Voor-westerse geschiedenis (5) de eerste boeren

Akkerbouw lijkt zo logisch maar was dat in de voor-westerse wereld allerminst. Ik wees er al op dat het landschap in het Midden-Oosten en rond de Middellandse Zee weliswaar heel gevarieerd is maar zelden gastvrij. In een ander blogje vertelde ik dat de regens vallen op het verkeerde moment. Waar bergen zijn – en waar was dat eigenlijk niet? – is weinig ruimte voor akkerbouw. De rivier- en kustvlakten zijn doorgaans klein, als ze niet onleefbaar waren door de eeuwenlang alom aanwezige malaria. Het is logisch dat de akkerbouw doorbrak op de grote vlakte van Mesopotamië, al is dat, zoals we nog zullen zien, niet waar deze activiteit is ontstaan.

De rivieren waren namelijk bepaald niet behulpzaam voor de eerste boeren. De Eufraat en Tigris, gevoed door de in het voorjaar smeltende sneeuw van Armenië, traden namelijk buiten hun oevers op het moment waarop de gewassen ontkiemden. Dat dwong de akkerbouwers in deze regio om dammen, dijken en cisternen te bouwen. De extra inspanning gold blijkbaar als een acceptabele prijs om te betalen voor het jaarlijks afgezette laagje vruchtbare klei, de aanwezigheid van vis en de mogelijkheid van eenvoudig transport.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (5) de eerste boeren”

Vuur van verandering?

De Zonnewagen van Trundholm (replica; het origineel is in het Nationaal Museum in Kopenhagen)

Ik blogde al enkele keren (een, twee, drie, vier, vijf) over de Bronstijd, waarover onlangs in het Rijksmuseum van Oudheden een tentoonstelling is begonnen. Daar is veel positiefs over te zeggen en dat zal ik ook nog weleens doen. Voor het moment hoeft u alleen maar te weten dat het een goede expositie is. Het verhaal: dankzij enerzijds de Indo-Europese migraties en anderzijds de handel in koper en tin, groeiden pan-Europese verbanden. Niet zonder reden is wel geopperd dat er in het geschiedenisonderwijs meer aandacht moet zijn voor de vroegste tijden. Het museum toont het Bronstijdverhaal met veel interessante en bijzondere stukken, mooie stukken ook, die je niet snel bij elkaar ziet.

Nog één woord van lof voor ik echt aan dit blogje begin: de opstelling is ietwat conservatief. Wel vitrines met voorwerpen, geen noemenswaardige toeters en bellen. Waar de architect een decor neerzette, was het functioneel, zoals het frame van een boerderij. Menselijke resten liggen achter gordijnen en dat vind ik een mooie oplossing voor een naar dilemma. Kortom: een tentoonstelling waar je fijn een uur of twee doorbrengt.

Lees verder “Vuur van verandering?”

Een archeologie-canon

Zomaar eens een foto van een archeologische stratigrafie

Gisteren bood ik op deze plaats een overzicht van een kleine veertig dingen die mensen zouden moeten weten over geschiedvorsing. Aangezien de historische canon van Van Oostrom / Kennedy geschiedenis presenteert als het ene feit na het andere, wilde ik toch eens benadrukken dat geschiedenis ook een wetenschap is.

Een van de trouwste lezers van deze blog, CK uit het archeologisch en historisch zo rijke Nijmegen, wees me erop dat een archeologiecanon ook niet zou bestaan uit een lijst van losse opgravingen, maar uit een lijst van methodische en technische vernieuwingen. In een telefoontje bespraken we dat archeologen, doordat ze de wetenschappelijke dimensie almaar niet benoemen en zich verschuilen achter de monumentenwetgeving, zélf de reden zijn waarom een staatssecretaris van Cultuur zich afvraagt wat hij aan moet met musea vol opgegraven potten en pannen, waarom de limesvoorlichting zo verrekte contraproductief is, waarom een hoogleraar publiek begrip van wetenschap de raarste dingen kan vertellen over het Rijksmuseum van Oudheden en waarom De Volkskrant archeologie te onbelangrijk vindt om iets te rectificeren. Een Nijmegenaar herinnert zich natuurlijk ook de aquaductenaffaire en de affaire in de buurgemeente Cuijk.

Lees verder “Een archeologie-canon”

Communistische archeologie (3)

Een recent overzicht van de Neolithische Revolutie. In de eeuwen tussen 10.000 en 7800 v.Chr. (het Pre-Pottery Neolithic A en B) werd op vijf plekken tegelijk de landbouw ontdekt. Uit: S. Riehl e.a., "Emergence of Agriculture in the Foothills of the Zagros Mountains of Iran", in Science Magazine Vol. 341 (2013), Issue 6141, pp. 65-67.
Een recent overzicht van de Neolithische Revolutie. In de eeuwen tussen 10.000 en 7800 v.Chr. (het Pre-Pottery Neolithic A en B) werd op vijf plekken tegelijk de landbouw ontdekt. Uit: S. Riehl e.a., “Emergence of Agriculture in the Foothills of the Zagros Mountains of Iran“, in Science, Vol. 341 (2013), Issue 6141, pp. 65-67.

Ik blogde eergisteren over de communistische archeologie, waarvan ik vertelde dat die een verklaring zocht voor de “spreadsheet” van regio’s en archeologische culturen die was opgesteld door Oscar Montelius. Liberalen namen als “motor” achter de vooruitgang aan dat individuen uitvindingen deden die zich daarna door imitatie verspreidden. Dat heet diffusie en meestal ontwaarde men een beweging van oost naar west. De racisten geloofden dat culturele innovaties zich verspreidden door migratie en zagen liever een beweging vanaf de Noordduitse Laagvlakte naar de rest van de wereld.

De communisten meenden dat dezelfde uitvinding verschillende keren kon worden gedaan, mits de productiemiddelen en -verhoudingen vergelijkbaar waren. Ik illustreerde dit aan de hand van de megalithische monumenten. Een ander voorbeeld is het goed-marxistische idee dat de vooruitgang geen gestaag proces is, maar plaatsvindt door middel van revoluties.

Lees verder “Communistische archeologie (3)”

Childe’s erfenis

Een deel van Childe's "spreadsheet" van antieke culturen. Anders dan je van een archeoloog zou verwachten, is het jongste onder en het oudste boven.
Een deel van Childe’s “spreadsheet” van antieke culturen. Anders dan je van een archeoloog zou verwachten, is het jongste onder en het oudste boven.

Ik blogde vorige week enkele keren over Gordon Childe, de man die de hoofdlijnen vaststelde van ons beeld van het verre verleden. Ik vertelde dat hij, zoals zijn voorganger Montelius, een soort spreadsheet maakte waarin alle archeologische culturen van Europa waren opgenomen: tijd langs de y-as, regio’s langs de x-as. Zie boven. Door het verleden zo te conceptualiseren, had hij kunnen vaststellen dat de oude theorieën, dat alle beschaving in het oosten was ontstaan en geleidelijk naar het westen was gekomen, niet konden kloppen.

Ik wees erop dat Childe er verder naar streefde de samenleving te reconstrueren waarvan de materiële cultuur een neerslag was. Daarbij kwamen economische, sociale, politieke, etnische en religieuze aspecten aan bod. Bij de beschrijving van die samenlevingen benutte hij inzichten uit de Sovjet-archeologie en het functionalisme.

Lees verder “Childe’s erfenis”

De vaart der volkeren (4): Kritiek

Gordon Childe
Gordon Childe

In de voorgaande stukjes heb ik uitgelegd hoe Montelius in de negentiende eeuw een empirische basis gaf aan het achttiende-eeuwse vooruitgangsidee. Gordon Childe verfijnde en corrigeerde Montelius’ systeem en benutte de archeologische vondsten als basis om de samenleving te reconstrueren die ze had voortgebracht.

Om die samenleving te beschrijven, benutte hij twee tegengestelde bronnen van inspiratie: het functionalisme en de archeologie van de Sovjet-Unie. Het eerste analyseerde de samenleving alsof deze een organisme was, waarin alles met elkaar samenhing. De diverse delen hadden alle als functie een bijdrage te leveren aan de stabiliteit en het voortbestaan van het geheel. Het was een op harmonie gerichte, conservatieve visie met weinig ruimte voor verandering. De tweede visie, geïnspireerd door het marxisme, stelde zich daarentegen ten doel te beschrijven hoe er in een samenleving allerlei spanningen waren: de klassenstrijd die de “motor” vormde achter de wereldgeschiedenis. Nu ik dit schrijf, herinner ik me hoe in het Maastrichtse Bonnefantenmuseum, toen dat nog een archeologische afdeling had, bij een bepaald tijdvak als uitleg werd gegeven dat dit de eerste aanwijzingen waren voor sociale ongelijkheid in de Lage Landen. Het maakte destijds (1976) indruk op me dat je zó kon kijken naar die oude voorwerpen. Inmiddels hoor ik Gordon Childe lachen.

Lees verder “De vaart der volkeren (4): Kritiek”

De vaart der volkeren (3): Childe

Gordon Childe
Gordon Childe

In de twee voorgaande stukjes legde ik uit dat in de archeologie – en in geen enkele wetenschap, oudheidkundig of niet – de feiten niet uit de data voortkomen, maar ontstaan als ze worden geïnterpreteerd. Het is dus belangrijk dat dit kader zo expliciet mogelijk is, omdat je anders nodeloos subjectief bent. In de achttiende eeuw, zo vertelde ik op woensdag, ontstond zo een kader dat we kunnen aanduiden als “drie beschavingsstappen”. Dat was toen nog vrijwel geheel hypothetisch, maar toen Montelius het idee toetste, bleek – zo beschreef ik op donderdag – dat alle informatie erin paste. Als dan ook de eerste absolute dateringen komen en het systeem consistent blijft, concludeer je dat het klopt.

De grootste wetenschappelijke ontdekking van de achttiende/negentiende eeuw is dat de vooruitgang een feit is. Wat die vooruitgang precies is en wat ze betekent, dat zijn heel andere vragen, waar de twintigste eeuw zich mee heeft beziggehouden. Ik zal er nu niet op ingaan en in plaats daarvan u voorstellen aan Gordon Childe (1892-1957).

Lees verder “De vaart der volkeren (3): Childe”

Antieke samenlevingen (1)

Archetypische barbaren: de Germanen

[Ik ben een paar dagen naar Libanon en geef het woord aan mijn collega Josho Brouwers, die ingaat op de typering van antieke samenlevingen.]

Een tijdje geleden plaatste Jona een blogbericht over het koninkrijk Israël, met een verwijzing naar de culturele antropologie van de negentiende eeuw waarin men een poging deed om samenlevingen te classificeren, en er werd kort ingegaan op de ontwikkeling van bijvoorbeeld chiefdoms naar koninkrijken. Daarbij suggereerde Jona dat hiermee een empirische basis werd gelegd voor het vooruitgangsdenken of, anders verwoord: “archeologie biedt de empirische basis van de liberale vooruitgangsgedachte”.

De situatie is echter – het zal de lezers van dit blog niet verbazen – ingewikkelder dan dikwijls wordt geschetst. In de negentiende eeuw verzonnen culturele antropologen een systeem met drie typen samenlevingen: “savage” (wild, ongetemd, primitief), “barbarism” (barbaars), en “civilization” (beschaving). Het idee was dat dit elk drie stadia waren van de menselijke ontwikkeling waarbij het ideaal natuurlijk de beschaving was.

Lees verder “Antieke samenlevingen (1)”

Koude Oorlog-archeologie

Mesopotamisch aardewerk uit het derde millennium v.Chr. (Ashmolean Museum, Oxford)

In 1948 vertrok een Amerikaanse expeditie naar Iraaks Koerdistan, voor wat bekend is komen staan als het “Iraq-Jarmo-project”. Archeoloog Robert Braidwood gaf tot en met 1955 leiding aan een voor die tijd uitzonderlijk groot en gevarieerd team. Het onderzoek had een duidelijke vraagstelling. De beroemde archeoloog Gordon Childe, die om een of andere reden nooit de Nobelprijs voor de Letteren heeft gekregen, had geopperd dat de uitvinding van de landbouw een vrij snelle, revolutionaire gebeurtenis was geweest, die tussen 4500 en 4000 v.Chr. had plaatsgevonden. Braidwood wilde toetsen of er wel zo’n “neolithische revolutie” was geweest. De Amerikaanse overheid steunde de onderneming met grotere subsidies dan ze ooit eerder had toegekend aan een archeologisch project.

Het team was met zorg samengesteld. Alle leden waren gescreend op on-Amerikaanse activiteiten en Braidwood was aangezocht omdat hij openlijk had getwijfeld aan de ideeën van Childe. Archeologie was een van de ideologische strijdtonelen van de Koude Oorlog, want de subsidiënten wilden natuurlijk vooral bewijzen in handen krijgen dat de wereldgeschiedenis niet, zoals de marxisten dachten, vooruitging door revoluties, maar werd getypeerd door een geleidelijke ontwikkeling.

Lees verder “Koude Oorlog-archeologie”