De bron van Byblos

De bron van Byblos

Het plateau waarop Byblos verrees, bestaat uit twee heuvels, eigenlijk keihard geworden duinen. Daar tussenin lag nog tot in de jaren dertig van de vorige eeuw een bron. Regenwater dat neersloeg op de Libanon, sijpelde door allerlei aardlagen heen naar beneden, naar het voorgebergte, naar de uitlopers, naar de kust. En zo lag er, vlakbij de kust, een fijne bron voor redelijk zoet water. Nou ja, een tikje brak, want de zee was in de buurt.

Misschien dankt de stad haar naam aan de bron, want Byblos, Gubla in de Semitische taal die er in de Bronstijd werd gesproken, is te lezen als Gub-El, wat zoiets betekenen kan als “put van god”. Alleen weten we natuurlijk niet of er altijd een Semitische taal is gesproken in deze regio. Het kan gaan om een volksetymologie waarin aan een oude naam een nieuwe betekenis werd gegeven. Niemand weet wat Babylon betekent, maar latere bewoners hoorden er Bab-Ili in, wat zoiets betekent als “poort der goden”.

Lees verder “De bron van Byblos”

De haven van Byblos

Links de dichtsgeslibde zuidelijk haven van Byblos

De trouwe lezers van deze blog weten het: medio oktober begint in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een expositie over Byblos en met David Kertai maakte ik het publieksboek. Byblos is interessant omdat het feitelijk de eerste wereldhaven is. Dankzij de rivier de Adonis, waarover ik afgelopen maandag blogde, was het eenvoudig cederhout uit de Libanonbergen naar de Levantijnse Zee-kust te brengen. Overigens is “eenvoudig” hier zéér relatief. Bijlen waren in de Bronstijd vrij klein. Bovendien voert ook een Adonis nog niet zo simpel boomstammen met zich mee.

Dat gezegd zijnde: Byblos exporteerde het hout naar Egypte en groeide uit tot een internationale haven. Maar waar legden de schepen aan? Even een kengetal: een zeevarend schip was al gauw een meter of veertig lang. De boot die is opgegraven bij de piramide van Khufu meet 43½ meter. Het Egyptische Verhaal van de Schipbreukeling noemt schepen met een lengte tussen de 54 en 63 meter.

Lees verder “De haven van Byblos”

Byblos in het Chalcolithicum

Chalcolithische amuletten (Nationaal Museum, Beiroet)

In het vorige filmpje over de (oude) geschiedenis van Byblos legde ik uit hoe de eerste mensen er in de Prehistorie waren komen wonen. Dat was ergens in het zevende millennium v.Chr. We slaan twee millennia over en komen dan, ergens rond 4500 v.Chr., aan bij het Chalcolithicum. Dat betekent letterlijk “kopersteentijd” maar we zeggen vaak Kopertijd.

Die naam is wat misleidend. Het betekent alleen dat men in die tijd – en niet per se in Byblos – in staat was ovens te bouwen waarmee men temperaturen kon halen om koper te bewerken. Dat zegt vooral veel over het technologisch potentieel van die tijd en vertelt iets over de oplossingen die de mensen kiezen konden. Ook als je geen koper gebruikte, waren er bepaalde opties die eerder niet hadden bestaan en dus is “Kopertijd” een redelijke typering voor een bepaalde type samenleving. Zelfs als daar geen koper of ander metaal wordt gebruikt.

Lees verder “Byblos in het Chalcolithicum”

Byblos in het Neolithicum

Een begraving in een kruik uit Byblos (Nationaal Museum, Beiroet)

Ik vertelde het u al: mijn geliefde en ik wilden weten hoe het met onze Libanese vrienden ging. Los daarvan werk ik met David Kertai aan het publieksboek over de komende expositie over Byblos, waarvoor ik nog wat landschapsfotografie wilde doen. En het leek me leuk om, zoals we deden in Irak, wat filmpjes te maken in Byblos. Het Rijksmuseum van Oudheden gunde een bijdrage uit het potje dat ze hebben voor persreizen. En dus was ik onlangs in Libanon.

Hoe het met mijn vrienden ging? Naar omstandigheden redelijk. Hoe de foto’s zijn geworden? U ziet het wel als het boek er is. Hoe de filmpjes eruit zien? Dat kunt u vandaag zien. Zoals u weet: het is simpel gedaan, zonder veel toeters en bellen, maar de inhoud is zo goed als ik kon, en Kees Huijser was zo vriendelijk nog even een begin en einde toe te voegen.

Lees verder “Byblos in het Neolithicum”

Libanees dagboek: Byblos

De antieke haven van Byblos, of beter, het gebied er vlak voor. De eigenlijke aanlegplaats lag rechts maar is verzand.

De tweede dag in Libanon volgde op de tweede nacht in dat land – en wat heb ik slecht geslapen. De oorzaak daarvan was de generator naast onze kamer. Slecht uitgerust begonnen we aan de dag, maar dat mocht de pret niet drukken van het weerzien met Françoise en Elie, over wie ik al eens eerder heb geschreven. Er viel een hoop bij te praten. De rit naar Jbeil, het antieke Byblos, vloog voorbij.

Byblos

Waarom Byblos? Ik schreef al dat het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een expositie over de antieke havenstad organiseert. Er waren al eerder exposities over bijvoorbeeld Petra, Karthago en Nineveh. Je zou Dorestad, dat onderdeel is van de vaste collectie, kunnen toevoegen aan dit rijtje. Byblos illustreert hierbij hoe lastig het concept stad is, want het gaat om een haven met tempels en een paleis. We kennen ook de koninklijke graven en de graven van de aristocratische families. De huizen van de gewone mensen zijn echter slecht bekend, terwijl er vissers, boeren, houthakkers en stuwadoors moeten zijn geweest.

Lees verder “Libanees dagboek: Byblos”

De vuurtoren van Byblos

De torentempel van Byblos

Byblos is een havenstad in Libanon. En niet zomaar een havenstad. Achter de stad begint het Libanongebergte, beroemd om de cederbomen. Het hout was geliefde koopwaar want het is relatief licht en krimpt of rot nauwelijks. Dat maakt het eenvoudig te bewerken. Elke sigarenroker weet dat het stukje cederhout waarmee je een sigaar aansteekt, heerlijk ruikt. Tot slot: de stammen zijn dertig meter lang, recht en sterk, wat ze ideaal maakt om enorme balken, masten en kielen van te produceren. Het enige nadeel is dat je zo’n boom, eenmaal gekapt, zo heel mogelijk in een haven moet zien krijgen. Laat er bij Byblos nou net een fijn riviertje zijn, de Wadi Ibrahim, ooit bekend als de Adonis.

Doordat Byblos van alle Levantijnse havens het gunstigste lag voor de export van cederhout, was het al rond 3000 v.Chr. een belangrijk centrum voor de internationale handel. Grote schepen – in Egypte aangeduid als ‘Byblosschepen’ – vervoerden behalve hout ook hars, olie en andere waardevolle producten. Een monumentale muur, tempels en een paleis maakten de bezoekers duidelijk dat Byblos een belangrijke stad was.

Lees verder “De vuurtoren van Byblos”

Byblos in verval

Fenicische stadstoren in Byblos

“Kleine staten”, zo lees ik in Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, “konden profiteren van de verzwakking van de grote mogendheden”. De auteurs hebben het over de eeuwen na de verzameling problemen die we aanduiden als de Zeevolken-crisis. De Bronstijd kwam ten einde, de IJzertijd begon.

De stadstaten in Syrië werden weer zelfstandig, hoewel er zich soms nieuwe bewoners gevestigd hadden. In sommige stadstaten heersten vorstenhuizen van Hittitische origine (bijvoorbeeld in Karkemiš). Wij noemen deze rijkjes neo-Hittitische vorstendommen. In andere steden kwamen Aramese dynastieën aan de macht.

Nieuwe bewoners?

Ik weet niet of ik het zo zou schrijven. Ik ben er althans zo zeker niet van dat er nieuwe bewoners waren in de oude steden. Voor de Arameeërs is vaak betoogd dat ze geen nieuwe bewoners waren, maar allang woonden in de regio waar ze in de Bronstijd niet opschreven wat in het Aramees was gesproken. Vergelijk het met Nederland en Vlaanderen in de Vroege Middeleeuwen: in de Merovingische en Karolingische kanselarijen schreef men Latijn, maar de mensen spraken Oudnederlands.

Lees verder “Byblos in verval”

Een ruiter uit Byblos

Ruiterbeeldje uit Byblos (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Nog even een kleinigheidje uit Byblos, de havenstad waarover ik onlangs heb geblogd: een beeldje van een ruiter. Het is tegenwoordig te zien in de zwaar onderschatte Koninklijke Musea voor Kunst- en Geschiedenis in Brussel. Kijk hier even wat u, als u daar nog nooit bent geweest, allemaal hebt gemist.

Dit soort beeldjes zijn niet uniek. Ze dateren uit ongeveer 700 v.Chr. en zijn ook gevonden in Amrit in het zuiden van Syrië, het antieke Marathous. Ik lees dat kunsthistorici vermoeden dat er Grieks-Cypriotische invloeden in deze beeldjes zijn te herkennen, en dat is zowel interessant als logisch. In deze tijd zijn er immers allerlei Levantijnse invloeden in Griekenland, met het alfabet als bekendste voorbeeld, dus het viel te verwachten dat er ook Griekse invloeden zijn geweest in de Levant.

Lees verder “Een ruiter uit Byblos”

Byblos in de IJzertijd (en daarna)

Fenicische toren in Byblos

De steden van Fenicië, waaronder Byblos, hadden te maken met een geduchte vijand: het Assyrië waarover ik vorig jaar al zoveel heb geschreven (overzicht). De Assyrische koningen eisten tribuut van de havensteden, die weinig anders konden doen dan hun handelsnetwerken benutten om het gevraagde te bemachtigen. Zo rond 800 strekte dit netwerk zich uit tot Karthago in Tunesië en verder, tot aan de Atlantische Oceaan.

Assyriërs en Babyloniërs

Zoals ik in mijn vorige stukje aangaf werd Byblos langs deze handelsroutes overvleugeld door andere steden, vooral Tyrus, maar de Byblische kooplieden wisten nieuwe markten aan te boren, zoals Griekenland, dat via Byblos papyrus importeerde uit Egypte. Ik heb vaak horen vertellen dat het Griekse woord voor boek, biblion, is afgeleid van “Byblos”, maar ik weet niet of dat waar is. Uit deze periode, die in Libanon niet heel goed is gedocumenteerd, is in Byblos nog een toren te zien. Ik kom later deze week nog even terug op een vondst uit deze tijd.

Lees verder “Byblos in de IJzertijd (en daarna)”

Byblos in de Late Bronstijd

El (Nationaal Museum, Beiroet)

De Late Bronstijd was de eerste grote bloeiperiode van de Mediterrane culturen. Ik zal er niet al te uitgebreid op ingaan – ik verwijs naar de stukjes die ik al eerder heb geschreven over de Hittieten in Anatolië, over het Mykeense schrift Lineair-B, over het scheepswrak bij Uluburun, over de tegenover Byblos gelegen Cypriotische havenstad Enkomi, over de godin Astarte, over de Egyptische buitenpost Kamed el-Loz, over de mythologie van Ugarit, over briefwisselingen en over Troje. Een fascinerende tijd, die in Egypte wordt getypeerd door de dynastieën 1819 en 20. Farao Toetmozes III veroverde Kanaän – ook daarover heb ik al eens geblogd – en bereikte de rivier de Eufraat.

Tussen de grote mogendheden

Byblos was nu een Egyptisch vazalkoninkrijk, maar herwon enige vrijheid toen de Hittieten naar het zuiden oprukten. Een stuk of zestig brieven, gevonden in het Tell Amarna, illustreren hoe de Egyptische heersers probeerden de Byblische vorsten Rib-Hadda (meer) en Ili-Rapih loyaal te houden. Overigens verwijst het eerste element in de laatste naam, Ili, naar de Kanaänitische godheid die we uit de Bijbel kennen als El. Zie het plaatje hierboven: dat er Egyptische invloed is aan te wijzen, is een understatement. Uit de kleitabletten van Ugarit, een havenstad ten noorden van Byblos, kennen we de mythologie rond deze god, die wordt vervangen door Baäl maar een eerbiedwaardige oergod blijft.

Lees verder “Byblos in de Late Bronstijd”