Caesar bij Atuatuca: Berg?

Berg

Archeologie en teksten, dat is een ongemakkelijk huwelijk. Ik heb hier weleens uitgelegd waarom archeologen volgens mij wat al te makkelijk veronderstellen dat de Drususgrachten in Nederland hebben gelegen. Soms missen archeologen een kans om hun vakbroeders, de classici, te helpen: de vondsten in Velsen kunnen niet én bij een castra behoren én bij een castellum genaamd Flevum. Tenzij we het Latijn niet goed begrijpen, en het zou leuk zijn als archeologen eens over woordbetekenissen discussieerden met hun collega’s. Eerstgenoemden hebben laatstgenoemden iets te bieden. Ook de opgravingen van Herwen en Heerlen bieden meer mogelijkheden tot samenwerking dan momenteel worden waargemaakt.

Sommige dingen waren vroeger beter dan nu. De opleidingen waren bijvoorbeeld langer. De studieduurbekorting van de jaren tachtig beroofde archeologiestudenten van een eerlijke kans vertrouwd te raken met teksten – zelfs in vertaling. Andere dingen zijn tegenwoordig dan weer beter dan vroeger: archeologiestudenten leren veel meer over technieken en raken met meer data vertrouwd. Ook dat leidt echter weg van vertrouwdheid met de antieke bronnen. En dan ontstaat het gevaar dat je eerdere inzichten als vanzelfsprekend overneemt, zonder te weten dat classici en oudhistorici die inmiddels hebben weerlegd. Er is geen bewijs dat Hadrianus ooit in Voorburg is geweest, wat de plaatselijke VVV ook beweert, en het is hoogst discutabel Nijmegen als stad te typeren, wat de plaatselijke VVV ook beweert.

Lees verder “Caesar bij Atuatuca: Berg?”

Absence of evidence is not evidence of absence

Niet gebouwd door aliens

De vuistregel is vermoedelijk het bekendst uit de bijbelse archeologie: absence of evidence is not evidence of absence. Het gezegde is vaak ingeroepen geweest ter verklaring van een beruchte asymmetrie in ons bewijsmateriaal: terwijl de Bijbel het heeft over een groot koninkrijk ten tijde van David en Salomo, is daarvoor geen archeologisch bewijs. We hebben momenteel twee buitenbijbelse vermeldingen van David als voorvader van de dynastie van het koninkrijk Juda (één, twee) en nul verwijzingen naar Salomo. Geen enkel kleitablet, niets.

Dit probleem is al ruim een eeuw bekend. Een eeuw waarin bijvoorbeeld in Megiddo alvast enkele stallen zijn toegeschreven aan Salomo, zonder dat er bewijs was voor diens historische bestaan. De gedachte was: goed doorgaan met spitten, we vinden nog weleens onweerlegbaar bewijs dat Salomo een historisch personage is geweest. Het ontbreken van bewijs gold dus niet als bewijs dat er nooit iets was geweest.

Lees verder “Absence of evidence is not evidence of absence”

Nazaret

Nazaret, opgraving onder de Basiliek van de Annunciatie

En nog een extra paashoax dit jaar. “Biblical story of Jesus possibly explained by excavations in his hometown of Nazareth”. De claim is dat de bewoners de Romeinse cultuur afwezen en zich in 70 na Chr. tegen de Romeinen verzetten. Het nieuws is vorige week naar buiten gebracht, zodat geen journalist tijd had om het te controleren en u het in een weekend met veel vrije tijd ongefilterd tot u neemt. De website die erin vliegt is LiveScience, doorgaans niet de allerslechtste, maar dit keer dienend als publicitair verlengstuk van Ken Dark, die een boek Roman-Period and Byzantine Nazareth and Its Hinterland verkocht moet krijgen.

Loop even mee.

“The researcher of the study also found that Nazareth was likely larger than thought during the time of Jesus.” Hier wordt een stropop omver geschoten. De archeologische resten van Nazaret zijn vrij marginaal en dat heeft aanleiding gegeven tot de theorie dat het een erg kleine nederzetting zou zijn geweest. Dit is altijd onzin geweest. Absence of evidence is immers geen evidence of absence. Er ligt een moderne nederzetting bovenop en archeologisch onderzoek is nogal lastig. Dus zijn er niet zoveel resten bekend, maar daaruit volgt niet dat het dorp heel klein was of, zoals het NRC Handelsblad eens claimde, niet bestond.

Lees verder “Nazaret”

Misverstand: Ambiorix in Tongeren (1)

Een aarden wal bij Kanne-Caestert

Misverstand: Ambiorix versloeg de Romeinen bij Tongeren

Het standbeeld in het stadscentrum van Tongeren mag er zijn. Het is een stoer besnorde Ambiorix, die als leider van de Eburonen in de herfst van 54 v.Chr.  het Veertiende Legioen van Julius Caesar vernietigde. Caesar noemt de plaats waar het gebeurde Atuatuca, en omdat dit ook de naam was die Tongeren in de Romeinse keizertijd droeg, heeft men die stad lang aangewezen als de plaats waar de legionairs ten onder waren gegaan.

Ten onrechte. In Tongeren ontbreekt elk spoor van Romeinse aanwezigheid vóór pakweg 30 v.Chr. en hoewel absence of evidence niet onmiddellijk evidence of absence is, wordt het dat wel als er na veel opgravingen nog altijd niets is gevonden. De plaats van Ambiorix’ overwinning wordt tegenwoordig dan ook elders gezocht.

Lees verder “Misverstand: Ambiorix in Tongeren (1)”

Caesar in Noord-Gallië (1)

Caesar (Altes Museum, Berlijn)

Ineens was daar, afgelopen woensdagavond, het nieuws dat Julius Caesar in 55 v.Chr. slag had geleverd met de Usipetes en Tencteri in de omgeving van Kessel in het Nederlandse rivierengebied. Archeoloog Nico Roymans kondigde het aan bij “De wereld draait door”. Helemaal onverwacht was het niet: archeologen vinden in Noordwest-Europa het ene Caesar-slagveld na het andere. In het onderstaande proberen de Vlaamse archeoloog Guido Cuyt en ikzelf een overzicht te geven van een leuk oudheidkundig deelgebied.

Een interessant deelgebied ook. Alles draait hier om een probleem dat deftig wordt aangeduid als “de asymmetrie van het archeologische en tekstuele bewijs”. In gewone mensentaal betekent dit dat archeologisch bewijs niet altijd duidt op hetzelfde als de antieke teksten. Een voorbeeld: de beschrijving die de Griekse onderzoeker Herodotos in zijn Historiën biedt van de Medische hoofdstad Ekbatana en de gebouwen die in de Bijbel worden toegeschreven aan koning Salomo, zijn door archeologen niet gevonden. Zoiets speelt ook bij Caesars verblijf in Noordwest-Europa: archeologen in België, Duitsland en Engeland hadden moeite aanwijzingen te vinden voor wat Caesar beweert in zijn Gallische Oorlog.

Lees verder “Caesar in Noord-Gallië (1)”

Aquaduct

nijmegen_aquaduct_orientalis1
De bovenloop van het aquaduct op het terrein van Museumpark Orientalis

1.

In het oosten van Nijmegen ligt een oud Romeins aquaduct. De vijver, de geulen en de drie dammen zijn goed vergelijkbaar met antieke waterleidingen als die in Dorchester en Tongeren, maar er zijn weinig concrete vondsten gedaan. Hout, het materiaal waarmee de eigenlijke waterloop was gebouwd, is nu eenmaal vergankelijk en kan niet meer worden opgegraven.

Het is daarom begrijpelijk dat er een stevige discussie is losgebarsten of de vijver, geulen en dammen wel door de Romeinen zijn aangelegd. Aanvankelijk waren het sceptische burgers die vragen stelden; later kwamen daar journalisten bij; daarna gaf de Nijmeegse Rekenkamer advies; tot slot oordeelde de Nijmeegse politiek dat er geen reden was tot twijfel. De affaire interesseert me, maar niet om de vraag of er werkelijk een aquaduct is geweest. Voor zover we weten, was het er. Voor zover we weten, is de kritiek onterecht. Daarom is de scepsis zo boeiend. De Nijmeegse archeologen betalen namelijk voor fouten die niet zij hebben gemaakt.

Lees verder “Aquaduct”

De Eburonen

Het standbeeld van Ambiorix in Tongeren. Ik zeg dit er voor de zekerheid even bij: dit is dus een negentiende-eeuwse reconstructie en de Belgische held zal er in het echt heel anders hebben uitgezien.

Ik heb al een tijdje drie boekbesprekingen in de pen – over het ontstaan van het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk, over het verdwijnend christendom in het Midden-Oosten en over het verdwijnend christendom in West-Europa – maar er springt even een klusje in de weg. De Eburonen.

***

In 57 v.Chr. veroverde Julius Caesar het gebied van de Boven- en Midden-Maas. In zijn beroemde boek De Gallische Oorlog noemt de Romeinse generaal de Eburonen voor het eerst in 2.4, waar hij ze vermeldt als een van vier volken die met de vijanden van de Romeinen, de Belgen, mee streden. Volgens Caesar was het viertal “Germaans”, wat waarschijnlijk niet meer wil zeggen dan dat zijn Keltischsprekende tolken hen niet konden verstaan. Ze kunnen inderdaad Germanen zijn geweest, maar de weinige Eburoonse namen die we kennen, lijken alle een Keltische etymologie te hebben.

Lees verder “De Eburonen”