Prokopios (slot)

Justinianus (Venetië)

[Dit is het laatste van vijf blogjes over de Byzantijnse geschiedschrijver Prokopios van de hand van Hein van Dolen. Het eerste was hier.]

Het schrijven van Anekdota is door latere geleerden niet op prijs gesteld. Prokopios werd betiteld als een rancuneus man, een reactionair en een achterbakse oude hypocriet. Bijna iedereen heeft getwijfeld aan het waarheidsgehalte van zijn roddelpraat en men nam hem kwalijk dat hij zijn informatie putte uit de achterklap die hij op straat of in de kroeg moet hebben gehoord en die hij zonder enige kritiek in zijn geschrift heeft overgenomen.

Toch zijn sommige mededelingen door tijdgenoten bevestigd. Zo schrijft Euagrios Scholastikos (circa 536-na 594), de auteur van een Kerkgeschiedenis:

Er is ook een andere karaktertrek van Justinianus, een gebrek dat elke denkbare dierlijkheid te boven gaat. Of deze karakterzwakte te wijten was aan lafheid en angst, kan ik niet zeggen, maar zij trad duidelijk aan de dag tijdens het Nika-oproer.noot Euagrios Scholastikos, Kerkgeschiedenis 4.32.

Lees verder “Prokopios (slot)”

Juvenalis over Rome: meer overlast

Een lid van de Romeinse ordetroepen (Nationaal Museum, Rome)

In het vorige blogje introduceerde ik de Derde Satire van Juvenalis (ca.60 – ca.135), waarin de dichter het leven hekelt in de woonwijken van Rome. Het door Juvenalis opgevoerde personage had een hekel aan buitenlanders, maar dat was niet zijn enige bezwaar tegen de grote stad. In het vervolg beschrijft Juvenalis de rest van de stedelijke ellende, zoals het lawaai. De vertaling is van Marietje d’Hane-Scheltema.

…Het volk
lijdt hier, ja sterft aan slaapgebrek, een kwaal
die gepaard gaat met slechte spijsvertering
en zuur en maagkramp, omdat huuretages
geen slaap gedogen. Nachtrust is in Rome
slechts rijkelui gegund. Vandaar die kwalen…
Het wielgeratel in de kronkelstraten,
het schelden van het opgepropt verkeer
houdt Jan en alleman wakker.

Lees verder “Juvenalis over Rome: meer overlast”

De tranen van Caesar

De zogenaamde “Zuil van Pompeius” in het Serapeion van Alexandrië: anders dan Caesar is Pompeius nooit in die stad geweest.

Afgelopen dinsdag vertelde ik hoe Pompeius bij de Berg Kasios op het strand was vermoord en ik kondigde aan dat ik het nog zou hebben over de reactie van Julius Caesar. Hij was ooit Pompeius’ schoonvader geweest en had aan het begin van de Tweede Burgeroorlog geprobeerd olie op de golven te gooien. Maar het was anders gelopen en op 2 oktober van het jaar waarin Caesar en Servilius Isauricus consuls waren, ofwel onze 19 september 48 v.Chr., vernam hij dat zijn rivaal was vermoord.

Caesar was al een paar dagen onderweg. Hij moet een kleine week eerder van Rhodos zijn vertrokken, richting Alexandrië. Uit deze simpele mededeling volgt dat hij op dat moment niet wist dat Ptolemaios XIII daar niet was. Caesar zal wel hebben geweten van de burgeroorlog tussen de Egyptische koning en zijn zus Kleopatra VII, maar dat hun legers ten oosten van Pelousion tegenover elkaar lagen, was hem onbekend.

Lees verder “De tranen van Caesar”

Over nut en nadeel van toerisme voor het leven

Toerist aan zee

Ach ja, het toerisme. We mogen klagen. Het centrum van Amsterdam is momenteel onleefbaar. Ik begrijp dat hetzelfde geldt voor Barcelona (waar ik nooit ben geweest) en voor Venetië (waar ik nooit meer terug wil). Maar mopperen over toerisme is ook een beetje flauw en voorspelbaar. Hypocriet ook, want we gaan allemaal op reis. En onze hypocrisie is ook al zó vaak becommentarieerd dat stukjes daarover al even flauw en voorspelbaar zijn.

Desondanks waag ik een stukje aan toerisme. Ik wil namelijk, hoewel ik de geldigheid van alle bezwaren ken en erken en bekend veronderstel, er toch een lans voor breken. De toerist leert namelijk, opzettelijk of onbedoeld, mensen kennen uit een ander land. En hoewel ik niet denk dat het buitenland uitsluitend bestaat als decor voor onze persoonlijke queestes, is het wel zo dat je, door de mensen daar te ontmoeten, ook jezelf een beetje leert kennen.

Lees verder “Over nut en nadeel van toerisme voor het leven”

Ergerlijke goedheid

1.

Hij dook afgelopen zaterdag weer op in De Multatulileescursus, het wekelijkse stukje dat Marc van Oostendorp wijdt aan het oeuvre van de grootste Nederlandstalige auteur: de wrevel die Multatuli oproept met zijn demonstratieve goedheid. Eduard Douwes Dekker, zoals Multatuli eigenlijk heette, is niet alleen de man die met de koloniale autoriteiten in Batavia op ramkoers ging omdat ze de Javaan uitbuitten en die daar zijn leven lang over is blijven roeptoeteren, maar is ook degene die de betrekkelijke kleinigheid rondbazuinde dat hij een keer alle kinderen op een speelplaats had getrakteerd op een ijsje.

De wrevel die althans ik hierbij voel, werd ook in de negentiende eeuw ervaren maar Multatuli had daar een antwoord op. In de woorden van Van Oostendorp:

Zichzelf zo hoog mogelijke eisen stellen en die hoge eisen dan alvast aan iedereen vertellen alsof ze al werkelijkheid waren, zodat hij niet meer terug kon.

Lees verder “Ergerlijke goedheid”

Hypocrisie

Van de econoom Keynes wordt verteld dat hij, toen hij wat vaker met politici te maken kreeg dan voordien, zijn ervaringen samenvatte met de woorden dat politici minder hypocriet waren dan hij altijd had gedacht. Ze waren namelijk oprecht overtuigd van de onzin die ze uitsloegen. Ik zal u van dit inzicht geen voorbeelden geven, want die kunt u zelf ook bedenken.

Deze wil ik u echter niet onthouden. Een Kamermeerderheid, zo meldt De Speld de Nu.NL, vindt dat het Kabinet en de KNVB naar de FIFA moeten stappen om het geld terug te eisen dat Nederland rond 2010 heeft uitgegeven toen het zich met België kandidaat stelde om in 2018 de WK-voetbal te organiseren. De implicatie is dat de mensen in Nederland in 2010 nog niet zouden hebben geweten dat de FIFA corrupt was.

Lees verder “Hypocrisie”

Aanslag op de letteren

1993, de zoveelste bezuinigingsronde op de geesteswetenschappen. Niks nieuws onder de zon, zou je zeggen, maar dit keer is er toch iets aan de hand. Anders dan te doen gebruikelijk, laten de medewerkers van de UvA het namelijk niet gelaten over hun kant gaan. Ze beleggen op een woensdagavond aan het begin van de zomer een manifestatie in De Balie. De zaal zit behoorlijk vol als zevenentwintig “gerenommeerde schrijvers, publicisten en vertegenwoordigers van de belangrijkste letterkundige organisaties” zich uitspreken tegen de bezuinigingen.

Vergeefse moeite, vanzelfsprekend. Wie iets wil bereiken, moet demonstreren in september of oktober. Er is echter een wezenlijker probleem: als geheel overtuigen de zevenentwintig bijdragen niet. Stuk voor stuk zijn het beste aardige stukken, maar wie ze allemaal beluisterde (of naleest in de door Jan Fontijn, Marita Mathijsen en Anthony Mertens geredigeerde bundel), raakt er vooral door geïrriteerd, en ik heb wel eens vilein gepretendeerd dat het eigenlijk satire was.

Lees verder “Aanslag op de letteren”

Die verdraaide babyboom toch

Ik wil niet al te larmoyant klinken maar mijn generatie moest nog wel in dienst, maar mocht niet meer naar een echte universiteit.

Fel stuk op GeenStijl vandaag. Lees het eerst maar even hier.


Bent u er weer? Het gaat me niet om de concrete aanleiding (de affaire-Kinneging) en ook niet om Rutger Castricum, maar om de eigenlijke analyse. Wat mij daaraan opvalt, is dat ze is nog zo sterk de sfeer uitstraalt van de jaren tachtig. De jongeren destijds – en daar was ik er zelf ook een van – analyseerden messcherp dat veel van de toenmalige bezuinigingen ten koste gingen van (a) jongeren en (b) de samenleving als geheel, en dat de generatie die de mond vol had gehad van idealen, haar eigen positie nooit ter discussie stelde. De babyboom was bezig met wat Rudi Dutschke de “Lange Mars door de Instituties” had genoemd, en was daarbij het hogere doel een beetje uit het oog verloren.

Lees verder “Die verdraaide babyboom toch”