Romeinen in Nubië

Relief van Amanitenmemide van Nubië, die regeerde vlak voor de Romeinen naar Nubië kwamen. Egyptische artistieke invloed is duidelijk maar het ronde hoofd, de grote ogen en de gespierde ledematen zijn kenmerkend voor de kunst van Meroë. (Neues Museum, Berlijn)

Eén van mijn lievelingsverhalen uit de oude wereld is dat van Hanno de Zeevaarder, een Karthaagse ontdekkingsreiziger die de westelijke kust van Afrika heeft verkend. Hij beschrijft een geheimzinnige kust waar hij fluiten en tamtams hoort, hij ziet in de nacht een rivier van vuur die wij kunnen identificeren als een uitbarsting van Mount Cameroon en uiteindelijk levert hij strijd tegen een vervaarlijke stam die hij aanduidt als de Gorilla’s. Een soort Mungo Park dus maar dan zonder het geweld tegen de plaatselijke bevolking. U leest het beknopte verslag hier.

Een even goed avonturenverhaal is dat van enkele Romeinse officieren die, begeleid door soldaten van de keizerlijke garde, in het jaar 61 door keizer Nero werden uitgezonden om te zoeken naar de bronnen van de Nijl. We vinden hun verslag in de Vragen over de natuur (6.8.3) van de senator Seneca, een hoveling van Nero, die de expeditie presenteert als zuiver wetenschappelijk onderzoek. Dat kan heel goed waar zijn. Een andere bron, Plinius de Oudere (Natuurlijke Historie 6.184), meent dat er vooral militaire motieven waren en dan zou het eerste doelwit Nubië zijn geweest. Koning Amanikhabale van dat land verleende echter alle medewerking, dus in elk geval één direct betrokkene heeft het militaire aspect niet herkend. Voor een militaire verkenning reisden de officieren bovendien wel erg ver. Van de andere kant: het een sluit het ander natuurlijk niet uit.

Lees verder “Romeinen in Nubië” →

Herodotos over de Nijl

 

Langs de Nijl

De Griekse onderzoeker Herodotos was wat je noemt “intelligent maar geen intellectueel”. Hij mist de diepzinnigheid van de filosofen van zijn tijd en laat ook de vragen lopen waar een Aischylos mee worstelde. Maar Herodotos had een goed stel hersens en was niet beschroomd die te gebruiken. Zijn beschrijving van de sedimenten van de Nijl en zijn constatering dat Egypte in de loop van tien- of twintigduizend jaar was ontstaan uit rivierafzettingen, vormt een prachtig staaltje onbevooroordeeld en onbevangen nadenken. Zijn conclusie dat het land van de stroom was verkregen, werd spreekwoordelijk: Egypte wordt nog altijd aangeduid als “geschenk van de Nijl”.

De Egyptische rivier vormde in de Oudheid een beroemd raadsel. Niemand wist waar de bronnen waren en het moet gezegd dat Herodotos’ speculaties niet werkelijk correct zijn gebleken: redenerend dat de rivier symmetrisch was met de Donau, concludeerde hij dat de bronnen van de Nijl tegenover die van de Europese rivier moesten liggen, en aangezien hij die zocht in de Pyreneeën moest de Afrikaanse stroom beginnen in de Atlas. Hij had daarvoor overigens wel een serieuze aanwijzing: een rapport van een groep Nasamonen (een stam uit Libië) dat ze in het zuiden een grote stroom hadden gezien die van west naar oost stroomde. Een rivier waarin typisch Egyptische dieren leefden, zoals krokodillen. De Niger, weten wij, maar dat kon Herodotos niet weten.

Lees verder “Herodotos over de Nijl” →

Kapitelen (2)

Kyrenaïsch kapiteel

Ik beschreef gisteren de drie klassieke bouwordes en voegde nog drie wat minder algemene varianten toe. Dat was de opmaat voor dit stukje. De Atheners en de Spartanen bouwden doorgaans hun tempels in de Dorische stijl, maar toen de twee steden tegenover elkaar stonden (431-421, 413-404, 395-387), kozen de Atheners vaker dan daarvoor voor Ionische kapitelen. Het tempeltje van Nike bij de toegang tot de Akropolis is een voorbeeld. De verklaring is dat die tweede stijl werd geassocieerd met het Egeïsche Zee-gebied, waar Athenes machtsbasis lag: de Atheners wilden lijken op hun bondgenoten, niet op hun tegenstanders.

Het was dus mogelijk een politiek signaal af te geven met het gebruik van kapitelen. De foto hierboven toont een variant op het Ionische kapiteel; ik fotografeerde ’m in de Asklepios-tempel in Balagrai bij Kyrene. De bewoners van die stad presenteerden zich hiermee enerzijds als Grieken en anderzijds als de gelijken van de Spartanen, Atheners en wie weet ook de Korinthiërs: alleen deze steden hadden een eigen bouworde. (De plant tussen de krullen is geneeskrachtig silfium, een gewas dat niet langer bestaat en vermoedelijk in de Oudheid is uitgestorven. We weten niet waarom.)

Lees verder “Kapitelen (2)” →

De Nubische koningen van Egypte

De piramiden van Nuri. Taharqo werd hier als eerste begraven; nog drie eeuwen zouden hier de Nubische vorsten worden bijgezet.

Nubië, Kush en Napata: de drie namen verwijzen naar enkele steden bij het vierde cataract in de Nijl. Zeg maar noordelijk Soedan. Omdat hier goud werd gewonnen, hadden de Egyptenaren er ruimhartig belangstelling voor. De koningen van de Achttiende Dynastie plaatsten het zelfs onder rechtstreeks bestuur. Weliswaar werd het later weer onafhankelijk, maar de handel tussen het zuidelijke goudland en Egypte ging verder. Illustratief is het Nubische ivoor, dat via Egypte en Syrië werd verhandeld tot in Assyrië aan toe.

Makkelijk zal de handel over de Nijl niet zijn geweest, want Egypte raakte steeds meer verdeeld en lag eigenlijk klaar om te worden onderworpen. Ergens in het derde kwart van de achtste eeuw v.Chr. viel de Nubische vorst Piye Egypte binnen. Wellicht was de bevolking er blij mee, want de Nubiër bood stabiliteit. We kunnen dit afleiden uit de restauratie van enkele oude heiligdommen: meestal een teken dat de overheid wat kapitaal heeft om te investeren.

Lees verder “De Nubische koningen van Egypte” →

Byblos in de Bronstijd

Het torentempeltje bij de Grote Residentie van Byblos, met ankerstenen onder de hoek links vooraan

Ik beschreef gisteren hoe Byblos was ontstaan: rond 3000 v.Chr. was het al een internationaal handelscentrum van betekenis, dat contacten had met Anatolië, Soedan en Baktrië. Dat veranderde in de Bronstijd niet. De stad exporteerde cederhout, gekapt op de westelijke hellingen van het Libanongebergte. Naar Byblos geïmporteerde producten als olijfolie en wol werden verder verhandeld aan het Egypte van de dynastieën 3, 4 en 5, (ca. 2675-2350 v.Chr.). Daarvandaan kwamen papyrus, graanproducten, touw, peulvruchten en vlas, zaken die de Bybliërs weer vanaf de Levantijnse Zee exporteerden naar Anatolië en Mesopotamië.

Naast de handel kende Byblos ook visserij, akkerbouw en veeteelt. De enorme welvaart van de stad blijkt wel uit de “Grote Residentie”, die ruim 900 vierkante meter groot was. Daarnaast stond een tempeltje dat was versierd met ankerstenen. Je kunt je voorstellen hoe een dankbare schipper zijn anker als bedankje heeft achtergelaten in het heiligdom van het Bronstijdequivalent van Sint-Nikolaas, de beschermer van de zeevarenden. Het viel me afgelopen december pas voor het eerst op: bij eerdere gelegenheden moeten de ankers overwoekerd zijn geweest door gras. Grappig genoeg zag ik dezelfde decoratie deze lente ook in het aanzienlijke jongere Kition op Cyprus.

Lees verder “Byblos in de Bronstijd” →

Archeoloog in Soedan (slot)

Een jaloersmakend mooie foto van de woestijn
Een jaloersmakend mooie foto van de woestijn

[Rond de jaarwisseling publiceerde Edwin de Vries een reeks artikelen over zijn veldwerk in Soedan. De eerdere delen zijn hier – 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12 en 13 –  en hieronder is een epiloog.]

Afgelopen maandag (19 mei) zijn de eerste resultaten van het veldseizoen 2013-2014 in Sudan gepresenteerd in het British Museum. Dit gebeurde in de vorm van een conferentie van een dag, waarvoor geïnteresseerden en betrokkenen (vooral ook geldschieters) worden uitgenodigd om de resultaten te bewonderen. Als medewerker van één van de vele projecten was ik ook uitgenodigd. Gezien mijn vrouw en ik verschillende vrienden in London hebben leek het ons een mooie gelegenheid om daar eens naartoe af te reizen om deze vrienden op te zoeken en en passant ook nog eens zo’n mooi evenement in het British Museum mee te maken.

Lees verder “Archeoloog in Soedan (slot)” →

Archeoloog in Soedan (13)

Opgravingsplaats H25
Opgravingsplaats H25

[Ook vandaag geef ik het woord aan Edwin de Vries, als archeoloog actief in Soedan. Het eerste stukje is hier.]

En zo ben je weer terug in het Acropole hotel. Het seizoen zit erop, de spullen zijn ingepakt en de busreis naar Khartoum (de landrover blijft achter bij het andere team) zit er ook al op. Europees eten, een warme douche dat niet uit een emmer en een mok bestaat, en een toilet waar je op kunt zitten, het is wonderlijk allemaal. Ik zal H25 nog eens onder de revue laten passeren.

We zijn begonnen met het open leggen van grofweg 60m² maar dat aantal is grofweg verdubbeld gedurende het seizoen. Er zijn een aantal structuren blootgelegd, die waarschijnlijk allen grofweg gelijk dateren. Allen zijn ze gemaakt van kleitichels en lijken aanvankelijk nogal klein te zijn geweest (2 kamers of cellen). Aan de oorspronkelijke 2-cellige structuren heeft men vervolgens naar hartenlust aan toegevoegd, aangepast en herbouwd, hetgeen heeft geleid tot onregelmatige structuren die bestaan uit vele kleine kamertjes. De kamers lijken te klein voor menselijke activiteiten, dus verwachten we dat het om kleine opslagplaatsen gaat. Naast de structuren hebben we ook een flink aantal paalkuilen aangetroffen met daar in de buurt mesthopen. Het wordt nog een aardige klus om uit te puzzelen wat daar voor structuren in verborgen zitten, maar we vermoeden dat het om ronde hutten zal gaan en om simpele schaduw-werpers voor schapen en geiten (zoals ze die nu nog bouwen). Misschien zit er nog wel een echte veekraal in verborgen ook. Een heel aardige vondst is een baksteenoven, die ongetwijfeld gebruikt zal zijn geweest om de vele in de buurt gelegen waterputten te bouwen.

Lees verder “Archeoloog in Soedan (13)” →

Archeoloog in Soedan (12)

De defuffa van Kerma
De defuffa van Kerma

[Ook vandaag geef ik het woord aan Edwin de Vries, als archeoloog actief in Soedan. Het eerste stukje is hier.]

Onze op-één-na laatste vrije dag hebben we besteed aan een bezoek aan Kerma. Kerma was het hart van Kush voordat de Egyptenaren, onder Tutmosis I, het onderwierpen. Onder de Egyptische overheersing werd Kush steeds meer beïnvloed door Egypte, en mettertijd lijken de uiterlijke kenmerken van Kush steeds meer op die van Egypte. Na de Vijfentwintigste Dynastie, als Egypte telkens door van andere buitenlandse overheersers wordt beheert, wordt Kush het land waar de enige echte Farao heerst. Kush heeft het erfgoed van het oude Egypte volledig overgenomen en zal er mee leven (en er mee groeien) tot dik in de 4e eeuw na Chr.

Lees verder “Archeoloog in Soedan (12)” →

Archeoloog in Soedan (11)

Kawa
Kawa

[Ook vandaag geef ik het woord aan Edwin de Vries, als archeoloog actief in Soedan. Het eerste stukje is hier.]

Onlangs zijn we op bezoek gegaan bij de opgravingen van onze directe collega’s in Kawa. Het British Museum voert hier al jaren opgravingen uit. Kawa was het administratieve centrum van de directe omgeving, zoals Dongola dat nu is. De stad ligt direct aan de Nijl en moet in de Kerma-periode gesticht zijn, want er zijn begravingen uit deze periode bekend. De stad blijft in gebruik tot het einde van de Meroïtische periode. De omvang van de site is enorm. Er is een nederzettingsterrein van minstens 40 hectaren, en daarbij horen ook enkele begraafplaatsen uit verschillende perioden, elk van vergelijkbare omvang. De grootste beperking van Kawa is dat het niet een bepaald fotogenieke site is. Aan het oppervlak is niet veel zichtbaar, en dat maakt het moeilijk je in te leven in de site. Dit is best jammer, want het heeft veel te bieden.

Lees verder “Archeoloog in Soedan (11)” →

Archeoloog in Soedan (10)

Nubische piramiden (klik=groot)
Nog een keer de Nubische piramiden (klik=groot)

[Ook vandaag geef ik het woord aan Edwin de Vries, als archeoloog actief in Soedan. Het eerste stukje is hier.]

Ik heb al verteld dat ik een keer eerder in Soedan ben geweest. Dat is inmiddels 8 jaar geleden, voor een reddingsproject. De stuwdam bij Meroë was toen nog in aanbouw en bij voltooiing van de dam (in 2008), zou een fors gebied onder water verdwijnen, inclusief de bijbehorende archeologie. Om zoveel mogelijk te documenteren waren buitenlandse archeologen meer dan welkom in Soedan, mits zij werk zouden verrichten in het gebied van de Vierde Cataract, kortom, vanaf Merowe stroomopwaarts. Samen met S.E. Sidebotham en Ross Thomas zijn we een kortstondig en wellicht wat schamper gefinancierd avontuur aangegaan om een middeleeuws fort aan de Nijl te documenteren bij El-Kab.

Lees verder “Archeoloog in Soedan (10)” →