Het stof van Babylon

De legendarische stadswal van Babylon. Achteraan het door Saddam Hussein herbouwde paleis van Nebukadnessar.

“De heerschappij wordt doorgegeven van volk naar volk,” zoals Jezus Sirach zegt, “door onrecht, geweld en hebzucht.” De eerste wisseling van de macht was die van de Assyriërs naar de Babyloniërs. Van 612 tot 539 heersten zij over het oosterse wereldrijk. Ze hadden het min of meer kant en klaar overgenomen van de Assyriërs. Zelf breidden ze het uit met wat kleingrut in de periferie.

Zoals het tempelstaatje Juda. Als je de opmerkingen leest die in de Bijbel staan over de aanvallen van naburige stammen op de Babylonische bezittingen rond Jeruzalem, krijg je de indruk dat de Babyloniërs meer rovers waren, die de Joodse bevolking hadden gedeporteerd en allerlei kostbaarheden hadden meegenomen, dan dat ze waren geïnteresseerd in het nieuw verworven gebied. Ze investeerden althans niet noemenswaardig in de grensverdediging. De Assyriërs waren, in dit opzicht, betere bestuurders.

Lees verder “Het stof van Babylon”

De IJzertijd

Een koning uit de IJzertijd: Warpalas van Tuwanuva (Archeologische Musea van Istanbul)

Het handboek van De Blois en Van der Spek waarover ik elke week blog, Een kennismaking met de oude wereld, gaat na de behandeling van de IJzertijd in de Levant (de Aramese en Neo-Hittitische stadstaatjes, de Fenicische havens, Israël en Juda) over naar het oosterse wereldrijk. Met die parapluterm, waarover zo meteen meer, bedoel ik de opeenvolging Assyrië, Babylonië, Achaimenidisch Perzië, Seleukiden, Parthen, Sassanidisch Perzië, het Kalifaat van Damascus en het Kalifaat van Bagdad. Na algemene hoofdstukken over religie en economie van het Nabije Oosten, verleggen de auteurs hun aandacht naar het westen, naar Griekenland en daarna Rome.

Anatolië en Centraal-Eurazië

Dit is een wat conventionele indeling en dat is op zich niet erg. Zoals gezegd: een handboek moet iets zijn om over te discussiëren. Toch wil ik er – en hier begint dus de discussie – op wijzen dat dit weinig recht doet aan het onderzoek van de afgelopen halve eeuw. Dat betreft in de eerste plaats de IJzertijdrijken van Anatolië. Dus staten als Tarhuntassa, Tuwanuva, Malida en Tabal, de beide Ciliciës, Urartu, Frygië en Lydië. De Blois en Van der Spek behandelen dit nu allemaal nogal stiefmoederlijk. (Een boek dat de recente inzichten samenvat is Christian Mareks Geschichte Kleinasiens in der Antike [2010], verschenen in dezelfde reeks als Pohls boek over de Avaren en Meiers boek over de Grote Volksverhuizingen.)

Lees verder “De IJzertijd”

Het oosterse wereldrijk

Akkadisch overwinningsreliëf (Louvre, Parijs)

In mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, vandaag de vraag: kan het niet simpeler met al die rijken uit de Brons- en IJzertijd? De Egyptische geschiedenis is vrij overzichtelijk verdeeld in drie “rijken”, wat tussentijden en nog een Late Periode, maar het Nabije Oosten is een vrij complexe afwisseling van Sumeriërs, Akkadiërs, Babyloniërs (oud-, midden-, nieuw-), Assyriërs (oud-, midden-, nieuw-), Elamieten, Meden, Achaimenidische Perzen, Seleukiden, Parthen en Sassanidische Perzen. En daarna dus de Kalifaten van Damascus en Bagdad. Nogal complex.

Het oosters wereldrijk

Bij inleidend onderwijs zeg ik altijd “het oosters wereldrijk” en dat lijkt me een toegestane vereenvoudiging, vergelijkbaar met de “vier vegen” om de geschiedenis van alle volken van Centraal-Azië samen te vatten. Het idee dat er één koning voor de hele wereld moest zijn, heeft eerbiedwaardig oude wortels; de stedelijke infrastructuur bleef eeuwenlang bestaan; literatuur en talen waren al even duurzaam. Het is niet verkeerd al die “rijken” op te vatten als dynastieën in hetzelfde grote koninkrijk. (Eigenlijk zijn het etnoklassen die toevallig niet aan de onderkant maar aan de bovenkant van de samenleving zitten; ik laat dit even wat het is.) Tot de enorme etnische veranderingen ten tijde van de Mongolenstorm was er nogal wat continuïteit.

Lees verder “Het oosterse wereldrijk”

Pax Assyriaca

assyrian_treaty_antakya
Een asjera en twee Assyrische vereerders (Museum van Antakya)

Ik heb de afgelopen dagen enkele keren geschreven over de Assyrische expansie, een onderwerp dat ik niet had gepland en waar ik bij toeval inrolde. Het begon met een fresco van twee Assyrische hovelingen, dat documenteerde dat de Eufraatvoorde een belangrijke residentie was; daarna kwam de Kurkh-stele, waarin de Assyrische koning Salmanaser aangaf hoe hij een coalitie van stadstaten had verslagen en evenveel verborg als hij vertelde; daarna heb ik verteld over het tribuut van Tyrus en de crisis in het noordelijke joodse koninkrijk, Israël.

De Assyriërs waren niet dom. Rome is niet in één dag gebouwd en het oosterse wereldrijk is dat evenmin. Het zou te ver gaan om te zeggen dat de Assyriërs een langetermijnplanning hadden, maar ze wisten wat ze deden. Ze vroegen tribuut van de onderworpen stadstaten, en ze vroegen véél. De Fenicische stadstaten werden zo heftig afgeperst dat ze waren gedwongen hun koloniale netwerk, dat niet verder reikte dan Cyprus, uit te breiden naar Sicilië, Tunesië, Libië, Sardinië, Andalusië en Marokko.

Lees verder “Pax Assyriaca”