Sapfo, de maan en de Plejaden

Sapfo (Archeologisch museum, Sparta)

Ik heb weleens geschreven dat als iemand het woord “Sapfo” in de mond neemt, er onzin zal gaan volgen. Dat was natuurlijk een hyperbool, maar helemaal onzinnig is het niet. We kennen Sapfo’s in de Oudheid veel geprezen poëzie alleen uit een beperkt aantal zeer korte fragmenten. Over de authenticiteit is vaak discussie en toen een paar jaar geleden na een misdrijf enkele langere gedichten bekend werden, leerden we dat classici gedragscodes en strafrecht als onzin beschouwen en bij wijze van retractie ook weer onzin uitsloegen. Ik hoop nu dat dit blogje niet méér onzin bevat dan u verwacht van een blog: een uit de losse pols geschreven observatie.

Het gaat me om een van de allerberoemdste Sapfo-gedichten, fragment 168b, waarvan de authenticiteit overigens omstreden is. Hier is de vertaling van Paul Claes.

Lees verder “Sapfo, de maan en de Plejaden”

Archeoastronomie

Stonehenge, fase 1

Ik weet zeker dat higgsbosonen, Vietnam, sequoia’s en tektonische platen bestaan, al heb ik ze nooit gezien. Verder betwijfel ik niet dat er ooit triceratopsen over deze planeet hebben rondgewandeld. Ik neem het aan zonder bewijs. Als het gaat om de Oudheid, weet ik echter graag waarom we dingen weten. Bijvoorbeeld: hoe weten archeologen dat monumenten uit het Late Neolithicum en de Bronstijd zijn georiënteerd op astronomische verschijnselen?

Voordat ik verder ga: ik schrijf dit precies om de reden die ik noem. Ik wil weten hoe archeologen weten wat ze weten. Ik schrijf het niet vanuit pseudoscepsis (“ik stel alleen maar vragen”). Ik heb echter een stukje uit de bewijsvoering nooit gehoord, of ben dat vergeten, en ik vertrouw erop dat een archeoloog me straks doorverwijst naar een wetenschappelijk artikel dat ik niet ken. Sta me nu een redenering toe die bij elke stap allerlei nuanceringen behoeft die ik zal overslaan; het gaat me even om de hoofdlijn.

Lees verder “Archeoastronomie”

Uzitta

Kaartje van de omgeving van Uzitta.

Als ik u zeg dat het eind januari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar november 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij zocht de confrontatie met zijn tegenstanders. Zoals we al zagen waren enkele dagen eerder het Dertiende en het Veertiende Legioen gearriveerd, samen met 800 Gallische ruiters, duizend boogschutters en slingeraars, alsmede het door Gaius Sallustius Crispus bemachtigde graan. De stad Thysdrus, het huidige El Djem, zegde ook een enorme hoeveelheid graan toe. Eén probleem: Thysdrus lag zeventig kilometer naar het zuiden. Desondanks was de situatie duidelijk in Caesars voordeel aan het veranderen, zodat deze het initiatief naar zich toe kon trekken.

Lees verder “Uzitta”

De hemelschijf van Nebra (3): de Plejaden

Hemelschijf van Nebra, reconstructie van de oorspronkelijke vorm (Arche Nebra)

De Hemelschijf van Nebra is, blijkens de analyse van het weinige aan de grafgiften verbonden organisch materiaal, rond 1600 v.Chr. ritueel begraven, maar is 150 tot 200 jaar eerder vervaardigd. Harald Meller is er zeker van dat er maar één schijf is gemaakt en dat dit gebeurde in opdracht van de heersende vorst.

De afbeelding

In zijn oorspronkelijke vorm bestaat de schijf uit de maan (ook te beschouwen als zon), sikkelvormig en vol, een klontering van zeven sterren en vijfentwintig willekeurig  over het vlak geplaatste sterren. In deze vorm heeft het voorwerp enkele generaties gefunctioneerd.

Bijzonder is dat de maansikkel, zoals die is afgebeeld, de schijngestalte heeft van een maan die 4½ dag oud is. Dat is dikker dan de nieuwe maan van 1½ à 2½ dagen oud, die als eerste licht verspreidt. De zeven sterren duiden op de sterrenhoop Plejaden (het Zevengesternte), die in veel oude culturen een belangrijke mythische rol toebedeeld kregen.

Lees verder “De hemelschijf van Nebra (3): de Plejaden”

De Hemelschijf van Nebra

De hemelschijf van Nebra

Om het te hebben over de Hemelschijf van Nebra moeten we het eerst hebben over de Leidse balpenmoord. Dat is alweer dertig jaar geleden. Een mevrouw was dood aangetroffen met in de hersenen een balpen. Die was afgeschoten met een kruisboog, zo veronderstelde de politie. Men arresteerde iemand en er volgde een complexe rechtszaak. Toen was er een onverwachte ontwikkeling. Het bleek namelijk dat de pen even goed door een ongelukkige val in de oogkas kon zijn terechtgekomen. Door de tragedie meteen te typeren als moord, had de politie de verdere interpretatie in een bepaalde richting geduwd. En niet per se de juiste.

Zo is het ook met archeologische vondsten. Een team vindt iets, geeft een eerste duiding en die bepaalt dan in welke richting de verdere interpretatie gaat. Uiteraard is er ook weleens correctie. Toen in een grot bij Qumran joodse religieuze teksten waren gevonden, kon de nabijgelegen ruïne alleen maar een klooster zijn. Tot bleek dat het ging om een dadelpalmplantage. De beroemde dodecaëders die overal in Romeins Europa zijn gevonden, gelden als religieuze voorwerpen, maar onlangs opperde iemand dat het punnikklosjes zouden zijn gewest. Voor zover ik weet denkt niemand dat het werkelijk zo is – je zou iets van hout of bot hebben verwacht – maar het was wel een voorbeeld van een hypothese waar nooit iemand aan had gedacht.

Lees verder “De Hemelschijf van Nebra”

De Plejaden

De Plejaden (Hubble)

Iedereen kent de Plejaden ofwel het Zevengesternte. En als u het sterrengroepje niet kent: hierboven ziet u hoe het eruit ziet. Het staat in het sterrenbeeld Stier en dat staat rond middernacht richting zuiden. Tussen de Stier en de horizon staat Orion, herkenbaar aan de drie heldere sterren van zijn gordel.

De Griekse naam Plejaden kan zoiets betekenen als “zeilmeisjes”, want als deze sterren kort voor zonsopgang voor het eerst zichtbaar werden, werd de Egeïsche Zee veilig bevaarbaar. De Grieken wisten te vertellen dat het ooit zeven meisjes waren geweest, de dochters van Atlas en de zeenimf Pleione. Toen de goden Atlas straften door hem het hemelgewelf te laten dragen, waren de meisjes onbeschermd, zodat de jager Orion zich aan hen kon vergrijpen. (De vanzelfsprekendheid waarmee de Griekse mythologie vrouwen zonder mannelijke beschermer neerzet als prooi voor verkrachters, is altijd weer onthutsend.) Zeus kreeg echter medelijden en plaatste ze aan de hemel. Daar zit Orion ze nog steeds achterna, maar hij komt gelukkig geen stap dichterbij.

Lees verder “De Plejaden”

De Tweede Punische Oorlog (3): de Alpen

Col de Montgenèvre

[Dit is het derde stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). In het eerste deel beschreef ik hoe de Romeinen en Karthagers opnieuw in conflict raakten, dat Hannibal met het Spaanse leger Catalonië bezette en op weg was gegaan naar Italië. In het tweede stukje legde ik uit dat onze voornaamste bronnen, Polybios en Livius, elkaar tegenspraken voor Hannibals tocht over en langs de Rhône tot de hoofdstad van de Allobrogen.]

Nu begon Hannibals beroemde tocht over de Alpen. Met hulp van de Allobrogen rukte het Karthaagse leger langs de linkeroever van een onbekende rivier en na een dag stuitte op een geblokkeerde pas. Dankzij zijn Gallische bondgenoten, die de taal spraken van de bewoners van die streek en de bezetters uithoorden, vernam Hannibal dat het punt in de nacht niet werd bewaakt, wat de verovering eenvoudig maakte. Vervolgens nam Hannibal een versterking in die wordt aangeduid als “de hoofdplaats van die streek”, waardoor de Karthagers voldoende voedselvoorraden verwierven om de volgende drie dagen een grote afstand af te kunnen leggen.

Hoog in de Alpen

Op de vierde dag bereikten ze een landstreek die wat dichter bevolkt was. Hier sloeg een onverwachte aanval van de Alpenbewoners het Karthaagse leger uiteen, maar de volgende dag herenigden de troepen zich en weer een dag later, de negende sinds het begin van de beklimming, bereikte het leger de pas over de Alpen. Livius vermeldt dat de voorhoede in deze laatste fase nog bijna verdwaalde, een detail dat niet wordt vermeld door Polybios.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (3): de Alpen”

Kwakgeschiedenis: Karahunj

De centrale cirkel rond de lage grafheuvel van vlakke stenen

Het megalithische complex van Karahunj of Zorats Karer in Armenië, waar ik vorige week ging kijken, is een van de indrukwekkendste plekken die ik ooit heb gezien. Toch is het helemaal niet groot. Het gaat om weinig meer dan een lage grafheuvel van vlakke grauwe stenen, omgeven door een cirkel van veertig menhirs, elk zo’n twee meter hoog, waarvandaan twee linten van rechtopstaande stenen zich uitstrekken naar het noorden en zuiden. In het uiterste noorden en zuiden staan nog wat aanvullende menhirs. In totaal zijn er 222 of 223 stenen brokken basalt.

In vierentachtig daarvan zijn gaten geboord, waardoor soms een fluitend geluid schijnt te klinken. Ik heb het niet zelf gehoord maar het geldt als verklaring voor de naam Karahunj (“de sprekende stenen”). De fluitende stenen zullen indrukwekkend zijn, want ze staan in een verder overdonderend leeg, desolaat landschap, vlakbij een ravijn.

Hoe oud zou het complex zijn? Hier ontspoort de zaak en begint het vermaak.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Karahunj”

Zeg “Sapfo” en er volgt onzin

Sapfo (Neues Museum, Berlijn)

Zeg “Sapfo” en er volgt onzin. Sapfo en onzin horen bij elkaar als Jip & Janneke, Suske & Wiske, Peppi & Kokki, Bassie & Adriaan, Wizzy & Woppy, Samson & Gert. Het is niet anders.

Twee jaar geleden was het De Volkskrant die zich waagde aan de oud-Griekse dichteres en dus onzin publiceerde: namelijk dat enkele pas ontdekte Sapfo-fragmenten authentiek moesten zijn omdat de inkt met een spectrometer zou zijn gedateerd. Nu kunnen forensisch onderzoekers inderdaad inkt tot een dag of tachtig oud dateren, maar die methode kan niet worden toegepast op inkt van twee millennia oud. Wat De Volkskrant over spectrometrisch dateerbare inkt meldde, was klinkklare kletskoek.

Vandaag waagde het NRC Handelsblad zich aan Sapfo en dus publiceerde de krant onzin: de onlangs door twee Texaanse onderzoekers geopperde theorie dat fragment 168b astronomisch valt te dateren.

Lees verder “Zeg “Sapfo” en er volgt onzin”