Heliogabalus (1): de bronnen

Heliogabalus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

De jonge keizer Heliogabalus regeerde slechts vier jaar, van 218 tot 222, maar hij is in ons taalgebied een van de bekendere onder Romes meer onbekende heersers. Het zal deels komen door de mooie roman van Louis Couperus, De berg van licht (1905). Daar zit natuurlijk een fors element in van verbeelding en taaltovenarij. Wie was Heliogabalus werkelijk? Was hij echt een oosterse godsdienstwaanzinnige of zit er een al dan niet oosterse rationaliteit achter zijn voor Romeinen schokkende beleid? Vereerde hij Elagabal? We moeten beginnen bij de bronnen, kijken dan naar zijn staatsgreep, zijn algemene beleid en zijn ondergang, vervolgen dan met zijn religieuze beleid, en komen dan tot een conclusie.

Drie bronnen

Er zijn drie literaire bronnen voor het leven van Heliogabalus of – zoals hij voluit heette – Imperator Caesar Marcus Aurelius Antoninus Augustus:

  1. De senator Cassius Dio;
  2. Een ambtenaar genaamd Herodianos;
  3. De auteur van de Historia Augusta.

Lees verder “Heliogabalus (1): de bronnen”

De Zuil van Trajanus (en meer)

De Zuil van Trajanus

Op het Forum van Trajanus, waarover het vorige blogje ging, stond een van Romes beroemdste en best bewaarde monumenten: de achtendertig meter hoge erezuil die de verovering van Dacië herdacht. De bouwinscriptie noemt echter een andere reden voor de oprichting:

Aan Imperator Caesar Nerva Trajanus, zoon van de vergoddelijkte Nerva, overwinnaar van de Germanen, overwinnaar van de Daciërs, opperpriester, in het zeventiende jaar van zijn bevoegdheid als volkstribuun, zesmaal uitgeroepen tot Imperator, zesmaal consul, vader des vaderlands, geschonken door Senaat en Volk van Rome, om aan te geven hoe grote hoogte berg en terrein met zoveel inspanningen is weggegraven.noot EDCS-17301077.

Al in de Oudheid was de betekenis van deze woorden onbegrepen. Ook de geschiedschrijver Cassius Dio geeft in zijn Romeinse geschiedenis een onjuiste verklaring:

Lees verder “De Zuil van Trajanus (en meer)”

Het Forum van Trajanus

het Forum van Trajanus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het Drents Museum in Assen is momenteel een mooie expositie over het oude koninkrijk Dacië, zeg maar Roemenië. Rond het begin van onze jaartelling was dat een machtige staat, die het de Romeinen bij tijd en wijle knap lastig maakte, mede doordat de koning dankzij enkele goudmijnen altijd huurlingen kon aantrekken. Voor keizer Trajanus waren die goudmijnen voldoende reden om het gebied te annexeren. Er waren twee campagnes voor nodig, maar in 106 na Chr. was de oorlog voorbij.

Nu moest iedereen in Rome het ook nog zien, en dus zette de zegevierende keizer zijn krijgsgevangenen in om een nieuw plein toe te voegen aan de reeks Keizerfora: het Forum van Trajanus, met daarnaast de Markthallen van Trajanus. De architect was Apollodoros van Damascus, die eerder een beroemde brug over de Donau had gebouwd. Het complex, volgens onze bronnen een van de mooiste bouwwerken in Rome, was voltooid in 112. De combinatie van oorlogsvoering en bouwwerken illustreert vooral het door oudhistorici als fantasieloos getypeerde beleid van deze keizer.

Lees verder “Het Forum van Trajanus”

Van keizer tot keizer (2)

Keizer Marcus Aurelius (Carnuntum)

In het vorige stukje behandelde ik de Romeinse keizers van de eerste eeuw en de eerste helft van de tweede eeuw. Meestal wordt de regering van Marcus Aurelius beschouwd als keerpunt.

Van goud naar ijzer en roest

Onze bronnen spreken niets dan lof over deze filosofisch ingestelde man, die, toen hij werd geconfronteerd met de eerste Germaanse invallen sinds mensenheugenis, leiding gaf aan Romes grootste militaire operaties sinds de burgeroorlogen. Latere generaties beschouwden de oorlog aan de Donau als het keerpunt in de Romeinse geschiedenis. Maar het was niet de enige ramp, althans volgens de geschiedschrijver Cassius Dio (ca. 160-ca. 235), een uit het huidige Turkije afkomstige senator die een belangrijk geschiedwerk schreef:

Dit ene ding deed afbreuk aan het geluk van Marcus Aurelius, dat hij zich in zijn zoon, die hij op de best mogelijke manier had grootgebracht en opgevoed, op de ergst denkbare wijze had vergist. Daar moeten we het nu over hebben, want de lotgevallen van de Romeinen toen en onze geschiedenis nu tonen de val van een keizerrijk van goud naar een van ijzer en roest.

Lees verder “Van keizer tot keizer (2)”

III Gallica (2)

Soldaten van III Gallica eren keizer Caracalla (Nahr al-Kalb; meer)

[Tweede blogje over de geschiedenis van het Derde Legioen Gallica. Het eerste was hier.]

Armenië, Judea en Italië

Tijdens de regering van keizer Nero nam het Derde Legioen Gallica onder leiding van Corbulo deel aan de oorlogen in Armenië waarover ik al schreef. In 66 maakte een onderafdeling van III Gallica deel uit van het expeditieleger waarmee Gaius Cestius Gallus vergeefs probeerde de Joodse Opstand in de kiem te smoren. Vermoedelijk dienden de soldaten nog even onder Vespasianus, de door Nero gestuurde generaal die de regio moest pacificeren. Begin 68 werden ze echter overgeplaatst naar de Donau, waar III Gallica en VIII Augusta met succes de grens beveiligden tegen de Roxolani.

Lees verder “III Gallica (2)”

Kleding op z’n Gallisch

Een man met een mantel die in het Gallisch cucullus heet (Rheinische Landesmuseum, Trier)

Ik heb al eerder over woorden uit het Gallisch geblogd (één, twee), maar dat is geen reden dat niet nog eens te doen. Ik neem voor de aardigheid wat kledingstukken en dan is het beroemdste Gallische woord natuurlijk caracalla. Dat is een soort mantel met een capuchon. De anonieme auteur van de Historia Augusta voegt toe dat het “een tot de enkels reikend kledingstuk” was. Omdat een keizer die eigenlijk Antoninus heette dit kledingstuk populair had gemaakt, zou, nog steeds volgens de Historia Augusta, “het gewone volk in Rome dergelijke caracallae  ook wel antoninianae noemen”. Het schijnt dat dit woord, dat dus Gallisch is, in het Provençaals heeft voortbestaan.

Het Gallische woord voor capuchons was cucullos. Ofwel cagoule in het huidige Frans, wat zoiets als bivakmuts betekent, en ook het Nederlandse woord kovel. We kennen de uitdrukking cucullos overigens – net als caracalla – alleen uit Latijnse teksten, dus er kan vertekening zijn. We kennen wel samenstellingen, zoals bardocucullus, wat de blijkbaar de muts was die een dichter droeg.

Lees verder “Kleding op z’n Gallisch”

“Naar alle kanten het Rijk vergroot” (3)

De limes in Libië (Bu Njem)

[Vandaag het derde van vier blogs over de veldtochten van keizer Septimius Severus (r.193-211), die het Romeinse Rijk bracht tot zijn grootste omvang. Dat dit onder Trajanus zou zijn gebeurd is vooral propaganda van Mussolini. Het eerste deel is hier.]

Weinig lezers zullen destijds hebben vermoed dat achter de vage aanduiding dat Severus “Naar alle kanten het Rijk vergroot” ook een overwinning in het huidige Libië schuilging. Toch was dit waarschijnlijk het succes dat de keizer het meest na aan het hart lag en dat de meest duurzame gevolgen heeft gehad.

Lucius Septimius Severus was geboren in Lepcis Magna, een van de havensteden waaraan de Tripolitana, het “Driestedenland”, zijn naam dankt. In het achterland werden graan en olijven verbouwd en nog wat verder naar het zuiden begon een gebied waar de Garamanten met hun kuddes heen en weer trokken. ’s Winters en in de lente verbleven deze nomaden in de oases in het binnenland, maar aan het einde van de zomer verweidden ze hun kuddes naar de kuststrook, waar ze de boeren hielpen bij de olijfoogst. De meegenomen dromedarissen deden dienst als trekdier bij het ploegen en ook de achtergelaten mest kwam van pas. Er was tijd voor handel. Zuivel en vlees werden geruild tegen graan en olie. Met ivoor, goud en andere artikelen uit Centraal-Afrika werden de producten van de stedelijke ambachtslieden betaald.

Lees verder ““Naar alle kanten het Rijk vergroot” (3)”

WvdK | De geboorte van Aurelianus

Aurelianus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Het idee dat mensen van karakter konden veranderen, was de Grieken en Romeinen eigenlijk vreemd. Als een keizer Tiberius zich tijdens zijn regering steeds despotischer ging gedragen, was niet de man veranderd maar durfde hij, althans volgens de Romeinse auteur Tacitus, zijn werkelijke neigingen meer en meer uit te leven. Het denkbeeld van karakterontwikkeling schijnt te zijn ontstaan in christelijke kringen, waar men een verklaring zocht voor het feit dat zondaars oprecht tot inkeer konden komen.

Omdat, althans zoals men in voorchristelijke tijden dacht, mensen hetzelfde bleven, moest een bijzonder persoon al in zijn jeugd bijzonder zijn geweest. Latere grootheid kondigde zich, voor wie het zien kon, dus al vroeg aan. Herakles wurgde al slangen terwijl hij nog in de wieg lag en de geboorte van een béétje keizer ging ook met voortekens gepaard. Vandaag is het 1806 jaar geleden dat Aurelianus werd geboren, die later als keizer in Rome een tempel zou bouwen voor de zonnegod.

Lees verder “WvdK | De geboorte van Aurelianus”

De stichting van Rome

Nijlpaard op een munt die Philippus Arabs sloeg ter herdenking van het duizendjarig bestaan van Rome (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Het was in de IJzertijd niet ongebruikelijk dat mensen woonden op heuveltoppen en de vallei van de Tiber was geen uitzondering. Ook voor Rome is het gedocumenteerd: we weten dat er boeren woonden op de toppen van de Palatijn, Velia, Capitool en Quirinaal. Dat de Romeinen later dachten dat hun stad was gesticht door herders, is nog maar een eerste vergissing. Dat de stad was gesticht op 21 april is een volgend misverstand, ingegeven door het feit dat de Romeinen zich niets primitievers konden voorstellen dan herders en de herders in Latium op die dag een oud lentefeest vierden.

Wat in feite gebeurde is dat in de late negende eeuw v.Chr. de heuveltopdorpjes begonnen samen te werken. Een echo klinkt door in een opmerking van de Romeinse taalkundige Festus, die het woord Septimontium, “zevenheuvelenfeest”, moet verklaren en zegt dat

op zeven plaatsen offers werden gebracht: op de Palatijn, op de Velia, op de Fagutal, in de Subura, op de Germalus, op de Caelius, op de Oppius en op de Cispius.

Lees verder “De stichting van Rome”

Eutropius (4): De feiten vaststellen

Over dit portret van Polybios valt meer te zeggen (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Terwijl u dit op leest, ben ik voor mijn werk een dagje in Sidon. Omdat ik vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

Toen de historicus Polybios in de tweede eeuw v.Chr. beschreef hoe de Romeinen het Middellandse Zee-gebied hadden verenigd, had hij daarvoor negenendertig boekrollen nodig. Een halve eeuw later gebruikte Quintus Valerius Antias eens zoveel rollen voor een geschiedenis van de Romeinse Republiek. Toen Titus Livius aan het begin van onze jaartelling dezelfde materie behandelde, besloeg het resultaat 142 boekrollen. Het moge duidelijk zijn dat Antias en Livius minder tijd besteedden aan archiefonderzoek dan aan het schrijven van hun tekst. Anders dan Polybios, die ooggetuigen interviewde, baseerden Antias en Livius zich op eerdere auteurs, die ze zorgvuldig lazen en in eigen woorden navertelden.

Lees verder “Eutropius (4): De feiten vaststellen”