkelijke boek. Schäfer biedt een overzicht van het tweegodendom, waarbij hij zich beperkt tot de joodse receptie vanaf het Bijbelboek Daniël tot en met de laatantieke mystiek en de Babylonische Talmoed. De christelijke receptie, dat Jezus van Nazaret die tweede godheid was, behandelt hij slechts zijdelings.

Lees verder “Het joodse tweegodendom”

Ontcijferd: Kryptisch-B

De Vierde Grot van Qumran, waar de teksten in Kryptisch-B zijn aangetroffen.

Eén van de meest tot de verbeelding sprekende soorten oudheidkundig onderzoek is de ontcijfering van een onbekend schrift, zoals de hiërogliefen, de diverse soorten spijkerschrift, het Lineair-B en – nog niet zo lang geleden – het Lineair Elamitisch. Dit type werk veronderstelt altijd een grote verzameling teksten, omdat het denkbaar is dat je een ontcijfering bedenkt die weliswaar consistent is, maar desondanks niet correct. Pas als je een fors corpus hebt, kun je zien of je oplossing klopt en is verificatie denkbaar. Van het nog niet ontcijferde Lineair-A zullen we de ontcijfering nog wel beleven, omdat het corpus nog altijd groeit, maar het Byblosschrift zal wel eeuwig een raadsel blijven. Al kunnen we natuurlijk een keer geluk hebben.

Kryptisch-B

Dat gold bijvoorbeeld voor het Kryptisch-B, dat we alleen kennen uit twee Dode-Zee-rollen, 4Q362 en 4Q363, plus enkele passages in andere rollen waar de klerken middenin een Hebreeuwse tekst een stukje schreven in Kryptisch-B. Dat geheimschrift is onlangs ontcijferd door de Groningse onderzoeker Emmanuel Oliveiro. Maar hoe pak je zoiets aan als je eigenlijk nauwelijks voldoende data hebt?

Lees verder “Ontcijferd: Kryptisch-B”

Het scheiden der wegen

Schema van het scheiden der wegen (klik=groot)

Het is niet voor het eerst dat ik schrijf over het scheiden van de wegen van joden en christenen. Voor negentiende-eeuwse christenen was dat simpel: er was een Oud Verbond en omdat de joden Jezus van Nazaret niet hadden erkend als messias, was er een Nieuw Verbond, waarin de joden als verbondsvolk waren vervangen door de christenen. En voor joden was het ook al simpel: christendom was monotheïsme voor de export, maar niet het onversneden echte spul. Beide groepen – de negentiende-eeuwse christenen en de negentiende-eeuwse joden – claimden het tempeljodendom als hun eigen erfgoed en meenden dat de andere religie zich van de rechte leer had afgesplitst.

De geschiedenis van het christendom werd lange tijd eigenlijk even simpel voorgesteld. Ooit was er een zuivere kerk geweest, waar links en rechts aftakkingen van waren, met één orthodoxe stroming die in een rechte lijn vanaf de apostelen ging naar het eigen kerkgenootschap.

Lees verder “Het scheiden der wegen”

Echtscheiding in Romeins Judea

Ik ben geen voorstander van niet-authentiek beeldmateriaal, maar ik heb bij het blogje van vandaag niks beters dan Abraham die Hagar verstoot.

Het is een waarheid als een koe: waar twee culturen contact maken, nemen ze zaken van elkaar over. Dat geldt dus ook voor de Joodse cultuur, waar ik op zondag altijd over blog, en de Grieks-Romeinse cultuur, die momenteel aandacht krijgt in de Week van de Klassieken. Van Romeins-Joods cultuurcontact zijn allerlei voorbeelden en een speculatief voorbeeld schoot me vorige week te binnen: echtscheiding.

Joodse echtscheidingen

Een van de hardste gegevens over de leer van Jezus van Nazaret is zijn afwijzing van scheiding. Die is heel breed gedocumenteerd: Marcus 10.2-9 is een voorbeeld, de Bergrede bevat een ander.noot Matteüs 5.32. Het verbod is ook te vinden bij de apostel Paulus.noot Romeinen 7.2-6. We hebben dus documentatie uit minimaal drie bronnen: Marcus, Q en Paulus. Het zal bovendien niet in een Joodse context zijn verzonnen, aangezien het een breuk vormt met het gangbare jodendom. Echtscheiding was immers toegestaan, zij het met regels. De procedure rond de echtscheidingsbrief staat beschreven in Deuteronomium.noot Deuteronomium 24.1-4 en 21.14, 22.29.. De uitwerking van die regels staat in het Mishna-traktaat Gittin.

Lees verder “Echtscheiding in Romeins Judea”

Overgeleverde teksten

Een kopiist voltooit zijn werk

De discussie ging over het doorgeven van antieke verhalen. Het ligt voor de hand dat die veranderden toen ze nog mondeling waren. U kent vast wel het kleuterschoolspelletje waarbij de kinderen in een kring zitten, het eerste kind het tweede kind iets in het oor fluistert dat die moet doorfluisteren aan het volgende kind, en dat als het bericht de kring rond is gegaan, er een totaal andere boodschap is. Doorgegeven verhalen veranderen bovendien ook als ze op schrift staan. Waren er, opperde een van de discussianten, niet ook aanpassingen gedaan aan de Bijbel?

Mondeling overgeleverde teksten

Eerst even iets over dat mondelinge doorgeven. Ik speelde net vals door het te vergelijken met dat kleuterspelletje. Men had destijds namelijk een manier om de informatie accuraat door te geven: poëzie. Alliteratie, ritme en rijm helpen goed om een korte boodschap intact te houden. De Latijnse bezweringsformule pastores pecuaque salva servassis, “herders en vee, bescherm ze”, gaat terug tot het Proto-Indo-Europees en is een millennium of drie mondeling doorgegeven. Daarbij zijn wat aanpassingen gedaan aan de taal, maar het allittererende zinnetje zelf bleef bewaard.

Lees verder “Overgeleverde teksten”

Vragen rond de jaarwisseling (2)

Een Romeinse dodecaëder (Archeologisch Museum, Zagreb)

Ik nodigde u onlangs uit om vragen te stellen voor het lijstje “Vragen rond de jaarwisseling” van 2024. De eerste zes vragen beantwoordde ik daar; hier zijn er nog eens zes.

7. Is er meer bekend over hoe bijv. Caesar een grote troepenmacht met alle ondersteuning over grote (zee) afstanden kon sturen?

Ik denk dat u dit stuk moet lezen.

8. Was er in de oude wereld een sociale status vereist om deel te nemen aan de eredienst? Kijkend naar de meest populaire godheden in de antieke culturen, zie ik elitaire prioriteiten zoals autoriteit, oorlog en wijsheid. Verraadt dat een bepaalde maatschappelijke structuur?

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (2)”

De tijd in het jodendom

De synagoge van Sepforis

“Hoe laat is het in de Oudheid?”: dat is de vraag waarmee de Groningse onderzoeker Arjen Bakker op donderdag 4 april in de Groningse synagoge een lezing begon. Hij gebruikte die vraag om aan te geven dat de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. niet alleen een belangrijke datum vormt in de joodse geschiedenis, maar dat die datum tegelijkertijd onderdeel was van een al eerder ingezet proces van nadenken over tijd.

Voor ons begrip vormen de Dode Zee-rollen, met daarin allerlei versies van de joodse Bijbel en tal van andere joodse teksten, ouder dan de gangbare Bijbelse canon, belangrijk bewijsmateriaal Er zijn ook joodse kalenders bekend en – misschien verrassend – er valt informatie te ontlenen aan de mozaïekvloeren van de synagogen.

Lees verder “De tijd in het jodendom”

Faits divers (14): Palestina

Het sterrenbeeld Stier in Khirbet adh-Dhari (Jordan Museum, Amman)

In de reeks faits divers deze keer: driemaal de Oudheid van Israël / Palestina.

Tweemaal hetzelfde

Uiteraard beginnen we deze aflevering van de faits divers met wat er deze week weer verkeerd is in de Israëlische oudheidkunde. Nou, dat er een antieke horoscoop zou zijn ontsluierd (unveiled), zodat we een glimp opvangen van de mysterieuze sekte uit de woestijn van Juda. Deze oude tekst documenteert een wereldbeeld waarin iemands geboortedatum niet alleen iets vertelt over je toekomst, maar ook over je lichamelijke eigenschappen alsmede de balans van licht en duisternis in je geest.

Nou, hier wordt wat ontsluierd zeg! Het is gewoon de tekst die bekendstaat als 4Q186, waarvan drie fragmenten bekend zijn. Hier is wat de auteur heeft te melden over het sterrenbeeld Stier:

Lees verder “Faits divers (14): Palestina”

De sekte van de Dode-Zee-rollen

Een van de Dode-Zee-rollen: 4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)

In eerdere stukjes heb ik aangegeven dat er een joodse groep is geweest die we de essenen noemen en dat deze groep misschien wel en misschien niet iets te maken heeft met de Dode-Zee-rollen. Ook heb ik een overzicht van enkele rollen gegeven.

Aan de hand van die teksten kunnen we wél een geschiedenis van de sekte schetsen, al zijn er nog veel onduidelijkheden. We weten echter zeker dat ze is ontstaan door het optreden van een geleerde die wordt aangeduid als de Leraar der Gerechtigheid. We hebben diverse teksten over deze beginfase, maar helaas niet over de verdere ontwikkeling. Om het complex te maken, zijn de teksten vaak cryptisch geformuleerd. We hebben bijvoorbeeld geen idee wie worden bedoeld met de Spotter en de Man van de Leugen, twee tegenstanders van de Leraar der Gerechtigheid. Alleen de identificatie van de Goddeloze Priester met Jonathan de Makkabeeër is plausibel, maar ook niet meer dan dat.

Lees verder “De sekte van de Dode-Zee-rollen”

De essenen en de Dode-Zee-Rollen

In de Vierde Grot van Qumran zijn de meeste Dode-Zee-rollen gevonden. De grot ligt recht tegenover de ruïne. Het is moeilijk voorstelbaar dat er geen relatie tussen de bewoners van het gebouw en de teksten in deze grot is geweest.

Als, zoals ik in het eerste stukje schetste, het essenisme inderdaad pluriform was, is het goed denkbaar dat een deel van de Dode-Zee-rollen, zoals vaak wordt aangenomen, esseens is. Dat er verschillen zijn tussen de inhoud van de rollen en de informatie van de Joodse auteur Flavius Josephus (en enkele van zijn collega’s), valt dan te verklaren vanuit dit pluriforme karakter. Het probleem is natuurlijk dat zo vroeg of laat alles met alles valt te combineren. Om deze reden is lang niet elke geleerde overtuigd van de identificatie. Ik mag dan niet zo geleerd zijn, het lijkt me verstandig onderscheid te blijven maken tussen de essenen en de Dode-Zee-rollen, tot er meer duidelijkheid is.

Overeenkomsten en verschillen

Maar goed. Er zijn overeenkomsten. De Gemeenschapsregel beschrijft de inwijdingsrituelen die ook Josephus noemt. Predestinatie, dualisme, celibaat, gemeenschappelijk bezit en maaltijden, rituele baden en halachische kwesties komen in de Gemeenschapsregel eveneens aan de orde, terwijl andere teksten de sabbat beschrijven zoals ook Josephus doet. Er zijn echter ook complicaties. Zo komt de naam “essenen” (Aramees ḥsyn, “de vromen”) niet voor in de sektarische teksten. Een andere moeilijkheid is dat Filon, Plinius en Josephus allemaal niet datgene vermelden wat ons het meest treft bij het lezen van de Dode-Zee-rollen: de sektariërs dachten eschatologisch. Ze meenden dus dat de Eindtijd nabij was.

Lees verder “De essenen en de Dode-Zee-Rollen”