De laat-Romeinse religie

Deze Mithrasgroep uit Sidon toont dat de oude religie nog bestond in de laatste jaren van de vierde eeuw.

In Een kennismaking met de oude wereld noemen De Blois en Van der Spek de doorbraak van het christendom als een van de wezenlijke kenmerken van de Late Oudheid. Dat lijkt me correct, al zou het misschien beter zijn te spreken van de doorbraak van de orthodoxie. Christus had al heel lang talloze vereerders en zelfs degenen die Christus niet vereerden, ontkenden niet dat het ging om een van de vele bovennatuurlijke entiteiten. (Nu ik dit schrijf, vraag ik me af of degenen die de eerste christenen vervolgden, de aan Christus toegeschreven meer-dan-menselijke eigenschappen ontkenden. De Romeinen vervolgden ook joden, astrologen en Isisaanhangers en ik kan me niet herinneren gelezen te hebben dat de magistraten de goddelijkheid van Jahweh, de sterren of Isis in twijfel trokken.) Ook waren vrijwel alle heidenen in de vierde eeuw monotheïsten. Dus misschien moeten we die doorbraak van het christendom wat anders typeren.

Kerstening

Het proces dat zich in de vierde eeuw voltrok, was dat de monotheïsten steeds vaker hun ene god identificeerden met God de Vader en Christus als middelaar accepteerden. Het was minder ingrijpend dan wel wordt gedacht en de weerstand tegen het christendom was zo groot niet.

Drie momenten zijn cruciaal geweest. Het eerste was de tolerantie voor het heidendom van keizer Julianus (r.361-363), die de christelijke leiders deed inzien dat ze hun pas verworven posities ook weer konden verspelen. De bisschoppen werden nu meer dan daarvoor politici, die streefden naar verankering van hun macht. Ook vis-à-vis andere christenen: dit is het moment waarop de interne conflicten scherpte kregen. Tegelijk met de kerstening voltrok zich een tweede proces, waarbij binnen het christendom het idee doorbrak dat er slechts één orthodoxe visie kon zijn. In 381 schreef het Eerste Concilie van Constantinopel deze visie dwingend voor. (Daarna volgden er nieuwe disputen. Opvallend detail: het handboek noemt nergens de Kopten.)

Stap twee: het moment waarop de keizers Theodosius I en Gratianus, die financiële problemen ondervonden na de slag bij Adrianopel (378), de subsidiëring van het heidendom beëindigden. Daarna stond, zoals Alan Cameron uitgebreid beschrijft in het boek dat ik hier besprak, de schatrijke Romeinse elite voor de keuze tussen enerzijds het vasthouden aan en financieren van de oude culten én de keizerlijke ongenade, en anderzijds met de veranderde wind mee buigen, de christelijke eredienst aanvaarden en de mogelijkheid behouden carrière te maken.

Stap drie: het verbod op de heidense eredienst, doorgaans gedateerd in 392, maar niet werkelijk gehandhaafd. Synesios van Kyrene beschrijft bijvoorbeeld een Kybele-processie in de vroege vijfde eeuw, keizer Anthemius (r.467-472) benoemde nog een aanhanger van de oude religie tot consul en begin zesde eeuw schreef Zosimos nog een geschiedwerk met een volstrekt heidens perspectief. Zeker op het platteland bleven de oude gebruiken gehandhaafd, soms in een nieuw jasje. De herhaalde kerkelijke veroordelingen van die gebruiken bewijzen hun duurzaamheid.

Het lot van Mithras

Waarmee we komen bij het einde van het heidendom. Ik wil er één cultus uitlichten: die van Mithras. Een mooi voorbeeld is Straatsburg, waar van een crisis in het heidendom niets te merken was. De stad nam in de derde eeuw in omvang af, terwijl het aantal afbeeldingen van de oude goden toenam. De ondergrondse tempels voor Mithras werden uitgebreid. Iets noordelijker, in Gimmeldingen (tegenover Mannheim aan de Rijn), bouwde men in 325 een volkomen nieuwe mithraeum, dat een zekere Potentianus op 23 januari inwijdde. Ik blogde al eens over de nieuwe sculptuur uit het mithraeum van Sidon, dateerbaar rond 390.

Nu is er iets wonderlijks aan de hand. Archeologen vinden in de uit deze tijd daterende Mithrastempels altijd enorm veel munten. Ze liggen ook overal verspreid, dus het zijn geen schatvondsten. In het Zwitserse Martigny groeven de archeologen ruim 2091 munten op, daterend van 378 tot 402 ofwel bijna negentig per jaar. In eerdere bouwfasen ontbreken munten grotendeels. We kunnen twee conclusies trekken: enerzijds dat de cultus in de vroege vijfde eeuw nog bestond en  anderzijds dat ze nog innoveerde, dus vitaal was. Wat die munten betekenen, is helaas onbekend.

Maar begin vijfde eeuw houdt de Mithrascultus dan toch op. Verwoestingslagen zijn er nauwelijks, dus er is geen bewijs dat de cultus ten einde kwam doordat christenen alles kort en klein hebben geslagen. De organisatoren van de recente Mithras-tentoonstellingen (zoals die in Morlanwelz) menen dat de genootschappen zichzelf hebben opgeheven. Voor zover er verwoestingen zijn geweest, zijn die bewijsbaar later.

Laat-Romeinse religie

Wat ik maar zeggen wil: het heidendom heeft geen heroïsche eindstrijd gekend. Spannende verhalen, zoals die over ruziënde bisschoppen, zijn er niet. Het oude geloof liep als een ballonnetje leeg. Het was weerloos toen de bisschoppen eenmaal machtspolitici waren geworden en de Romeinse elite de eigen carrière boven stelde boven de traditie.

[Er is een overzichtspagina van de blogjes over het handboek.]


Provinciale herindelingen

augustus 15, 2025

De Thuringers

november 26, 2025
Deel dit:

10 gedachtes over “De laat-Romeinse religie

  1. FrankB

    “Ook waren vrijwel alle heidenen in de vierde eeuw monotheïsten. ”
    Van mij mag je best een blogstukje wijden aan de vraag hoe Romeinen (als in inwoners van het Romeinse Rijk) van heidense polytheïsten heidense monotheïsten werden.

  2. Jos Houtsma

    ‘Het oude geloof liep als een ballonnetje leeg’, schrijf je, ‘de heidense eredienst’, ‘de oude religie’. Maar kun je dat zeggen? Eigenlijk gaat het toch in al je voorbeelden gewoon over uiteenlopende niet-christelijke erediensten, die het in de baaierd van die eeuwen aflegden tegen het orthodoxe christendom. Die in de concurrentie strijd het loodje legden.
    Dat de christenen iets hadden met orthodoxie lijkt me overigens niet zo gek: als je christen was moest je het wel op de juiste manier zijn, en dat levert natuurlijk plenty conflictstof op.

    1. Het eerst punt klopt: “heidendom”, “de oude godsdiensten”, “de heidense erediensten” zijn onhandige termen. Ik heb echter geen alternatief.

      Het tweede klopt volgens mijn niet. Er was geen noodzaak tot orthodoxie. Met Constantijn kregen enerzijds de “exclusivisten” de wind in de zeilen, die vonden dat de verering van Christus de verering van andere goden uitsloot. Maar waarom? Binnen de exclusivisten kregen de aanhangers van het idee dat er maar één juiste wijze was om over Christus te denken, de overhand. Ook dat was niet noodzakelijk.

      Het idee dat er een doctrine moet zijn voor een religie, is ontstaan in de Late Oudheid. In West-Europa stelde de Reformatie dat idee centraal; in het Midden-Oosten is het minder ver. Ik sprak nog vorige week een mevrouw die ik kende als christelijk maar die de ramadan volgde. “Ik ben voor een kwart christen, voor een kwart moslim, en voor de helft atheïst”, zei ze. Misschien begrijpen wij westerlingen het Midden-Oosten en de Oudheid beter als we religie opvatten als een rol die je speelt. En je kunt er ook twee spelen.

  3. Jos Houtsma

    Dat is een interessante gedachte! Ja, er waren vast veel mensen die er zo over dachten. Maar dat neemt niet weg dat er vast ook veel christenen waren die zuiverheid in de leer belangrijk vonden. En ligt het niet voor de hand dat juist hun strijdbaarheid doorslaggevend was voor het succes van het christendom?

  4. Dirk Zwysen

    Aangezien het christendom als een vorm van jodendom begon en er ook in het heidendom een tendens was naar monotheïsme, was exclusivisme vanuit theologen misschien wel onvermijdelijk. Als er maar één God was, dan was er ook maar één correcte manier om Hem te beschouwen en vereren, zeker wanneer die God nauw aanschurkt bij de wereldlijke macht. Heiligenverering paste voor de gewone mens een mouw aan die miskenning van het mysterie en de uiteenlopende situaties waarin mensen contact zoeken met het goddelijke.

    1. FrankB

      “was exclusivisme vanuit theologen misschien wel onvermijdelijk.”
      Dit is één reden waarom ik om bovengenoemde blogstukje vroeg.

  5. Sara

    Graag een andere term voor ‘heiden’. Het is zo’n onwetenschappelijk, zou haast zeggen onchristelijk woord.
    Ik zie wel termen als ‘paganisten’, ‘haeretici’, voorbijkomen hier en daar. Maar ook die zijn besmet.
    Misschien in plaats van ‘heidense godsdiensten’, ‘antieke godsdiensten’ gebruiken?

Reacties zijn gesloten.