Byzantijnse krabbel (4): Zwaartekracht

Aristoteles (Louvre, Parijs)

Ik ontdekte Aristoteles van Stageira pas nadat ik was afgestudeerd. Het Organon, de verzameling teksten waarin de filosoof de grondslagen legde voor de logica, was een van de lacunes in het academisch onderricht. Ik heb ingeschreven gestaan aan twee universiteiten, heb colleges gelopen aan nog twee andere, maar nergens deed men er iets aan, terwijl het Organon een van de belangrijkste en invloedrijkste teksten is uit de oude wereld. Je mag overigens de vraag stellen of Aristoteles’ logica niet eigenlijk een retorische truc was: hij deed alsof hij een waterdicht systeem had om waarheden af te leiden, maar in de praktijk sloeg hij er weleens een slag naar. Je kunt hem makkelijk vergeven, want hij heeft als eerste een ideaal geformuleerd en heeft de methode van begin af aan ontwikkeld.

Maar de methode is niet waterdicht en ook Aristoteles slaat de plank weleens mis, zoals wanneer hij beweert dat zware voorwerpen sneller vallen dan lichte.

Als een bepaald gewicht een bepaalde afstand aflegt in een bepaalde tijd, zal een zwaarder gewicht dezelfde afstand in minder tijd afleggen. De tijd is omgekeerd evenredig met het gewicht. Zo zal een gewicht dat dubbel zo zwaar is als een ander, dezelfde afstand in de halve tijd afleggen. (Over de hemel 1.6).

Lees verder “Byzantijnse krabbel (4): Zwaartekracht”

Dijkgraafs reuzen

Het planetarium van Eise Eisinga in Franeker

Een paar jaar geleden nam Robbert Dijkgraaf afscheid als president van de KNAW. Bij die gelegenheid reisde hij langs een paar musea, waar de curatoren aan de hand van allerlei voorwerpen vertelden over de geschiedenis van de natuurwetenschappen. Het resultaat was het boekje Reuzen van de Lage Landen, waarin Marcel Hulspas Dijkgraafs museumtournee beschrijft.

Het boek heeft een zwak punt, namelijk dat Dijkgraaf de verkeerde persoon is om op te treden als ondervrager. Ik zal daar bij een andere gelegenheid nog over schrijven – in de huidige planning eind mei – en me nu beperken tot een beschrijving van Reuzen van de Lage Landen. Er staat veel aardigs in. Heel veel zelfs.

Lees verder “Dijkgraafs reuzen”

Simon Stevin

Simon Stevin? Als je me een paar maanden geleden had gevraagd wie dat was, zou ik de decimale notatie van breuken, de zeilwagen en zijn liefde voor het Nederlands hebben genoemd. Ik wist ook nog dat het een tijdgenoot was van prins Maurits. Ik had er in Dijksterhuis’ Mechanisering over gelezen, maar zou het niet hebben kunnen navertellen. Daarom was ik blij toen ik ‘Wonder en is gheen wonder’. De geniale wereld van Simon Stevin. 1548-1620 zag liggen, een alweer wat ouder boek waarin de Vlaamse hoogleraren Jozef Devreese en Guido Vanden Berghe uitleggen waaruit Stevins verdiensten bestonden. Het lijkt nog leverbaar via Bol.com.

De ondertitel is exact. Hoewel het boek een biografisch hoofdstuk bevat, gaat het vooral over de intellectuele wereld van Stevin. Dat dit de wereld was van een genie van het kaliber-Galilei en dat Stevin Galilei op veel punten voor was, is na lectuur duidelijk. En ik legde het boek terzijde met de  gedachte dat ik die prioriteit wel eens eerder uitgelegd had willen hebben. Stevin, zo leerde ik, wordt onderschat.

Lees verder “Simon Stevin”