
Wie een antieke tekst leest en stuit op een woord dat hij niet kent, zal hetzelfde doen als wie in een Nederlandse tekst een vreemd woord tegenkomt: het woordenboek erop naslaan. Maar wat als de lexicograaf het ook niet weet? Neem het dier dat in de Romeinse Keizertijd de krokotta heette.
Ktesias en Strabon
De eerste mij bekende vermelding is van Ktesias, een Griekse schrijver die een tijd aan het Perzische hof verbleef en nogal wat over India vertelt. Voor het goede begrip zeg ik er even bij dat de Grieken op dat moment het verschil tussen India en Afrika niet kenden. Wat wij beschouwen als twee landen werd bij hen bewoond door één volk, de donkere Ethiopiërs. Toen de mannen van Alexander de Grote later de Indus zagen, dachten ze dat het de Nijl was. Ook zeg ik erbij dat Ktesias niet altijd even goed onderscheid maakt tussen de harde feiten en vertelsels die hij aan het hof heeft gehoord.
In Ethiopië is er een dier genaamd krokotta, ook wel hondwolf genaamd, met een verbazingwekkende kracht. Er wordt gezegd dat het de menselijke stem imiteert, ’s nachts mensen bij hun naam roept en degenen verslindt die in zijn buurt komen. Hij is zo dapper als een leeuw, zo snel als een paard en zo sterk als een stier. Hij kan door geen enkel wapen van staal overwonnen worden.noot
Een tweede vermelding is bij de geograaf Strabon van Amaseia, die alleen weet dat zijn voorganger Artemidoros (die van de omstreden papyrus) het dier vermeldt in de contreien bezuiden de Rode Zee, in oostelijk Afrika.noot Daar wonen ook giraffen en slangen met een lengte van dertig el die olifanten overmeesteren. Artemidoros zou ook zeggen dat de krokotta een kruising is van een wolf en een hond.
Plinius over de krokotta
Ook Plinius de Oudere plaatst het dier in oostelijk Afrika:
In Ethiopië komen sfingen met bruin haar en twee borsten op hun bovenlichaam, en vele andere dieren die wel fabeldieren lijken algemeen voor: gevleugelde en met hoorns gewapende paarden, pegasi genaamd; op een kruising tussen honden en wolven lijkende krokota’s die alles met hun tanden kunnen breken, meteen verslinden en in hun maag verteren.noot
Hoewel het dier lijkt op een hond of wolf, denkt Plinius, anders dan Strabon, dat het geen kruising is van die dieren.
Als een Ethiopische leeuwen met een hyena heeft gepaard werpt ze een krokotta, die eveneens het stemgeluid van mensen en vee nabootst. Hij spiedt eeuwig en altijd om zich heen, heeft in beide kaken een aaneengesloten tand, zonder tandvlees, die wordt omsloten door een soort kas om te voorkomen dat hij afstompt onder druk van de andere kaak. noot
Latere vermeldingen bij Aelianus en Porfyrios voegen hieraan weinig toe, maar er zijn nog wel twee interessante details. De Historia Augusta weet dat keizer Antoninus Pius een complete dierentuin liet doden bij een niet geïdentificeerd festival en noemt dan olifanten, krokotta’s en tijgers in één adem, waaraan hij dan neushoorns, krokodillen en nijlpaarden toevoegt, benadrukkend dat dit dieren van de hele wereld waren. noot Je krijgt de indruk dat twee teams zijn bedoeld, Indisch (waar tijgers wonen) en Afrikaans (waar nijlpaarden leven).
De andere vermelding is van de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio, die weet dat keizer Septimus Severus in 203 een krokotta in de arena presenteerde.
De krokotta komt uit India en … heeft een kleur die het midden houdt tussen die van een leeuwin en een tijger en het lijkt ook op die dieren, maar ook op een eigenaardige vermenging van een hond en een vos.noot
Deze passage is belangrijk, want Dio is de enige die het dier zelf heeft gezien.
Wat is een krokotta?
Maar welk dier is het? Als we de fantastische informatie over imitatie van de menselijke stem even buiten beschouwing laten, weten we alleen dat het een viervoeter is ter grootte van een hond of wolf, een kleur heeft zoals een leeuwin of tijger. Misschien strepen en een opvallend staart, want Dio maakt vergelijkingen met tijgers en vossen. Het is zeker geen hyena, want Plinius maakt duidelijk een onderscheid.
Tot slot komt de krokotta van voorbij de Rode Zee, waarbij ik geneigd ben de plaatsing in Afrika te negeren. Het woord “Ethiopië” is te vaag van betekenis. Simone Mooij, die het laatste fragment vertaalde, meende dat het een Tasmaanse tijger was, een dier dat in de eerste eeuwen van onze jaartelling nog leefde op Java en heel goed op transport kan zijn gezet naar het westen. De Romeinen importeerden ook nootmuskaat, dat eveneens kwam uit het huidige Indonesië. We moeten de woordenboeken nog maar niet aanpassen, maar ik vind het een brutale, leuke hypothese.
Zelfde tijdvak
Mummieportretten in Amsterdamjanuari 1, 2024
Factcheck: Vrouwen in het christendommaart 5, 2017
Paulus op Cyprusapril 7, 2024

Nou, dat is vrij simpel. Dit is een hyena
Dat denk ik niet omdat Grieken en Romeinen dat dier kenden en het de naam hyaena gaven.
Je hebt meerdere soorten hyena’s. De gevlekte is het bekendst, maar die krokotta zou ook een gestreepte hyena kunnen zijn, die van Afrika tot India voorkomt.
Of een Afrikaanse wilde hond, die ook wel hyenahond wordt genoemd.
De Tasmaanse tijger of buidelwolf was een buideldier. Deze komen (naast enkele soorten in Zuid-Amerika) voor in Australië, Nieuw-Guinea, Sulawesi, de Molukken, Timor en enkele Oceanische eilanden, maar dus niet in het westen van Indonesië. Een buidelwolf op Java lijkt mij dus vreemd. (Volgens wikipedia kwam de Tasmaanse tijger enkel voor op Nieuw-Guinea en Australië. )
Al geef ik toe dat het wel het dier is dat het beste past bij de omschrijving
Maar de hyenahond is veel kleiner dan de hyena en voldoet niet aan de beschrijving van andere typische hyenakenmerken.
Groot en sterk, durft het tegen leeuwen op te nemen, heeft kaken en een gebit waarmee hij zware botten kan breken. Hyena’s hebben een scala aan geluidjes waarmee ze met elkaar communiceren; een bekend geluid heeft wel wat weg van lachen.
Dat “Er wordt gezegd dat het de menselijke stem imiteert, ’s nachts mensen bij hun naam roept” kan ik me heel goed voorstellen.
Zoals Maurits hieronder ook al voorstelt, lijkt het eerder dat er rond het een en ander is gemythologiseerd. Ook in Afrika kleven er mythen aan het dier.
Hieronder The Hyena Man from Harar in Ethyopië.
https://youtu.be/q-dBXuQxC4Q?si=QW9ZfW9FONy6qIWc
https://youtu.be/UAI3fVieUXQ?si=9LWnmetJdPFfx6D_
Ja, daar zat ik ook aan te denken, ik ben er zelfs bijna naartoe gegaan toen ik in Ethiopië was, maar 12 uur heen en 12 uur terug van Addis Abeba naar Harrar was toch een beetje te veel. Bij nader inzien jammer, er ligt ook nog een brok literatuurgeschiedenis in Harrar, omdat Arthur Rimbaud er heeft gewoond.
Maar de hamvraag is nu even: bestond dit gebruik al in de oudheid?
Dat weet ik niet, maar hyena’s komen al minstens 500 jaar binnen de muren van Harar, waar ze het afval opruimden.
In de jaren vijftig/zestig heerste er grote droogte en hongersnood in Ethiopië. Door honger gedreven vielen de hyena’s het vee van de lokale boeren aan. De vader van Abbas (zie het tweede Youtube-fimpje) begon met het voeren van de hyena’s. David Attenborough (who else…) maakte er een docu over. (Cities, Planet Earth II, 2016).
https://en.wikipedia.org/wiki/Spotted_hyenas_in_Harar
Planet Eart II, Spotted hyenas.
https://youtu.be/wr3sSKWDmFY?si=WaNhjygt6iLxezbb
Van een Buidelwolf op Java is mij ook niets bekend. Wel zijn er fossiele resten gevonden in de binnenlanden van Nieuw-Guinea. Van antieke handelscontacten van de binnenlanden van dat eiland to op Java is mij niets bekend. Dat de dieren dus via handelsroutes tot aan de Middellandse Zee bekend waren lijkt me zeer onwaarschijnlijk.
p.s. De meest noordelijke vondst van fossiele resten van de buidelwolf zijn afkomstig uit de Kiowa-abri in de hooglanden van Nieuw-Guinea. Die dateren uit het vroege Holoceen (10.000–8.500 jaar geleden).
Al met al doet de beschrijving me het meest denken aan een hyena. Omdat dat dier weldegelijk bekend was zou er misschien sprake kunnen zijn van een fabulisering, van een monsterlijke sprookjeshyena wellicht.
Misschien een teeuw of een lijger?
https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijger/teeuw
Romeinen? Nootmuskaat? Het huidige Indonesië? Daar had ik nog nooit bij nagedacht. Wat die krokotta ook wezen mag, voor mij is er weer een puzzelstukje toegevoegd.
Ik geniet van deze trivialiteiten.
Ook Lucianus moet de buidelwolf gekend hebben. In de Ware verhalen beschrijft hij een wezen dat zijn buik gebruikte als boodschappen- en babytas. Volgens mij was de kangoeroe in de oudheid buiten Australië onbekend.
Maar heeft Lucianus die veronderstelde buidelwolf ook zelf gezien?
In de buidel van de meeste buideldieren liggen de tepels en ‘babytas’ is een leuk synoniem. Dat zou erop kunnen wijzen dat het beschreven wezen een buideldier is. Maar dat buideldieren hun buidel ook als boodschappentas gebruiken, lijkt me toch geen waarneming uit de eerste hand…
Ik denk aan een fantastische samenstelling van verschillende dieren. Verhalen over dieren die men kende maar waar de eigenschappen werden toebedeeld aan een ander dier, dat zo een fantastisch dier werd – ik herken katachtige roofdieren en krokodillen maar ook de tanden van een nijlpaard.
Alleen het nabootsen van mensenstemmen – dat hoort weer bij kraaiachtigen of pagegaaien..
Wie dit soort zaken in moderne tijden wil zien gebeuren moet eens het boek ”Het land dat God vergat’ lezen van Anthony van Kampen over zijn reis door Brazilië in 1965. Daarin staat een horror-verslag van een monster (tekening bijgevoegd) in het oerwoud dat ook vele vormen kent, maar zich ook als mens kon voordien, te herkennen aan een kreeft-vormig horloge.
https://www.boekwinkeltjes.nl/s/?q=Het+land+dat+God+vergat.
De Thesaurus linguae Latinae dacht in 1908, toen het artikel c(o)rocottas verscheen, dat het een hyena was, maar erg diep over nagedacht is er toen denk ik niet.