Het lege graf

Het lege graf (Rabbula-codex)

Er zijn onderwerpen waarover historici weinig te zeggen hebben, zoals Pasen. De historicus kan alleen constateren dat het dubbele idee van Christus’ verrijzenis en diens lege graf heel oud moet zijn. Daar blijft het echter bij. Een lichamelijke wederopstanding is niet alleen in strijd met de natuurwetten maar ook zonder parallel. Zo’n gebeurtenis ligt buiten het bereik van wat een historicus weten kan. Er desondanks uitspraken over doen is net zoiets als zoeken naar de Alpenpas van Hannibal: je kunt het niet weten en moet gewoon aanvaarden dat er grenzen zijn aan je kennis.

Vier visies

Wat een historicus óók kan doen, is verschillen constateren in de berichten over het lege graf. Hier is het verslag volgens Matteüs.

Lees verder “Het lege graf”

Pontius Pilatus (4) Jezus

Jezus voor Pilatus, zesde-eeuws handschrift

[Dit is het vierde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Van de diverse gebeurtenissen uit het gouverneurschap van Pontius Pilatus is de rechtszaak tegen Jezus natuurlijk het best geattesteerd en het beroemdst. Er zijn niet minder dan vier onafhankelijke verslagen: in chronologische volgorde zijn dat het evangelie van Marcus, de Joodse Oudheden van Flavius Josephus, het evangelie van Johannes en de Annalen van de Romeinse geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus. De lijdensverhalen van de evangelisten Matteüs en Lukas zijn afgeleid van dat van Marcus, maar bevatten informatie die authentiek zou kunnen zijn.

Jezus’ vergrijp

Op het eerste gezicht is het vreemd dat de Joodse leiders, met name de hogepriester Kajafas, Jezus overdroegen aan Pontius Pilatus. Natuurlijk had Jezus het komende Koninkrijk van God voorspeld, en ook had hij op het Tempelterrein de banken van de geldwisselaars omvergeworpen, maar eschatologisch gespeculeer en vandalisme waren geen redenen voor een executie. Wie in de joodse Tempel de regels overtrad, kreeg stok- of zweepslagen.

Lees verder “Pontius Pilatus (4) Jezus”

De Tempelreiniging

Tyrische sjekel (Nationaal Museum, Beiroet)

Zoals u wellicht weet, heeft Jezus van Nazaret op zeker moment de geldwisselaars weggeranseld van het terrein rond de tempel in Jeruzalem. De gebeurtenis staat bekend als de Tempelreiniging. Hier is het verhaal volgens Marcus.

Jezus ging de tempel binnen en begon iedereen die daar iets kocht of verkocht weg te jagen; hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver, en hij liet niet toe dat iemand voorwerpen over het tempelplein droeg. Hij hield de omstanders voor: “Staat er niet geschreven: ‘Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn’? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!”

Toen de hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden wat er gebeurd was, zochten ze naar een mogelijkheid om hem uit de weg te ruimen.noot Marcus 11.15-18; NBV21.

Matteüs en Lukas vertellen ruwweg hetzelfde, de evangelist Johannes biedt andere informatie:

Lees verder “De Tempelreiniging”

Bijbelse en Griekse insecten

Zelfportret van de Meester van Frankfurt en zijn vrouw, detail (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen)

Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd: ik blog vandaag dus eens over iets kleins, namelijk insecten. Nu zitten er op het eerste gezicht niet bijster veel vliegen, muggen en vlooien in het Nieuwe Testament, waarover ik op zondag graag blog, maar er zijn er wel een paar verstopt. Als Jezus een bezetene heeft genezen, vragen mensen zich bijvoorbeeld af of hij een door God gezonden verlosser kan zijn, en werpen anderen tegen dat hij alleen demonen kon uitdrijven “dankzij Beëlzebul, de vorst der demonen”.noot Marcus 3.22.

Heer der vliegen

Hier gebeurt weer eens een hoop tegelijk. Eeuwen eerder was er vrijwel zeker een Kanaänitische godheid die Baäl-Zebul heette, wat de auteur van het Deuteronomistische Geschiedwerk, die niets wilde weten van andere goden dan zijn eigen godheid, “verbeterde”: hij duidde deze godheid aan als Baäl-Zebub, ofwel de “heer der vliegen”.noot 2 Koningen 1.2. De nieuwtestamentische weergave blijft dus iets dichter bij het Kanaänitische origineel, maar heeft een even negatieve associatie. In de latere, christelijke traditie zou Beëlzebul de naam van de duivel zelf zijn, wat niet helemaal hetzelfde is als de vorst der demonen.

Lees verder “Bijbelse en Griekse insecten”

De tweede broodvermenigvuldiging

De Damascuspoort in Gerasa, een van de steden in de Dekapolis

Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het Nieuwe Testament, en ik ga verder waar ik onlangs was gebleven. Toen behandelde ik de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging: het verhaal van de vijf broden en de twee vissen. Ik wees er toen op dat het Marcusevangelie nóg zo’n verhaal bevat. Het is vrijwel identiek.

Toen er op een keer weer een grote menigte bijeen was, en ze niets meer te eten hadden, riep hij de leerlingen bij zich en zei tegen hen: “Ik heb medelijden met al die mensen, want ze zijn nu al drie dagen bij me en hebben niets te eten. Als ik hen met een lege maag naar huis stuur, raken ze onderweg uitgeput; sommigen zijn immers van ver gekomen.”noot Marcus 8.1-3; NBV21.

Lees verder “De tweede broodvermenigvuldiging”

Vijf broden, twee vissen

Brood en vis (Catacomben, Rome)

Een van de bekendste verhalen uit het Nieuwe Testament, waarover ik op zondagen nogal eens blog, is dat over de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging. Het zijn overigens twee verhalen over twee gebeurtenissen, beide te vinden bij Marcus: het eerste verhaal speelt zich af in de omgeving van het Meer van Galilea, en het tweede in de Dekapolis.noot Marcus 8.1-10. Daarover een andere keer meer, vandaag het verhaal in Galilea.

Dat begint ermee dat Jezus en enkele volgelingen naar een afgelegen plek varen, waar ze echter geen rust vinden, maar worden opgewacht door een grote menigte. Jezus “voelde medelijden met hen,” schrijft Marcus, “want ze waren als schapen zonder herder” – een echo van Jezus’ missie om de verloren schapen van Israël terug te halen.

Lees verder “Vijf broden, twee vissen”

Vragen rond de jaarwisseling (3)

De ark van Noach (Gevelsteen op de Schreierstoren, Amsterdam)

Een kleine drie weken geleden nodigde ik u uit om de inmiddels traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik ontving er vrij veel en zal vandaag de vragen beantwoorden over de joodse wereld. Dat waren er opvallend veel.

Het verhaal van de “zondvloed” komt in uiteenlopende versies voor in zowat elke cultuur. Is er ooit een universele ramp gebeurd en wanneer zouden we deze kunnen situeren ?

Voor zover ik weet zijn de meeste verhalen over een grote overstroming en een kleine groep mensen die de beschaving (plus veestapel) redt, te herleiden tot een beperkt aantal originelen. De bekendste stamt uit Mesopotamië, met als varianten het Bijbelverhaal en een versie uit India en Perzië. De “Noach” in deze verhalen verneemt van de godheid waaronder de oerwateren ressorteren over de naderende ramp en bouwt een schip. Een ander origineel is dat van de vroege bewoners van de Amerika’s. Hierin dankt de mensheid haar redding aan een bergtop. Een derde verhaal komt uit China, waar archeologen op zoek zijn naar een historische gebeurtenis.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (3)”

Stefanus

Stefanus (Kykkos-klooster)

Een van de opmerkelijke discussies die we tegenkomen in de Handelingen van de Apostelen, is die over de plaats van de niet-Joden in de vroege christelijke kerk. Ook de diverse brieven die in het Nieuwe Testament zijn opgenomen, documenteren deze kwestie. Dat erover gesproken is geweest, bewijst dat Jezus er geen standpunt over heeft ingenomen. Hij kwam om de verloren schapen van Israël te redden, maar hij lijkt niets tegen andere volken gehad te hebben. De anekdote over de Romeinse officier die verzoekt om de genezing van een knecht, lijkt dit te bevestigen: de schets van een vriendelijke verhouding tussen Joden en niet-Joden is in elk geval heel oud, aangezien ze na pakweg 40, toen de relatie op scherp kwam te staan, nauwelijks meer kan zijn verzonnen.

Diakens

Maar er was in de jonge kerk dus discussie. Een jaartal kunnen we er niet op plakken, maar het feit dat zelfs de geïdealiseerde beschrijving in Handelingen, waarin de vroege christenen alles gemeenschappelijk deden, ergernissen vermeldt, is hoogst significant. Dit was geen informatie die de auteur kon onderdrukken.

Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Hebreeuwssprekenden verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld.noot Handelingen 6.1; NBV21.

Lees verder “Stefanus”

Zoon van de Allerhoogste

4Q246

Het is bijna kerstmis, dus het leek me aardig om in mijn reeks over het Nieuwe Testament een tekst te behandelen die daar iets mee te maken heeft: de Annunciatie ofwel de aankondiging van Jezus’ geboorte. Gods boodschapper Gabriël heeft zich in Nazaret aangediend bij Maria, en vóór u verder leest, moet u even bedenken dat Gabriël geen engel was in onze zin van het woord. Het Griekse woord ἄγγελος betekende destijds boodschapper, gezant, heraut. In het boek Daniël wordt Gabriël expliciet beschreven als mens.noot Daniël 8.15. De vleugels die wij erbij voorstellen, zijn pas later gekomen.

Maria schrikt dus nogal schrikt als een vreemde kerel haar huis binnenloopt. Gabriël antwoordt:

Lees verder “Zoon van de Allerhoogste”

Jezus en de centurio

Een centurio (British Museum, Londen)

Het Nieuwe Testament zit boordevol doorkijkjes naar het dagelijks leven in de Romeinse tijd. Zo vertelt Lukas het verhaal van de centurio, ofwel de “honderdman”, zoals het woord in het Nederlands weleens is vertaald. Dat suggereert dat het de commandant was van een eenheid van honderd legionairs, maar dat is in de lange Romeinse legergeschiedenis nooit het geval geweest. Het verhaal speelt in Jezus’ woonplaats Kafarnaüm en het eerste zinnetje is al intrigerend.

Een centurio die daar woonde had een slaaf die ernstig ziek was en op sterven lag; de centurio was erg op deze slaaf gesteld.noot Lukas 7.2; NBV21.

Lees verder “Jezus en de centurio”