Byblos in de Bronstijd

Het torentempeltje bij de Grote Residentie van Byblos, met ankerstenen onder de hoek links vooraan

Ik beschreef gisteren hoe Byblos was ontstaan: rond 3000 v.Chr. was het al een internationaal handelscentrum van betekenis, dat contacten had met Anatolië, Soedan en Baktrië. Dat veranderde in de Bronstijd niet. De stad exporteerde cederhout, gekapt op de westelijke hellingen van het Libanongebergte. Naar Byblos geïmporteerde producten als olijfolie en wol werden verder verhandeld aan het Egypte van de dynastieën 34 en 5, (ca. 2675-2350 v.Chr.). Daarvandaan kwamen papyrus, graanproducten, touw, peulvruchten en vlas, zaken die de Bybliërs weer vanaf de Levantijnse Zee exporteerden naar Anatolië en Mesopotamië.

Naast de handel kende Byblos ook visserij, akkerbouw en veeteelt. De enorme welvaart van de stad blijkt wel uit de “Grote Residentie”, die ruim 900 vierkante meter groot was. Daarnaast stond een tempeltje dat was versierd met ankerstenen. Je kunt je voorstellen hoe een dankbare schipper zijn anker als bedankje heeft achtergelaten in het heiligdom van het Bronstijdequivalent van Sint-Nikolaas, de beschermer van de zeevarenden. Het viel me afgelopen december pas voor het eerst op: bij eerdere gelegenheden moeten de ankers overwoekerd zijn geweest door gras. Grappig genoeg zag ik dezelfde decoratie deze lente ook in het aanzienlijke jongere Kition op Cyprus.

Lees verder “Byblos in de Bronstijd”

Het ontstaan van Byblos

De bron van Byblos

Je hebt steden, je hebt steden en je hebt Byblos in Libanon, dat een van de oudste steden ter wereld is. Het is ook een van de mooiste opgravingen die ik ken, al vermoed ik dat de wijze waarop een en ander wordt gepresenteerd, anno vandaag de dag niet meer mogelijk is. Daarover eerst een woord.

Zoals u weet kennen opgravingen vaak diverse lagen en dat betekent normaliter dat je als archeoloog het publiek maar één laag kunt tonen. Als je Troje VI toont, kun je op die plek niet ook Troje II tonen, dat er immers onder verborgen ligt. De opgravers van Byblos hebben dit probleem opgelost door de gebouwen simpelweg over te plaatsen: het Romeinse odeon ligt nu apart in het noordwesten van de site, maar lag ooit bovenop de “tempel met de obelisken”, die op zijn beurt weer lag boven de “L-vormige tempel” en nu een eindje verder in het oosten is gelegd. Wat ooit verticaal boven elkaar lag, is dus nu horizontaal gescheiden geraakt. Dat is geen heel wetenschappelijke manier om een opgraving te conserveren, maar voor de bezoeker is het ideaal. Jammer genoeg zijn er zelden bezoekers: ik ben er vier of vijf keer geweest en heb er nooit meer dan vier of vijf andere bezoekers gezien. En dat terwijl er zo verschrikkelijk veel moois is te zien.

Lees verder “Het ontstaan van Byblos”

De kolossus van Byblos

De kolossus van Byblos (Beiroet, Nationaal Museum)

Het beeld hierboven staat op een ereplek in het Nationaal Museum in Beiroet. Het is opgegraven in Byblos, maar de vindplaats is helaas niet goed te dateren: de bouw van een kruisvaarderskasteel ter plekke heeft de stratigrafie behoorlijk verstoord. Het beeld intrigeert me. Ik ken weinig antieke kunstwerken die ik krachtiger vind dan deze stoere kolos. Misschien komt het wel doordat het nogal te lijden heeft gehad van de elementen en zich kranig heeft geweerd.

Wat doet zo’n Egyptisch beeld in Byblos? Uniek is het bepaald niet, er zijn parallellen. In de koninklijke graven van Byblos zijn allerlei voorwerpen aangetroffen die afkomstig zijn uit de Nijlvallei. De stad kende ook een heiligdom dat de opgravers aanduidden als de temple aux obélisques. Het museum in Beiroet is de trotse bezitter van een verzameling voorwerpen uit het Middenrijk, opgegraven in Byblos en van de allerhoogste kwaliteit. Een standbeeld van vijf, zes meter hoog importeer je echter zo makkelijk nog niet, al is zoiets nou ook weer niet volledig uitgesloten.

Lees verder “De kolossus van Byblos”

Wen-Amun (3)

Pijlpunt met de naam van Zakar-Baäl, gevonden in Amurru ten noorden van Byblos maar niet per se gemaakt voor “onze” Zakar-Baäl (Nationaal Museum, Beiroet)

In het eerste en tweede deel van dit stuk vertelde ik hoe de Thebaan Wen-Amun was uitgezonden om in Byblos hout te kopen. In Dor, de havenstad van het volk van de Tjeker, was Wen-Amun echter beroofd van zijn goud en zilver. Omdat de stadsvorst compensatie weigerde, had Wen-Amun het zilver geconfisqueerd van een Tjeker-schip. Daarmee bereikte hij Byblos, waar koning Zakar-Baäl hem uitlegde dat hij het hout niet zomaar kon komen opeisen: Byblos was onafhankelijk en farao Nesbanebdjed diende de volle prijs te betalen.

***

Hoewel de verhoudingen duidelijk waren bekoeld, vonden Wen-Amun en koning Zakar-Baäl toch een compromis. Er werd alvast wat hout naar Egypte gestuurd en een bediende voer mee om een brief van Wen-Amun over te brengen, waarin deze vroeg om extra zilver. In Egypte lijkt men te hebben gedacht dat als men snel zou antwoorden, het minder erg zou zijn als men probeerde het hout alsnog op een koopje te krijgen, want Nesbanebdjed stuurde nog in de winter

vier kruiken en één vaas van goud, vijf kruiken zilver, tien kledingstukken van koningslinnen, tien kledingstukken van fijn linnen, 500 zachte linnen matten, 500 ossenhuiden, 500 touwen, twintig zakken linzen en dertig manden vis.

Lees verder “Wen-Amun (3)”

Wen-Amun (2)

Een ivoortje uit een van Byblos’ koningsgraven (overgang Bronstijd/IJzertijd, Nationaal Museum Beiroet)

In het eerste deel van dit stuk vertelde ik hoe de Thebaan Wen-Amun door de hogepriester van Amun, Herihor, was uitgezonden om in Byblos het felbegeerde cederhout te kopen. Farao Nesbanebdjed verleende steun maar in Dor, de havenstad van het volk van de Tjeker, werd Wen-Amun beroofd van zijn goud en zilver. Omdat de stadsvorst compensatie weigerde, confisqueerde Wen-Amun het zilver van een Tjeker-schip. Daarmee bereikte hij Byblos, waar hij zijn paviljoen opsloeg bij de haven en het edelmetaal samen met een beeldje van Amun een veilige plek gaf.

***

Wen-Amun was niet welkom. De tijd waarin de koning van Byblos blij zou zijn geweest hout te mogen leveren voor een bark voor Amun in het verre Thebe, was al ruim een halve eeuw voorbij en de plaatselijke koning, Zakar-Baäl, liet de diplomaat weten dat hij diende te vertrekken. Wen-Amun antwoordde dat hij geen schip had om naar Egypte terug te keren. Dat herhaalde zich iedere dag, een maand lang: elke morgen kwam een koninklijke bediende de heuvel aflopen om de Egyptenaar te zeggen dat hij moest vertrekken en elke morgen klom hij van het strand terug naar het paleis om de koning te vertellen dat Wen-Amun niet vertrekken kon. Toen gebeurde er iets wonderlijks.

Lees verder “Wen-Amun (2)”

Wen-Amun (1)

“Tjeker arresteren gezochte zilverrover Wen A.”

De bovenstaande foto, een screenshot van de website van een Libanese krant, deed me onbedaarlijk lachen. Dat is omdat ik er een totaal idiote associatie bij heb: de avonturen van Wen-Amun.

Wen-Amun leefde in de eerste helft van de elfde eeuw v.Chr., laten we zeggen rond 1070. Er is wat discussie over de precieze datering van zijn onfortuinlijke reis naar Byblos. Egypte was in elk geval in die tijd de supermacht niet meer die het ooit was geweest: tijdens of kort na de regering van Ramses VI (r.1142-1134) was het zijn bezittingen in Kanaän kwijtgeraakt. Intern was Egypte verdeeld: de ene farao Ramses volgde op de andere farao Ramses totdat, na de dood van Ramses XI in 1077 v.Chr., de eenheid helemaal verdween. In het noorden regeerde farao Nesbanebdjed, de eerste vorst van de Eenentwintigste Dynastie, en in het zuiden was de macht in handen van Herihor, de hogepriester in Thebe. En daar was, zo rond 1070, het schip waarmee het cultusbeeld van de god Amun werd vervoerd, toe aan vervanging. En daarmee begint het droevige maar ware en eigenlijk ook grappige verhaal van Wen-Amun.

Lees verder “Wen-Amun (1)”

Toerist in Libanon (5)

De zuidelijke haven van Byblos

[Vijfde verslag van een vakantie in Libanon; deel één is hier.]

Na enkele heerlijke dagen hier in Libanon, zat het vandaag wat tegen. In de ochtend gingen we naar de opgraving van de oeroude havenstad Byblos. In het Nationaal Museum van Beiroet en het Archeologisch Museum van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet hadden we al veel voorwerpen gezien (in het Louvre trouwens ook), maar de waarheid gebiedt te zeggen dat de opgraving zelf eigenlijk iets te complex was.

De neolithische en chalcolithische gebouwen – had ik al gezegd dat Byblos oeroud is? – zijn sowieso afgesloten, maar ik zou er, denk ik, als we er wel bij hadden gekund, vermoedelijk ook weinig chocola van hebben kunnen maken. Er zijn verschillende gebouwen uit de Bronstijd, zoals de tempel van de stadsgodin, de L-vormige tempel en de tempel met de obelisken (waar veel voorwerpen zijn opgegraven die nu in de musea staan); dit was allemaal wat begrijpelijker, net als de fortificaties die we zagen.

Lees verder “Toerist in Libanon (5)”

Toerist in Libanon (4)

[Vierde verslag van een vakantie in Libanon; deel één is hier.]

Vandaag hebben we onze auto afgehaald en reden we voor het eerst door het drukke Libanese verkeer. Onze eerste bestemming was de Nahr al-Kalb, de hondenrivier, waar zo’n beetje elk leger dat in de loop van de geschiedenis door Libanon trok, een inscriptie heeft achtergelaten: de Egyptische farao Ramses II bijvoorbeeld, en na hem verschillende Assyrische koningen. Daarvan liet Esarhaddon, die Egypte veroverde, zich afbeelden tegenover Ramses. Nebukadnezar is bijna onvindbaar (namelijk aan de overzijde van de rivier).

Er is een onleesbare Griekse tekst, er zijn twee Romeinse teksten, een Mammelukken-sultan heeft zijn naam in de rotsen achtergelaten, en vervolgens lieten de troepen van Napoleon III er een aandenken achter, gevolgd door de verschillende geallieerde legers uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog en uiteindelijk een overwinningsreliëf ter herdenking van het einde van de Israëlische bezetting van Beirut.

Lees verder “Toerist in Libanon (4)”