Vitus, een vuurvaste heilige (4)

Heinrich Papen of Johann Sasse: Vitusmonument (ca.1675; ©Kirchengemeinde Corvey)

[Het is vandaag de feestdag van Sint-Vitus. Dit is het voorlaatste van vijf blogjes die Jos Hanou schreef over deze heilige. Het eerste was hier.]

Reislustige relieken

De historiografische invulling van dit hoofdstuk is een collage van divers bronmateriaal en wil niet meer zijn dan een aanvaardbare omlijsting van de gekozen iconografie. Volgens een mistige overlevering werd Vitus’ lichaam in 583 ontdekt, en in 700 naar Rome overgebracht. Daar bleef het niet lang. Paus Stephanus II zocht wereldlijke steun tegen zijn Langobardische en Byzantijnse vijanden in Italië en nam de met geestkracht gevulde relieken in 756 mee naar de abdijkerk Saint-Denis voor de zalving van Pippijn de Korte tot koning der Franken.

Daar genoot het prestigieuze relatiegeschenk kort rust, want in 836 belandde het in de benedictijner abdij Corvey, een Karolingisch cultuurcentrum aan de Wezer. Een mogelijke oorzaak was onmin tussen de Frankische keizer Lodewijk de Vrome en abt Hildewijn van Saint-Denis, die noordwaarts vluchtte met Vitus als reisbagage. Zo’n illegale translatio werd gedoogd als ongevraagd verplaatste heiligen gewoon doorgingen met het verlenen van afgesmeekte gunsten. Ook Vitus ging akkoord, want volgens geschiedschrijver Widukind van Corvey “begon het geluk van de Franken te dalen en van de Saksen te stijgen”.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (4)”

Gummarus van Lier

De kerk van Sint-Gummarus in Lier

In de categorie “middeleeuwse personages waarvan vrijwel geen mens ooit heeft gehoord” presenteer ik vandaag Gummarus van Lier. Wereldberoemd in het Belgische stadje, en daarbuiten volkomen vergeten. We weten dan ook vrijwel niets over de beste kerel, behalve dan dat hij vermoedelijk in 714 is overleden. Vermoedelijk.

Heiligenleven

Volgens een veel later geschreven heiligenleven leefde hij als kluizenaar op een eilandje in het riviertje de Nete, waar hij een kapelletje heeft gebouwd. Daarmee is hij feitelijk de stichter van het middeleeuwse stadje, dat ook de mystica Beatrijs van Nazareth (1200-1268) onder zijn kinderen telt. Niet geheel onwaarschijnlijk is dat Gummarus stamde uit een adellijke Frankische familie en enige tijd diende aan het Merovingische hof in Metz, waar hij werkte voor de Karolingische hofmeier Pippijn van Herstal (de echtgenoot van de Plectrudis over wie ik al eens blogde).

Lees verder “Gummarus van Lier”

De Arabische verovering van Andalusië (3)

De Pyreneeën

[Laatste van drie blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Het eerste was hier.]

In de twee voorafgaande blogjes beschreef ik de manier waarop de Arabieren het Iberische Schiereiland onderwierpen en hun veroveringen consolideerden. In de volgende jaren staken de Arabische legers de Pyreneeën over voor strooptochten in het Frankische Rijk, waar de Merovingische koningen weinig gezag lijken te hebben gehad. (Ik schrijf “lijken” omdat er kanttekeningen zijn geplaatst bij het beeld van rois fainéants, al herinner ik me niet welke.) In 719 veroverden de Arabieren Narbonne, in 724 namen ze Carcassone en Nîmes, in het volgende jaar plunderden ze Autun, in het hart van Bourgondië. De Languedoc en de Provence waren op dat moment feitelijk Arabisch gebied en Aquitanië vormde een buffer tegen de Franken.

De slag bij Poitiers

Er is veel gemaakt van het gevecht bij Poitiers, waar Karel Martel, de hofmeier van alle Frankische gebieden, de Arabieren in 732noot Het jaartal is feitelijk niet met zekerheid bekend. Dat het precies honderd jaar na het (evenmin met zekerheid bekende) jaar van de dood van de profeet Mohammed is, verklaart de voorkeur voor 732. zou hebben verslagen. Als de Arabieren zouden hebben gewonnen, is de redenering, zouden ze het verdeelde Frankenrijk onder de voet hebben gelopen. Deze redenering, die dateert uit de negentiende eeuw, is vooral nog populair bij mensen die vandaag de dag een clash of civilizations ontwaren.

Lees verder “De Arabische verovering van Andalusië (3)”

Pseudo-Isidorus (1)

Lodewijk de Vrome (manuscript uit 826, Vaticaanse bibliotheek, Rome)

In het middeleeuwse christendom leidde de nadruk op autoriteit en traditie ertoe dat vernieuwing met enig wantrouwen bekeken werd. Geleerden pretendeerden vooral de traditie door te geven, die, behalve op de Bijbel, gegrondvest diende te zijn op de teksten van auctoritates, de gezaghebbende auteurs en teksten zoals de kerkvaders, patriarchen of de laatantieke concilies. Geconfronteerd met nieuwe omstandigheden of crisissituaties kon men in die autoriteiten uit het verleden niet altijd de juiste antwoorden vinden om deze het hoofd te bieden. Een paardenmiddel om de traditie naar de eigen hand te zetten was de vervalsing.

De vervalsingen

In het noorden van het Karolingische Rijk, ergens tussen 834 en 860, bracht een zekere Isidorus Mercator, een pseudoniem van een vervalser of een groep vervalsers, een aantal verzamelingen met vervalst kerkelijk recht in omloop om zijn standpunten kracht bij te zetten. Deze Pseudo-Isidorus is in de eerste plaats verantwoordelijk voor een verzameling deels bestaande en deels verzonnen decretalen (brieven) van pausen uit de eerste eeuw tot en met de achtste eeuw, die hij aanvulde met een serie bewerkte oude concilieteksten. Alle decretalen van vóór de vierde eeuw en sommige daarna zijn vervalsingen.

Lees verder “Pseudo-Isidorus (1)”

Het ontstaan van Europa

De moskee van Córdoba

Het is het intrappen van wagenwijd open deur dat onze Europese cultuur zijn oorsprong heeft in de tijd van de Grote Volksverhuizingen, de periode waarin Spanje, Engeland, Frankrijk en Duitsland hun oorsprong zouden hebben.

Vóór die tijd identificeerde ruwweg een derde van de mensheid zich met de Mediterrane beschaving en het Romeinse Rijk. De Romeinen zagen zichzelf als anders dan de agressieve Sassanidische Perzen in het oosten en de barbaarse Germaanse stammen in het noorden. In de loop van de vijfde eeuw vestigden veel stamkrijgers zich echter binnen de grenzen van het keizerrijk, terwijl het Sassanidische Rijk in de zevende eeuw ophield te bestaan. Tegelijk desintegreerde het westelijk deel van het Romeinse Rijk, en de nieuwe supermachten waren Byzantium en het Kalifaat. Het wordt gewoonlijk aangenomen dat de Europese cultuur in deze periode is ontstaan. Het aardige boekje dat de Nijmeegse classicus Bartelink er ooit aan wijdde, had dan ook de simpele titel De geboorte van Europa.

Lees verder “Het ontstaan van Europa”