Namen en nummers

Dakpan van het Twaalfde Legioen Victrix. De naamstempel was goed zodat de naam van de eenheid in spiegelbeeld staat (Palais Rohan, Straatsburg)

Een legioen was een Romeinse infanterie-eenheid. In de loop der eeuwen varieerde de omvang, maar in de Keizertijd moeten we denken aan zo’n 5300 zwaarbewapenden. Dit waren beroepssoldaten die zo’n twintig jaar dienden en na afloop een boerderij konden krijgen als oudedagsvoorziening. Met wat spaargeld om slaven te kopen hoefden ze zich geen zorgen te maken. Wie kon lezen en schrijven, kon bovendien een administratieve carrière maken en promotie maken: centurio, misschien nog verder. De loopbaan van Velius Rufus geeft een idee van wat er mogelijk was voor iemand die beschikte over talent, moed en contacten.

Net als in onze tijd, waarin eenheden “Eerste Divisie ‘7 December’” kunnen heten, had elk legioen een nummer en een naam. In Nijmegen waren vanaf 70 achtereenvolgens het Tweede Legioen Adiutrix, het Tiende Legioen Gemina en het Negende Legioen Hispana gestationeerd. Het Derde Legioen Augusta was het garnizoen van de Maghreb. Het Tweede Legioen Parthica was de strategische reserve van het Romeinse Rijk. Het Vierde Legioen Italica is een mysterie. Het Zesde Legioen Victrix hees Constantijn de Grote op het schild. De vraag is: waarom zou je eenheden een nummer én een naam geven? En een andere vraag: waarom zijn er diverse eerste legioenen maar ontbreken er ook sommige nummers? Was het niet logischer alle nummers één keer te gebruiken?

Lees verder “Namen en nummers” →

Lambaesis

De noordelijke poort van Lambaesis

Vanuit Constantine reden we naar Batna, een kapsonesloos provinciestadje dat drie uur verder naar het zuiden ligt. We deden er wat langer over omdat we ook naar het graf van Massinissa – als het van deze Numidische koning is – en het enorme graf bij Médracen wilden gaan. Dit laatste is een kolossale stenen tumulus. Het mausoleum wordt gedateerd in de vierde eeuw v.Chr.

Even voorbij Batna ligt Tazoult, het antieke Lambaesis, de plek waar het Derde Legioen Augusta was gestationeerd. Ik heb me voorgenomen ooit alle legioenbases te hebben gezien – het zijn de plaatsen waarvandaan het Romeinse gezag werd gevestigd en uitgeoefend – en deze plek stond dus hoog op mijn wensenlijstje. Het is een complexe site, die bestaat uit de eigenlijke legioenbasis met een amfitheater, een klein fort, een heiligdom gewijd aan Aesculapius, burgerlijke bewoningskernen, grafsteden en een Byzantijns fort.

Lees verder “Lambaesis” →

Het evangelie van Marcus

De leeuw: het symbool van de evangelist Marcus én het wapen van Venetië. Gevelsteentje in Amsterdam (Stromarkt 7).

De “Markus-Passion”, zo kopte het Handelsblad zaterdag, “blijft iets voor fijnproevers”. Ik neem voetstoots aan dat de beoordeling van Bachs gedeeltelijk verloren gegane oratorium correct is. Maar het slot is raar.

Het stuk zelf mist het meeslepende drama van zijn grote broers Matthäus en Johannes. De koren en aria’s blijven nogal liturgisch en afstandelijk. Nergens kruipt het verhaal echt onder de huid. De Markus-Passion zal – zal zoals het evangelie zelf – wel iets voor fijnproevers blijven.

Wat kan muziekrecensent Joost Galema bedoelen met zijn bewering dat het evangelie van Marcus iets voor fijnproevers is? Ik schrijf dit zonder ironie of sarcasme, ik snap het gewoon werkelijk niet. Het Marcus-evangelie is namelijk een van de toegankelijkste teksten uit de oude wereld.

Lees verder “Het evangelie van Marcus” →

De ondergang van VIIII Hispana

Paardenbeslag uit Ewijk met vermelding van VIIII Hispana (Valkhof Museum, Nijmegen)

Na de dood van keizer Trajanus in 117 was het zo onrustig aan de grenzen van het Romeinse Rijk dat in Schotland een compleet legioen werd vernietigd, het VIIII Hispana. Dat is althans de premisse van het geweldige jeugdboek The Eagle of the Ninth van Rosemary Sutcliff. Ze vertelt hoe een jonge Romeinse officier die door een verwonding geen dienst meer kan doen, op zoek gaat naar het veldteken van het Negende Legioen Hispana, de adelaarstandaard, en dit uiteraard ook vindt. Ik heb De adelaar van het Negende als kind verslonden.

Suttcliffs idee dat VIIII Hispana rond 117 is vernietigd door de stammen in het huidige Schotland was in de tijd dat ze het schreef, 1954, de gebruikelijke verklaring voor het feit dat het legioen niet meer in Brittannië wordt vermeld na de regering van Trajanus. In 108 was het nog gestationeerd in York; in 122 vinden we daar VI Victrix.

Lees verder “De ondergang van VIIII Hispana” →

Het legendarische Thebaans Legioen

Onderdeel van de helm van een christelijke soldaat (Archeologisch Museum, Zagreb)

Donald O’Reilly’s The Lost Legion Rediscovered is een curieus boek. De auteur, een gepensioneerde geschiedenisleraar, probeert de avonturen te reconstrueren van het Thebaans legioen, een eenheid uit het Romeinse leger die in 383 wordt genoemd door bisschop Eucherius van Lyon. Deze vertelt over christelijke soldaten die hadden geweigerd een bevel op te volgen dat ze immoreel achtten. Ze zouden daarom bij het huidige St Maurice-en-Valais in Zwitserland zijn gedood.

De “smoking gun” in Eucherius’ betoog is dat dit zou zijn gebeurd ten tijde van Maximianus, en dat deze de rang had van caesar. Dit zou voldoende moeten zijn om het verhaal terzijde te schuiven, aangezien Maximianus regeerde van 285 tot 305 en de (hogere) rang had van augustus. Eucherius heeft het over een gebeurtenis van een eeuw daarvoor en lijkt zich te vergissen. O’Reilly ziet dat anders – en ik denk dat hij op dit punt gelijk kan hebben: als Eucherius het had verzonnen, zou hij zijn schurk wel hebben voorzien van de rang waaronder hij bekend is geworden. Dat hij Maximianus desondanks aanduidt als caesar, een titel die deze heerser alleen in de winter van 285/286 heeft gedragen, opent de mogelijkheid dat Eucherius contemporaine bron heeft benut.

Lees verder “Het legendarische Thebaans Legioen” →