Aristoteles (5): Deductie en inductie

Aristoteles (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

[Aristoteles staat bekend als wetenschapper, als arts en vooral als filosoof. Zijn invloed op de wijsbegeerte is enorm geweest. In deze reeks bekijken we hem in enig detail. Het eerste deel was hier.]

Gisteren hadden we het over de aristotelische logica. Enkele slimmerds zullen kritiek hebben op het eerste voorbeeld dat we gebruikten, waarin we Sokrates’ sterfelijkheid wilden bewijzen. Ze zullen zeggen: wat als Sokrates nu onverhoopt tot in de eeuwigheid was blijven leven? Hadden we dan moeten concluderen dat hij geen mens is? Of is dan de aanname dat alle mensen sterfelijk zijn onwaar?

Aristoteles gaf toe dat niet alle kennis zomaar gegeven is. Omdat we nooit álle mensen kunnen onderzoeken, kunnen we nooit 100% zeker zijn of werkelijk alle mensen sterfelijk zijn. Zolang we echter nog nooit gehoord hebben van iemand die minstens een aantal decennia ouder dan honderd is geworden en nog altijd leeft, kunnen we ervan uitgaan dat de uitspraak klopt.

Inductie: van het specifieke naar het algemene

Deze redenering verloopt dus niet van algemene kennis naar specifieke uitspraken, maar van specifieke kennis naar algemene uitspraken. Dit proces van veralgemeniseren noemen we inductie.

Lees verder “Aristoteles (5): Deductie en inductie”

Perzen, Grieken en pseudohistorici (5)

Kleio, muze van de geschiedvorsing (El Djem, Huis van de Maanden)

De term is wat sleets geworden, maar sommige gebeurtenissen zijn echt “historisch”. De dag van de Wannsee-conferentie. De dag waarop Martin Luther King een droom had. De dag waarop Yuri Gagarin de ruimte in werd geschoten. De dag van de Watergate-inbraak. De dag dat de Muur viel. De dag waarop supergeleiding mogelijk werd op zo’n temperatuur dat koeling mogelijk was met vloeibare stikstof. De dag waarop terroristen de Twin Towers aanvielen. Het zijn dagen als alle andere, met een dag en een nacht en vierentwintig uur en wat dies meer zij, maar er gebeurden op die dagen dingen die vérstrekkende gevolgen hebben.

De Perzische Oorlog staat ook op het lijstje. Maar wat houdt het nu precies in dat het een historische gebeurtenis was? Anders gezegd: wat betekent de Perzische Oorlog voor ons? We schakelen over naar Eduard Meyer, een van de allergrootste oudheidkundigen aller tijden. In het derde deel van zijn Geschichte des Altertums (1901) beschreef hij wat zou zijn gebeurd als de Perzen zouden hebben gewonnen:

Das Endergebnis wäre schließlich doch gewesen dass eine Kirche … dem griechischen Leben und Denken ihr Joch aufgelegt und jede freiere Regung in Fesseln geschlagen hätte, dass auch die neue griechische Kultur so gut wie orientalischen ein theologisch-religiöses Gepräge erhalten hätte.

Lees verder “Perzen, Grieken en pseudohistorici (5)”

Misverstand: De Perzische Oorlogen

Modern monument voor de Perzische Oorlogen in Thermopylai

Misverstand: De Perzische Oorlogen waren beslissend voor de Europese cultuur

Tien jaar na de Perzische nederlaag bij Marathon probeerde de Perzische koning Xerxes (r. 486-465) Griekenland te veroveren. In de zomer van 480 versloeg hij een Grieks leger dat probeerde de toegang tot Griekenland te blokkeren, terwijl zijn zeemacht de vijandelijke vloot verdreef. Stormen en een verloren tweede zeeslag leidden echter tot grote Perzische verliezen, zodat het offensief niet verder kwam dan Athene en Korinthe. Om redenen die nooit helemaal duidelijk zijn geworden, trok Xerxes een groot deel van zijn troepen terug. Het restant werd in 479 door de Griekse legers verslagen.

Veel negentiende-eeuwse historici redeneerden dat als de Grieken de oorlog met Perzië zouden hebben verloren, de nieuwe heersers in Athene de democratie zouden hebben vervangen door een intolerante tirannie. De Atheense cultuur zou ten onder zijn gegaan in een draaikolk van oosters despotisme, irrationaliteit en wreedheid. De democratie en de Griekse filosofie zouden in de kiem zijn gesmoord en de Griekse cultuur zou een ander karakter hebben gekregen. De Duitse oudhistoricus Eduard Meyer (1855-1930) wist:

Lees verder “Misverstand: De Perzische Oorlogen”

De beslissendheid van Marathon

Max Weber

Eergisteren blogde ik over de slag bij Marathon, waarin de Atheners een Perzisch leger, dat zich al aan het terugtrekken was en zijn dekking door cavalerie had opgegeven, versloegen. De overwinning werd nog eeuwenlang door de Atheners herdacht, en niet zonder reden, want de Atheners hadden gestreden tegen een dubbele overmacht.

In de negentiende eeuw werd de veldslag de inzet van een rare discussie. Op de achtergrond speelde het beruchte sjabloon van aan de ene kant de despotische, wrede, mystieke oosterling tegenover de vrijheidslievende, menselijke en rationele Griek. De gedachte was dat de Perzische Oorlogen meer dan zomaar een militair conflict waren geweest: twee culturen hadden tegenover elkaar gestaan. Als de Grieken zouden hebben verloren, zo werd geredeneerd, zou Xerxes de democratie van de Atheners hebben vervangen door een intolerante tirannie, waardoor de democratie, de filosofie en de vrijheid in de kiem zouden zij gesmoord. Marathon, zo was de aanname, zou de Grieken tot inspiratie hebben gediend: de zege had getoond dat verzet tegen de Perzen zinvol was. Omdat men in de negentiende eeuw ook meende dat de Griekse cultuur de bakermat vormde van de latere, Europese cultuur, kon gelden dat Europa in Marathon was geboren. In de woorden van de Britse filosoof John Stuart Mill:

The Battle of Marathon, even as an event in English history, is more important than the Battle of Hastings.

Lees verder “De beslissendheid van Marathon”

NWA: Oost en West

Een Romeinse kopie van een hellenistisch beeld van Kybele uit Nikaia, nu in het Archeologisch Museum van Istanbul.
Een Romeinse kopie van een hellenistisch beeld van Kybele uit Nikaia, nu in het Archeologisch Museum van Istanbul.

Vandaag behandel ik in mijn reeks rond de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) de laatst overgebleven vragen. Ik heb ze samengenomen omdat ze alle drie niet gaan over de Oudheid zelf, maar over de wijze waarop we daarmee omgaan. Ze liggen bovendien in elkaars verlengde: in feite gaan ze over de erfenis van de negentiende eeuw.

Waarom besteden oudheidkundige musea geen aandacht aan Kybele of Cybele?

De vragensteller geeft als voorbeeld van het negeren van de belangrijke oosterse godin de Karthago-expositie in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden. Hoewel ik eerlijk gezegd niet weet of Kybele in de antieke havenstad werd vereerd en, zo ja, of die cultus voor Karthago belangrijk was, is de observatie van de vragensteller niet onjuist. Handboeken en musea behandelen de invloed van oosterse culten doorgaans pas als ze zijn aangekomen bij de Late Oudheid, alsof het een late ontwikkeling was dat de goden van Anatolië, Syrië, Egypte en Judea zich naar het westen verspreidden. Dat wekt de indruk dat de opkomst van het christendom deel uitmaakte van een betrekkelijk laat proces van oriëntalisering van de Romeinse culten, en dat klopt niet. Kybele werd in Rome vereerd sinds de late derde eeuw v.Chr.

Lees verder “NWA: Oost en West”