Het vernieuwde Valkhof Museum

Romeinse godinnen (Valkhof Museum, Nijmegen)

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes blogjes aan, of zeven, als ik ook dit stukje meetel. Dit is het vierde; het eerste was hier.]

Wie van Romeins Nederland houdt, houdt van het Valkhof Museum in Nijmegen. Het is echter – althans voor mij – een liefde die soms teleurstelt, zoals toen de directie verdwaalde in een tunnelvisie. Het museum was enige tijd gesloten, werd verbouwd en is onlangs heropend, en nu weet ik weer waarom ik er graag kom. Al vóór je binnen bent, zie je de verandering: het museumcafé bevindt zich nu aan de voorkant, zodat het gebouw veel opener is naar de buitenwereld. Ook het malle monument op het plein, een tegen de archeologische wetenschap opgeheven middelvinger in de vorm van een verzakte replica van een Romeins monument, is gelukkig verwijderd.

Kristalhelder thema

Feitelijk bestaat de nieuwe archeologische afdeling uit een heel grote C-vormige ruimte, met een kristalhelder thema: Nijmegen als onderdeel van een grotere wereld. Dit verhaal wordt strikt chronologisch verteld. Uit die keuze vloeit voort dat de verzameling nederzettingen die we aanduiden als “Romeins Nijmegen”, minder centraal staat dan vroeger. De eerste getoonde voorwerpen komen uit Bennekom, bepaald niet om de hoek.

Lees verder “Het vernieuwde Valkhof Museum” →

Zes vragen aan Vincent Hunink

Drie beeldschermen en Vincent Hunink

Als er journalistieke aandacht is voor de Oudheid, gaat het meestal over archeologische vondsten, die nogal stereotiep worden gebracht (“schat”, “mysterie”). Verder zijn er altijd weer slecht onderbouwde parallellen tussen toen en nu (West-Europa wacht al twee eeuwen het veronderstelde lot van het Romeinse Rijk). Vandaag begint op deze blog een rubriek waarin ik de aandacht meer wil leggen op het eigenlijke wetenschappelijke proces. Als lezers weten wat onderzoekers feitelijk doen, begrijpen ze immers beter wat er op het spel staat en herwint de oudheidkunde draagvlak. Als eerste laat ik de Nijmeegse classicus Vincent Hunink aan het woord.

Sinds 1990 vertaalt hij met grote regelmaat teksten van klassieke en niet-klassieke auteurs. Recent werkte hij mee aan Ik en Rome, de grote uitgave van de verzamelde brieven van Cicero, en vertaalde hij de brieven van Plinius de Jongere. Zijn nieuwe vertaling is: Commodianus, Ik wijs de weg! een experiment uit het vroege christendom (Instructiones).

Lees verder “Zes vragen aan Vincent Hunink” →

The Odyssey, een recensie (2)

Bijna drie uur duurt ’ie: de film The Odyssey van Christopher Nolan. Uren vol met flashbacks, vooruitzichten, boodschappen, ontroering, hier en daar ook humor (een Nieuw-Grieks sprekende anonieme bewoner van een door Odysseus bezocht eiland), geweld, prachtige beelden. Een ‘totaal-ervaring’ dus, maar ook eentje waarvoor je je soms schrap moet zetten. Laat me beginnen met de meest kritische noot die ik kan verzinnen. Amerikaanse films hebben de neiging om moralistische boodschappen te laten klinken, en ook The Odyssey ontkomt daar niet aan. En dat terwijl de avonturen van Odysseus al meer dan genoeg materiaal vormen om zoveel tijd van je te vragen. Dat moralistische sausje had Nolan van mij weg mogen laten.

Dat geschreven zijnde kom ik op het waagstuk van Nolan, want ga er maar aan staan: een iconisch werk over een al even iconische held verfilmen. De regisseur is daarin volgens mij goed tot (hier en daar) zeer goed geslaagd. Hij koos acteurs (m/v) die bijna allemaal overtuigen. Landschappen waar je even stil van wordt. Scenes die beklijven, omdat ze zoveel spektakel bevatten. En ook weet hij geweld vooral te suggereren: afgezien van één hoofd (van een godenbeeld) rollen er nergens echte koppen, lijkt de camera te stoppen voordat het te erg wordt, kijk je eigenlijk nergens even weg omdat het geweld te heftig is of dreigt te worden. En de muziek in de film (soms heftige bombast, maar ja: dat is het verhaal zelf ook al) klopt met de beelden. Net als de andere geluidseffecten dat doen.

Lees verder “The Odyssey, een recensie (2)” →

The Odyssey, een recensie (1c)

De shoot-out (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

[Dit is het laatste van drie blogjes die Nimue van Dijk wijdde aan de speelfilm The Odyssey. Het eerste was hier.] 

Odysseus heeft volgens de film inderdaad iets verschrikkelijks gedaan, en boetedoening in de vorm van zijn omzwervingen is noodzakelijk, maar hij vindt in zekere zin absolutie door zijn schulderkenning. Zijn directe en indirecte slachtoffers daarentegen blijven buiten beeld; hun verlies krijgt geen vergelijkbare afronding. Dit levert naar mijn mening iets van frictie op binnen een film die een punt maakt van de blijvende gevolgen van geweld, maar vooral de dader de catharsis gunt.

Het einde van de beschaving

Zo vind ik dat er meer van dit soort interne frictie is. Om weer terug te komen op de afrekening met de vrijers: dit wordt slim geframed als een soort omkering van de slachting in Troje, als Odysseus die het onkruid dat hij in Troje gezaaid heeft nu wiedt. Dat neemt niet weg dat de film ons door de vrijers te demoniseren manipuleert om van dit geweld te genieten, terwijl we het andere geweld dat we zien moeten veroordelen. Dan is er ook nog de sleutelscène aan het eind van de film, waarin Odysseus, vermomd als bedelaar, voor Penelope uit de doeken doet wat het innemen van Troje echt inhield. Hier wordt expliciet de link gelegd met het verbreken van Zeus’ Law en de toestand waar de beschaving in verkeert. “Our age of bronze is collapsing,” zegt Odysseus onheilspellend.

Lees verder “The Odyssey, een recensie (1c)” →

The Odyssey, een recensie (1b)

De vrijers en Penelope (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Dit is het tweede van drie blogjes die Nimue van Dijk wijdde aan de speelfilm The Odyssey. Het eerste was hier.] 

Een ander element dat het zwaartepunt bij Odysseus’ psyche legt is de fysieke afwezigheid van de goden. Hun aanwezigheid is wel voelbaar, door rommelende donder en een woeste zee, maar ze verschijnen niet, wat je als kijker motiveert om goed op te letten. Odysseus zelf lijkt sceptisch over bovennatuurlijke krachten. “We can’t live by omens and sacrifices,” zegt hij tegen zijn vermoeide mannen. Athene, de enige godin die wel een rol speelt, blijkt het gezicht te hebben van een priesteres die Odysseus door de Grieken gegrepen heeft zien worden in Troje. Deze scène wordt gecontrasteerd met het hoofd van een standbeeld van Athene dat in haar tempel wordt afgehakt; de godin en de onschuldige vrouw zijn één geworden voor Odysseus. In deze gedaante achtervolgt ze hem tijdens zijn reis, en dit, naast de toevoeging van Sinon, suggereert dat hij gedreven wordt door zijn eigen geweten, niet door goddelijke interventie.

Oorlogsslachtoffers

Athene is, ondanks haar minimale schermtijd, een belangrijk figuur. Ze kan gelezen worden als symbool voor de onschuldige oorlogsslachtoffers van Troje, en het is binnen dit narratief niet toevallig dat ze een vrouwelijke godheid is. Ik kreeg zelf de indruk dat de film er, onder het oppervlak van de focus op Odysseus, naar hintte dat de slachtoffers van mannelijke oorlogszucht vaak vrouwen zijn. Het geschreeuw dat we in Troje horen is duidelijk vrouwelijk, en we zien expliciet hoe de Griekse soldaten vrouwen donkere hoeken in slepen. Terwijl de mannen die in Troje sterven grotendeels anonieme soldaten zijn, worden de brute gevolgen van de oorlog voor elk vrouwelijk karakter in de film duidelijk in beeld gebracht.

Lees verder “The Odyssey, een recensie (1b)” →

The Odyssey, een recensie (1a)

Odysseus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Vandaag niet één, maar twee besprekingen van de speelfilm The Odyssey. In de ochtend de eerste, door Nimue van Dijk. De tweede, door Han Borg, volgt vanmiddag om 13:00.]

***

Regisseur Christopher Nolan leek een specifiek thema uit de Odyssee voor ogen te hebben dat hij wilde onderzoeken voor zijn vertaling naar het witte doek: dat van xenia (gastvrijheid in het kort, “Zeus’ Law”, zoals de karakters in zijn film met regelmaat zeggen). Middels een verruimde opvatting van dit concept reflecteert de film op de gevolgen en cycli van oorlog en geweld, de kwetsbaarheid van wat we “beschaving” noemen en hoe gemakkelijk die in gevaar komt als we de basisregels van fatsoen overtreden. Hij toont ons de moord op een volk in hun eigen land, het nastreven van oorlog uit hebzucht, de egocentrische kinderofferaar Agamemnon en het misbruik dat de vrijers maken van de positie van Penelope en Telemachos. Een actuele boodschap.

Commentaar op het heden

Interessant genoeg voor een film die ons uitvoerig aanspoort na te denken over ons eigen besef van moraal, wordt de held gepresenteerd zonder veel van het dubieuze gedrag uit het epos. Odysseus is niet onnodig wreed, glundert niet en blijft trouw aan Penelope. Zijn relatie met Kalypso zit in de film, maar hij kan niet schuldig bevonden worden aan overspel omdat hij lijdt aan door Lotusbloemen geïnduceerd geheugenverlies. Zijn affaire met Kirke is volledig weggelaten. Hij laat geen slavinnen ophangen omdat ze met de vrijers naar bed zijn gegaan.

Lees verder “The Odyssey, een recensie (1a)” →

Bij ons in het dorp (26)

Daar ging mijn spaargeld (Zeedijk 125, Amsterdam)

Oké, het was natuurlijk mijn eigen stomme fout: een afspraak maken in de binnenstad van Amsterdam. Het zat als volgt. Van vóór het Vlaams Cultureel Centrum erin trok tot een jaar of tien geleden was de Brakke Grond mijn vaste café en in een verstandsverbijsterende aanval van melancholie had ik er afgesproken met iemand die ik al heel lang niet had gezien, en die toevallig daar in de buurt moest wezen. Ik had natuurlijk moeten zeggen “we spreken wel af op het station” of “ik kom naar jouw woonplaats”. Maar dat zei ik niet. Dus was ik in het historische centrum van Amsterdam.

Voor de Vlaamse lezers: dat is zoiets als Florence. Het hart is uit het lichaam weg gesneden en de toeristen toegeworpen. Amsterdammers moeten tegenwoordig, net als Florentijnen, met een boog om het stadshart heen. Eigenlijk zou Amsterdam in Rotterdam het beeld van de Verwoeste Stad kunnen opvragen omdat dat beeld van een man met een gat op de plek waar je zijn hart verwacht, anno 2026 eigenlijk beter past bij Amsterdam. Rotterdam heeft een leuker centrum.

Lees verder “Bij ons in het dorp (26)” →

De waarheid in Leiden

Witte zwanen en (in de vitrine) een zwarte zwaan

Het Boerhaavemuseum is het wetenschapshistorisch museum van de in de wetenschapsgeschiedenis zeker niet onbelangrijke stad Leiden. Momenteel is er een expositie over de waarheid: u weet wel, het doel van al dat getwijfel waaraan wetenschappers hun levens wijden. De tentoonstelling behandelt allerlei aspecten: bewijsvoering, blijken van betrouwbaarheid, afbeeldingen om de waarheid te verspreiden, de authenticiteit van data (geïllustreerd aan de hand van een gerestaureerde Griekse vaas), dwalingen, politieke inmenging, expertise, datafraude (de “Würzburger Lügensteine”), de vraag wiens verhaal wordt verteld, leugendetectie en de relatie met fictie.

Ik sla met deze opsomming nog het een en ander over, maar de selectie zal voldoende zijn om u duidelijk te maken dat dit een rijke expositie is. De voorwerpen zijn interessant en goed gekozen; er is duidelijke uitleg; de expositie is toegankelijk voor mensen met een handicap of hyperacusis. En vooral: er is een fantastische uitsmijter, namelijk een bord waarin het museum aan zichzelf twijfelt en mensen oproept ook de eigen gedachten in twijfel te trekken. Er is nog meer moois en interessants te prijzen, dus gaat dat zien.

Lees verder “De waarheid in Leiden” →

Helaas: geen Open Toren-dag

Minervalaan

Al een jaar geleden heb ik een blogje klaar gezet voor vandaag. Dat zou zijn gegaan over de Amsterdamse Open Toren Dag. Zoals de naam al aangeeft, zijn dan de wolkenkrabbers, kerktorens, minaretten en andere hoge gebouwen in Amsterdam open voor het publiek. Allemaal gratis. Alleen: dit jaar is er geen Open Toren Dag. De stichting die het organiseert, kon het niet bolwerken en zoekt nu versterking. Ik hoop dat ze die vindt, want het is een leuk initiatief.

Oké, ik geef toe: je moest bij eerdere Open Toren-dagen zo nu en dan een beetje door de blabla heen prikken (“het architectonische landschap”, “innovatief geïntegreerd kantoor- en leefconcept”, “iconisch”). Maar het was superleuk om van de ene torenflat naar de andere te fietsen of te wandelen. Ik heb me weleens laten rondleiden door The Valley, een jaloersmakend mooi gebouw aan de Amsterdamse Zuidas. Een jonge gids lichtte toe welke keuzes de architect en projectontwikkelaar hadden gemaakt en hoewel miljonairsland voor mij een vreemde wereld is – lees anders dit artikel – heb ik met plezier naar haar verhaal geluisterd.

Lees verder “Helaas: geen Open Toren-dag” →

Brugge, Breedbeeld

In de vitrine lag een mooie landkaart waarop een vijftiende-eeuwse Catalaanse cartograaf in de pietepeuterigst denkbare lettertjes uitleg had geschreven. Omdat ik geen loupe bij me had, moest ik zó ver vooroverbuigen dat mijn neus bijna het glas raakte, maar langzaam kon ik het ontcijferen. Ik had contact met een kaartentekenaar uit 1439. Fantastisch. Alleen al deze ervaring rechtvaardigde de reis naar de expositie “Breedbeeld”, waarmee het nieuwe museum Brusk in Brugge toont hoe die stad in de Volle en Late Middeleeuwen deel uitmaakte van wereldwijde netwerken. Mijn semi-mystieke extase werd echter onderbroken door een vriendelijke suppoost die zei mijn enthousiasme te begrijpen, maar dat ik beter niet kon leunen op de vitrine. “Kijk,” zei de suppoost, “om de vitrine loopt een houten lijst die sterker is.”

Ik ben nooit met zoveel empathie gecorrigeerd. Van mij zul je geen klachten horen over Brusks museumpersoneel. Slim ontworpen vitrines ook, die verdienen een compliment. De voorwerpen in de expositie zijn eveneens prima. Behalve landkaarten zijn er boeken en wapens, sculptuur en munten, kazuifels en wandtapijten, schilderijen en documenten; samen tonen ze middeleeuws Brugge en zijn economische, politieke en culturele netwerk. Dat verhaal is interessant; feitelijk blog ik al bijna vijftien jaar dagelijks over verbonden culturen, al schrijf ik dan over de Oudheid en niet over de Middeleeuwen. Kortom, ik bekeek de expositie met plezier en met vrucht.

Lees verder “Brugge, Breedbeeld” →