Het missorium van Theodosius

Het missorium van Theodosius (Archeologisch Museum, Mérida)

Als er ooit een expositie komt over de Franken, dan zou die kunnen beginnen met het missorium van Theodosius I, het voorwerp dat u hierboven ziet. Het illustreert het meervoudige keizerschap in het Laat-Romeinse Rijk. De naam van het voorwerp is, zoals zo vaak, even ingeburgerd als onjuist: een missorium is een schaal om je handen te wassen, maar dit is een schijf. De doorsnede is 75 centimeter en het voorwerp weegt ruim vijftien kilo. Het is gemaakt van zilver, met een vergulde rand.

Een inscriptie op de rand, zeg maar van 9:00 tot 3:00, helpt de interpretatie op weg:

D(ominus) N(oster) Theodosius perpet(uus) aug(ustus) ob diem felicissimum X;

Onze heer Theodosius, altijd keizer, wegens zijn gelukkige 10e verjaardag (van zijn troonsbestijging)

Lees verder “Het missorium van Theodosius”

De verdwijning van het keizerschap

Valentinianus II (Bodemuseum, Berlijn)

Eén van de kwesties die tot vervelens toe terugkeren, is die van de zogenaamde val van het Romeinse Rijk. Wanneer mensen daarover beginnen, gaat het eigenlijk steevast over de verdwijning van het keizerlijk gezag in westelijk Europa in de loop van de vijfde eeuw na Chr. Op andere terreinen overheerste de continuïteit. Jeroen Wijnendaele wijdde er een tijdje geleden op Twitter een draadje aan, waarin hij het interne geweld centraal stelde.

***

1. De vraag wat de oorzaak was van de verdwijning van het keizerschap uit de westelijke provincies van het Romeinse Rijk, kan verder worden verfijnd. Keizer Justinianus herstelde immers het keizerlijk gezag over diverse westelijke regio’s (inclusief Rome). Zijn opvolgers regeerden nog eeuwenlang over delen van Italië. In Apulië zelfs een half millennium!

2. Waar we uiteindelijk mee te maken hebben, is niet de verdwijning van het keizerlijke gezag, maar de verdwijning van het West-Romeinse keizerschap als zodanig. Dit verdwijnt eind vijfde eeuw en zal nooit meer terugkeren. Als we het hebben over “de val van Rome”, dan gaat het feitelijk hierom. Dus wat gebeurde er?

Lees verder “De verdwijning van het keizerschap”

De laat-Romeinse religie

Deze Mithrasgroep uit Sidon toont dat de oude religie nog bestond in de laatste jaren van de vierde eeuw.

In Een kennismaking met de oude wereld noemen De Blois en Van der Spek de doorbraak van het christendom als een van de wezenlijke kenmerken van de Late Oudheid. Dat lijkt me correct, al zou het misschien beter zijn te spreken van de doorbraak van de orthodoxie. Christus had al heel lang talloze vereerders en zelfs degenen die Christus niet vereerden, ontkenden niet dat het ging om een van de vele bovennatuurlijke entiteiten. (Nu ik dit schrijf, vraag ik me af of degenen die de eerste christenen vervolgden, de aan Christus toegeschreven meer-dan-menselijke eigenschappen ontkenden. De Romeinen vervolgden ook joden, astrologen en Isisaanhangers en ik kan me niet herinneren gelezen te hebben dat de magistraten de goddelijkheid van Jahweh, de sterren of Isis in twijfel trokken.) Ook waren vrijwel alle heidenen in de vierde eeuw monotheïsten. Dus misschien moeten we die doorbraak van het christendom wat anders typeren.

Kerstening

Het proces dat zich in de vierde eeuw voltrok, was dat de monotheïsten steeds vaker hun ene god identificeerden met God de Vader en Christus als middelaar accepteerden. Het was minder ingrijpend dan wel wordt gedacht en de weerstand tegen het christendom was zo groot niet.

Lees verder “De laat-Romeinse religie”

De slag bij Adrianopel

Het slagveld van Adrianopel, bezien vanuit het zuidwesten

Twitter, dat was ooit leuk, tot schreeuwlelijkerds er de toon gingen zetten en Elon Musk er de macht overnam. Evengoed stonden er best leuke dingen, zoals de vier draadjes die de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele in 2021 en 2022 postte over de Late Oudheid. Hier is de eerste, over de slag bij Adrianopel op 9 augustus 378, voor u vertaald in het Nederlands. Het origineel is hier; meer materiaal van Wijnendaele is daar.

***

1. Als u vandaag last heeft van de zomerhitte, denk dan even aan de soldaten die op deze dag in 378 na Chr. streden bij Adrianopel. Het Oost-Romeinse leger onder leiding van keizer Valens leed een vreselijke nederlaag tegen Gotische groepen die twee jaar eerder asiel hadden aangevraagd.

2. We weten niet precies wat de stammen der Greutungi en Tervingi ertoe had gebracht om in 376 te verzoeken de Donau te mogen oversteken. Wellicht motiveerde een combinatie van stammentwisten en de eerste berichten over de nadering van de Hunnen over de steppen ten noorden van de Zwarte Zee, de leiders om toestemming te vragen.

3. Er moet nadrukkelijk op worden gewezen dat dit geen massale migratie van alle Gotische stammen is geweest. Sommige stammen zullen nog vele generaties in hun oorspronkelijke gebieden wonen. De Gotische taal is tot ver in de Vroegmoderne Tijd gesproken op de Krim.

Lees verder “De slag bij Adrianopel”

De vijfde eeuw (3)

De Frigidus

[Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de Late Oudheid. Een van degenen die reageerden, John Messemaker, zegde toe zijn gedachten over het onderwerp op een rijtje te zetten. Van dat stuk verscheen het eerste deel hier.]

Keizer Gratianus werd in 359 geboren en wed acht jaar later door zijn vader, keizer Valentinianus I, gekroond tot medekeizer. De belangrijkste reden dat de negentienjarige Gratianus in 378 niet met zijn leger aanwezig was bij de Slag van Hadrianopolis, waardoor een ramp wellicht te voorkomen was geweest, is dat hij opgehouden was door schermutselingen met onder andere Alanen. Na de slag ging hij ertoe over diverse plunderaars te rekruteren voor zijn leger en daarbij ging hij niet alleen zo ver dat hij een groep Alanen tot lijfwacht maakte, nee, de keizer ging zelfs publiekelijk gekleed in “Skythische” outfit. Net als zijn lijfwacht ging hij dus gekleed zoals de overwinnaars van Hadrianopolis.

Omdat Gratianus nogal wat weerstand opriep, voerde Magnus Maximus in 383 een putsch uit. De legitieme keizer werd op de vlucht gearresteerd door zijn generaal Merobaudes en aan  Maximus overgedragen, die zijn rivaal terstond doodde. Ondanks de mislukking van Gratianus’ regering vertelt de Romeinse militaire auteur Vegetius nog iets positiefs over hem, namelijk dat hij de laatste keizer was die zijn infanterie nog borstplaten en helmen liet dragen.

Lees verder “De vijfde eeuw (3)”

De vijfde eeuw (1)

Re-enactors van een laat-antiek Romeins leger (© re-enactmentgroep Fectio)

[Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de Late Oudheid. Dat leidde tot leuke reacties en een van de “reaguurders”, John Messemaker, zegde toe zijn gedachten over het onderwerp eens op een rijtje te zetten. Zijn enthousiaste stuk van ruim zesduizend woorden zal hier de komende tijd verschijnen. Ik heb het wat aangepast aan de conventies die ik op deze blog hanteer en laat hem verder met plezier aan het woord.]

De vijfde eeuw begint voor mij op 9 augustus 378 met de Slag bij Adrianopel, waar “barbaarse” groepen onder leiding van Alatheus, Fritigern en Saphrax de Oost-Romeinse keizer Valens doden, zijn legers vernietigend verslaan en het Oost-Romeinse Rijk in chaos storten. De vijfde eeuw eindigt op 4 september 476, de dag dat de “barbaar” Odoaker de laatste keizer van het West-Romeinse Rijk, Romulus Augustulus, een kind nog, afzet en Italië als koning (rex) onder zijn eigen gezag verder leidt.

Lees verder “De vijfde eeuw (1)”

Historia Augusta (7): Vergeten aristocraten

Gallienus (Altes Museum, Berlijn)

[Eind deze maand verschijnt bij Athenaeum – Polak & Van Gennep de eerste Nederlandstalige uitgave van de Historia Augusta. De vertaling van deze curieuze reeks biografieën van Romeinse keizers is van John Nagelkerken. Dit is de zevende van een reeks van negen blogposts; de eerste is hier.]

Beide hypothesen – een datering rond 375 of rond 395 – zijn mogelijk. Dezelfde feiten kunnen erdoor worden verklaard. Camerons eerdere datering kan echter méér feiten verklaren, en verdient daarom de voorkeur. (Deze vuistregel om tussen twee concurrerende hypothesen te kiezen, staat bekend als “excess empirical content”.)

Lees verder “Historia Augusta (7): Vergeten aristocraten”