Het oosterse wereldrijk

Akkadisch overwinningsreliëf (Louvre, Parijs)

In mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, vandaag de vraag: kan het niet simpeler met al die rijken uit de Brons- en IJzertijd? De Egyptische geschiedenis is vrij overzichtelijk verdeeld in drie “rijken”, wat tussentijden en nog een Late Periode, maar het Nabije Oosten is een vrij complexe afwisseling van Sumeriërs, Akkadiërs, Babyloniërs (oud-, midden-, nieuw-), Assyriërs (oud-, midden-, nieuw-), Elamieten, Meden, Achaimenidische Perzen, Seleukiden, Parthen en Sasanidische Perzen. En daarna dus de Kalifaten van Damascus en Bagdad. Nogal complex.

Het oosters wereldrijk

Bij inleidend onderwijs zeg ik altijd “het oosters wereldrijk” en dat lijkt me een toegestane vereenvoudiging, vergelijkbaar met de “vier vegen” om de geschiedenis van alle volken van Centraal-Azië samen te vatten. Het idee dat er één koning voor de hele wereld moest zijn, heeft eerbiedwaardig oude wortels; de stedelijke infrastructuur bleef eeuwenlang bestaan; literatuur en talen waren al even duurzaam. Het is niet verkeerd al die “rijken” op te vatten als dynastieën in hetzelfde grote koninkrijk. (Eigenlijk zijn het etnoklassen die toevallig niet aan de onderkant maar aan de bovenkant van de samenleving zitten; ik laat dit even wat het is.) Tot de enorme etnische veranderingen ten tijde van de Mongolenstorm was er nogal wat continuïteit.

Mesopotamië en de Zagros

Wat ook eeuwenlang hetzelfde bleef: de relatie met de volken ten oosten van het kernland in Mesopotamië. Dus zeg maar de Zagros en de Iraanse hoogvlakte. Steeds weer kwamen volken uit de bergen naar het westen en hielpen daar dan een handje bij de machtswisseling tussen de diverse heersende volken/dynastieën/etnoklassen. Het is een vertrouwd proces dat we ook kennen uit de Romeins-Byzantijnse geschiedenis en uit Iran: naast een staat is een half-sedentaire stamsamenleving en er zijn wat laagintensieve conflicten, die de staat denkt te kunnen oplossen met georganiseerd geweld. Alleen: dat werkt niet.

De seminomaden wijken namelijk bij iedere invasie terug en zuigen dan het vijandelijke leger het binnenland in. In feite leren de invallers de verdedigers om zich steeds beter te weer te stellen. Ze organiseren zich en er komen oorlogsleiders, koningen. In feite zet de staat-samenleving in de stam-samenleving een proces van staatsvorming in gang en roept daarmee zijn eigen ondergang over zich af.

De wijdere context

Dat geldt voor Mesopotamië en de Zagros, dat geldt voor Iran en de nomaden van de Centraal-Aziatische steppe en dat geldt voor Rome-Byzantium en de stammen aan de overzijde van de Rijn en Donau. De mate waarin de voormalige stam-samenlevingen zijn gevormd door het imperialisme van de staat-samenlevingen, is misschien het aardigst gedocumenteerd met de Franken en Alamannen, die niet toevallig corresponderen met Germania Inferior en Germania Superior.

De relaties tussen het verstedelijkte Tweestromenland en de Zagros zijn het vruchtbaarst te bestuderen als uiting van het algemene patroon van staat-stam-relaties. Niet dat het verkeerd is de relatie tussen het Nieuw-Assyrische Rijk en de Meden te bestuderen, maar het is wel een N=1-studie. Je wint aan data en dus aan scherpte door het breder aan te pakken.

Continuïteit versus discontinuïteit

Terug naar Mesopotamië: vanzelfsprekend wil het bovenstaande niet zeggen dat we “het” oosterse wereldrijk moeten opvatten als een eeuwig onveranderlijk iets, met een onveranderlijke koningsideologie, onveranderlijke steden, onveranderlijke talen en onveranderlijke verhoudingen met de stammen in de Zagros. Er zijn wel degelijk scherpe bochten genomen in de Mesopotamische geschiedenis en de overgang van het ene naar het andere “rijk” kon een stevige discontinuïteit zijn. De oorlog van koning Nabopolassar van het Nieuw-Babylonische Rijk tegen de laatste koningen van Assyrië was geen trivialiteit, zelfs als daarna het solide opgebouwde rijk min of meer als geheel overging in Babylonische handen.

De structuur van het oosterse wereldrijk mag dan, inclusief de aard van de buitenlandse betrekkingen, relatief stabiel zijn gebleven, de overgang van een regeringsapparaat rond Nineveh naar een regeringsapparaat naar Babylon was wel degelijk een crisis. Dus de student moet toch de Sumeriërs, Akkadiërs, Babyloniërs (oud-, midden-, nieuw-), Assyriërs (oud-, midden-, nieuw-), Elamieten, Meden, Achaimenidische Perzen, Seleukiden, Parthen en Sasanidische Perzen maar uit het hoofd leren, en liefst ook het Kalifaat.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

2 gedachtes over “Het oosterse wereldrijk

  1. FrankB

    “….. maar uit het hoofd leren ….”
    De puberale middelbare scholier in mij die nooit helemaal is verdwenen komt prompt in opstand. Daar heb je potverdrie handboeken voor! Zoals die goede oude Binas. Vroeger moest ik bij wiskunde 1. stomme gonioformules en 2. standaardintegralen uit mijn hoofd leren. Wat voelde ik mijn g*****d toen ik een paar jaar na het behalen van mijn VWO-diploma leerde dat 1. één genoeg is, omdat de andere gemakkelijk afgeleid kunnen worden en 2. er ook tabellenboeken voor wiskunde bestaan. En nou kom jij aanzetten met een rijtje voor Babylon.
    Dit is een marteling voor mensen als ik, die het nummer van hun eigen smartfoon niet eens kunnen onthouden.

  2. Jacob Krekel

    Je kunt nog de gedachte opperen dat die nomaden ertoe bijdragen dat een rijk in stand blijft, omdat het zich ertegen teweer wil stellen. China is één rijk gebleven, en dat had in het noorden en westen te maken met allerlei nomaden. India viel is zelden verenigd geweest, en viek na korte tijd weer uitelkaar, maar dat had niet te maken met nomaden.
    Overigens denk bij het Oosterse wereldrijk eerder aan China dan aan het nabije oosten.

Reacties zijn gesloten.