Laat-antiek Thracië

Claudius II Gothicus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Dit is het voorlaatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Crisis

Zoals ik in het vorige blogje zei, markeerde de regering van een uit Thracië afkomstige keizer, Maximinus Thrax, het begin van wat bekendstaat als de Crisis van de Derde Eeuw. Het wezenlijkste punt was een geleidelijke klimaatverandering, die de landbouw bemoeilijkte, meer mensen dwong om op het platteland te gaan werken, leidde tot een verkleining van het aantal ambachtslieden en (daarmee samenhangend) een verkleining van de betekenis van de steden. De belastinginkomsten namen af en dus hadden de keizers minder armslag. Er was minder handel en er was een epidemie.

Maar het meest opvallend: vijandelijke volken waren succesvoller dan in de voorafgaande tijd. Dat dwong tot grotere legers, die inflatoir werden gefinancierd. En het hielp simpelweg niet. De Griekse en Romeinse auteurs haalden de naam “Geten” uit de kast om hun tegenstanders te beschrijven: een eeuwenoude term voor de bewoners van wat inmiddels Moesia Inferior heette. Zulk archaïsme was niet ongebruikelijk, maar de keuze kan ook zijn ingegeven doordat een van de groepen invallers zich aanduidde als “Goten”. We lezen ook over Carpi en Sarmaten. We lezen dat Plovdiv – niet langer Moesia maar in het Thracische binnenland – werd geplunderd en dat keizer Decius omkwam in de strijd. Een nog niet zo heel lang geleden ontdekte palimpsest documenteert deze gebeurtenis.

Lees verder “Laat-antiek Thracië”

Romeins Thracië en Moesië

De Via Egnatia in Filippoi

[Dit is het vijfde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

De Romeinse Republiek

Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, kregen de Romeinen, in oorlog met de Macedoniërs, in de eerste helft van de tweede eeuw v.Chr. te maken met de Thraciërs. Komend vanaf de Adriatische Zee bouwden ze de Via Egnatia, die langs Thessaloniki naar het oosten voerde, langs de havensteden die de Grieken eeuwen eerder aan de Thracische zuidkust hadden gebouwd. Op de annexatie van Macedonië (in 146 v.Chr.) volgde de annexatie van het koninkrijk Pergamon, en daarmee was in elk geval de beheersing van het zuiden van Thracië voor Rome van enorm strategisch belang.

Het zou te ver voeren om hier alle conflicten te noemen die Rome in en rond Thracië heeft uitgevochten. Het was in elk geval nooit eenvoudig, zoals wel blijkt uit het feit dat de oorlog tegen de Bessers duurde van 119 tot 107 v.Chr. Al die tijd was de Via Egnatia niet helemaal veilig. Ook in de oorlogen tegen koning Mithridates VI Eupator van Pontus, een van de gevaarlijkste tegenstanders waarmee Rome te maken had in de eerste helft van de eerste eeuw v.Chr., werd gevochten in Bulgarije. Bij een van deze oorlogen moet Spartacus in Romeinse handen zijn gevallen: misschien als krijgsgevangene, misschien als verkochte slaaf.

Lees verder “Romeins Thracië en Moesië”

II Parthica, Romes strategische reserve

Felsonius Verus, standaarddrager van II Parthica. Hij heeft de adelaarstandaard van zijn legioen opgeruimd in een beschermende kooi, klaar voor transport (Apamea)

In de eerste twee eeuwen van onze jaartelling plaatsten de Romeinen hun legioenen niet ver van de Rijn, Donau en Eufraat. De transportwegen moesten immers worden bewaakt en bijkomend voordeel was dat een vijand altijd een rivier moest oversteken, wat meestal wat voorbereiding vergde en dus de verdediger tijdwinst opleverde. Het nadeel van deze vorm van lijnverdediging was dat als de vijand eenmaal was doorgebroken, hij meteen diep het imperium kon binnendringen. Vandaar dat in de Late Oudheid een mobiele strategische reserve bestond.

Ontstaan

Het initiatief kwam van keizer Lucius Septimius Severus (r.193-211). In het kader van zijn oorlog tegen het Parthische Rijk formeerde hij drie nieuwe legioenen: I Parthica en III Parthica bleven in het oosten, maar II Parthica ging met hem mee naar Rome, kreeg een basis op de Albaanse Berg en diende voortaan als strategische reserve. Het legioen, dat tevens diende als tegenwicht tegen de Praetoriaanse Garde in Rome, kreeg al snel een tweede bijnaam, Albana.

Lees verder “II Parthica, Romes strategische reserve”

IIII Flavia Felix

De samenvloeiing van Donau en Sava, gezien vanaf de basis van IIII Flavia Felix (Belgrado)

Zoals ik vertelde in het vorige blogje, was IIII Macedonica uit Mainz in ongenade gevallen doordat het Rijnleger tijdens de Bataafse Opstand (69-70 na Chr.) opzichtig had gefaald. Keizer Vespasianus herformeerde het echter onder de naam IIII Flavia en stationeerde het in Burnum, het huidige Kistanje in Kroatië.

Hoewel veel soldaten vanuit het oude legioen naar het nieuwe zullen zijn overgeplaatst, waren er ook rekruten uit Noord-Italië en wellicht Zuid-Gallië. Gnaeus Julius Agricola (de toekomstige schoonvader van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus) hield toezicht op de feitelijke formering van het legioen. Omdat het insigne van de vernieuwde eenheid bestond uit het sterrenbeeld Leeuw, is het mogelijk dat het eind juli of begin augustus 70 officieel werd opgericht.

Lees verder “IIII Flavia Felix”

VIII Augusta aan de Rijn

Maquette van de basis van VIII Augusta in Straatsburg (Palais Rohan)

Ik eindigde mijn vorige blogje met de constatering dat VIII Augusta in 70 na Chr. van de Balkan naar het westen werd overgeplaatst. Daar was het eerst gestationeerd in Mirebeau-sur-Bèze, vijfentwintig kilometer van Dyon. Een tweede basis was Argentoratum, het huidige Straatsburg aan de Midden-Rijn. Hier beschermde het legioen een belangrijke rivierovergang in Germania Superior. Het legioen zou daar nog ruim drie eeuwen blijven.

Het Zwarte Woud

In 74 legden de legionairs een weg aan van Straatsburg naar Rottweil en Hufingen: dwars door het Zwarte Woud. Dit was niet alleen een aanzienlijke bekorting van de reistijd tussen de Rijn en de Boven-Donau; het was ook het begin van de bezetting van het huidige Baden-Württemberg of, zoals het destijds heette, de Agri Decumates. Een Romeinse verovering, maar in de zin dat het een grensbekorting was ook een defensieve maatregel: de consolidatie van het imperium was begonnen.

Lees verder “VIII Augusta aan de Rijn”

Jupiter Dolichenus

Jupiter Dolichenus (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

Omdat ik wilde weten of mijn kennis van de Oudheid gelijke pas hield met het onderzoek, lees ik de laatste druk van het eerstejaarshandboek oude geschiedenis: Een kennismaking met de oude wereld van Luuk de Blois en Bert van der Spek. Ik was aangekomen bij het overzicht van de religie van de Romeinse keizertijd. Ik schrijf vandaag een aanvulling, want de god Jupiter Dolichenus blijft onvermeld. Toevallig was er iemand die me onlangs vroeg of ik daar eens over wilde bloggen. Daar gaat ’ie dus.

Om te beginnen: het is de oppergod van Doliche in Kommagene, een Anatolisch koninkrijk aan de Eufraat. De plek van zijn tempel heet tegenwoordig Dülük Baba Tepe, de heuvel van vadertje Dolichenus dus, en is niet ver van Gazi Antep. De cultus heeft wortels in een ver verleden: op afbeeldingen staat de god op een stier en draagt hij een bliksemschicht en een dubbele bijl, net als de Hittitische stormgod Tešub.

Lees verder “Jupiter Dolichenus”

Faits divers (9)

Probus lijkt van alle Romeinse keizers Hendriks’ favoriet te zijn (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

In de reeks Faits Divers deze keer: een leuk nieuw boek en een stommiteit mijnerzijds.

Romeinse keizers

Ik verwees al een keer naar Augusti, het boek dat archeoloog Johan Hendriks schreef over de ontwikkeling van het Romeinse keizerschap. Ontwikkeling: de grote troef van dit boek is dat de auteur de monarchie presenteert als een zich ontwikkelende rol. Ik ben inmiddels aangekomen bij Diocletianus, een van de grootste vernieuwers van de Romeinse monarchie, maar het boek is inmiddels verschenen en u kunt het bestellen. Ik breng het graag onder uw aandacht, want Hendriks heeft de pech dat ook Mary Beard en Olivier Hekster net nu boeken over keizers op de markt brengen. Hendriks houdt zich zonder meer staande tussen deze concurrentie.

Ik zal er nog over bloggen, want zijn beschrijving van de zogeheten crisis van de derde eeuw is een wonder van helderheid. Die wilde ik plaatsen naast het handboek van De Blois en Van der Spek waarover ik ook blog. Dus dat komt nog. Maar ik prijs alvast Hendriks’ nadruk op numismatisch bewijs, de heldere inleiding en de  keuze te focussen op de veranderende rol van de vorst. Het keizerschap werd door Augustus gecreëerd maar was pas met Vespasianus uitgekristalliseerd, waarna latere vorsten slechts andere accenten legden, tot met Maximinus Thrax weer iets begon te veranderen. Ik houd u op de hoogte.

Lees verder “Faits divers (9)”

Van keizer tot keizer (2)

Keizer Marcus Aurelius (Carnuntum)

In het vorige stukje behandelde ik de Romeinse keizers van de eerste eeuw en de eerste helft van de tweede eeuw. Meestal wordt de regering van Marcus Aurelius beschouwd als keerpunt.

Van goud naar ijzer en roest

Onze bronnen spreken niets dan lof over deze filosofisch ingestelde man, die, toen hij werd geconfronteerd met de eerste Germaanse invallen sinds mensenheugenis, leiding gaf aan Romes grootste militaire operaties sinds de burgeroorlogen. Latere generaties beschouwden de oorlog aan de Donau als het keerpunt in de Romeinse geschiedenis. Maar het was niet de enige ramp, althans volgens de geschiedschrijver Cassius Dio (ca. 160-ca. 235), een uit het huidige Turkije afkomstige senator die een belangrijk geschiedwerk schreef:

Dit ene ding deed afbreuk aan het geluk van Marcus Aurelius, dat hij zich in zijn zoon, die hij op de best mogelijke manier had grootgebracht en opgevoed, op de ergst denkbare wijze had vergist. Daar moeten we het nu over hebben, want de lotgevallen van de Romeinen toen en onze geschiedenis nu tonen de val van een keizerrijk van goud naar een van ijzer en roest.

Lees verder “Van keizer tot keizer (2)”

Maximinus de Thraciër

Een damnatio memoriae van Maximianus Thrax uit Sétif

Mijn zakenpartner heeft het weleens over de inscriptietoeter die afgaat als hij ergens op een opgraving een steen ziet waarop wat woorden staan geschreven. Ik stuiter er dan meteen op af om foto’s te maken. Later zal ik er dan een nummer aan toevoegen uit de EDCS, de Epigrafische Database van de Duitse oudheidkundigen Manfred Clauss en Wolfgang Slaby, en als daar nog geen foto’s in staan, dan stuur ik die op. Meer dan eens gaat het om materiaal dat nog niet is gedigitaliseerd of zelfs volkomen onbekend was.

In januari heb ik iets van vierhonderd foto’s gestuurd en dat is mede doordat ik op een regenachtige ochtend in Sétif heb staan fotograferen in twee met inscripties gedecoreerde parken, de Jardin Emir Abdelkader en de wat kleinere Jardin Rafaoui. Daar zat ook de bovenstaande foto bij van een inscriptie die kort voor 1920 moet zijn ontdekt in wat toen nog Saint-Arnaud heette en tegenwoordig El-Eulma heet. Zoals u ziet heeft iemand de tekst van die inscriptie doorgestreept. Een damnatio memoriae.

Lees verder “Maximinus de Thraciër”