Het antieke Jemen

Een dromedaris uit Jemen (Institut du monde arabe, Parijs)

Ik ben nog nooit in Jemen geweest. En ik denk dat het ook niet meer zal gebeuren. Dus dit blogje gaat over een gebied dat ik niet ken uit eigen waarneming. Het is echter ook een gebied dat hoort bij de oude wereld, zelfs al lag het aan de uiterste grens, waar het Mediterrane handelsnetwerk aanknoopte bij het netwerk rond de Indische Oceaan. Dat maakte het antieke Jemen belangrijk.

Het was een vanouds welvarend gebied. Zó welvarend dat de Grieken en Romeinen het aanduidden als het Gelukkige Arabië. Het is te hopen dat de bewoners dat nooit hebben gehoord, want het is bekend dat zij zich niet beschouwden als Arabieren. Om te beginnen woonden de Jemenieten in steden en waren ze landbouwers; ze waren, anders dan althans een deel van de Arabieren, geen nomaden. En ze spraken geen Arabisch. Die taal, die rond 1000 v.Chr. werd gesproken in zuidelijk Syrië en Jordanië, verspreidde zich in de IJzertijd naar het zuiden, maar vooralsnog niet naar Jemen.

Lees verder “Het antieke Jemen”

Kreupelhout in de Koran

Op vier plaatsen komt in de Koran het Arabische woord ’ayka voor. Dat is geen moeilijk woord: het betekent “bosje van kreupelhout”. Die “mensen van het kreupelbos” zijn wél eigenaardig.

  • Ook de mensen van het kreupelbos (الأَيْكَةِ) waren onrechtplegers, en Wij namen ook wraak op hen.noot Koran 15:78-9; vert. F. Leemhuis.
  • De mensen van het kreupelbos (لْئَيْكَةِ) betichtten de gezondenen van leugens.noot Koran 26:176.
  • En de Thamoed en het volk van Loet en de mensen van het kreupelbos (لْئَيْكَةِ,); dat waren de partijen.noot Koran 38:13.
  • En de mensen van het kreupelbos (الأَيْكَةِ) en het volk van Toebba‘, allen betichtten zij de gezanten van leugens, dus werd Mijn aanzegging bewaarheid.noot Koran 50:14.

Bij nadere beschouwing blijkt er echter twee maal al-’ayka te staan, waarbij al- het lidwoord is, en tweemaal een raar gespeld l’ayka, terwijl het toch op alle vier plaatsen op hetzelfde betrekking heeft.

Lees verder “Kreupelhout in de Koran”

Aelius Gallus in Jemen

De eerste van de twee in het geciteerde artikel genoemde inscripties (© Mission archéologique franco-italienne de Tamna)

In het jaar 30 v.Chr. annexeerde Octavianus, de latere keizer Augustus, Egypte. Het werd geen normale Romeinse provincie maar gold als het persoonlijke domein van de heerser, bestuurd door een prefect. De eerste, Cornelius Gallus, kennen we ook als dichter; zijn opvolger Aelius Gallus is bekend om een als mislukt te boek staande expeditie naar het Gelukzalige Arabië, het huidige Jemen. Deze vond plaats in 26-25 v.Chr. Na zijn terugkeer organiseerde Aelius Gallus een tocht tegen het Nubische koninkrijk Meroë, en toen die niet het beoogde succes had opgeleverd, riep Augustus hem terug.

Aan Aelius Gallus’ Arabische veldtocht danken we een goede beschrijving van het westen van wat nu Saoedi-Arabië heet, overgeleverd in het aardrijkskundeboek van Strabo. Het doel lijkt te zijn geweest de Wierookroute te verkennen en verdragen te sluiten, al meldt Strabo dat Aelius Gallus ook vermoedde dat er veel edelmetaal en edelstenen wachtten in het diepe zuiden. De bewoners van het Middellandse Zee-gebied betaalden immers fors voor de wierook en wisten niet beter of de bewoners van de Jemenitische koninkrijkjes gaven dat nergens aan uit. Er moesten dus enorme bedragen liggen.

Lees verder “Aelius Gallus in Jemen”

De wierookroute (2)

Ergens langs de Wierookroute ontmoeten deze vrouw en deze man elkaar bij een bron (Istanbul, Archeologische Musea)

Van Shabwa naar Gaza

arabia_mapNa de formaliteiten in Shabwa reisden de handelaren verder. De routes lagen vast en volgens Plinius gold het als misdrijf een andere weg te nemen. De karavanen trokken eerst naar Timna en Marib, de hoofdsteden van Qataban en Saba. Daar wendden ze zich naar het noordwesten, naar de vruchtbare oase van Najran, waar de kooplieden de stedelijke wereld van Jemen verlieten en begonnen aan de tocht door het Arabische nomadengebied.

Lees verder “De wierookroute (2)”