Een wonderlijke inscriptie uit Brühl

Brühl, Römerstrasse 405

Het was dus eigenlijk de bedoeling dat ik voor een bezoek aan de Thesaurus Linguae Latinae in München zou zijn. En wel van afgelopen woensdag tot en met aanstaande maandag. Alleen staken de Duitse spoorwegen sinds afgelopen woensdag tot en met aanstaande maandag. Dus zat ik ineens van afgelopen woensdag tot en met aanstaande maandag met enkele vrije dagen. Die besteed ik nu fietsenderwijs en nuttig, bijvoorbeeld met een bezoek aan Brühl, even ten zuidwesten van Keulen. Meer precies ben ik gaan kijken op de plek op de foto hierboven. Het witte huis achteraan is de Römerstrasse 405.

In 1959 is bij baggerwerk in een waterloop onderaan de helling, vooraan op de foto, een tweetal sarcofagen gevonden. Eén daarvan bleek een rand te hebben die was vervaardigd uit een oude inscriptie, die al eerder zwaar was beschadigd. Hier is de tekst:

Lees verder “Een wonderlijke inscriptie uit Brühl”

De Romeinse keizers van Gallië (2)

Tetricus, de laatste heerser van het Gallisch Keizerrijk (Bodemusem, Berlijn)

Omdat het Gallisch Keizerrijk zo goed was georganiseerd, kon het zijn stichter overleven. Postumus’ einde kwam in 269. Zijn munten waren altijd van hoger gehalte geweest dan die van Gallienus en diens opvolger Claudius II Gothicus, maar in 268 verlaagde de Gallische keizer onverwacht de hoeveelheid zilver in zijn munten. Het lijkt onrustig te zijn geweest en een zekere Laelianus riep zichzelf uit tot keizer, bezette de munt in Keulen en maakte Mainz tot hoofdstad. Postumus onderdrukte de opstand, stond zijn soldaten niet toe Mainz te plunderen en werd daarop door zijn eigen mannen gedood.

Zijn opvolger heette Marius en is een wat schimmige figuur. Hij werd vrijwel meteen vervangen door de commandant van de praetoriaanse garde van het Gallisch Keizerrijk, Victorinus. Ook die is een beetje kleurloos, al schijnt zijn huis in Trier te zijn geïdentificeerd. We weten alleen dat hij in 266 of 267 het consulaat deelde met Postumus en we mogen daarom aannemen dat hij de rechterhand van Postumus was. Hij lijkt de stad Autun te hebben moeten belegeren, maar in 270 was hij de situatie voldoende meester en het zegt veel over de stabiliteit van het Gallisch Keizerrijk dat de Germaanse stammen zich in deze crisis rustig hielden.

Lees verder “De Romeinse keizers van Gallië (2)”

Willem III vs Lodewijk XIV

Lodewijk XIV met achter hem Maastricht

Gelegen op een boogscheut van het spoorwegstation van Venlo is het Limburgs Museum vermoedelijk het makkelijkst bereikbare museum ter wereld, maar ik kom er desondanks te weinig. Jammer, want de archeologische collectie is interessant en er zijn mooie exposities. Zoals de huidige, “De Zonnekoning en Oranje”, over de Guerre de Hollande ofwel de Hollandse Oorlog ofwel het Rampjaar. De tentoonstelling duurt nog tot 7 januari, dus u hebt niet lang meer.

Rampjaar

Het verhaal is vaker verteld. In 1672 viel Lodewijk XIV, die Frankrijk wilde vergroten tot natuurlijk geachte grenzen, de Republiek aan. Dat ging niet zomaar, want tussen die twee landen lagen de Spaanse Nederlanden. Daardoorheen liep echter het prinsbisdom Luik, dat bestuurlijk was aangewezen op Lodewijks bondgenoot, het aartsbisdom Keulen. Door langs de Maas en door het prinsbisdom op te rukken, konden de Franse legers de Republiek bereiken zonder Spaanse belangen te schenden. Verder verbond Lodewijk zich met bisschop Bernhard von Galen van Münster (“Bommen Berend”) en de koning van Engeland. De Republiek was geïsoleerd. Met recht een rampjaar. In de Republiek werd, nadat de gebroeders De Witt waren gelyncht, prins Willem III benoemd tot stadhouder.

Lees verder “Willem III vs Lodewijk XIV”

I Germanica

Inscriptie uit Herwen: het graf van een soldaat Mallius. In de derde regel zijn onderdeel, het Eerste Legioen. (Valkhof Museum, Nijmegen)

De vaste lezers van deze blog weten het: ik ben bezig met een reeks over de Romeinse legioenen. We kunnen voor het keizerlijke leger regimentsgeschiedenis schrijven, en dat is meer dan we kunnen zeggen over menige recentere periode. Vandaag wil ik het hebben over het Eerste Legioen Germanica, een van de vele eerste legioenen die de Romeinen hadden. Ik heb al weleens eerder geblogd over die dubbele nummers, dus dat laat ik nu voor wat het is.

De eerste operaties

De legioenen één tot en met vier waren traditioneel gereserveerd voor de twee consuls. Dat betekent dat dit Eerste Legioen zal zijn gelicht door iemand die het consulaat bekleedde en die het vervolgens bij zich hield. Die iemand kan alleen Julius Caesar zijn geweest, die in 48 v.Chr. voor de tweede keer consul was. Hij aanvaardde het ambt in Brindisi, waar hij een leger had verzameld waarmee hij overstak naar het huidige Albanië. Daar nam het Eerste deel aan de operaties bij Dyrrhachion, waarin Pompeius Julius Caesar versloeg.

Lees verder “I Germanica”

De Rijn

De Rijn bij Koblenz

Er is wat te doen geweest om de lengte van de Rijn, de antieke Rhenus. Iedereen schreef van elkaar over dat de stroom ruim 1330 kilometer lang was. Feitelijk meet de rivier 1233 kilometer. Althans tegenwoordig. Vroeger was de rivier iets langer, want door kanalen zijn er bekortingen geweest. Maar geen 100 kilometer.

De twee bronnen liggen in de Zwitserse Alpen. De daar ontspringende riviertjes komen samen in de omgeving van Chur, het oude Curia. Vanaf hier stroomt de rivier naar het Bodenmeer: 150 kilometer noordelijker en twee kilometer lager. Bij dit meer, ooit bekend als Lacus Brigantinus, buigt de rivier westwaarts en dondert vervolgens naar beneden over de enorme waterval bij Schaffhausen. Nog even verderop, bij Windisch (Vindonissa), mondt de Aare uit in de Rijn en vanaf daar is de stroom voor schepen bevaarbaar.

Lees verder “De Rijn”

Misverstand: Via Belgica

Misverstand: De weg van Bavay naar Keulen heette Via Belgica

De romanisering van de Lage Landen hield ook in dat er wegen werden aangelegd. De Romeinen betoonden zich daarin nogal traditioneel. De belangrijkste weg was althans al eeuwenoud toen ze hem in gebruik namen. Al in de Bronstijd reisden mensen vanuit het huidige Amiens naar Bavay, Tongeren en Keulen. Die steden waren er toen vanzelfsprekend nog niet, maar het bestaan van een weg kan worden afgeleid uit het feit dat er grafheuvels uit de Brons- en IJzertijd liggen, parallel aan het tracé van de Romeinse straat. Caesar rukte hierover in 57 v.Chr. op tegen de Nerviërs (meer), het Veertiende Legioen Gemina gebruikte de weg in 70 na Chr. om een grote opstand neer te slaan, en duizenden kooplieden benutten de straat om graan te brengen naar de Rijnlegers. Dit was de hoofdverkeersader van de Romeinse provincie Gallia Belgica, van letterlijk vitaal belang voor de duizenden legionairs die het imperium beschermden tegen aanvallen uit het Overrijnse.

Sinds mensenheugenis wordt de route in Noord-Frankrijk en Wallonië aangeduid als Chaussée Brunehaut (naar een Frankische koningin die de straat in de Vroege Middeleeuwen zou hebben laten repareren) en in Duitsland spreekt men wel van de Römerstraße en Agrippa-Straße, naar de Romeinse generaal die vermoedelijk bevel heeft gegeven de weg te plaveien. In Nederland en Vlaanderen kennen we geen naam die werkelijk ingeburgerd is geraakt. Een in 1987 gehouden expositie heette gewoon “Langs de weg”.

Lees verder “Misverstand: Via Belgica”

Sint-Gereon

St. Gereon, Keulen

Een van de romaanse kerken van Keulen is gewijd aan de heilige Gereon, een van de soldaten van het zogenaamde Thebaanse Legioen. Die eenheid zou zich in de vierde eeuw tot het christendom hebben bekeerd en bij St Maurice-en-Valais in Zwitserland collectief ter dood zijn gebracht toen het een dienstbevel weigerde uit te voeren dat de manschappen immoreel achtten.

De legende is ontstaan in 383 na Chr., toen – ik moet even uit mijn hoofd citeren – de rivier Rhône zijn loop verlegde en een massagraf zichtbaar werd. Bisschop Eucherius van Lyon hield zijn geschokte gelovigen voor dat dit de lichamen waren van die Thebaanse legionairs en vertelde over hun wederwaardigheden ten tijde van “caesar Maximianus”. In een boek waarover ik al eens blogde heeft Donald O’Reilly erop gewezen hoe vreemd dit is. Maximianus bekleedde een hogere rang, augustus, en was alleen enkele maanden in 285/286 caesar. Dit suggereert dat Eucherius het verhaal niet verzon en een contemporaine bron benutte.

Lees verder “Sint-Gereon”

Wilhelm von Humboldt

Wilhelm von Humboldt (monument voor de Pruisische koning Friedrich Wilhelm III in Keulen)

Ik noemde hem al vaker, onder andere toen ik het vorige week had over een monument voor de Pruisische koning Friedrich Wilhelm III in Keulen: de taalkundige Wilhelm von Humboldt (1767-1835), de man die het Pruisische onderwijs grondig hernieuwde. Zijn ambtstermijn viel samen met de “Revolution von oben”, het hervormingsprogramma dat de koning had geïnitieerd nadat zijn leger in 1806 was verslagen door Napoleon. Omdat Pruisen, zoals men destijds zei, geen staat was met een leger maar een leger met een staat, impliceerde een legerhervorming dat de gehele samenleving op de schop ging, en zo werden in de jaren tot 1815 de agrarische sector, het grondbezit en de representatieve organen grondig aangepast omwille van de strijdkrachten. Ook het onderwijs werd gereorganiseerd.

Dat was de context waarin Von Humboldt de Friedrich Wilhelm Universität zu Berlin oprichtte, die nu Humboldt Universität heet. De ingang aan de Unter den Linden wordt geflankeerd door beelden van Wilhelm von Humboldt en zijn broer Alexander, de ontdekkingsreiziger.

Lees verder “Wilhelm von Humboldt”

Romaanse kunst uit Keulen

Romaans kapiteel

Deze week ging ik twee dagen kerken kijken in Keulen, waar behalve een beroemde Dom ook twaalf kerken zijn te zien uit de romaanse tijd, dus zeg maar 1000-1200 plus of min wat decennia. Met een oppervlak van 400 hectare was Keulen destijds een van de belangrijkste steden in Europa. Ter vergelijking: Utrecht was met 100 hectare de grootste stad in Nederland.

De aartsbisschop van Keulen was een van de zeven keurvorsten en kroonde de koning van Duitsland (die zich vervolgens in Rome liet kronen tot keizer). De stad had het muntrecht en was de basis voor de Eerste Kruistocht. Na 1164 werd de stad ook nog een van de belangrijkste pelgrimsoorden, toen aartsbisschop Reinald van Dassel het gebeente van de Drie Koningen – uiteraard net zo echt als andere middeleeuwse relikwieën – vanuit Milaan overbracht naar de Keulse Dom.

Lees verder “Romaanse kunst uit Keulen”

Geistige Kräfte (1)

Monument voor Friedrich Wilhelm III en de Revolution von Oben (Keulen)

Het hotel in Keulen waar ik eerder deze week sliep, stond niet ver van een beeldengroep, gewijd aan de Pruisische koning Friedrich Wilhelm III (r.1797-1840). Er zat sowieso een blogstukje in die beeldengroep, maar het beeld heeft ook alles te maken met wat ik hoop voor de Nederlandse wetenschap. Daarover morgen. Nu eerst: wat doet een standbeeld van de koning van Pruisen, dat toch ligt in het oosten, in de westelijke stad Keulen? Het heeft alles te maken met de Revolution von Oben.

Van Jena via Berlijn naar Keulen

Keulen, een onafhankelijke rijksstad, was in 1794 veroverd door de Fransen, die de Rijn als oostgrens wilden. Daarna was Napoleon aan de macht gekomen en vervolgens ook weer verslagen. Het Congres van Wenen, dat in 1815 de landkaart opnieuw tekende, koos ervoor de Keulse onafhankelijkheid niet te herstellen maar de stad toe te kennen aan Pruisen, dat zo in een soort geografische spagaat kwam te staan: Pools in het oosten, Rijnlands in het westen. (Het ontstaan van Neutraal Moresnet, waarover ik eerder schreef, valt eveneens in deze tijd.) Deze spagaat viel alleen te overbruggen door de Duitse eenwording, die vanaf 1815 in feite onvermijdelijk was.

Lees verder “Geistige Kräfte (1)”