Faits divers (12): archeologie

De legioenbasis van VI Ferrata, waar de archeologie zichzelf weer eens belachelijk maakt.

In de reeks faits divers deze keer: allerlei nieuws over archeologie.

Oud nieuws

Indachtig het oudheidkundig spreekwoord dat je nooit één keer nieuws naar buiten moet brengen als je ook twee keer kunt hengelen naar fondsen, horen we weer eens dat de basis van VI Ferrata is gevonden bij Megiddo. U leest het bijvoorbeeld hier. Maar het is oud nieuws. Daar leest u bijvoorbeeld een berichtje uit 2017. De foto hierboven toont het terrein, dat gewoon Lejjun heet en waarvan de Ottomaanse archeologen al wisten dat dat een verbastering was van legio en dat er een legioen had gebivakkeerd.

Ik gebruikte het plaatje trouwens al in een blogje uit 2013, en ik vermeldde Megiddo keurig netjes toen ik blogde over dat Zesde, Gestaalde Legioen. Er is dus helemaal niets ontdekt. Zoals te doen gebruikelijk presenteert de Romeinse archeologie nieuws dat niet nieuw is.

Nepnieuws

Mijn volgende voorbeeld is erger. Dit bericht over Tall el-Hammam herhaalt niet alleen een claim die niet nieuw is, maar die bovendien onwaar is. Het gaat om een stad in Jordanië die rond 1650 v.Chr. op een onduidelijke wijze is verwoest. Er moet een gruwelijke brand hebben gewoed en men neemt aan dat er een meteoor is ingeslagen. Misschien is dat waar, maar de theorie is al geopperd in 2018. Niet nieuw dus. De aandachtstrekker is dat de verwoesting van Tall el-Hamman in de Bijbel wordt herinnerd als de ondergang van Sodom en Gomorra. Sodom (wat dat ook geweest moge zijn) lag echter bij de Siddimvallei, noot Genesis 14.10; een uitgebreide discussie van de locatie van Sodom is te vinden in de schatkamer vol informatie van Jan Pieter van de Giessen. zeg maar aan het zuidelijk uiteinde van de Dode Zee, terwijl Tall el-Hamman uitziet over het dal van de Jordaan. Het bericht is dus niet alleen geen nieuws, maar ook nog onwaar.

Lees verder “Faits divers (12): archeologie”

De geboorte van Afrodite

De baetyl van Afrodite in Oud-Pafos

Eind volgende week begint in het Rijksmuseum van Oudheden de expositie “Cyprus. Eiland in beweging”. Ik was gisteren in het museum en mocht even achter de schermen kijken. Ik zag al enkele prachtige voorwerpen en ik verklap geen geheim als ik u zeg dat de catalogus er ook piekfijn uitziet. Wat u vermoedelijk niet zult zien, is de baetyl uit Oud-Pafos.

Een baetyl is een grote steen die religieuze eerbewijzen krijgt omdat er een godheid in zou wonen. De naam, afgeleid van het Semitische Beth-El, betekent dan ook “huis van god”. Het gebruik stamt uit het oosten: er waren bijvoorbeeld baetyls in de Fenicische havensteden Byblos en Tyrus. In het Syrische Emesa, het huidige Homs, werd de zonnegod Elagabal vereerd als een kegelvormige zwarte steen die werd beschermd door een adelaar, de Syrische zonnevogel. Van deze steen werd gezegd dat ze uit de hemel was komen vallen, wat de gedachte heeft doen postvatten dat het een meteoriet zou kunnen zijn geweest. Dat vertelde men ook van de steen die tijdens de Tweede Punische Oorlog van Pessinos in Turkije naar Rome werd overgebracht en die niets minder zou zijn dan de godin Kybele zélf. In onze tijd is er vanzelfsprekend de Zwarte Steen in Mekka.

Lees verder “De geboorte van Afrodite”

Het visioen van Constantijn (3)

Constantijn (munt uit Museum Valkhof, Nijmegen)

Eén muisklik en het manuscript van Het visioen van Constantijn ging, gisteren rond kwart voor twee, naar uitgeverij Omniboek. Het had er nog even om gehangen of ik de deadline zou halen, want een dag ervoor had ik ineens een klus tussendoor gekregen, maar uiteindelijk leverde ik de tekst in op de afgesproken dag. Het is nu in handen van de vormgever.

Over een tijdje zullen mijn coauteur Vincent Hunink en ik proeven moeten gaan lezen. Dat is het moment waarop ik zal zien dat ik oliebollen van zinnen heb gedraaid en redenaties heb opgehangen die voor mijzelf perfect helder waren, maar voor anderen totaal onbegrijpelijk. Dergelijke stommiteiten haal je dan weg en als je het boek dan eindelijk in handen hebt, is het allereerste wat je ziet een fout die je over het hoofd zag. Zo gaat het namelijk altijd. Het is een onhebbelijke gewoonte van verborgen gebreken dat ze nooit verborgen blijven.

Lees verder “Het visioen van Constantijn (3)”

De Constantijnmeteoor

meteoor

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, verschijnt in april een boek van mijn hand over het visioen waarmee de weg van keizer Constantijn de Grote richting christendom begon. Vincent Hunink heeft de oudste tekst over die gebeurtenis, een redevoering uit het jaar 310, voor de gelegenheid vertaald. Ik neuzel nog wat om die vertaling heen en ik meende, naïef als ik ben, dat dit een onderwerp was waarbij ik me zou kunnen concentreren op datgene waarover u wil lezen.

Helaas is dat niet het geval. Iedereen vindt de Oudheid namelijk interessant en dat betekent dat er vrijwel geen onderwerp is waarover geen onzintheorie de ronde doet. En jawel, ook over het visioen van Constantijn is een onzintheorie: Constantijn heeft een meteoor zien neerkomen.

Eh?

Lees verder “De Constantijnmeteoor”

Kwakgeschiedenis: Paulus’ visioen

Poster van het Syrisch toeristenbureau
Poster van het Syrisch toeristenbureau

Ik had een positief stukje over iets moois voor u klaarstaan, maar er is weer wat klinkklare wetenschap die moet worden weerlegd vóór ze in de krant komt. Dit keer schakelen we over naar de weg naar Damascus, twee kilometer ten oosten van het inmiddels beruchte vluchtelingenkamp Yarmuk: de plaats waar Saulus, de man die later Paulus zou worden genoemd, het visioen zou hebben gehad dat hem ertoe bracht christen te worden. Hier is het verhaal.

Toen hij onderweg was en Damascus naderde, werd hij plotseling omstraald door een licht uit de hemel. Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: “Saul, Saul, waarom vervolg je mij?” Hij vroeg: “Wie bent u, Heer?” Het antwoord was: “Ik ben Jezus, die jij vervolgt. Maar sta nu op en ga de stad in, daar zal je gezegd worden wat je moet doen.” De mannen die met Saulus meereisden, stonden sprakeloos; ze hoorden de stem wel, maar zagen niemand. Saulus kwam overeind, en hoewel hij zijn ogen open had, kon hij niets zien. Zijn metgezellen pakten hem bij de hand en brachten hem naar Damascus. Drie dagen lang bleef hij blind en at en dronk hij niet. (Handelingen 9.3-9).

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Paulus’ visioen”