Faits divers (33): archeologie

Cucuteni-Tripolje-aardewerk (Neues Museum, Berlijn)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer allerlei leuke archeologische berichten.

***

De eerste steden

Het traditionele, en op zich niet onjuiste, verhaal over de eerste steden is dat hun ontstaan hand-in-hand ging met de groei van sociale stratificatie. Bijvoorbeeld doordat er meer boeren waren, meer opbrengsten, meer noodzaak tot organisatie, en dus een centrale leider, die zijn macht onderstreepte met monumentale bouw. Dit is vanzelfsprekend altijd een grove generalisatie geweest. Een schema, zeg maar, om de gedachten te ordenen. De vondsten in Göbekli Tepe bewijzen dat al in een samenleving van jagers en verzamelaars monumentale architectuur mogelijk is, dus er is geen enkele reden monumentaliteit onlosmakelijk te verbinden met steden of zelfs maar landbouw.

De laatste kwart eeuw is er veel meer aandacht gekomen voor “mega-sites” die wel stedelijk ogen maar geen opvallend grote sociale stratificatie kennen. Sovjet-archeologen attendeerden er lang geleden al op dat in het gebied van de Skythen – zeg maar Oekraïne – enkele knotsen van nederzettingen bekend waren, zonder aanwijzingen voor maatschappelijke ongelijkheid. Dat paste mooi bij theorieën over een oercommunisme, dus het oogde wat verdacht. Maar inmiddels is er meer belangstelling voor, en het helpt dat onderzoekers met Lidar meer van zulke nederzettingen vinden.

Lees verder “Faits divers (33): archeologie”

De viervoudige triomf van Julius Caesar

Een triomf, niet die van Caesar (Vaticaanse musea, Rome)

Als ik u zeg dat het sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar juni 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat ik vandaag blog over de vraag wat Julius Caesar zo’n 2069 jaar geleden deed.

Triomferen. Vier keer. Het grote feest waarin een Romeinse aristocraat glorieerde en voor één dag als een koning van weleer was verheven boven de andere senatoren. Het grote feest ook waarbij men een onderworpen volk aan de Romeinen presenteerde, liefst zo exotisch mogelijk. De bekendste beschrijving is die van Caesars biograaf Suetonius, die ook de vijfde triomftocht vermeldt. De Spaanse triomf was echter pas een jaar later.

De eerste en schitterendste triomftocht die hij hield was de Gallische, dan kwam de Alexandrijnse, daarna de Pontische, vervolgens de Afrikaanse en ten slotte de Spaanse. Bij elke triomftocht was het gebruikte materiaal en de presentatie weer anders.noot Suetonius, Caesar 37; vert. Daan den Hengst.

Lees verder “De viervoudige triomf van Julius Caesar”

Qanat

Luchtfoto van een qanat; linksonder de opgraving van Anšan.

In de Maghreb hebben ze het over een foggara of een khettara, langs de Perzische Golf spreken ze van een falaj en in Iran noemen ze het een qanat. Of een karez. Maar het gaat steeds om hetzelfde: een door mensen gegraven ondergronds kanaal met ontluchtingsgaten. Als je erover heen vliegt, lijkt het alsof een bommenwerper een reeks bommen heeft laten vallen in eindeloos lange rij. Die kraters verbinden dus een dorp met een verderop gelegen bron, meer of een grot.

De ontluchtingsgaten hebben drie functies. Om te beginnen zijn ze er natuurlijk om lucht toe te voeren, maar ze dienen ook om bij het onderhoud makkelijk vuil en zand te verwijderen. Omdat ze ook zorgen voor licht in de tunnel, zijn ze nooit heel erg ver van elkaar verwijderd. Een laatste toepassing is die van valkuil: klein wild wordt naar zo’n gat gedreven en viel daar naar zijn dood.

Lees verder “Qanat”

Het teken van Tanit

Het “teken van Tanit (Bulla Regia)

Vorige week was ik in Bulla Regia, een van de mooiste opgravingen in Romeins Afrika. De rijke mensen bouwden er, zoals ik laatst al vertelde, hun huizen grotendeels ondergronds: koel in de zomer, warm in de winter. Bij het restaurantje zagen we bovenstaand kapiteel, dat daar bij mijn vorige bezoek nog niet stond en afkomstig schijnt te zijn uit de Apollotempel. Het is bijzonder, want tussen de twee ionische krullen (“voluten”) links en rechts staat het zogeheten Teken van Tanit. Je vindt het overal waar de Karthagers zijn geweest en op alle voorwerpen, gemaakt van alle materialen: op de schouders van amforen, op medaillons, in het plaveisel van een huis, op een stèle. Ik had het echter nog nooit gezien op een kapiteel.

Maar wat was dit van teken? We weten het weer eens niet, hoewel er al sinds de negentiende eeuw over wordt gepubliceerd. De naam is in elk geval modern. Ze is gemunt door de Franse oudheidkundige Stéphane Gsell, in het in 1920 verschenen vierde deel van zijn Histoire ancienne de l’Afrique du Nord. Hij noteerde dat het signe de Tanit altijd bestaat uit drie elementen: onderaan een driehoek, daarboven een (incomplete) cirkel, en daartussen een horizontale balk. Al met al lijkt het wat op een persoon in een lange rok met de armen uitgestrekt.

Lees verder “Het teken van Tanit”

Toerist in Tunesië

Olijfoogst in Romeins Tunesië (Bardomuseum, Tunis)

De vaste lezers van deze blog zal het wellicht zijn opgevallen: ik ben momenteel voor mijn werk in Tunesië. En omdat ik onverwacht wat tijd over heb, trakteer ik u op wat foto’s uit dat mooie land.

Het Bardomuseum

Het Bardomuseum in Tunis is het voornaamste museum van Tunesië. Het heeft een heel mooie collectie Romeinse mozaïeken. Hierboven heeft u een voorbeeld: een olijfoogst. Ik schreef al eerder over een mooi mozaïek dat Vergilius voorstelt, over de reis van Afrodite en een goudschat.

Lees verder “Toerist in Tunesië”

Het rijk van de Vandalen

Munt van Geiserik (Residenzschloss, Dresden)

In 439 nam Geiserik, de leider van het leger dat we doorgaans aanduiden als dat van de Vandalen, onverwacht de stad Karthago in. Een donderslag op klaarlichte dag zou de toenmalige wereld niet meer hebben kunnen verrassen. In één klap was de graanvoorziening van Italië niet langer gegarandeerd. De centrale overheid van het West-Romeinse Rijk was niet voorbereid op deze ramp en hedendaagse historici wijzen er wel op dat de Romeinse bevolking dit het keizerlijk hof en een war lord als Aetius zeker mocht aanrekenen.

Ooit had Italië de wereld beheerst, nu was het zelf afhankelijk. En dat was nog niet alles. Geiseriks vloot, uitgebreid met de schepen die hij in Karthago had bemachtigd, beheerste de Straat van Sicilië en kon de handel tussen het oostelijk en westelijk bekken van de Middellandse Zee afsnijden. De piraterij – of kaapvaart, zo u wil – droeg bij aan de groeiende scheiding van de twee rijkshelften.

Lees verder “Het rijk van de Vandalen”

De zwerftocht van de Vandalen

Reliëf met afbeelding van het paleis van Córdoba uit de Vandaalse tijd (Archeologisch Museum, Córdoba)

Een nieuwe donderdag, een nieuw stukje over Een kennismaking met de oude wereld, het handboek van De Blois en Van der Spek dat ik de afgelopen maanden heb becommentarieerd. We zijn inmiddels aanbeland bij de transitie van Oudheid naar Middeleeuwen, en omdat ik momenteel ben in Tunesië, moeten we het maar eens hebben over de Vandalen.

Germaanse en Iberische Vandalen

Het in deze reeks al besproken landkaartje in het handboek suggereert dat de Vandalen vanuit Germaans Polen deels naar het zuiden trokken en deels naar het westen. Onze bronnen vermelden bij de groepen die in de vroege vijfde eeuw de Rijn overstaken, inderdaad Vandalen, samen met de Alanen. Ze trokken dwars door Gallië en bereikten [V]Andalusië, waar ze zich vestigden. De handboekauteurs schrijven:

Lees verder “De zwerftocht van de Vandalen”

Caesar op geldjacht

Munt van Caesar (Neues Museum, Berlijn)

Als ik schrijf dat het de idus van juni was in het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 15 april 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u dit weer een blogje zal zijn in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij verliet Afrika. Het was lente en de zee was weer bevaarbaar. In Utica scheepte hij in. De hele Afrikaanse expeditie had een half jaar geduurd en hoewel hij belangrijke vijanden had verslagen én een flink stuk Numidië had geannexeerd, had hij redenen om ontevreden te zijn. Enkele vijanden waren ontsnapt: zijn medestrijder uit de Gallische Oorlog Titus Labienus, de oud-gouverneur van Afrika Publius Attius Varus en Pompeius’ zonen Gnaeus en Sextus. Ze waren gevlucht naar Andalusië, waar het al een tijdje onrustig was. Er zou nóg een ronde gevechten zijn in de Tweede Burgeroorlog. En dat was niet wat Caesar wilde. Wie een staatsgreep succesvol afrondt, wil kunnen regeren en de eindeloos voortslepende oorlog verhinderde dat.

Lees verder “Caesar op geldjacht”

De avonturen van Publius Sittius

De trofee van Publius Sittius (Museum van Annaba)

Als ik u zeg dat het medio mei was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar eind maart 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u alweer te zijn beland in een nieuwe blogje over de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Zoals wel vaker gaat het vandaag alleen indirect over hem. Hij was, na de verovering van Zama, teruggekeerd naar Utica, waar hij allerlei bestuurszaken regelde. Het was nog winter, het kon stormachtig zijn en het was vooralsnog beter de oversteek naar Italië uit te stellen. Hij moet in deze tijd een blik hebben geworpen op de ruïnes van Karthago en hebben besloten de stad te herbouwen, precies een eeuw nadat Scipio Aemilianus haar had verwoest.

Lees verder “De avonturen van Publius Sittius”

Het einde van Juba I

Juba I (Louvre, Parijs)

Als ik schrijf dat het 5 mei was, als ik toevoeg dat het was tijdens het derde consulaat van Gaius Julius Caesar, dat hij deelde met Marcus Aemilius Lepidus, en als ik deze datum omreken naar 7 maart 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuw blogje, gewijd aan de vraag wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden heeft gedaan. Voor het antwoord moeten we even een paar stappen terug.

Zoals we eind november zagen, bestond noordelijk Afrika uit de Romeinse provincie Africa, en lag ten westen daarvan het Numidische koninkrijk van Juba I, met Zama en Cirta als hoofdsteden. In het noordwesten van het huidige Algerije lag het rijk van zijn neef Masinissa II; in Marokko heersten Bochus en Bogud. Laatstgenoemden woonden te ver om een rol te spelen in de Tweede Romeinse Burgeroorlog, maar waren aangevallen door Gnaeus Pompeius Junior. Nadat die was verslagen, waren Bochus en Bogud naar het oosten opgerukt. Dat was belangrijk, want terwijl koning Juba hulp bood aan Metellus Scipio in zijn strijd tegen Caesar, moest hij ook denken aan wat thuis gebeurde. Na de slag bij Thapsus was Juba op de vlucht. In zijn gezelschap was Marcus Petreius, die bij Ilerda in Catalonië nog tegen Caesar had gestreden.

Lees verder “Het einde van Juba I”