Blog-experiment: #RealTimeCaesar

Julius Caesar (Musée des beaux arts, Lyon)

Morgen wordt Julius Caesar vermoord. Als u deze blog dan volgt, kunt u de gebeurtenissen zowat op het kwartier nauwkeurig volgen. Het is de climax van een reeks blogjes die ik ben begonnen in 2020 en die na morgen nog tot en met Caesars begrafenis door gaat, waarop dan een evaluatie van ’s mans optreden volgt. Met een coda, voorzien voor ergens in mei, is de reeks #RealTimeCaesar dan echt afgelopen. Als u vandaag inhaakt, kunt u hier een samenvatting lezen van Caesars loopbaan, vindt u @daar een overzicht van alle 176 blogjes en kunt u in het vorige blogje de situatie lezen op 14 maart 44 v.Chr.

Ik heb de lezers van deze reeks vijf jaar lang tot op de dag nauwkeurig – en soms zelfs preciezer – laten volgen hoe Caesar tegen de Senaat oprukte, tegenstanders versloeg in Italië, Catalonië, Griekenland, Egypte, Turkije, Tunesië en Andalusië. Zijn relaties tot andere senatoren, zijn literaire productie en zijn bouwwerkzaamheden kwamen ook aan de orde, net als enkele militaire operaties van zijn bondgenoten en tegenstanders. Mijn mening is dat ook iemand die met succes een staatsgreep uitvoert, de staat moet besturen, en dat dit het dominante thema is in Caesars beleid.

Lees verder “Blog-experiment: #RealTimeCaesar”

De slag bij Munda (5)

Een trofee (Altes Museum, Berlijn) (denk ik)

Vandaag 2069 jaar geleden vond de slag bij Munda plaats, waarin Julius Caesar een zwaarbevochten zege boekte op zijn republikeinse tegenstanders. In het vorige stukje beschreef ik hoe Caesars mannen na een urenlange strijd uiteindelijk de overhand kregen.

Een antieke veldslag, doorgaans gevochten met blanke wapens, kon ongelooflijk bloedig zijn. Als we lezen over rivieren die van het vergoten bloed rood kleurden, is dat niet altijd een hyperbool. De verslagen partij leed meestal enorme verliezen en dat was bij Munda niet anders.

De doden

De auteur van De Spaanse Oorlog schrijft:

Zo werden ze totaal verslagen en ze zouden de slag niet hebben overleefd, als ze hun toevlucht niet hadden gezocht in hun uitvalsbasis. In dit gevecht sneuvelden ongeveer dertigduizend man, zo niet meer, evenals Titus Labienus en Publius Attius Varus, die beiden meteen na hun dood begraven werden. Ook kwamen drieduizend Romeinse ridders om, zowel uit Rome als uit de provincie. Onze troepen verloren ongeveer duizend man, deels ruiters deels infanteristen; ongeveer vijfhonderd man werden gewond. Van de vijanden werden dertien adelaars buitgemaakt.noot Ps.Caesar, Spaanse Oorlog 31; vert. Hetty van Rooijen.

Lees verder “De slag bij Munda (5)”

Gallio, Seneca en Mela

Een voorname Romein, midden eerste eeuw (Museo civico, Milaan)

Het was 52 na Chr., het was in Korinthe en Paulus had het weer eens aan de stok met mensen die niet op nieuwlichterij zaten te wachten. Ik heb het incident al eens beschreven: joodse burgers sleepten de apostel voor het gerecht, waar de Romeinse gouverneur, Gallio, zei dat hij niet kon oordelen over joodse rechtsregels.noot Handelingen 18.

Lucius Junius Gallio Annaeanus

Die Gallio, die kennen we. Hij heette voluit Lucius Junius Gallio Annaeanus en was de broer van Seneca. Dat Paulus, om zo te zeggen, slechts één handdruk was verwijderd van de beroemde senator-filosoof, was voor vrome vervalsers een onweerstaanbaar aantrekkelijk gegeven, en zo komt het dat in de Late Oudheid een onechte briefwisseling tussen de twee auteurs circuleerde. Gallio zelf is echter ook een interessante man.

Lees verder “Gallio, Seneca en Mela”

Brand in Alexandrië

Reconstructie van een antieke bibliotheek zoals die in Alexandrië (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Als ik u zeg dat het 11 november was en daaraan toevoeg dat het was toen Julius Caesar en Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dit omreken naar 28 september 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Vechten.

Scheepsbrand

Zoals we eergisteren zagen, had de Ptolemaïsche generaal Achillas de aanval gelast op het koninklijk paleis in Alexandrië, waar Caesar zich had verschanst, samen met de koninklijke familie. De bestorming had weinig opgeleverd maar in de haven, naast het paleis, lagen twee eskaders van samen tweeënzeventig schepen waarmee Caesar volledig viel af te sluiten van de buitenwereld. Een logisch gevechtsdoel.

Lees verder “Brand in Alexandrië”

De tranen van Caesar

De zogenaamde “Zuil van Pompeius” in het Serapeion van Alexandrië: anders dan Caesar is Pompeius nooit in die stad geweest.

Afgelopen dinsdag vertelde ik hoe Pompeius bij de Berg Kasios op het strand was vermoord en ik kondigde aan dat ik het nog zou hebben over de reactie van Julius Caesar. Hij was ooit Pompeius’ schoonvader geweest en had aan het begin van de Tweede Burgeroorlog geprobeerd olie op de golven te gooien. Maar het was anders gelopen en op 2 oktober van het jaar waarin Caesar en Servilius Isauricus consuls waren, ofwel onze 19 september 48 v.Chr., vernam hij dat zijn rivaal was vermoord.

Caesar was al een paar dagen onderweg. Hij moet een kleine week eerder van Rhodos zijn vertrokken, richting Alexandrië. Uit deze simpele mededeling volgt dat hij op dat moment niet wist dat Ptolemaios XIII daar niet was. Caesar zal wel hebben geweten van de burgeroorlog tussen de Egyptische koning en zijn zus Kleopatra VII, maar dat hun legers ten oosten van Pelousion tegenover elkaar lagen, was hem onbekend.

Lees verder “De tranen van Caesar”

De crematie van Pompeius

Pompeius (Museo Nazionale, Rome)

We zullen het nog hebben over Caesars reactie op de moord op Pompeius. Het verhaal van Ploutarchos oogt betrouwbaar maar laat wel wat vragen onbeantwoord. Als Pompeius met vier begeleiders aan boord was gegaan van de vissersboot, waarin verder alleen Achillas, twee Romeinse officieren en drie of vier anderen zaten, is het toch wat vreemd dat er geen gevecht was. Je zou hebben verwacht dat Pompeius’ begeleiders hun wapens zouden hebben getrokken.

Ploutarchos (die ik zoals steeds citeer in de vertaling van Hetty van Rooijen) beschrijft de reactie aan boord van Pompeius’ schip. Dit gaat terug op het ooggetuigenverslag van Theofanes van Mytilene.

Bij het zien van de moord slaakten de opvarenden een jammerkreet die te horen was tot op het land. Vervolgens lichtten ze snel het anker en sloegen op de vlucht. Een krachtige wind hielp hen bij het uitvaren naar zee, zodat de Egyptenaren, die hen wilden achtervolgen, omkeerden. (Pompeius 80)

Lees verder “De crematie van Pompeius”

De dood van Pompeius (1)

Pompeius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Als ik u zeg dat het op de Romeinse kalender 28 september was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls waren, en als ik dat omreken naar 16 augustus 48 v.Chr. op onze kalender, en als ik u eraan herinner dat we afgelopen zaterdag zagen dat Pompeius was aangekomen in Egypte, dan weet u dat u vandaag zult lezen over zijn ondergang.

Een verslagen generaal en twee legers

Waarom hij na zijn nederlaag bij Farsalos vluchtte naar Egypte: dat is, zoals ik al vertelde, een onopgelost raadsel. Hij mocht er echter op vertrouwen dat hij door koning Ptolemaios XIII gesteund zou worden, aangezien die zijn troon had te danken aan de Romeinse generaal. Ook was het een geschikte plaats om een oorlog voort te zetten. Het land van de Nijl produceerde grote hoeveelheden graan en dreef handel op Oost-Afrika en India. Hoewel Egypte sinds de regering van Ptolemaios’ vader Ptolemaios XII de Fluitspeler een miljoenenschuld had opgebouwd, was het een in principe welvarend land. Bovendien lag er een Romeins garnizoen.

Lees verder “De dood van Pompeius (1)”

Pompeius in Antalya

De stadspoort van Antalya (die er in de tijd van Pompeius nog niet was)

Als ik u zeg dat het 20 sextilis was in het jaar waarin Julius Caesar en Servilius Isauricus consuls waren, en als ik dat omreken naar 10 juli 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Ik heb geen idee. Wat ik wel weet is dat zijn rivaal Pompeius aankwam in Attaleia ofwel Antalya. Zoals we al zagen, was de aanvoerder van de senatoriële troepen verslagen bij Farsalos. De Senaat beschikte echter nog altijd over een superieure vloot alsmede legioenen in Africa, zoals het huidige Tunesië destijds heette. In het verre westen, in Andalusië, was men bovendien in opstand gekomen tegen Caesars gouverneur Quintus Cassius Longinus. Pompeius was echter niet naar het westen op weg. Zijn reis naar het oosten oogt als een slecht voorbereide improvisatie: hij was vooral bezig afstand te scheppen tot zijn achtervolgers. Caesar wilde immers verhinderen dat zijn verslagen tegenstander zich zou aansluiten bij een nieuw leger.

Lees verder “Pompeius in Antalya”

Lucanus over Caesars oversteek naar Albanië

Romeins oorlogsship (quadrireme) op een munt uit Patras (Museum für antike Schifffahrt, Mainz)

Als ik u zeg dat het 4 januari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 28 november 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag morgen 2069 jaar geleden?”

Hij was bezig met de overtocht van de Adriatische Zee. Kort daar voor was hij aangekomen in Brindisi in de hak van Italië en zoals we al zagen waren daar meer manschappen dan zomaar mee te nemen waren op de schepen – waarvan er te weinig waren. Desondanks waagde hij zich aan de oversteek. Op 5 januari (29 november 49) zette hij voet aan wal in Palasë in het huidige Albanië.

Lees verder “Lucanus over Caesars oversteek naar Albanië”

Klassieke literatuur (1c): epiek

hadrumetum_house_virgil_mosaic_virgil_01_mus_bardo
Vergilius, een van de meesters van de epiek (Musée national du Bardo, Tunis)

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een collegereeks aanschuiven. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet.

Ik was bezig met de antieke epiek en ik moest nog vertellen over de auteurs die Homeros volgden.]

Homeros’ navolgers

Hoewel ik toch heel wat steden heb bezocht en nogal wat mensen heb mogen ontmoeten, ben ik nog nooit iemand tegengekomen die Homeros niet mooi vond en ik kan alleen erkennen dat er, ook al is het nog zo afgezaagd, veel waars zit in het grapje dat de Griekse literatuur begon op haar hoogtepunt en dat dit sindsdien niet meer is overtroffen. De Grieken beschouwden Homeros als “de dichter” bij uitstek. Ik blogde al eens over het reliëf dat zijn apotheose voorstelt. Homerische echo’s vinden we op de onverwachtste plekken: als de Romeinse historicus Tacitus, die geldt als een vrij zakelijke auteur, beweert dat prins Germanicus aan de Beneden-Rijn een vloot van duizend schepen bouwde, dan is dat geen beschrijving van de ontbossing van de Betuwe maar een verwijzing naar de “Scheepscatalogus” in het tweede boek van de Ilias.

Lees verder “Klassieke literatuur (1c): epiek”