Radbod (2)

1107 willibrordus_amsterdam_gevelsteen_d_v_hasseltssteeg_53
Willibrordus (Gevelsteen, Dirk van Hasseltssteeg 53, Amsterdam)

Ik heb vorig jaar de hele film Redbad uitgezeten en ik heb daarna het prachtige boek van Meeder en Goosmann met dezelfde titel gelezen. Dat er nog meer zinvolle dingen te vertellen zijn over de Friese heerser, toont Luit van der Tuuk in Radbod. Koning in twee werelden. In het vorige stukje gaf ik aan dat we Radbod moeten voorstellen als een rijke aristocraat met een grote schare volgelingen, die in tijden van oorlog leiding gaf aan soortgelijke aristocraten. Hij was een knoop in twee elite-netwerken, met aan de ene kant de Friese bewoners van het kustgebied, en aan de andere kant de Franken, die hem beschouwden als vazal.

Dat hij onder de Franken ook vijanden had, bleek in ca.689. De Franken hadden weer één koning, de Merovinger Theuderic III, met een capabele hofmeier, Pippijn van Herstal. Eén van hun taken was het herstel van de Frankische macht over het Nederlandse rivierengebied, dat in handen was gekomen van Radbod en waar de internationale handel financieel viel af te tappen. In de omgeving van Dorestad versloeg Pippijn Radbod. Die verloor het gebied van de Kromme Rijn, zodat Dorestad en Utrecht Frankisch werden. De Britse geleerde Beda de Eerbiedwaardige vermeldt het vervolg:

Lees verder “Radbod (2)”

Zuigelingensterfte

Een loden waterleidingsbuis (met bronzen kranen) uit het antieke Himera (Archeologisch Museum, Palermo)

We hebben in Nederland een stuk of wat Valkenburgen en één daarvan ligt halverwege Leiden en Katwijk. Een Romein zou hebben gezegd: halverwege Matilo en Lugdunum ligt Praetorium Agrippina, het keizerlijke hoofdkwartier (praetorium) dat is vernoemd naar de moeder van Caligula, Agrippina. Het fort in kwestie is opgegraven bij de huidige kerk en een van de best-bewaarde militaire nederzettingen uit de Oudheid. Even stroomopwaarts is de opgraving van het Marktveld, waar onder meer 145 graven zijn gevonden.

Die mensen waren niet gecremeerd maar onverbrand begraven. Dat is geen standaardpraktijk maar is ook niet heel uitzonderlijk. Wat wél uitzonderlijk is, is dat er 114 kindergraven bij waren, waarvan negentig zuigelingen. En dat klopt niet. Als je 145 graven hebt, zou je volgens de antieke mortaliteitsstatistieken ruwweg evenveel baby’s als kinderen als volwassenen moeten vinden. Van alle mensen werd ruwweg een derde maximaal één, werd een derde maximaal twaalf en werd een derde volwassen. In plaats daarvan stierf drie vijfde in het eerste levensjaar.

Lees verder “Zuigelingensterfte”

Friezen en Franken (1)

tuuk_friezen

Het zal de trouwe lezers van deze kleine blog niet zijn ontgaan dat mijn belangstelling voor de Franken en het “Germaanse” deel van onze geschiedenis groeit. De reden is dat die nogal stiefmoederlijk wordt bedeeld nu er zo verschrikkelijk veel aandacht is voor de limes, de grens van het Romeinse Rijk langs de Rijn. Tegelijk is ons Germaanse verleden belangrijk: de Germanen gelden immers traditioneel – en niet zonder goede redenen – als onze voorouders. Dat maakt ze automatisch interessant.

Op zich is het echter wel logisch dat ze wat weinig aandacht krijgen: ze schreven nauwelijks. Er zijn geen bronnen waarin ze zelf melden wat ze dachten van de komst van de Romeinse legioenen. We weten niet hoe ze zich voelden bij handel en ruil, we kennen hun religie vooral uit latere, vijandige bronnen en we kennen hun literatuur alleen uit middeleeuwse teksten. Als het Romeinse staatsapparaat instort en de Franken de macht overnemen, zijn het christelijke auteurs die schrijven over de nieuwe, Germaanse heersers. Zelden of nooit horen we hen in hun eigen woorden.

Lees verder “Friezen en Franken (1)”

Grenzen

Marcus Aurelius (Liebieghaus, Frankfurt)

Een tijdje geleden kreeg ik het vererende verzoek advies te geven aan een documentairereeks over de Romeinen in de Lage Landen tijdens de regering van Marcus Aurelius (r.161-180). Het is leuk daar als historicus bij te zitten, want over die periode hebben we veel archeologische vondsten, maar nauwelijks bronnen. Het ligt dus voor de hand álle teksten te gebruiken die je kunt vinden, en ik heb dus geneusd in allerlei obscure teksten om te zien of er iets bij zat. Dat is leuk.

De andere betrokken hebben er ook plezier in. Zou het niet aardig zijn, opperde iemand, om gebruik te maken van de Overpeinzingen die de keizer zelf heeft geschreven? Is het niet geweldig een voice-over te laten vertellen wat de keizer dacht over een bepaald onderwerp dat in de documentaire aan bod komt?

Lees verder “Grenzen”