Caesar op geldjacht

Munt van Caesar (Neues Museum, Berlijn)

Als ik schrijf dat het de idus van juni was in het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 15 april 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u dit weer een blogje zal zijn in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij verliet Afrika. Het was lente en de zee was weer bevaarbaar. In Utica scheepte hij in. De hele Afrikaanse expeditie had een half jaar geduurd en hoewel hij belangrijke vijanden had verslagen én een flink stuk Numidië had geannexeerd, had hij redenen om ontevreden te zijn. Enkele vijanden waren ontsnapt: zijn medestrijder uit de Gallische Oorlog Titus Labienus, de oud-gouverneur van Afrika Publius Attius Varus en Pompeius’ zonen Gnaeus en Sextus. Ze waren gevlucht naar Andalusië, waar het al een tijdje onrustig was. Er zou nóg een ronde gevechten zijn in de Tweede Burgeroorlog. En dat was niet wat Caesar wilde. Wie een staatsgreep succesvol afrondt, wil kunnen regeren en de eindeloos voortslepende oorlog verhinderde dat.

Lees verder “Caesar op geldjacht”

Het einde van Juba I

Juba I (Louvre, Parijs)

Als ik schrijf dat het 5 mei was, als ik toevoeg dat het was tijdens het derde consulaat van Gaius Julius Caesar, dat hij deelde met Marcus Aemilius Lepidus, en als ik deze datum omreken naar 7 maart 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuw blogje, gewijd aan de vraag wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden heeft gedaan. Voor het antwoord moeten we even een paar stappen terug.

Zoals we eind november zagen, bestond noordelijk Afrika uit de Romeinse provincie Africa, en lag ten westen daarvan het Numidische koninkrijk van Juba I, met Zama en Cirta als hoofdsteden. In het noordwesten van het huidige Algerije lag het rijk van zijn neef Masinissa II; in Marokko heersten Bochus en Bogud. Laatstgenoemden woonden te ver om een rol te spelen in de Tweede Romeinse Burgeroorlog, maar waren aangevallen door Gnaeus Pompeius Junior. Nadat die was verslagen, waren Bochus en Bogud naar het oosten opgerukt. Dat was belangrijk, want terwijl koning Juba hulp bood aan Metellus Scipio in zijn strijd tegen Caesar, moest hij ook denken aan wat thuis gebeurde. Na de slag bij Thapsus was Juba op de vlucht. In zijn gezelschap was Marcus Petreius, die bij Ilerda in Catalonië nog tegen Caesar had gestreden.

Lees verder “Het einde van Juba I”

Faits divers (8)

Bou Karnin, de heilige berg van de Karthagers

In de reeks faits divers deze keer: een boekpresentatie en meer Tunesië.

Oudheidkunde is een wetenschap

Het is een algemeen erkende waarheid dat op een planeet met een eindig oppervlak, een eindig aantal inwoners en een eindig aantal blogs, er slechts één blog kan zijn met de leukste volgers. Het is een even algemeen erkende waarheid dat dit de Mainzer Beobachter is. Een derde algemeen erkende waarheid is dat dit niet berust op toeval. Deze blog heeft immers de interessantste medeauteurs, die de volgers inspireren tot de interessantste reacties.

Ja, die reacties. Ik heb er de afgelopen twaalf jaar veel van geleerd. Niet alleen heeft u, altijd vriendelijk, mijn stommiteiten gecorrigeerd, maar u heeft me hier – en nog vaker via de mail – laten zien waar de feitelijke vragen zitten. Me mede daarop baserend publiceer ik volgende maand Oudheidkunde is een wetenschap, over de innovatie in de oudheidkundige disciplines.

Lees verder “Faits divers (8)”

De slag bij Zama

Het overwinningsmonument bij Kbor Klib

Op het gymnasium kregen we, behalve Latijn en Grieks, ook geschiedenisles over het oude Nabije Oosten, Griekenland en Rome. Het zal bij die lessen zijn geweest dat ik de naam “Zama” voor het eerst hoorde, waar de beslissende slag uit de Tweede Punische Oorlog had plaatsgevonden.

In oktober 202 v.Chr. hadden de Romeinse generaal Scipio en de Numidische koning Massinissa hier de Karthaagse generaal Hannibal verslagen. Het gevecht fascineerde me: de laatste, doembeladen slag van een grote oorlog. Zie ook de slag op de Catalaunische Velden, de slag bij Camlann, de ondergang van de Nibelungen of desnoods de slag bij Minas Tirith.

Titus Livius is op zijn best. Hij is niet de betrouwbaarste antieke geschiedschrijver, maar betrouwbaarheid was zijn doel ook niet. Hij was een moralist en wilde de Romeinen voorbeelden geven. Daarbij was een mooi, boeiend verhaal altijd prettig en daarom voegde hij mooie, boeiende toespraken in. Voor de slag bij Zama laat hij Hannibal zijn tegenstander ontmoeten. Hannibal is oud, oorlogsmoe. Scipio hoort het aan en stelt eisen. Hij ruikt bloed. Mooi en boeiend.

Lees verder “De slag bij Zama”

Hannibal: van Cannae tot Zama

Scipio Africanus (Museo Archeologico Nazionale di Napoli)

[Dit is het derde van vier stukjes over het leven van de Karthaagse veldheer Hannibal. Het eerste was hier.]

Ondanks de bloedige nederlaag bij Cannae en het verlies van Capua weigerde de Senaat tot een vergelijk te komen. Logisch, want de strategische situatie was dezelfde gebleven: Romes vermogen afvallige bondgenoten te straffen was groter dan Hannibals vermogen hen te beschermen. De noodzaak de bondgenoten die hij wél had te beschermen, verzwakte bovendien Hannibals slagkracht. En hij kreeg nog altijd geen versterkingen. Kortom, er was geen enkele reden waarom Rome concessies zou doen.

Dus koos Hannibal voor een diplomatiek offensief dat de oorlog zou uitbreiden naar de Balkan. In 215 sloot hij een verbond met koning Philippos van Macedonië. Ook Syracuse werd een Karthaagse bondgenoot.

Lees verder “Hannibal: van Cannae tot Zama”

De Tweede Punische Oorlog (14): Zama

Scipio Africanus: de man die de Tweede Punische Oorlog besliste in Romes voordeel (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het laatste deel van een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het dertiende deel overlegden Hannibal en Scipio vergeefs over het einde van de strijd. Het zou nog één keer komen tot een veldslag.]

Om de vijand schrik aan te jagen plaatste Hannibal de olifanten voorop. Het waren er tachtig, het grootste aantal dat hij ooit in een slag had ingezet. Daarachter stonden de Ligurische en Gallische hulptroepen, vermengd met Balearen en Moren. In de tweede linie stelde hij de Karthagers en Libiërs op en een legioen Macedoniërs; en ten slotte, na een kleine tussenruimte, de reserve, bestaande uit Italische soldaten […]. Hij plaatste de ruiterij aan weerszijden op de vleugels; de rechtervleugel werd bezet door de Karthagers, de linker door de Numidiërs.

Deze woorden van Livius lijken sterk op de beschrijving van hetzelfde leger door Polybios. Er is echter één verschil. Bij de Griekse historicus is geen sprake van een “legioen Macedoniërs”. Dat lijkt een verzinsel van Livius, die de lezer er bij de beslissende slag blijkbaar aan wilde herinneren dat de Romeinen het in deze oorlog niet alleen tegen de Karthagers hadden opgenomen.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (14): Zama”

De Tweede Punische Oorlog (13)

Numidisch ruiterzwaard, zoals gebruikt in de Tweede Punische Oorlog (Musée de Cirta, Constantine)

[Dit is het voorlaatste stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het twaalfde deel behandelde ik Scipio’s landing in Afrika.]

Die winter deed Syfax een vredesvoorstel dat erop neerkwam dat de Romeinen zich uit Afrika en Hannibal zich uit Italië zou terugtrekken. Dat liet Rome in het bezit van Spanje: een formidabele winst.

Scipio was echter niet uit op vrede en wilde de eer van de eindzege. De onderhandelingen boden hem evenwel een kans het kamp van Syfax en de Karthaagse commandant te verkennen, en toen de onderhandelingen op niets waren uitgelopen, had hij genoeg gezien. Hij keerde ’s nachts terug, omsingelde het kamp, stak het in brand en vernietigde het complete leger. Hierop besloten Syfax en de Karthaagse generaal, die het inferno hadden overleefd, in Numidië een tweede leger op de been te brengen, maar Scipio trok het tegemoet. Op de plaats waar de rivier de Mejerda vanuit Numidië het Karthaagse gebied binnenstroomde, ruwweg bij het huidige Suq el-Khemis, kwam het tot een veldslag. Scipio behaalde een eenvoudige overwinning op zijn vijanden, merendeels rekruten. Terwijl de Romeinse bondgenoot Massinissa zijn rivaal Syfax achtervolgde en gevangennam, deed Scipio een vredesvoorstel aan de Karthagers. Livius werd geconfronteerd met bronnen die elkaar tegenspraken:

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (13)”