Legionairs uit Mainz

Een van de Kästrich-sokkels: twee legionairs in actie

Nou heet deze blog de Mainzer Beobachter, maar over Mainz, het antieke Mogontiacum, heb ik nog maar weinig geschreven. Oké, ik heb weleens wat grafschriften besproken, maar erg veel meer is er nog niet uit mijn pen gekomen. Tijd om daar eens verandering in te brengen en te schrijven over het kunstwerk hierboven.

Dit is één reliëf uit een serie van tien, twee keer vijf. Ze zijn gevonden op de heuvel die bekendstaat als Kästrich: in feite de citadel van de oude stad. Hier lag een legioenbasis die tijdens de Bataafse Opstand enkele aanvallen weerstond – de burgerlijke nederzetting in de richting van de Rijn werd wel gebrandschat – en daarna door legionairs van I Adiutrix en XIV Gemina werd herbouwd. De reliëfs dateren uit die tijd, het laatste kwart van de eerste eeuw. Het zijn de sokkels van pilaren in een poort of een tempeltje.

Lees verder “Legionairs uit Mainz”

Mainz en Trier

Een Rijnlandse dame (Trier, Bischöfliches Dom- und Diözesanmuseum)
Een Rijnlandse dame (Trier, Bischöfliches Dom- und Diözesanmuseum)

Als u hoopte op het tweede stukje over de communistische archeologie, moet u nog even wachten. Ik ben vandaag naar een uitvaart: de vader van een vriendin, die ooit in de mooie Rijnstad Mainz stond voor een gesloten museum en mij SMSte dat ze niet wist wat ze moest doen – viel er in Mainz nog wat te beobachten?

Heel veel! Mainz heeft verschillende musea, zoals het Landesmuseum (met een gave collectie Romeinse inscripties en reliëfs), een ondergrondse tempel voor Isis en het Römisch-Germanisches Zentralmuseum, waar je perfect kennis kunt maken met de antieke cultuur. Wat het museum niet bezit, is als replica aanwezig. Aan de andere kant van de stad is het Museum für antike Schifffahrt, met zes laatantieke scheepswrakken, talloze modellen en twee 1:1-replica’s van Romeinse oorlogsschepen. Op loopafstand is het Romeinse theater en nog iets verderop is het graf van Drusus.

Lees verder “Mainz en Trier”

Factcheck: de bevroren Rijn

Als ik de Rijn moest oversteken, nam ik deze brug.
Als ik de Rijn moest oversteken, nam ik deze brug.

Het is 31 december en sommige zaken zijn vandaag voorspelbaar. Vanavond vuurwerk. Een oudejaarsconferentie. Rijen bij de oliebollenkramen. En ergens schrijft iemand dat twee stammen, de Germaanse Vandalen en de Iraanse Alanen, op 31 december 406 de bevroren Rijn overstaken. Voilà, de bijdrage van dit jaar.

Het Romeinse leger dat de grens had moeten verdedigen, was die oudejaarsdag niet op volle sterkte omdat veel troepen in Italië waren om te vechten tegen een andere groep invallers. Het geluk lachtte Vandalen en Alanen toe: tussen de Romeinen brak burgeroorlog uit. Versterkt met nog andere Germaanse groepen konden ze Gallië vrijwel ongehinderd onder de voet lopen.

Lees verder “Factcheck: de bevroren Rijn”

De Bataafse Opstand (slot)

De Romeinen herstellen orde op zaken (landkaart uit "Edge of Empire")
De Romeinen herstellen orde op zaken (landkaart uit “Edge of Empire”)

Korte inhoud van het voorafgaande: de Bataven zijn in opstand gekomen en boeken succes na succes. De steden in Gallië verklaren zich onafhankelijk. In Rome is men echter klaar om de orde te herstellen. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman; de vertaling van de Tacitusfragmenten is van Vincent Hunink).

***

Inmiddels had Rome het onverslaanbaar grote leger op de been gebracht waarvan de komst sinds Civilis’ aanval op Xanten viel te verwachten. De generaal, Cerialis, was niet alleen familie van Vespasianus, maar had bovendien in Brittannië gestreden in het leger waartoe ook de nieuwe keizer en Julius Civilis hadden behoord. Tacitus portretteert Cerialis als een ietwat excentrieke maar efficiënte ijzervreter. Onder zijn leiding stonden het Eenentwintigste Legioen Rapax, onderafdelingen van de Rijnlegioenen die met Vitellius naar Italië waren getrokken, en tot slot het door Vespasianus opgerichte Tweede Adiutrix (“helpster”). Met hen rukte Cerialis op naar Mainz.

Lees verder “De Bataafse Opstand (slot)”

Mainz 1880

Ik vond toevallig de bovenstaande afbeelding: Mainz, zoals het eruitzag in 1880, toen Multatuli er wel eens kwam. Hij woonde in die tijd in Ingelheim, waar hij in 1887 overleed. De sofa waarop hij insliep, staat in het Multatuli Museum in Amsterdam.

De Nederlandse schrijver had enkele jaren eerder de Mainzer Beobachter verzonnen, om zijn eigen mening te kunnen toevoegen aan de nieuwsuittreksels uit de Rijnlandse media die hij destijds maakte voor de Opregte Haarlemsche Courant. Over die hoax leest u hier meer.

Lees verder “Mainz 1880”

Dood in Mainz

Dood in Mainz
Dood in Mainz

Wanneer je in een museum met Romeinse inscripties de grafstenen leest, zul je vaststellen dat oude mensen vrijwel zonder uitzondering stierven toen ze 60, 70 of 80 waren. De oude Romeinen wisten gewoon niet precies hoe oud ze waren – afgezien dan van de man, genoemd door Plinius de Oudere, die zijn leeftijd van 130 jaar kon bewijzen met behulp van zijn belastingaangifte.

Ik wilde eens controleren of dit patroon ook in het Rijnland voorkwam. Mainz was de logische kandidaat: in het Landesmuseum is een mooie “Steinhalle” vol inscripties. Bovendien was Mainz een garnizoenstad, waarvan ik vermoedde dat er wel een soort administratie zou zijn bijgehouden. Ik verwachtte een min of meer regelmatig patroon tot pakweg 45-50 jaar: dan zwaaiden de legionairs af, maar tot dat moment zou de statistiek een normale mortaliteit moeten vertonen. Na 50 verwachtte ik dan de normale pieken bij 60, 70 en 80.

Lees verder “Dood in Mainz”