Dood paard

Paardenskelet uit Gonur Deppe
Paardenskelet uit Gonur Deppe

Misschien wel de grootste ontdekking van de geesteswetenschappen:

  • eerst ontdekking van de Indo-Europese taalfamilie,
  • vervolgens het proces van reconstructie van deze oertaal,
  • daarna het leggen van een verband met de archeologische resten van de Yamnaya-cultuur (Yamna-cultuur, koergan-cultuur, putgrafcultuur…) die tussen 3600 en 2300 v.Chr. heeft bestaan in Oekraïne/Zuid-Rusland
  • tot slot de bevestiging daarvan door het DNA-onderzoek.

Taalkundigen, historici, archeologen, DNA-onderzoekers: in de geesteswetenschappen bereik je vooral resultaat als je je niet beperkt tot kleine specialismen. De impact van de ontdekking is ondertussen immens: we zijn volken gaan definiëren aan de hand van taal, wat eigenlijk een heel rare innovatie is geweest, met vérstrekkende politieke gevolgen, zoals iedere Belg u kan uitleggen.

Op de achtergrond speelt dan nog een andere, even interessante kwestie: de verklaring waarom de Indo-Europese taalfamilie zich van Ierland tot India en van Spanje tot Siberië heeft kunnen verspreiden. Er zijn diverse factoren te noemen, zoals de genetische mutatie die een deel van het afweersysteem onklaar maakte, waardoor mensen met wat ik maar even “Indo-Europees DNA” zal noemen (u mag de benodigde slagen om de arm zelf invoegen) niet langer allergisch reageerden op melk van andere diersoorten. Normaal gesproken zou je ziek worden van koeien- of geitenmelk, maar Indo-Europeanen hebben daar minder last van en dat gaf ze in een koud klimaat een extra bron van voedingsstoffen. Een andere verklaring, mijns inziens belangrijker, is dat ze beschikten over paarden.

Lees verder “Dood paard”

Hellenistisch Baktrië

Ik heb ongeveer een jaar gedaan over The Hellenistic Far East (2014) van de Britse oudheidkundige Rachel Mairs. Niet omdat het geen boeiend boek zou zijn, niet omdat het een slecht boek zou zijn, maar omdat het extreem interessant was. Kort en goed samengevat onderzoekt Mair welke conclusies we met enig vertrouwen kunnen baseren op de beschikbare data. Data die, zoals in de oudheidkundige disciplines gebruikelijk, zeer schaars zijn: we hebben nauwelijks geschreven teksten, we hebben een stuk of wat inscripties en we krijgen pas de laatste tijd de beschikking over voldoende archeologisch materiaal om zinvolle vergelijkingen te maken.

Dat leidt meteen tot een nieuwe kijk op Ai Khanum, de Hellenistische stad die in het noordoosten van Afghanistan is opgegraven. Die wordt traditioneel getypeerd als een Griekse nederzetting (“an outpost of Hellenism”) en dat is ook niet zo heel erg vreemd. Kijk maar hier wat er zoal is opgegraven: het meeste zou in Griekenland niet hebben misstaan. Het is dus logisch Ai Khanum te beschouwen als een Griekse kolonie in den vreemde, niet in de laatste plaats omdat we weten dat Alexander de Grote Griekse huurlingen als kolonisten heeft achtergelaten in Baktrië, dat wil zeggen de vallei van de Boven-Oxus.

Lees verder “Hellenistisch Baktrië”

Baktrië en Afghanistan

Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort

Er was – en in zekere zin: is – een zekere urgentie achter Into the Land of Bones, waarin de Amerikaanse oudhistoricus Frank Holt de campagnes behandelde van Alexander de Grote in Baktrië (noord-Afghanistan en zuid-Oezbekistan) en in Sogdië (de rest van Oezbekistan). Die urgentie had alles met zijn Amerikaanse achtergrond te maken: de Amerikanen waren op het moment waarop het boek verscheen, 2005, militair aanwezig in Afghanistan en hoewel ze vochten met “ervaring, toewijding, eer, en moed” hadden ze “de geschiedenis simpelweg niet aan hun kant”.

Holt wilde zijn landgenoten te waarschuwen. Met recht en reden. Oorlog in Centraal-Azië is één van de weinige punten waar uit de oude geschiedenis lessen zijn te trekken voor onze eigen tijd.

Lees verder “Baktrië en Afghanistan”

Wolff in Buchara

Joseph Wolff
Joseph Wolff

Joseph Wolff, die ik gisteren noemde in mijn verhaal over Stoddart en Connolly, was een van die bijzondere mensen waaraan de negentiende eeuw zo rijk is. Geboren in Beieren leefde hij in Engeland; geboren als jood werd hij christen, zelfs dominee. En zijn avonturen zijn spannender dan die van Indiana Jones. In 1845 waagde Wolff zijn leven om te achterhalen wat het lot van de twee Britse officieren was geweest. En niet alleen dat: hij was ook op zoek naar de tien verloren stammen van Israël, die ergens in het oosten zouden moeten wonen.

Anders dan de twee eerdere bezoekers aan Buchara, las Wolff zich in. Hij leerde de plaatselijke zeden en gewoonten, begreep hoe de Centraal-Aziatische diplomatie werkte en zorgde voor passende geschenken: horloges en een Arabische vertaling van Robinson Crusoë, een boek dat elke moslim moet hebben doen denken aan het verhaal  van Hayy ibn Yaqdhan van de twaalfde-eeuwse geleerde Ibn Tufail, en dus in goede aarde zou vallen. Hij had wél geloofsbrieven bij zich, niet alleen van koningin Victoria maar ook van Mohammad Sjah van Perzië; toen hij de citadel beklom, deed hij dat lopend; toen hij emir Nasrallah benaderde, wierp hij zich, zoals het hoorde, ter aarde en riep dat God groot was. En dat niet de voorgeschreven drie keer, maar dertig keer. De vorst vatte meteen sympathie op voor zijn gast, liet zijn orkest “God Save The Queen” spelen en stuurde ’s avonds een oosterse schone naar ’s dominees slaapkamer.

Lees verder “Wolff in Buchara”

Het einde van Bessos

Bergvlakte bij Derbent
Bergvlakte bij Derbent

In de zomer van 330 v.Chr. werd de Achaimenidische koning Darius III vermoord. Wie de moordenaar was, zullen we wel nooit weten: we hebben als bronnen alleen de teksten over de regering Alexander de Grote, die de officiële Macedonische propaganda weergeven dat Darius was gedood door zijn eigen hovelingen. Dat dit verhaal Alexander érg goed uitkwam, wil uiteraard niet zeggen dat het niet waar is. We weten het gewoon niet. Eén bron is geen bron.

De nieuwe Perzische koning was de satraap van Baktrië, Bessos. Dat was niet meer dan logisch, want de satraap van dit gebied was doorgaans de beoogde troonopvolger. Uit een kleitablet weten we dat Bessos meteen werd erkend. De Griekse bronnen, die zeggen dat Bessos niet meer was dan een van de veronderstelde samenzweerders en pas later koning werd, zijn onjuist. Zijn troonnaam was Artaxerxes V en enkele onlangs gevonden Afghaanse perkamenten werpen wat licht op zijn bestuurlijke maatregelen.

Lees verder “Het einde van Bessos”

Gandara-kunst

Athena (Museum Lahore)
Athena (Museum Lahore)

Dat dit beeldje de Griekse oorlogsgodin Athena voorstelt, zal niet de meest verrassende mededeling zijn die ik kan doen, maar de vindplaats is wel verrassend: in de Punjab, in het noorden van Pakistan. Het beeldje is nu te zien in het museum van Lahore, dat u misschien kent omdat het wordt genoemd op de eerste bladzijde van Rudyard Kiplings roman Kim: “the old Ajaib-Gher – the Wonder House, as the natives call the Lahore Museum”. (Ook het kanon waarop Kim “in defiance of municipal orders” zit, bestaat echt.)

Anders dan men wel eens leest, heeft de Griekse aanwezigheid in de Punjab niet rechtstreeks te maken met de veldtocht van Alexander de Grote (326 v.Chr.). Die kwam, zag, overwon en vertrok. Toen hij drie jaar na zijn overwinning aan de rivier de Jhelum overleed, was de Indusvallei in feite ontruimd en het meest blijvende resultaat was dat een jonge Indische krijger, Chandragupta, had gezien hoe je een leger organiseerde. Hij volgde het voorbeeld van Alexander en stichtte het Maurya-rijk, dat onder zijn kleinzoon Asoka heel India omvatte. Hier bloeide het boeddhisme.

Lees verder “Gandara-kunst”