’s Prinsen sluipweg

Apeldoorn, Prinsengang

Toen prins Hendrik, die in het echt natuurlijk gewoon Heinrich Wladimir Albrecht Ernst Herzog zu Mecklenburg-Schwerin heette, op 3 juli 1934 overleed, waren de artsen in dubio: was hij wel echt overleden? Zijn echtgenote, koningin Wilhelmina, wist een feilloos middel om erachter te komen: “Zet maar een krat bier naast z’n bed,” zei ze, “Als die er morgenochtend nog staat, is hij dood.”

Ik heb er geen biografie van de arme en verarmde Duitse prins op nageslagen, maar het moet de zuivere waarheid zijn, aangezien paleisgeheimen zelden geheim bleven in Apeldoorn. Ik blogde er al eens over. Hier was bijvoorbeeld niemand verbaasd toen in 1979 bekend werd dat Pim Lier een buitenechtelijk kind was van prins Hendrik. De conciërge van mijn middelbare school kende, als zoon van een lid van Wilhelmina’s hofhouding, alleen al in Apeldoorn vier koekoeksjongen. Wij Apeldoorners, we laten ons daar niet op voorstaan, maar wij weten zulke dingen.

Lees verder “’s Prinsen sluipweg”

Soldatengraf bij Leuth

Cenotaaf voor Ernest Harrison, gesneuveld op 27/28 januari 1945, even ten westen van Leuth.

In de winter van 1944/1945 was Nijmegen zo’n beetje de noordelijkste stad die de Geallieerden op de Duitsers hadden heroverd. Ze hadden verder willen komen: het doel van operatie Market-Garden was Arnhem geweest. Dat was niet gelukt, maar dat wil niet zeggen dat de operatie volledig was mislukt, want Nijmegen was een basis om om de Duitse Siegfriedlinie heen te trekken. Die opmars werd door het Ardennenoffensief uitgesteld maar in het voorjaar van 1945 – op 8 februari om precies te zijn – begon operatie Veritable, met als doel het front op te schuiven richting Rijn.

Het is niet de beroemdste actie uit de Tweede Wereldoorlog. In feite is ze ronduit vergeten. Het was echter een grote operatie, waarbij de Geallieerden 400.000 soldaten inzetten, waarvan er bijna 16.000 om het leven kwamen. De Duitse verliezen worden geschat op ruim 44.000. Samen genomen is dat ruwweg een stad als Roermond of Genk. Een van de eerste slachtoffers was de eenentwintigjarige Canadese soldaat Ernest Harrison.

Lees verder “Soldatengraf bij Leuth”

Het graf van Marcus Mallius

Inscriptie uit Herwen: het graf van een soldaat Marcus Mallius (Valkhofmuseum, Nijmegen)

Herwen, vlakbij Lobith aan de Rijn, is de moderne naam van een plaats waarvan de naam in de Romeinse tijd werd geschreven als Carvium. De eerste klank kan heel goed een harde /h/ zijn geweest, zoals in Cananefaten, dat ook wel met een H werd gespeld. De Germaanse naam van Carvium/Herwen, *Harh-wiha, betekent zoiets als heiligdom. Toen hier in 1938 een recreatieplas werd gegraven, vonden de arbeiders een Latijnse inscriptie, die momenteel is te zien in het Valkhofmuseum in Nijmegen.  Op de dijk bij de vindplaats is tegenwoordig een replica te zien.

Zoals gebruikelijk is de tekst van de inscriptie beschadigd – ik vraag me af of er wel Genua staat in de tweede regel – en zoals al even gebruikelijk bestaat de tekst voor een groot deel uit afkortingen:

M Mallius
M f Galer Genua
mile leg I | Rusonis
anno XXXV stip XVI
Carvio ad molem
sepultus est ex test
heredes duo f c

Lees verder “Het graf van Marcus Mallius”

Rhenus bicornis, de tweehoornige Rijn

De splitsing van Rijn en Waal bij Millingen

Vorige week moest ik op een ochtend even in Nijmegen zijn en omdat er nogal wat tijd zou verstrijken tot mijn volgende afspraak, besloot ik een eindje te gaan fietsen. Het werd een mooi tochtje. Het Nederlandse rivierenlandschap is altijd mooi en het stuk richting Duitsland kende ik nog niet.

Even ten westen van Millingen ligt de splitsing van de Rijn en de Waal. Zie boven. Links de Waal, richting Nijmegen, rechts de Rijn, richting Arnhem. Ik vind het – om er eens wat clichés tegenaan te gooien – erg indrukwekkend hoe de enorme watermassa’s hier voort stromen onder een lage hemel. De splitsing heeft zich in de loop der tijden wat verplaatst maar het zal er in de Oudheid niet heel anders uit hebben gezien en ik denk dat dit punt voor de Romeinen, die maar weinig rivieren kenden die groter waren dan de Rijn (de Donau en de Nijl zijn de enige kandidaten) nog indrukwekkender zal zijn geweest dan voor ons. De officieren die begin 19 v.Chr. verantwoordelijk waren voor de stichting van Nijmegen zullen erover naar huis hebben geschreven.

Lees verder “Rhenus bicornis, de tweehoornige Rijn”

Kerstmis in oorlogstijd

Ik denk dat het in 1943 is geweest. Mijn vader had een slagerij in Lochem in de Achterhoek en “de fabriek” (zo noemde wij altijd de heel grote werkplaats achter ons huis) was voor driekwart door de Duitsers gevorderd. Daar kwamen soldaten om bijvoorbeeld worst te maken maken. Dat konden ze heel goed.

Als kinderen liepen wij er in en uit, want als ze daar bezig waren, kregen we van die jongens wel eens iets lekkers, zoals een stukje gekookte tong of nier. We vonden dat heerlijk, ook als ze tongenworst of nierbrood aan het maken waren.

De leider van dat stel was een zekere heer Schneider. Hij liep nooit in uniform en was tegen  mij altijd heel aardig. Toen ik ziek was, en dat gebeurde in die tijd weleens, moest ik van de huisarts extra suiker eten. Je kon daarvoor extra rantsoenbonnen krijgen maar mijn ouders hebben daar nooit gebruik van gemaakt, want wij hadden het redelijk goed in die periode. Ik heb dat in mijn kinderlijke onschuld aan meneer Schneider verteld en wat gebeurde? De goede man, want hij was gewoon een goede Duitser, bracht elke keer een klein zakje snoepjes voor mij mee. Mijn moeder was heel gereserveerd in deze. Dat is natuurlijk ook te begrijpen. Ik mocht het aannemen, maar er met niemand over praten. Dat kon je in de oorlog ook beter niet doen.

Lees verder “Kerstmis in oorlogstijd”

Het Uddelermeer

Uddelermeer
Uddelermeer

Het belooft een mooie (wellicht tropische) dag te zijn dus ik geef u nog eens een stukje over een mogelijk zomers fietstochtje: naar het Uddelermeer. Als u begint in Ermelo of Harderwijk, passeert u op de Ermelose heide nog een Romeins marskamp, dat wordt aangegeven met een helaas niet al te geslaagd standbeeld van een legionair. Verder fietsend langs de Flevoweg passeert u wat bossen en weilanden, aan uw rechterhand nog een heide (waarvan ik de naam niet weet) en aan uw linkerhand het Nationaal Hippisch Centrum. Na een kleine afslag naar links, de Paleisweg, komt op een rotonde een wat grotere afslag, de Garderenseweg, die u leidt naar Uddel. Tegenover het theehuis aan uw linkerhand ligt het Uddelermeer.

Ik was er tot een paar jaar geleden nog nooit geweest en dat is toch vreemd want als kind heb ik Pim Pandoer en het monster van de Uttiloch van Carel Beke verslonden. Het Uddelermeer is een van de weinige wat vochtiger plekken in een vrij droog gebied, en bovendien wordt in dit gebied ijzer gewonnen, zodat hier al in de IJzertijd mensen woonden.

Lees verder “Het Uddelermeer”

De Deventerstraat

Deventerstraat, Apeldoorn

In de zomer van 1969 verhuisden mijn ouders van Beneden-Leeuwen naar Apeldoorn. Ons nieuwe huis stond in de stadswijk Zevenhuizen, die nog volop in aanbouw was. De straat waar we woonden, was nog niet volledig geasfalteerd. Ik heb weleens eerder over die wijk geschreven: ze moest nog een eigen smoel krijgen.

De kleuterschool en de kerk waren een ruime kilometer verderop, de lagere school eveneens, maar uiteraard liepen we als kinderen enorme einden om. Er was immers nog zoveel te bekijken en te ontdekken. De middelbare school was op fietsafstand, eerst een dependance en later het hoofdgebouw aan de andere kant van de stad. Echte Apeldoorners zeiden overigens “het dorp”. Sommige echte Apeldoorners, vooral degenen die woonden in de buurt van het statige, toen nog mooi witte, paleis Het Loo, vierden Koninginnedag op 31 augustus, de verjaardag van Wilhelmina. Mijn ouders namen ons vaak mee voor wandelingen in het park achter het paleis.

Lees verder “De Deventerstraat”

De vooringenomen waarneming

Gaston Maspero

Drie weken geleden is in Krommenie het onderzoek hernomen naar een al sinds de jaren zestig bekende vindplaats, waar mogelijk een Romeinse wachttoren heeft gestaan. Mocht dat zo blijken te zijn, zo lezen we, dan moeten de geschiedenisboeken worden aangepast, want dit zou ten noorden van de Romeinse rijksgrens zijn geweest. Twee politieke partijen en Zaanstad hebben zich al voorgenomen de stadswijk in kwestie een Romeins tintje te geven. Of dat gebeurt, is aan de politici, maar het herschrijven van de geschiedenisboeken is aan wetenschappers en ik kan u alvast verklappen dat die toch wel wat meer nodig zullen hebben dan een wachttoren voordat ze hun beeld van Romeins Noord-Holland bijstellen. De wachttoren die in 2014 bij Almere is ontdekt, heeft hen ook niet doen besluiten de geschiedenisboeken aan te passen. Het zijn overdreven claims als die in Krommenie die maken dat veel wat hoger opgeleide mensen de archeologie niet langer helemaal serieus kunnen nemen.

Potje van Lent

En dat is jammer, want soms is er wel degelijk nieuws. Echt nieuws. Een vondst die wel kan leiden tot het het herschrijven van een pagina in de geschiedenisboeken, is het kleine potje dat in Lent is gevonden in een afvalkuil uit de IJzertijd en dat afgelopen donderdag plotseling in het nieuws was. Het opmerkelijke aan het zesentwintig eeuwen oude “potje van Lent” is dat er tekens in staan gegrift. Misschien, zo meent archeoloog Peter van den Broeke, zijn de tekens “aangebracht door iemand die interessant wilde doen en deed of hij kon schrijven, iemand die in zuidelijke streken was geweest of er vandaan kwam, het schrift in zijn hoofd had en het probeerde na te bootsen”. Dat betekent dus dat het allereerste begin van de schriftcultuur – laten we zeggen de fase die we kennen van kleuters die letters natekenen – een eeuw of zes eerder moet worden geplaatst dan we dachten. Tijd voor nieuwe geschiedenisboeken dus.

Lees verder “De vooringenomen waarneming”

Bemmel – niks “noordelijkste villa”

(foto Rijkswaterstaat)

Leuk archeologie-nieuws gisteren: bij Bemmel, even ten noordoosten van Nijmegen, is een belangrijk Romeins grafveld gevonden. U leest er hier meer over, een stukje dat gisteren op de website van De Volkskrant bovenaan het lijstje “meest gelezen” stond. Terecht, want het is echt een mooie ontdekking.

Er is echter wel een probleem. Er zit een koe van een fout in het bericht en die is niet gemaakt door de journalist. De fout is overgeschreven uit het persbericht van Rijkswaterstaat dat u hier vindt. Het gaat over de rijkdom van de grafcultuur en de bijbehorende grafgiften, die …

betekent dat er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een Romeinse villa in de nabijheid moet liggen; wellicht de meest noordelijke in het Romeinse rijk.

Lees verder “Bemmel – niks “noordelijkste villa””

Gumattius

Grafsteen van Gumattius (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Laten we het eens hebben over een museumstuk uit het Rijksmuseum van Oudheden, daar schrijf ik immers nooit over. Het monumentje hierboven is een van de beroemdste Romeinse grafstenen uit Nederland, wat niet zo heel moeilijk is omdat we hier weinig natuursteen hebben en we, tot de ontdekking van de Nehalennia-altaren in de jaren zeventig, eigenlijk maar een paar inschriften hadden. Deze was al in de zeventiende eeuw bekend – Gisbert Cuper schreef er in 1687 al over – toen Romeinse inscripties nog helemaal zeldzaam waren. Vandaar haar roem.

Hier is de tekst:

M TRAIANIV
GVMATTIVS GAI
SIONIS F VET ALAE
AFROR TPI

Wat kan worden aangevuld tot

Lees verder “Gumattius”