De evacuatie van Arnhem

Bombardement van het Bezuidenhout (© Haags Gemeentearchief)

Ik ben misdienaar in de Heilige Mis van 11:30 in de Walburgkerk aan het Walburgplein in Arnhem op de dag van de landingen. De kerk zit tjokvol, zoals gewoonlijk in de laatste Heilige Mis op zondag. Even over twaalf uur gaat het luchtalarm af; de mis gaat gewoon door. Als de mis afgelopen is, moeten de mensen in de kerk blijven zitten. Bij luchtalarm mag men niet over straat gaan. Het is al over enen als er nog geen veilig signaal is afgegeven. De pastoor gaat met de Duitse autoriteiten overleggen hoe de kerkgangers naar huis kunnen gaan. Na enig overleg geven de Duitsers toestemming om de mensen naar huis te laten gaan met de instructie zo dicht mogelijk in de buurt van de bebouwing te lopen. We lopen snel naar huis.

Er zijn veel vliegtuigen in de lucht en vanwege het alarm is het rustig op straat. In de avond raakt een afgedwaalde granaat de schoorsteen van het huis naast ons. Een harde knal en er vallen wat stukjes plafond naar beneden. We blijven de hele nacht in het gangetje bij de badkamer waar we ons het best beschermd voelen. Vermoeid valt iedereen in slaap.

Lees verder “De evacuatie van Arnhem”

Oorlog in Nijmegen (6)

Bevrijdingsmonument, Nijmegen

De slag om Nijmegen

In Nijmegen liggen de spoorrails merendeels dieper dan de straten. Veel bruggen zijn vernield. Het geallieerde verkeer dat over het Maas- en Waalkanaal via de Graafseweg Nijmegen binnenkomt, moet noodgedwongen via onze straat naar de St. Annastraat en vervolgens via het Keizer Karelplein en de Oranjesingel richting Waalbrug. Deze is gespaard gebleven door sabotage van een broer van een schoolgenote. Sabotage in de ogen van de Duitsers.

Behalve tanks rijden enorme boten op wielen voorbij, zogenaamde ducks. Ze moeten  zo snel mogelijk naar Arnhem. Iedereen staat op straat. Ik til mijn zusje op. We krijgen chocolade, die thuis gedeeld wordt. De buurman heeft z’n radio met verlengsnoeren in de voortuin gezet. De Engelse zender staat luid aan. Dan vliegen Duitse vliegtuigen over. Iedereen rent zijn huis in. De radio staat buiten verlaten flink wat geluid te produceren. Vlaggen worden snel in huis gehaald.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (6)”

Oorlog in Nijmegen (5)

Zondag 17 september 1944

Vader is jarig. Als we naar de kerk lopen zien we bij H. een deel van de meubels nog op het trottoir staan. O.a. de piano.

Als we weer thuis zijn, zien we de lucht ineens vol parachutisten. Er wordt geschoten. Na het bombardement is een discussie ontstaan, of je in een kelder wel zo veilig bent voor bommen. Je kunt levend begraven worden. Er wordt besloten, dat we gaan schuilen in de inpandige ruimtes in huis. Er wordt een tekenplank op het toilet gelegd. Daar zit moeder met J. op schoot. Ik kan er net dwars bij zitten.

Halverwege de middag moet ik ruilen met zus B. Vader staat dan met zus N. en mij gearmd in de ruimte boven aan de keldertrap. Na enkele uren gaan we weer naar de huiskamer. Op straat lopen vluchtelingen voorbij, richting westen. Ze vertellen dat de Hitlerjugend hun huizen in brand stak.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (5)”

Oorlog in Nijmegen (4)

NSB-ers op de vlucht

Dinsdag 5 september 1944

De geallieerden rukken op in België. Foute burgers en individuele Duitse soldaten vluchten richting Duitsland. Soldaten confisqueren zelfs damesfietsen. De inspecteur van politie vlucht; ook het gezin verderop  op de hoek. Het dochtertje van ongeveer tien jaar draagt een netje met kleren en een houten speelgoedhond. Zielig.

Na deze “Dolle Dinsdag” herstellen de Duitsers zich. Er marcheert een eindeloze stoet Duitsers door onze straat. Waarschijnlijk om de bevolking te intimideren. Zus B. zegt plotseling: “Die soldaat heb ik al eerder gezien.” Over het trottoir lopend tegen de richting van het leger in, zien we dat een gesloten stoet in een driehoek van straten blijft lopen.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (4)”

“Eine ganz kleine Clique”

Enkele leden van de “ganz kleine Clique”

Om Hitlers woorden te bevestigen dat er slechts “eine ganz kleine Clique” van samenzweerders was geweest, arresteerden de Nazi’s de komende dagen slechts 700 mensen, waarvan er maar 200 zouden worden geëxecuteerd, meest door ophanging aan een dunne draad die de cipiers cynisch een pianosnaar noemden. De documenten die tegenwoordig worden getoond in het Bendlerblock, bewijzen dat de “Sonderkommission des Reichssicherheitshauptamtes zur Aufklärung des Anschlags auf Hitler” al op 24 juli begreep hoe het complot in elkaar had gezeten.

Of beter: men had hoofdlijnen herkend en kon die documenteren. Omdat wij deze rapporten nog altijd bezitten, vormt het Nazi-onderzoek nog steeds een leidraad voor ons begrip van de gebeurtenissen op 20 juli 1944. Wat de onderzoekscommissie niet hoefde documenteren, zoals wat er was gebeurd op de Wolfsschanze in de uren na de aanslag, is dus niet zo goed bekend. Een ander probleem is dat wat wél bekend is, is gebaseerd op de verklaringen van gearresteerden die waren gemarteld en probeerden het leven redden. Ze hebben dingen gezegd om de Gestapo naar de mond te praten. Zoiets geldt bijvoorbeeld Berthold von Stauffenberg, die heeft verteld dat hij en zijn broer het Führerprincipe, “völkische” ideeën, de bestrijding van de geest van de grote steden, de opvattingen over ras en het verlangen naar een door de Duitsers zelf bepaalde rechtsordening hadden gedeeld. Er is aanvullend bewijs dat de Von Stauffenbergs aanvankelijk sympathiseerden met het nationaalsocialisme, maar een passage als deze is op zichzelf weinig bewijs (testis unus, testis nullus).

Lees verder ““Eine ganz kleine Clique””

Vrijdag 21 juli 1944, 00:15 (Berlijn)

Fromm biedt zijn arrestanten – Olbricht, Von Stauffenberg, Mertz von Quirnheim, Von Haeften – de gelegenheid nog iets te schrijven. Ze krijgen een half uur, een half uur waarvan hij later zal verklaren dat hij met een snel samengestelde krijgsraad heeft gesproken over het lot van het viertal. Even voor middernacht keert hij terug en laat weten wat het vonnis is. Het zal de vier niet hebben verrast. Von Stauffenberg probeert nog één keer de schade in te perken: hij zegt als enige verantwoordelijk te zijn, de anderen hebben slechts zijn bevelen gevolgd. Fromm acht het geen antwoord waard.

Op de binnenplaats van het Bendlerblock staan auto’s geparkeerd om de executies bij te lichten bij het licht van de koplampen. Het executiepeloton doodt achtereenvolgens Olbricht, Von Stauffenberg, Von Haeften en Mertz von Quirnheim.

Hun lijken worden de volgende ochtend begraven naast de Matthäus-Kirche. Later zou Himmler ze laten opgraven en verbranden, opdat de as kon worden verstrooid en er geen graf zou zijn voor het viertal. Om Von Stauffenbergs hals vonden de grafdelvers een klein crucifix, het eerste cadeau dat hij ooit had gekregen van zijn echtgenote Nina.

Lees verder “Vrijdag 21 juli 1944, 00:15 (Berlijn)”

Donderdag 20 juli 1944, 23:30 (Berlijn)

De plaats van Becks zelfmoord

Het Bendlerblock is omgeven door troepen die loyaal zijn aan Hitler. Ontsnappen is niet meer mogelijk. In het Bendlerblock verzamelt generaal Fromm, die meer cognac op heeft dan betamelijk is, soldaten om de samenzweerders te gaan arresteren. Hij vindt ze in zijn eigen kantoor: generaal Friedrich Olbricht, kolonel Claus Graf von Stauffenberg, kolonel Albrecht Ritter Mertz von Quirnheim, eerste luitenant Werner von Haeften en – in burger – generaal b.d. Ludwig Beck. “So, meine Herren,” zegt Fromm sarcastisch, “Jetzt mache ich es mit Ihnen so, wie Sie es heute Mittag mit mir gemacht haben.”

Hij sluit zijn arrestanten echter niet op en de samenzweerders zullen daarover niet verbaasd zijn geweest. Ze weten dat Fromm weet dat zij weten dat hij minimaal sinds 15 juli wist van de coup. De arrestanten kunnen raden dat ze gedood zullen worden voordat ze met de Gestapo zullen spreken.

Lees verder “Donderdag 20 juli 1944, 23:30 (Berlijn)”

Donderdag 20 juli 1944, 21:00 (Berlijn)

Claus von Stauffenberg en Albrecht Mertz von Quirnheim

Het overhaaste vertrek van een ziedende Erwin von Witzleben maakt de soldaten in het Bendlerblock duidelijk dat er iets grondig verkeerd is. Eerst was er het bericht dat Hitler dood was, maar ze horen op de radio voortdurend het tegendeel; eerst zou Von Witzleben het opperbevel aanvaarden, nu is hij vertrokken. De manschappen eisen duidelijkheid: leeft Hitler en zo ja, steunen hun officieren de Führer of zijn ze verraders?

Von Stauffenberg spreekt de muiters toe en wordt bijna gelyncht. Er wordt geschoten en de graaf wordt geraakt in zijn linkerschouder. Een deel van de soldaten deserteert en bevrijdt Fromm.

Lees verder “Donderdag 20 juli 1944, 21:00 (Berlijn)”

Donderdag 20 juli 1944, 19:30 (Berlijn)

Erwin von Witzleben

Kolonel Remer organiseert de tegenaanval en bezet eerst de Stadtkommandantur, een gebouw tegenover het Zeughaus aan de Unter den Linden. Terwijl hij versterkingen zoekt, herschrijft Ludwig Beck, die nog steeds hoopt zijn radiotoespraak te kunnen houden, de regeringsverklaring. Niet langer legt hij uit dat Hitler dood is; in plaats daarvan zal hij zeggen dat het niet ter zake is of deze levend is of niet, aangezien hij moreel al dood was.

Om half acht arriveert maarschalk Von Witzleben, die het opperbevel had moeten overnemen. Von Stauffenberg legt de situatie uit en de maarschalk vat samen dat het al met al een “schöne Schweinerei” is. Hitler leeft, de radio is in handen van het regime, het Verzet heeft de regeringsgebouwen niet weten te behouden. Om kwart over acht vertrekt Von Witzleben, razend van woede.

Lees verder “Donderdag 20 juli 1944, 19:30 (Berlijn)”

Donderdag 20 juli 1944, 18:30 (Berlijn)

Otto Ernst Remer

Om 16:00 heeft generaal Friedrich Olbricht aan de stadscommandant van Berlijn, Paul von Hase, opdracht gegeven de regeringsgebouwen te bezetten. Eén van zijn ondercommandanten is majoor Otto Ernst Remer, een lid van de NSDAP, maar ook een plichtsgetrouw man. Von Hase vertrouwt hem en laat hem met drie compagnieën enkele kantoren verzekeren aan de Wilhelmstraβe, waaronder het ministerie van Propaganda. Als Joseph Goebbels, die daar de scepter zwaait, rond 18:30 ziet dat hij is omsingeld, zoekt hij naar zijn capsules cyaankali.

Inmiddels is het radiobericht dat Hitler nog in leven is, echter ook gehoord in de regeringsgebouwen en diverse soldaten, die hun bevelen loyaal uitvoeren, beginnen twijfels te krijgen of het crisisplan wel terecht in werking is gesteld. De commandant van de eigen bewakingsdienst van het propagandaministerie adviseert Remer te overleggen met Goebbels.

Lees verder “Donderdag 20 juli 1944, 18:30 (Berlijn)”