Het is de laatste tijd stil op mijn favoriete wetenschapsblog Neerlandistiek.nl. Ik sta er elke dag mee op, want het is een leuke en informatieve website over een vakgebied dat me boeit. Maar sinds vorige week dinsdag, dus alweer een week geleden, is het stil. Je las eerst een verklaring van het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT), waar de server staat, dat men kampte met een ernstige storing en dat het meerdere dagen zou duren voor de diverse websites, zoals Neerlandistiek, weer online zijn. Inmiddels worden bezoekers doorgestuurd naar de website van hoofdredacteur Marc van Oostendorp.
Maar die kan niet de woordenboeken en dergelijke online plaatsen die, om zo te zeggen, de core activity zijn van het INT. Op dit moment ligt een fors deel van de wetenschap stil, al een week lang.
Wat leuk: website Neerlandistiek.nl bestaat vandaag dertig jaar. Dat is langer dan de html waarin websites worden gemaakt, maar het internet is ouder en uitgebreider dan het wereldwijde, door hyperlinks verbonden web. Neerlandistiek.nl is ooit begonnen als een elektronische nieuwsbrief.
Simpel samengevat gaat Neerlandistiek.nl over vrijwel alle aspecten van de mooiste taal van de wereld. Denk aan literatuur, denk aan taalkunde, denk aan taalverwerving. Het is een gezonde website waar letterlijk elke dag iets te lezen is waarvan je denkt: dit is iets dat ik niet wist en waar ik, nu ik het wel weet, blij om ben dat ik het nu weet. En dat al dertig jaar! Dat is een felicitatie waard.
Ach ja, de geesteswetenschappen. Deze week is het de Martin-Luther-universiteit in Halle-Wittenberg en dit keer zijn het onder andere classici wier instituut wordt bedreigd. Twee weken geleden waren de archeologen in Sheffield de pineut. Er is een petitie hier en er is een petitie daar. U moet ze maar even tekenen, als u denkt dat het nog zin heeft.
Die laatste acht woorden zijn insinuerend. Natuurlijk heeft het wél zin er wat van te zeggen als universiteiten iets waardevols mollen. Dat ik die acht woorden toevoeg, is echter om diezelfde reden. Het is zinvol te noteren dat het geen verrassing is. Een jaar of zes geleden documenteerde ik in een stukje “Ex oriente nox” hoe het traditionele onbegrip voor de humaniora steeds vaker overging in sloop.
Een tijdje geleden vertelde ik dat ik me op mijn toekomst aan het bezinnen was. Mijn twijfel kwam ook aan bod in het interview dat ik afgelopen maandag mocht geven aan het Handelsblad. Mijn ongemak: er verbetert niets. In alle bescheidenheid denk ik dat ik eenpaarredelijkeboekenhebgeschreven en dat mijn rubriek Methode op Maandag toont dat de bestudering van de Oudheid een wetenschap is. Maar wat we hiermee winnen gaat zó verloren als ondeskundige deskundigen op TV zwatelen over de vloek van de farao, over een Jezus zonder halachische opvattingen of over de val van het Romeinse Rijk door Germaanse invallen. Zolang zulke publiciteit domineert, domineert ook het beeld dat de oudheidkundige disciplines intellectueel de moeite niet waard zijn.
Hoe diep de minachting voor de wetenschap inmiddels is, leert de herziening van de historische canon. De commissie vond het overbodig classici, oudhistorici of archeologen om advies te vragen. (Toen ik vroeg welke adviseurs waren geraadpleegd, kreeg ik als ontwijkend antwoord te horen waarom de gemaakte keuze verdedigbaar was. Als oudheidkundige ken ik de contra’s en pro’s natuurlijk niet. Daarvoor moeten oudheidkundigen te rade bij een specialist in de naoorlogse geschiedenis van Nederland.) Zolang er zo veel meer pulp dan kwaliteit is, is verdergaan verspilling van energie. Het is waarom de Livius Nieuwsbrief al een tijdje stil ligt.
“Op dit punt ben ik somberder,” schreef ik in mijn vorige stukje, doelend op de toekomst van de oudheidkunde als bloeiende wetenschap. Er zijn stevige intellectuele problemen. Uitdagende debatten zoals die in de jaren zeventig over de vraag of je, wanneer filologisch en archeologisch bewijsmateriaal asymmetrisch is, de ene of de andere bewijscategorie moet volgen, zijn er momenteel niet. Zowel in eigen land als daarbuiten werken de oudheidkundige bloedgroepen weinig samen, hoewel de problemen in de papyrologie toch echt voortkomen uit het feit dat tekstwetenschappers oostindisch doof zijn geweest voor wat archeologen zeggen over provenance, en hoewel de DNA-revolutie juist voor de filologische wetenschappen de belangrijkste gevolgen heeft. De oudheidkunde dreigt intellectueel op dood spoor te raken.
Ook de overdracht hapert. De samenleving zit opgezadeld met te kort opgeleide afgestudeerden en met desinformatie. Dat laatste probleem groeit al jaren. Ik zou het hebben gewaardeerd als degenen die de afgelopen maanden mopperden dat antiwetenschappelijke standpunten over klimaat, vaccinatie en corona op TV een platform kregen, de afgelopen decennia ook hadden gemopperd bij antiwetenschappelijk gezwatel over de geesteswetenschappen. Het is niet erg wetenschap te brengen als amusement, maar je moet degene die hierdoor belangstelling krijgt, wel zicht bieden op verdieping. Voorlichting zonder tweede lijn is aandachttrekkerij en dus contraproductief. Zie de schade die de archeologie ondervindt van de vlakke informatie over de limes.
Twee weken geleden bestond mijn blog acht jaar en ik had me voorgenomen een stukje te schrijven over drie blogs die me de afgelopen jaren als voorbeeld hebben gediend. De actualiteit sprong er die dag voor, maar eigenlijk had ik een compliment willen geven aan Peter Breedveld, een van de eerste bloggers in Nederland en qualitate qua iemand die allerlei dingen heeft bedacht.
Peter Breedveld
Zijn blog Frontaal Naakt had bijvoorbeeld aanvankelijk de vorm van een tijdschrift dat op zondag verscheen met een aantal stukken. Het was Breedveld die – vermoedelijk niet als enige maar wel als eerste binnen mijn horizon – zag dat die vorm niet werkt. Je moet je stukken verspreid over de week publiceren.
Ook als het gaat om het definiëren van een thema, is Breedveld een voorganger. Simpel gezegd: met schrijven over alles wat bij je opkomt of met het bijhouden van een kroniek van alledag draag je niets zinvols bij. Je moet een thema hebben om herkenbaar te zijn. Breedvelds blog is van breed en algemeen cultureel geradicaliseerd naar een verzameling (naar mijn smaak: te) scherpe stukken over iedereen die kritisch is over de multiculturele samenleving; zelf ben ik me gaan toeleggen op het informeren over de ontwikkelingen in de oudheidkunde. Dat is een andere richting maar dat doet niet af aan het feit dat ik me, net als Breedveld, ben gaan beperken. Een wegbereider moet hij helaas ook zijn op het gebied van modereren, het bannen van vervelio’s, het problemen krijgen met stukken en de noodzaak te beschikken over de adviezen van een jurist. Het feit dat Breedveld ondanks weerstand door blijft gaan, vind ik knap.
Willem Frederik Hermans schreef eens dat Multatuli de enige Nederlandse auteur is die ruim anderhalve eeuw interessant is gebleven. Inmiddels is dat alweer bijna twee eeuwen en als u nog nooit iets van Multatuli hebt gelezen, adviseer ik u te beginnen met Woutertje Pieterse. De digitale versie vindt u hier.
Houdt u meer van papieren boeken, dan zijn er de twee door Jan Kruis geïllustreerde delen en is er bovendien een versie die is hertaald door Ivo de Wijs. Die voegde bovendien een mooi einde toe aan het onvoltooide meesterwerk, een einde dat mij een tijdje geleden deed omfietsen naar Steyl. Het is een kwestie van belangstelling welke van de twee edities het geschiktste voor u is; mocht het u boeien dan is daar mijn bespreking van de twee Wouters.
Ik zou u voor een eerste begin ook het hilarische “De zegen Gods door Waterloo” kunnen aanraden. Cabaretesk geouwehoer van de korte baan, zeker, maar wel geouwehoer dat ergens over gáát.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.