The Odyssey, een recensie (1c)

De shoot-out (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

[Dit is het laatste van drie blogjes die Nimue van Dijk wijdde aan de speelfilm The Odyssey. Het eerste was hier.] 

Odysseus heeft volgens de film inderdaad iets verschrikkelijks gedaan, en boetedoening in de vorm van zijn omzwervingen is noodzakelijk, maar hij vindt in zekere zin absolutie door zijn schulderkenning. Zijn directe en indirecte slachtoffers daarentegen blijven buiten beeld; hun verlies krijgt geen vergelijkbare afronding. Dit levert naar mijn mening iets van frictie op binnen een film die een punt maakt van de blijvende gevolgen van geweld, maar vooral de dader de catharsis gunt.

Het einde van de beschaving

Zo vind ik dat er meer van dit soort interne frictie is. Om weer terug te komen op de afrekening met de vrijers: dit wordt slim geframed als een soort omkering van de slachting in Troje, als Odysseus die het onkruid dat hij in Troje gezaaid heeft nu wiedt. Dat neemt niet weg dat de film ons door de vrijers te demoniseren manipuleert om van dit geweld te genieten, terwijl we het andere geweld dat we zien moeten veroordelen. Dan is er ook nog de sleutelscène aan het eind van de film, waarin Odysseus, vermomd als bedelaar, voor Penelope uit de doeken doet wat het innemen van Troje echt inhield. Hier wordt expliciet de link gelegd met het verbreken van Zeus’ Law en de toestand waar de beschaving in verkeert. “Our age of bronze is collapsing,” zegt Odysseus onheilspellend.

Lees verder “The Odyssey, een recensie (1c)” →

The Odyssey, een recensie (1b)

De vrijers en Penelope (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Dit is het tweede van drie blogjes die Nimue van Dijk wijdde aan de speelfilm The Odyssey. Het eerste was hier.] 

Een ander element dat het zwaartepunt bij Odysseus’ psyche legt is de fysieke afwezigheid van de goden. Hun aanwezigheid is wel voelbaar, door rommelende donder en een woeste zee, maar ze verschijnen niet, wat je als kijker motiveert om goed op te letten. Odysseus zelf lijkt sceptisch over bovennatuurlijke krachten. “We can’t live by omens and sacrifices,” zegt hij tegen zijn vermoeide mannen. Athene, de enige godin die wel een rol speelt, blijkt het gezicht te hebben van een priesteres die Odysseus door de Grieken gegrepen heeft zien worden in Troje. Deze scène wordt gecontrasteerd met het hoofd van een standbeeld van Athene dat in haar tempel wordt afgehakt; de godin en de onschuldige vrouw zijn één geworden voor Odysseus. In deze gedaante achtervolgt ze hem tijdens zijn reis, en dit, naast de toevoeging van Sinon, suggereert dat hij gedreven wordt door zijn eigen geweten, niet door goddelijke interventie.

Oorlogsslachtoffers

Athene is, ondanks haar minimale schermtijd, een belangrijk figuur. Ze kan gelezen worden als symbool voor de onschuldige oorlogsslachtoffers van Troje, en het is binnen dit narratief niet toevallig dat ze een vrouwelijke godheid is. Ik kreeg zelf de indruk dat de film er, onder het oppervlak van de focus op Odysseus, naar hintte dat de slachtoffers van mannelijke oorlogszucht vaak vrouwen zijn. Het geschreeuw dat we in Troje horen is duidelijk vrouwelijk, en we zien expliciet hoe de Griekse soldaten vrouwen donkere hoeken in slepen. Terwijl de mannen die in Troje sterven grotendeels anonieme soldaten zijn, worden de brute gevolgen van de oorlog voor elk vrouwelijk karakter in de film duidelijk in beeld gebracht.

Lees verder “The Odyssey, een recensie (1b)” →

The Odyssey, een recensie (1a)

Odysseus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Vandaag niet één, maar twee besprekingen van de speelfilm The Odyssey. In de ochtend de eerste, door Nimue van Dijk. De tweede, door Han Borg, volgt vanmiddag om 13:00.]

***

Regisseur Christopher Nolan leek een specifiek thema uit de Odyssee voor ogen te hebben dat hij wilde onderzoeken voor zijn vertaling naar het witte doek: dat van xenia (gastvrijheid in het kort, “Zeus’ Law”, zoals de karakters in zijn film met regelmaat zeggen). Middels een verruimde opvatting van dit concept reflecteert de film op de gevolgen en cycli van oorlog en geweld, de kwetsbaarheid van wat we “beschaving” noemen en hoe gemakkelijk die in gevaar komt als we de basisregels van fatsoen overtreden. Hij toont ons de moord op een volk in hun eigen land, het nastreven van oorlog uit hebzucht, de egocentrische kinderofferaar Agamemnon en het misbruik dat de vrijers maken van de positie van Penelope en Telemachos. Een actuele boodschap.

Commentaar op het heden

Interessant genoeg voor een film die ons uitvoerig aanspoort na te denken over ons eigen besef van moraal, wordt de held gepresenteerd zonder veel van het dubieuze gedrag uit het epos. Odysseus is niet onnodig wreed, glundert niet en blijft trouw aan Penelope. Zijn relatie met Kalypso zit in de film, maar hij kan niet schuldig bevonden worden aan overspel omdat hij lijdt aan door Lotusbloemen geïnduceerd geheugenverlies. Zijn affaire met Kirke is volledig weggelaten. Hij laat geen slavinnen ophangen omdat ze met de vrijers naar bed zijn gegaan.

Lees verder “The Odyssey, een recensie (1a)” →

Bij ons in het dorp (26)

Daar ging mijn spaargeld (Zeedijk 125, Amsterdam)

Oké, het was natuurlijk mijn eigen stomme fout: een afspraak maken in de binnenstad van Amsterdam. Het zat als volgt. Van vóór het Vlaams Cultureel Centrum erin trok tot een jaar of tien geleden was de Brakke Grond mijn vaste café en in een verstandsverbijsterende aanval van melancholie had ik er afgesproken met iemand die ik al heel lang niet had gezien, en die toevallig daar in de buurt moest wezen. Ik had natuurlijk moeten zeggen “we spreken wel af op het station” of “ik kom naar jouw woonplaats”. Maar dat zei ik niet. Dus was ik in het historische centrum van Amsterdam.

Voor de Vlaamse lezers: dat is zoiets als Florence. Het hart is uit het lichaam weg gesneden en de toeristen toegeworpen. Amsterdammers moeten tegenwoordig, net als Florentijnen, met een boog om het stadshart heen. Eigenlijk zou Amsterdam in Rotterdam het beeld van de Verwoeste Stad kunnen opvragen omdat dat beeld van een man met een gat op de plek waar je zijn hart verwacht, anno 2026 eigenlijk beter past bij Amsterdam. Rotterdam heeft een leuker centrum.

Lees verder “Bij ons in het dorp (26)” →

De waarheid in Leiden

Witte zwanen en (in de vitrine) een zwarte zwaan

Het Boerhaavemuseum is het wetenschapshistorisch museum van de in de wetenschapsgeschiedenis zeker niet onbelangrijke stad Leiden. Momenteel is er een expositie over de waarheid: u weet wel, het doel van al dat getwijfel waaraan wetenschappers hun levens wijden. De tentoonstelling behandelt allerlei aspecten: bewijsvoering, blijken van betrouwbaarheid, afbeeldingen om de waarheid te verspreiden, de authenticiteit van data (geïllustreerd aan de hand van een gerestaureerde Griekse vaas), dwalingen, politieke inmenging, expertise, datafraude (de “Würzburger Lügensteine”), de vraag wiens verhaal wordt verteld, leugendetectie en de relatie met fictie.

Ik sla met deze opsomming nog het een en ander over, maar de selectie zal voldoende zijn om u duidelijk te maken dat dit een rijke expositie is. De voorwerpen zijn interessant en goed gekozen; er is duidelijke uitleg; de expositie is toegankelijk voor mensen met een handicap of hyperacusis. En vooral: er is een fantastische uitsmijter, namelijk een bord waarin het museum aan zichzelf twijfelt en mensen oproept ook de eigen gedachten in twijfel te trekken. Er is nog meer moois en interessants te prijzen, dus gaat dat zien.

Lees verder “De waarheid in Leiden” →

Helaas: geen Open Toren-dag

Minervalaan

Al een jaar geleden heb ik een blogje klaar gezet voor vandaag. Dat zou zijn gegaan over de Amsterdamse Open Toren Dag. Zoals de naam al aangeeft, zijn dan de wolkenkrabbers, kerktorens, minaretten en andere hoge gebouwen in Amsterdam open voor het publiek. Allemaal gratis. Alleen: dit jaar is er geen Open Toren Dag. De stichting die het organiseert, kon het niet bolwerken en zoekt nu versterking. Ik hoop dat ze die vindt, want het is een leuk initiatief.

Oké, ik geef toe: je moest bij eerdere Open Toren-dagen zo nu en dan een beetje door de blabla heen prikken (“het architectonische landschap”, “innovatief geïntegreerd kantoor- en leefconcept”, “iconisch”). Maar het was superleuk om van de ene torenflat naar de andere te fietsen of te wandelen. Ik heb me weleens laten rondleiden door The Valley, een jaloersmakend mooi gebouw aan de Amsterdamse Zuidas. Een jonge gids lichtte toe welke keuzes de architect en projectontwikkelaar hadden gemaakt en hoewel miljonairsland voor mij een vreemde wereld is – lees anders dit artikel – heb ik met plezier naar haar verhaal geluisterd.

Lees verder “Helaas: geen Open Toren-dag” →

Brugge, Breedbeeld

In de vitrine lag een mooie landkaart waarop een vijftiende-eeuwse Catalaanse cartograaf in de pietepeuterigst denkbare lettertjes uitleg had geschreven. Omdat ik geen loupe bij me had, moest ik zó ver vooroverbuigen dat mijn neus bijna het glas raakte, maar langzaam kon ik het ontcijferen. Ik had contact met een kaartentekenaar uit 1439. Fantastisch. Alleen al deze ervaring rechtvaardigde de reis naar de expositie “Breedbeeld”, waarmee het nieuwe museum Brusk in Brugge toont hoe die stad in de Volle en Late Middeleeuwen deel uitmaakte van wereldwijde netwerken. Mijn semi-mystieke extase werd echter onderbroken door een vriendelijke suppoost die zei mijn enthousiasme te begrijpen, maar dat ik beter niet kon leunen op de vitrine. “Kijk,” zei de suppoost, “om de vitrine loopt een houten lijst die sterker is.”

Ik ben nooit met zoveel empathie gecorrigeerd. Van mij zul je geen klachten horen over Brusks museumpersoneel. Slim ontworpen vitrines ook, die verdienen een compliment. De voorwerpen in de expositie zijn eveneens prima. Behalve landkaarten zijn er boeken en wapens, sculptuur en munten, kazuifels en wandtapijten, schilderijen en documenten; samen tonen ze middeleeuws Brugge en zijn economische, politieke en culturele netwerk. Dat verhaal is interessant; feitelijk blog ik al bijna vijftien jaar dagelijks over verbonden culturen, al schrijf ik dan over de Oudheid en niet over de Middeleeuwen. Kortom, ik bekeek de expositie met plezier en met vrucht.

Lees verder “Brugge, Breedbeeld” →

D’Artagnan, archeologie en de waakhond

Generiek plaatje van D’Artagnan

Het bericht die je wist dat zou komen: er is van alles verkeerd gegaan bij het onderzoek in de kerk van Wolder bij Maastricht, waar het stoffelijk overschot zou liggen van D’Artagnan, zoals u tot vervelens toe hebt vernomen de vierde van Dumas’ Drie Musketiers. De beschuldigingen zijn niet mals: het botmateriaal is verstoord, de documentatie is gebrekkig, de resten zijn vervoerd in schepijsbakjes, de opgraver heeft op het graf gestaan, het onderzoek is niet uitgevoerd volgens de regels. De betrokken archeoloog, die vóór zijn pensioen veertig jaar heeft gewerkt in Maastricht, is aangehouden.

De berichtgeving bevat twee rode vlaggen: de eerste is dat men nog onderzoekt hoe groot de schade is en de tweede is dat degenen die dat onderzoeken, anoniem willen blijven. Ik wil geloven dat er iets grondig verkeerd is gegaan. Waar rook is, is meestal ook vuur. Als iemand echter tegenwerpt dat het lijkt op moddergooien als iemand de pers anoniem informeert over onderzoek dat nog moet plaatsvinden, dan denk ik dat ook daarvoor iets valt te zeggen. Ik schort mijn oordeel over wat zich daar in het zand heeft afgespeeld dus op, en bedek de naam van de betrokkene met de mantel der liefde.

Lees verder “D’Artagnan, archeologie en de waakhond” →

De Arabische wereld na 1970

Protesten in Algiers (2019)

[Dit is het tweede blogje n.a.v. Roel Meijers vorig jaar verschenen Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld. Het eerste blogje was hier.]

Na de dictatuur

Niet alle Arabische landen zijn republieken: Marokko, Jordanië, Saoedi-Arabië en de Golfstaten zijn monarchieën. Het sociaal contract in deze landen is met één woord te typeren: paternalisme. Koningen kunnen flexibeler opereren en zeker in de rijke Golfstaten hebben de overheden de mogelijkheid het klassieke sociale contract in stand te houden. Toen de Arabische Lente in 2011 aanbrak, kon die worden geabsorbeerd.

Voor de republieken lag dat anders. Als reactie op het falen van de autoritaire stelsels ontstond hier een nieuw islamitisch sociaal contract. Dit islamisme was geen terugkeer naar het oude pact, maar was gericht op het overnemen van het in de twintigste eeuw gegroeide staatsapparaat. Daarbij onderscheidt Meijer een maximalistisch programma en een liberaler, minimalistisch programma. Intrigerend is zijn observatie dat islamistische bewegingen zich ervan bewust waren dat ze de façadedemocratieën alleen konden omzetten in een beter systeem met westerse hulp.

Lees verder “De Arabische wereld na 1970” →

Wat is er mis bij het INT?

Het is de laatste tijd stil op mijn favoriete wetenschapsblog Neerlandistiek.nl. Ik sta er elke dag mee op, want het is een leuke en informatieve website over een vakgebied dat me boeit. Maar sinds vorige week dinsdag, dus alweer een week geleden, is het stil. Je las eerst een verklaring van het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT), waar de server staat, dat men kampte met een ernstige storing en dat het meerdere dagen zou duren voor de diverse websites, zoals Neerlandistiek, weer online zijn. Inmiddels worden bezoekers doorgestuurd naar de website van hoofdredacteur Marc van Oostendorp.

Maar die kan niet de woordenboeken en dergelijke online plaatsen die, om zo te zeggen, de core activity zijn van het INT. Op dit moment ligt een fors deel van de wetenschap stil, al een week lang.

Lees verder “Wat is er mis bij het INT?” →