Caesar in Utica

Utica

Als ik schrijf dat het 17 april was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat voor u omreken naar “onze” 18 februari 46 v.Chr., dan weet u dat dit een blogje is in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Caesar in Utica

Hij was aangekomen in Utica. Garnizoenscommandant Cato de Jongere had zelfmoord gepleegd en was door de bewoners van de stad begraven; Caesars felste tegenstanders waren weggevaren; Lucius Julius Caesar had de capitulatie aangeboden en had genade voor de stad verworven. Dat wil niet zeggen dat alles koek en ei was. Door de zelfmoord van Cato was het einde van de Tweede Burgeroorlog opnieuw uitgesteld en Caesar lijkt daarover gefrustreerd te zijn geweest.

Lees verder “Caesar in Utica”

Middeleeuws Tunesië

Mahdia

Ik vertelde gisteren dat Aghlabidisch Tunesië in de problemen kwam door een grote opstand. De rebellen hielpen vervolgens de Fatimiden, eveneens sji’ieten, aan de macht in Egypte. Zij eisten het kalifaat op, dat volgens hen ten onrechte in handen was gekomen van de Umayyaden (eerst in Damascus, rond 900 nog steeds in Córdoba) en de Abbasiden van Bagdad. De zich als kalief aandienende Fatimidische leider gold als de teruggekeerde laatste imam, de mahdi, en de residentie van de Fatimidische gouverneur in Tunesië heette dan ook Mahdia.

De Ziriden

De bestuurders die, toen de Fatimidische kalief zich vestigde in Cairo, namens hem heersten over Tunesië, kwamen vanaf 972 uit de dynastie die bekendstaat als de Ziriden, Berbers. En zoals de Aghlabiden autonomie hadden verworven ten opzichte van de Abbasiden, zo gingen de Ziriden zich onafhankelijk gedragen ten opzichte van de Fatimiden. De economische bloei van Tunesië zette zich aanvankelijk voort, maar men verloor de greep op de woestijnhandel: de Fatimiden in Egypte en de Almoraviden in Marokko werden geduchte concurrenten.

Lees verder “Middeleeuws Tunesië”

Tunesië onder de Aghlabiden

Moskee van Kairouan

In de tweede helft van de zevende eeuw veroverden de Arabische legers het gebied dat nu Tunesië heet. In 647 na Chr. waren er gevechten bij de stad Sbeitla, in het binnenland; een tweede opmars begon in 666 en kreeg vier jaar later een voorlopig einde toen de Arabische leider Uqba ibn Nafi al-Fihri de nieuwe residentie Kairouan stichtte. Ook die stad lag in het binnenland: vér van de verleidingen van Karthago, onbereikbaar voor Byzantijnse vlootaanvallen, strategisch ten opzichte van de gebieden waar de Berbers woonden, met wie men nog op voet van oorlog verkeerde.

Weer vijf jaar later, in 675, viel ook het schiereiland achter Kaap Bon, dat als een grote vinger vanuit Tunesië wijst naar Sicilië, in handen van de Arabieren. Even leek het erop dat de Berbers zich konden herstellen en de Arabieren konden verdrijven. In 683 vernietigden ze een Arabisch leger en meteen daarna namen ze Kairouan. Zes jaar later herstelden de Arabieren hun gezag, in 695 viel ook Karthago, dat nog eenmaal werd heroverd door de Byzantijnen, maar uiteindelijk toch Arabisch was.

Lees verder “Tunesië onder de Aghlabiden”

De dood van Cato de Jongere

Cato de Jongere (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Als ik u zeg dat het de vroege ochtend van 13 april was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 14 februari 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat dit weer een blogje is in de vandaag ten onrechte “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” genoemde reeks. Ten onrechte, aangezien we het vandaag zullen hebben over Cato de Jongere, die in de provinciehoofdstad Utica had vernomen van Caesars overwinning bij Thapsus.

Hoe hij het vernam, heb ik niet kunnen ontdekken. We zagen al wel dat een eenheid van de verslagen cavalerie de bewoners lastigviel en zich uiteindelijk liet afkopen. Dat zal niet lang na de eerste berichten zijn geweest. Vanaf toen was het sauve qui peut. Sommige leden van de door Caesars tegenstanders als alternatieve Senaat ingestelde Raad van Driehonderd wilden de stad verdedigen, maar de meesten kozen voor de vlucht. Cato stelde hun schepen ter beschikking.

Lees verder “De dood van Cato de Jongere”

Na de slag bij Thapsus

Victoria (Museo Nazionale, Rome)

Het was de dag na de slag bij Thapsus. De overwinnaar, Julius Caesar, was met Marcus Aemilius Lepidus consul en het was 7 april. Wij zouden zeggen dat het 8 februari 46 v.Chr. was. En we zeggen ook dat we zijn beland in een nieuwe aflevering in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Offers bij Thapsus

Hij besloot zijn soldaten, ook al hadden ze verslagen tegenstanders gedood, te prijzen. De reden was heel simpel dat Gaius Vergilius, de garnizoenscommandant van Thapsus, zich nog niet had overgegeven. Een demonstratie met de buitgemaakte olifanten na de slag had niet geholpen. Dus koos Caesar voor een tweede demonstratie om de belegerden diets te maken dat de oorlog voor hen was afgelopen.

Caesar bracht offers en riep de soldaten bijeen in het zicht van de stadsbewoners. Hij prees ze uitbundig, beloonde het hele veteranenleger en deelde voor zijn podium onderscheidingen uit voor opvallende moed en verdiensten. Meteen daarna vertrok hij, liet Gaius Caninius Rebilus met drie legioenen achter bij Thapsus en Gnaeus Domitius Calvinus met twee bij Thysdrus, om die steden te belegeren, en ging snel op weg naar Utica, waarheen hij Marcus Valerius Messalla al met de ruiterij vooruit had gestuurd. (Afrikaanse Oorlog 86; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “Na de slag bij Thapsus”

Het einde van de slag bij Thapsus

Sinds de slag bij Thapsus had V Alausae een olifant op zijn munten (Teylers Museum, Haarlem)

Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, begon de slag bij Thapsus niet werkelijk zoals Julius Caesar het had gepland, maar dreven de mannen die op zijn rechtervleugel stonden, hun tegenstanders terug. Op de andere vleugel had Scipio enig succes, maar de soldaten van het Vijfde Legioen Alaudae die hier stonden, bestookten de olifanten met hun speren en dreven ze terug. Vanaf toen had dit legioen een olifant als embleem. Zie boven.

Ook hier, op Scipio’s rechtervleugel, zetten zijn manschappen het dus op een lopen toen de olifanten zich tegen hen keerden.

Lees verder “Het einde van de slag bij Thapsus”

Het begin van de slag bij Thapsus

Slagveld van Thapsus

Als ik u zeg dat het 6 april was in het jaar waarin Caesar met Lepidus het consulaat bekleedde, en als ik dat omreken naar 7 februari 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En na het blogje van eergisteren weet u dat het de dag was van de slag bij Thapsus.

Begin van de slag bij Thapsus

Die begon toen Metellus Scipio begon met de aanleg van een versterking over de westelijke toegangsweg naar Thapsus. Dit was precies wat Caesar had gehoopt. Scipio’s mannen zouden deels aan het bouwen zijn en deels de wacht houden. Hun aandacht was verdeeld. Snel stelde hij zijn mannen op en riep ze wat toe:

Hijzelf maakte te voet haastig een ronde langs zijn soldaten, herinnerde zijn veteranen aan hun moedige daden in vroegere gevechten en wekte met zijn complimenten hun strijdlust op. De rekruten daarentegen, die nog nooit in een slag hadden gevochten, spoorde hij aan in moed te wedijveren met de veteranen, en ernaar te streven om door het behalen van de overwinning dezelfde faam, status en reputatie te verwerven als zij. (Afrikaanse Oorlog 81; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “Het begin van de slag bij Thapsus”

Caesar naar Thapsus

Scipio’s haven: Mahdia, iets ten zuiden van Thapsus.

Het was 4 april in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, omgerekend 5 februari 46 v.Chr. U weet dus dat u bent beland in een blogje in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Het antwoord op deze vraag is dat hij begon aan de campagne rond Thapsus, een havenstad die tegenwoordig Ras Dimas heet. Het stadje, waarvan de omgeving in de voorgaande weken was ontdaan van graan en andere levensmiddelen, lag ongeveer achttien kilometer ten oosten van Caesars eigen haven, Lepcis Parva. Caesar had daarvandaan al galeien uitgestuurd om een vlootblokkade te leggen. Bedenk hierbij dat de roeiers veel water nodig hadden, dat aan boord moest zijn en de schepen traag maakte. Desondanks was een begin gemaakt met het uithongeren van Thapsus.

Lees verder “Caesar naar Thapsus”

Een foeragecampagne

De provincie Africa was spreekwoordelijk vruchtbaar: op deze munt uit het museum in Pamukkale wordt ze gepersonifieerd door een vrouw met in haar ene hand een graanhalm en in de andere een hoorn des overvloeds.

Het was alweer de zeventiende maart van in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, ofwel 18 januari 46 v.Chr. op onze kalender. U weet: dit is een blogje is in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

En u kunt het stukje van vandaag eigenlijk overslaan, want aan het einde zijn we terug bij het begin. Het is de stilte voor de storm, want met het volgende blogje komt het einde van de Afrikaanse campagne in zicht. Caesar had de laatste weken alle versterkingen ontvangen die hij nodig had, Metellus Scipio durfde de beslissende slag niet aan: alles was klaar voor de laatste confrontatie – behalve dat Caesar inmiddels beschikte over te veel mensen om nog te voeden. Eerst moest de foerage op orde zijn.

Lees verder “Een foeragecampagne”

Versterkingen voor Caesar

Reconstructie van een schorpioen, een pijlen-schieter zoals ook Caesar die gebruikte.

Als ik u zeg dat het 28 februari was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 5 december 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u voor de honderdste keer een stukje zult gaan lezen in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Nieuwe versterkingen voor Caesar

Ik denk dat hij een gat in de lucht sprong. De strijd om Uzitta, het Afrikaanse stadje dat hij wilde veroveren en dat werd verdedigd door Metellus Scipio en koning Juba I, was overgegaan in een stellingenoorlog, waarin Caesars mannen langzaam hun doel naderden. Het landkaartje is hier.

Toen Caesar zijn versterkte linies had voltooid en doorgetrokken tot een punt dat nog juist buiten schootsafstand van de stad lag, sloeg hij een versterkt legerkamp op. Hij liet katapulten en schorpioenen dicht opeen voor zijn legerkamp opstellen, gericht tegen de stad, en bestookte onophoudelijk de verdedigers van de muur. (Afrikaanse Oorlog 56; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “Versterkingen voor Caesar”